Mijn vaders verjaardag was 's ochtends in de keuken. Oma (97) zat aan het hoofd van de tafel, maar wilde niet lang na aankomst al in de kamer op de bank liggen. Het was te druk in de keuken. Een kakofonie van mensen - kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen - die lachten, praatten en om haar heen bewogen. Zij lachte niet, praatte niet en bewoog alleen als ze moest gaan verzitten vanwege haar versleten rugwervels. De zoon die naast haar zat gaf haar steeds een vorkje aan met een stuk appeltaart, terwijl hij met iemand anders praatte.
In de kamer ging ik bij haar zitten. Ik zat op het vloerkleed en leunde met mijn arm op de bank waarop zij lag. Ze had een mooi blauw wollen colbert aan. Ik zei dat. Ze zei dat ze dat al de hele winter en de hele zomer droeg. Ik vroeg hoe het was in het bejaardentehuis waar ze sinds kort woonde. Ze zei dat ze haast niet kon praten.
'Ik ben mijn stem verloren,' zei ze.
'Zal ik dan maar uit de kamer gaan?'
'Ja,' zei ze.
maandag 8 oktober 2012
vrijdag 5 oktober 2012
That's life
De weervrouw op tv had het over een kleine actieve depressie die door ons land getrokken was en op de kaart wees ze de moederdepressie aan die een stuk rustiger was, maar ook een stuk groter.
Ik zag ons weer fietsen vanochtend midden in die kleine hyperactieve depressie. De grote voor me op het zadeltje met haar schooltas, en achterop het stoeltje zat de kleine in de grote rode regenbroek van haar zus, de groene regenlaarzen en een regenjas met strak dichtgesnoerde capuchon. Toen ik omkeek, zag ik het witte gezicht. Het lijfje heen en weer zwiepen. De regen striemen. Ze had vijf keer gespuugd die nacht.
'Je bent lief,' zei ik. 'En mooi.'
'Ja,' zei ze. 'En jij bent mama.'
Ik zag ons weer fietsen vanochtend midden in die kleine hyperactieve depressie. De grote voor me op het zadeltje met haar schooltas, en achterop het stoeltje zat de kleine in de grote rode regenbroek van haar zus, de groene regenlaarzen en een regenjas met strak dichtgesnoerde capuchon. Toen ik omkeek, zag ik het witte gezicht. Het lijfje heen en weer zwiepen. De regen striemen. Ze had vijf keer gespuugd die nacht.
'Je bent lief,' zei ik. 'En mooi.'
'Ja,' zei ze. 'En jij bent mama.'
donderdag 4 oktober 2012
Lezen
Er zaten twaalf cursisten en ik vroeg me af hoe ik ze nou écht goed kon uitleggen hoe je een verhaal schrijft. Ik had 'de structuur voor een traditioneel verhaal' uitgeprint. Maar daarmee wisten ze natuurlijk niets.
De ruimte was hel verlicht. De tafels stonden in een vierkant. De ogen waren op mij gericht.
In den beginne is er het woord, zei ik.
Op een gegeven moment ging ik 'Weerzien' voorlezen van Cheever, de grootmeester van het verhaal. Ik was van plan om een stukje te lezen en ze dan zelf iets te laten schrijven over een weerzien. Maar ik las het hele verhaal voor. Dat bleek een goed idee voor de rest van de les.
Later begreep ik pas dat ik dat gedaan had omdat alleen door verhalen te lezen, je kunt leren begrijpen hoe ze in elkaar zitten. Je een idee kunt krijgen over wat er allemaal mogelijk is.
Die dag had iemand mij een boek gestuurd, het was Pan van Knut Hamsun, met als opdracht 'deze moet je hebben.' Nu ligt het boek naast me, alsof het de sleutel is.
Halverwege de les begon ik te klappertanden. Vorige keer gebeurde dat ook, weet ik nog. Ik klappertandde terwijl het niet koud was.
De ruimte was hel verlicht. De tafels stonden in een vierkant. De ogen waren op mij gericht.
In den beginne is er het woord, zei ik.
Op een gegeven moment ging ik 'Weerzien' voorlezen van Cheever, de grootmeester van het verhaal. Ik was van plan om een stukje te lezen en ze dan zelf iets te laten schrijven over een weerzien. Maar ik las het hele verhaal voor. Dat bleek een goed idee voor de rest van de les.
Later begreep ik pas dat ik dat gedaan had omdat alleen door verhalen te lezen, je kunt leren begrijpen hoe ze in elkaar zitten. Je een idee kunt krijgen over wat er allemaal mogelijk is.
Die dag had iemand mij een boek gestuurd, het was Pan van Knut Hamsun, met als opdracht 'deze moet je hebben.' Nu ligt het boek naast me, alsof het de sleutel is.
Halverwege de les begon ik te klappertanden. Vorige keer gebeurde dat ook, weet ik nog. Ik klappertandde terwijl het niet koud was.
dinsdag 2 oktober 2012
Magie van de woorden
Elke dinsdag ben ik leesmoeder. Om beurten komen de kinderen de lerarenkamer in. Stuk voor stuk traag lopend, hoofd gebogen, boek bungelend tussen twee vingers. Het zijn de kinderen die als ze moeten stillezen stiekem niet lezen. Dat snap ik wel. De boekjes zijn te saai voor woorden. De hond is in het hok. Hij eet een brok. Waarom zou je moeite doen?
Ik zie die handen krommen, de benen schudden, de lijven wiebelen, terwijl de wijsvinger onder elk afzonderlijk woord schuift en zo hard op de pagina drukt dat het topje wit wordt. Ik zie verkrampte monden. Steeds opnieuw het woordje 'hond' moeten spellen. Hu.o.nnn.de of uhhu.o.n.be. De kinderen glijden bijna van hun stoel terwijl ze lezen. Maar steeds als hun hoofden bijna onder de tafel verdwenen zijn, herstellen ze zich. Naast hen zit ik, de vertegenwoordiger van de magie van het woord.
Maar alles, werkelijk alles, in de lerarenkamer is magisch, behalve de woorden.
Ik zie die handen krommen, de benen schudden, de lijven wiebelen, terwijl de wijsvinger onder elk afzonderlijk woord schuift en zo hard op de pagina drukt dat het topje wit wordt. Ik zie verkrampte monden. Steeds opnieuw het woordje 'hond' moeten spellen. Hu.o.nnn.de of uhhu.o.n.be. De kinderen glijden bijna van hun stoel terwijl ze lezen. Maar steeds als hun hoofden bijna onder de tafel verdwenen zijn, herstellen ze zich. Naast hen zit ik, de vertegenwoordiger van de magie van het woord.
Maar alles, werkelijk alles, in de lerarenkamer is magisch, behalve de woorden.
maandag 1 oktober 2012
Mijn oma
Mijn oma van zevenennegentig is pas geleden verhuisd van haar etage in het centrum van het dorp naar het bejaardentehuis dat aan de rand ervan ligt. Naast de oprit naar de snelweg. Ze vond het niet meer fijn om 's nachts alleen te zijn. Nu hoeft ze maar op een knop te drukken en dan is er iemand. De bejaarden wonen in noodgebouwen. Het echte bejaardentehuis is over twee jaar pas klaar.
Ik heb haar daar nog niet opgezocht. Ze woont in een kleine kamer volgepropt met meubels en laat de warme maaltijd die om half twaalf in de ochtend al in het restaurant geserveerd wordt, naar haar toe brengen. Ze vindt het te vermoeiend om erheen te gaan. Ze wil niet samen met de anderen eten.
'Ik heb niets meer om naar uit te kijken,' zegt ze vaak.
vrijdag 28 september 2012
Afkomst
We hebben het de laatste tijd veel over afkomst en hoe dat je leven bepaalt. Net luisterde ik naar een radiointerview met een schrijfster die van adel is. Je pikt ze er meteen uit, zei ze. Je herkent ze aan de vanzelfsprekendheid te mogen bestaan. Aan de ruimte die ze innemen.
Dat is inderdaad zo, ik herken ze ook direct. Wie uit een gegoede familie komt en wie niet.
Ik niet.
We hebben het gehad over plakken leverworst met augurk op verjaardagsfeesten. Over fabrieksarbeiders en boeren die zeggen: Eten in sterrenrestaurant is niet voor ons soort mensen.
Ook daar kom ik niet vandaan. Al aten we vanzelfsprekend nooit in sterrenrestaurants. Wij waren tegen plakken leverworst met augurk.
Ik ben geen boerin.
Gisterenavond nog zei man tegen mij: 'jij kunt best in therapie. Je hoeft alleen maar te zeggen dat je uit Limburg komt.'
Dat is inderdaad zo, ik herken ze ook direct. Wie uit een gegoede familie komt en wie niet.
Ik niet.
We hebben het gehad over plakken leverworst met augurk op verjaardagsfeesten. Over fabrieksarbeiders en boeren die zeggen: Eten in sterrenrestaurant is niet voor ons soort mensen.
Ook daar kom ik niet vandaan. Al aten we vanzelfsprekend nooit in sterrenrestaurants. Wij waren tegen plakken leverworst met augurk.
Ik ben geen boerin.
Gisterenavond nog zei man tegen mij: 'jij kunt best in therapie. Je hoeft alleen maar te zeggen dat je uit Limburg komt.'
donderdag 27 september 2012
Haar best
'De overblijfjuf trekt haar eigen kindje altijd voor,' zegt Jeetje.
'Hoezo?'
'Ze geeft haar kindje een zak chips als wij brood eten.'
'O, chips.'
'Ja, en wij willen dan ook chips, maar dat krijgen we niet. Ze geeft het alleen aan haar kindje. Zelf heeft ze altijd een lolly in haar mond, of kauwgom, en ze praat alleen maar in een andere taal met de andere overblijfjuffen.'
'O.'
'Ja. Ik zeg het niet tegen de juf hoor.'
'Waarom niet?'
'Ik vind het zielig. De juf geeft haar misschien op haar kop, terwijl ze toch haar best doet.'
'Hoezo?'
'Ze geeft haar kindje een zak chips als wij brood eten.'
'O, chips.'
'Ja, en wij willen dan ook chips, maar dat krijgen we niet. Ze geeft het alleen aan haar kindje. Zelf heeft ze altijd een lolly in haar mond, of kauwgom, en ze praat alleen maar in een andere taal met de andere overblijfjuffen.'
'O.'
'Ja. Ik zeg het niet tegen de juf hoor.'
'Waarom niet?'
'Ik vind het zielig. De juf geeft haar misschien op haar kop, terwijl ze toch haar best doet.'
Abonneren op:
Posts (Atom)