woensdag 12 september 2012

Pok hoorde ik.

'Dit hebben we nog nooit meegemaakt,' zei de ene vrijwilliger van het stembureau tegen de ander. Het was 20.00 uur en de stembus zat vol. Er moest onmiddellijk een nieuwe geregeld worden. Ik heb mijn stem uiteindelijk in een vrijwel lege vuilniscontainer met gleuf gegooid. Pok, hoorde ik.
Ik vroeg me af of dat een goed of een slecht teken was.
Van alle kanten kwamen mensen aanlopen over het winderige schoolplein met een enkel papiertje in hun hand. Ze waren alleen. Ze zeiden niets. Ze liepen nog allemaal dezelfde kant op.
De eerste keer van mijn leven dat ik mocht stemmen, machtigde ik mijn vader. Die gaf mijn stem aan de tweede man van de Pv/dA, al had ik hem toen gevraagd de eerste vrouw van Groen Links in te kleuren. Ik heb daarvan opgestoken dat je nooit je vader moet machtigen te stemmen.
Sindsdien doe ik het zelf. Ik heb er voor vandaag lang over na moeten denken. Het was alsof mijn stem deze keer meer gewicht had.

dinsdag 11 september 2012

Mijn kleinzoon en ik

Er werd me vandaag in bad gevraagd wat ik in hemelsnaam met mijn kleinkind moest gaan doen als ik oma was. Ik kon namelijk niet knutselen en ik kon wel meer niet.
Wat kun jij eigenlijk wel?
We kwamen tenslotte uit op zwemmen. Ik zou dag in dag uit met mijn kleinkind moeten gaan zwemmen.

Ik zei: dacht jij dat oma vroeger net zoveel met mij deed als ze nu met jou doet?

Ze vroeg: houden oma's meer van hun kleinkinderen? Wat denk je, zei ze, houdt oma net zoveel van jou als van mij? Ze keek erbij alsof ze zelf het antwoord wist, maar dat voor zich hield uit piƫteit met mij.

En wat, mama, als ik later een hele erge bink krijg. Zo'n druk jongetje dat alleen maar op en neer springt.
Ik wist ook niet wat.
Ze zei: dan hou ik toch van de bink omdat het mijn kind is.
Ik zei haar dat ze later misschien geen kinderen wilde.
Jawel, zei ze, ik wil ze al heel jong. Omdat ze mij dan veel langer hebben.

En mij ook, zei ik. Dan kunnen jouw bink en ik samen ontzettend veel zwemmen.


maandag 10 september 2012

Zwemmen

Terwijl Maxima in de grachten zwom, zwommen mijn ex-overbuurvrouw en ik in het IJmeer om een rondje Steigereiland te maken. Een stel meerkoeten zwom mee.
Het was 4,2 kilometer. Dus het leek ons te doen. De avond ervoor was er een straatfeest waar ik mijn voornemen besproken had. Er werd ietwat lacherig op gereageerd omdat we ongeoefende zwemmers zijn, maar ook werden we serieus gewaarschuwd voor onderkoeling en de mogelijke gevolgen daarvan. Je merkt er niets van, je wordt steeds slomer en dan ineens zink je. 'Het is als die kikker in een pan met kokend water,' zei iemand.
'Je moet zo'n rubberen shorty aandoen.'
Het was zonnig weer gisteren. Het zou wel meevallen met de onderkoeling. We doken de steiger af vlak bij mijn huis en zwommen kwebbelend langs de nieuwbouwhuizen terwijl de kou ons lichaam introk. Toen de brug naar Haveneiland in zicht was, merkte ik dat ik lichtjes aan het klappertanden was.  We hadden nog gevoel in onze tenen en vingers. Dus door zwommen we, langs dikke rietranden.
Er was geen steiger meer in het vooruitzicht waar we even op konden warmen.
'We kunnen altijd even op de brugpijlers klimmen,' zei mijn ex-overbuurvrouw.
'Daar onder is schaduw.'
Onder de brug waren vooral zwarte olievlekken, stekelige planten tussen onze benen, met onze handen probeerden we de gifgroene wolkjes van ons af te duwen, we raakten er allebei gewond aan onze grote teen. Boven ons hoofd reed tram zesentwintig.

vrijdag 7 september 2012

Plaats

Nadat ik aan de telefoon tegen mijn moeder geklaagd had dat het bij ons zo moeilijk was om aan tafel iets te zeggen zonder dat de kinderen er dwars doorheen praatten, dat ik eigenlijk nauwelijks overwicht had, adviseerde zij mij een nieuwe tafelschikking te maken.
'Let je nog wel op hoe jullie zitten,' zei ze.
Ik lette daar niet op.
'Jullie zitten in de verkeerde volgorde,' zei ze.
Ik deed wat mijn moeder zei en veranderde de plaatsen. Sindsdien is het rustig aan tafel. Harmonieus. We praten om de beurt.
Toen heb ik toch maar toegegeven aan mijn onbestemde verlangen om op de zolder te gaan werken. Daar zit ik nu, met de verzamelde sprookjes van Andersen onder mijn laptop.


woensdag 5 september 2012

De weg 2

Toen de bel ging dacht ik dat het mijn online bestelde schoenen waren, maar het was een man met een bril en lieve lach. Hij kwam me de weg wijzen.  Zijn gezicht had erg veel overeenkomsten met het gezicht van mensen met het syndroom van Down. Daar moest hij vroeger mee gepest zijn.
'De laatste tijd willen veel mensen me de weg wijzen,' zei ik.  'Op de camping ontmoette ik ze. De kapper begon er ook al over.'
'Dat is misschien een teken.'
'Ik dacht al dat je dat ging zeggen.'
'Gelooft u dat de bijbel het boek van de mensen is?' De man ging er meteen vol in.
'Ik vind de bijbel slecht leesbaar,' zei ik, 'dat zei ik ook al tegen de kapper. Het verhaal is ook  nogal ongeloofwaardig. Grotesk eigenlijk.'
De man pakte een mini handbijbel erbij en las mij een hartverwarmend stukje voor. Ik dacht nog: dit moet ik onthouden. Het ging er in elk geval over dat ik veilig was, gewaardeerd werd en helemaal niets meer hoefde te vrezen. Daar is niets mis mee.
'Gods koninkrijk zal op aarde regeren,' zei de man enthousiast. 'Dan is er geen armoede meer, geen oorlog, geen ellende. Dan is alles goed. Dan hebben we helemaal geen andere slechte regering meer nodig.'
'O, regeert God ons nu niet dan? Doet hij helemaal niks?'
'Gods koninkrijk is nu nog in de hemel.' Hij wees naar boven. 'Het zal pas op aarde komen als wij de bijbel goed lezen en ernaar handelen.' Hij keek me aan alsof het mijn schuld was dat het nog niet zover was.
Na een tijdje zei ik: 'Het heeft echt geen zin meneer, dit gesprek met mij. Ik vind het zielig voor je. Ik word niet gelovig.'
'Dat hoeft niet. Ik vind het alleen al fijn te merken dat u nadenkt.'
'Ik zou het fijn vinden als jij dat nou ook eens deed.'
Hij lachte aarzelend.
Op dat moment kwam man aanfietsen met een groot pak luiers voor op zijn fiets, een enorme tas aan het stuur en een peuter achterop.
'De boodschappen!' riep mijn verlosser. 'Hier zijn de boodschappen.'
'Hier is al iemand met de boodschap!' zei ik.  'Maar gewoon boodschappen zijn wel praktisch, vind je ook niet meneer?'

dinsdag 4 september 2012

Feiten checken

'Mama, mamaaaa!' hoor ik Deetje boven roepen. Ik heb geen zin. Maar als ik hier geen gehoor aan geef, wordt het erger. Dus loopt moeder de trap op.
'Ik ben twee!' schreeuwt ze als ik naast haar bed sta. 'Ik ben twee jaar.'
'Dat weet ik ook wel.'
'Mijn naam is Deetje Lou Helena.'
'Ja?'
'Jij heet Elke. Jij bent mijn mama.'
Ik knik. Het meisje in haar trappelzak kijkt me aan.
'Mama moet werken,' zegt ze. 'Papa moet werken. Deetje gaat naar de creche, naar Max en Logan. Maxi is twee en Logan is twee. Jeetje gaat naar school. Jeetje is zeven jaar. Ik ga ook naar school als ik vier ben, maar ik ben nu geen vier.'
'Nee, jij bent twee.'
'Ja, ik ben twee.' Ze pakt haar speen erbij, draait zich op haar zij. Ze weet geloof ik genoeg voor vanavond. Ik kan vertrekken.

maandag 3 september 2012

De mensen bezocht

Op zondagochtend hebben we mensen bezocht die een nieuwe trampoline in de tuin hadden. Uit alle macht probeerden de kinderen boven het veiligheidsnet uit te springen. Maar dat lukte niet. Omdat ik mij tegen de vrouw uitgelaten had over het einde van de grote vakantie en de daarmee samenhangende gruwelijke luizenplaag en hoe moeilijk het is om die beesten uit te roeien, mailt ze mij vandaag steeds over een vermeende vreemde jeuk.
In de middag gingen we naar mensen die net geretourneerd waren van vijf weken Amerika en Canada. Maar juist op het moment dat wij aanbelden, ontdekten ze dat hun op afstand bestuurbare levensgrote haai uit New York was weggevlogen. Dit zorgde voor oproer. Terwijl zij op zoek gingen naar de ontsnapte haai, zaten wij doodkalm in hun heerlijke tuinstoelen met brede armleuningen.
'Daar kun je glazen opzetten,' zei man.
'Ja, zei ik. 'Dan hoeven we de glazen niet steeds op de grond te zetten. Zodat we er bij het opstaan over struikelen.'
'Niet steeds dat gedoe van het glas opvegen,' zei man.
In de verte zagen we de man des huizes over de daken lopen. Achter ons hoorden we de vrouw telefoneren over de verdwijning van de haai. De kinderen waren zo snel mogelijk met z'n vieren naar boven vertrokken om het niet mee te hoeven maken.
Diezelfde dag nog, ergens tussendoor, zagen we ook de overburen terug.
'Ik heb wel een luie geest gekregen,' zei de buurman, 'ik was in Frankrijk constant alles kwijt.'
'Als-ie zijn sleutels net zelf had weggelegd, vroeg-ie twee minuten later waar ze waren,' zei de buurvrouw.
Hieruit kan ik concluderen dat mijn geest aartslui is. Wie het presteert om in het Torpedotheater, het allerkleinste theater van Nederland, na afloop van de voorstelling als een dolle op zoek te gaan naar haar onbeduidende zwarte jasje, daarbij de hele tent mee laat zoeken en er een uur later pas achterkomt dat ze 'm in haar handtas gepropt heeft, heeft een onmiskenbaar luie geest.
Aansluitend hierop: Ik zou vanavond een proefles yoga nemen, maar man heeft net op dat tijdstip een bankstoffeerder geregeld die onze bank komt ophalen. De kleur van de bank is een beslissing die je samen neemt, vind ik. Volgende week pak ik mijn luie geest aan.