In mijn grote gebloemde nachtjapon zit ik rechtop in bed, naast mij zit man met een extra large gestreepte pyjama. Alles flanel uit Zuid-Portugal. Hij draagt een leesbril van het Kruidvat. Ik heb een warmwaterkruik aan mijn voeten. Je zou denken dat het midwinter was. We lezen allebei een boek van dezelfde schrijver. Zijn hoofd op de achterkant is dus tweemaal naar de slaapkamer toegericht. Het ziet er daar niet goed uit. Op de vloer zwerven overal kledingstukken, handdoeken en sportschoenen. En op de vensterbank en de radiator liggen losse sokken. Een velours gordijn hangt half van de rails. Als de slaapkamer een afspiegeling van het huwelijksleven is, is het hier crisis.
Ik lees Visser van Rob van Essen. En man leest Alles komt goed, zijn nieuwste boek.
'Hij doet me ergens aan jou denken,' had hij gezegd, 'hier krijgt zomaar ineens een spast een klap.'
Dus pakte ik meteen Visser uit de kast. Vannacht om half vijf las ik ook in Visser. We kunnen bijna van boeken wisselen.
woensdag 10 oktober 2012
dinsdag 9 oktober 2012
Zoektocht
De yogajuf draagt een mitella waaruit een enorme witte wijsvinger steekt.
Tijdens de meditatieoefening vertelt ze ons over de zoete aardappel die ze aan het snijden is. En het scherpe mes. Ik snijd zo ratsj mijn vingertop eraf. Met het stuk vinger in mijn andere hand ga ik naar de buren, die brengen me meteen naar het ziekenhuis. Dus dan weet nu iedereen hoe het zo gekomen is. Vergeet nu alles wat er gebeurd is vandaag. De leuke dingen, maar ook de minder leuke dingen. Laat ze gaan. Adem in en uit. En ga naar het stille plekje in jezelf. Ga naar het plekje dat je eigenlijk bent.
Een hele tijd lig ik te ademen. En ik raak paniekerig omdat ik het plekje dat ik eigenlijk ben, nergens kan vinden tussen het bloed, de afgesneden vingertopjes en de andere rotzooi. Ik ben ook altijd alles kwijt. Het ergste is dat ik niet eens echt mijn best doe om het te vinden, terwijl de juf ons vertelt dat de oorlogen zullen stoppen en dat er vrede op aarde zal komen als iedereen het stille plekje maar vaak genoeg opzoekt.
Tijdens de meditatieoefening vertelt ze ons over de zoete aardappel die ze aan het snijden is. En het scherpe mes. Ik snijd zo ratsj mijn vingertop eraf. Met het stuk vinger in mijn andere hand ga ik naar de buren, die brengen me meteen naar het ziekenhuis. Dus dan weet nu iedereen hoe het zo gekomen is. Vergeet nu alles wat er gebeurd is vandaag. De leuke dingen, maar ook de minder leuke dingen. Laat ze gaan. Adem in en uit. En ga naar het stille plekje in jezelf. Ga naar het plekje dat je eigenlijk bent.
Een hele tijd lig ik te ademen. En ik raak paniekerig omdat ik het plekje dat ik eigenlijk ben, nergens kan vinden tussen het bloed, de afgesneden vingertopjes en de andere rotzooi. Ik ben ook altijd alles kwijt. Het ergste is dat ik niet eens echt mijn best doe om het te vinden, terwijl de juf ons vertelt dat de oorlogen zullen stoppen en dat er vrede op aarde zal komen als iedereen het stille plekje maar vaak genoeg opzoekt.
maandag 8 oktober 2012
Gesprek met oma
Mijn vaders verjaardag was 's ochtends in de keuken. Oma (97) zat aan het hoofd van de tafel, maar wilde niet lang na aankomst al in de kamer op de bank liggen. Het was te druk in de keuken. Een kakofonie van mensen - kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen - die lachten, praatten en om haar heen bewogen. Zij lachte niet, praatte niet en bewoog alleen als ze moest gaan verzitten vanwege haar versleten rugwervels. De zoon die naast haar zat gaf haar steeds een vorkje aan met een stuk appeltaart, terwijl hij met iemand anders praatte.
In de kamer ging ik bij haar zitten. Ik zat op het vloerkleed en leunde met mijn arm op de bank waarop zij lag. Ze had een mooi blauw wollen colbert aan. Ik zei dat. Ze zei dat ze dat al de hele winter en de hele zomer droeg. Ik vroeg hoe het was in het bejaardentehuis waar ze sinds kort woonde. Ze zei dat ze haast niet kon praten.
'Ik ben mijn stem verloren,' zei ze.
'Zal ik dan maar uit de kamer gaan?'
'Ja,' zei ze.
In de kamer ging ik bij haar zitten. Ik zat op het vloerkleed en leunde met mijn arm op de bank waarop zij lag. Ze had een mooi blauw wollen colbert aan. Ik zei dat. Ze zei dat ze dat al de hele winter en de hele zomer droeg. Ik vroeg hoe het was in het bejaardentehuis waar ze sinds kort woonde. Ze zei dat ze haast niet kon praten.
'Ik ben mijn stem verloren,' zei ze.
'Zal ik dan maar uit de kamer gaan?'
'Ja,' zei ze.
vrijdag 5 oktober 2012
That's life
De weervrouw op tv had het over een kleine actieve depressie die door ons land getrokken was en op de kaart wees ze de moederdepressie aan die een stuk rustiger was, maar ook een stuk groter.
Ik zag ons weer fietsen vanochtend midden in die kleine hyperactieve depressie. De grote voor me op het zadeltje met haar schooltas, en achterop het stoeltje zat de kleine in de grote rode regenbroek van haar zus, de groene regenlaarzen en een regenjas met strak dichtgesnoerde capuchon. Toen ik omkeek, zag ik het witte gezicht. Het lijfje heen en weer zwiepen. De regen striemen. Ze had vijf keer gespuugd die nacht.
'Je bent lief,' zei ik. 'En mooi.'
'Ja,' zei ze. 'En jij bent mama.'
Ik zag ons weer fietsen vanochtend midden in die kleine hyperactieve depressie. De grote voor me op het zadeltje met haar schooltas, en achterop het stoeltje zat de kleine in de grote rode regenbroek van haar zus, de groene regenlaarzen en een regenjas met strak dichtgesnoerde capuchon. Toen ik omkeek, zag ik het witte gezicht. Het lijfje heen en weer zwiepen. De regen striemen. Ze had vijf keer gespuugd die nacht.
'Je bent lief,' zei ik. 'En mooi.'
'Ja,' zei ze. 'En jij bent mama.'
donderdag 4 oktober 2012
Lezen
Er zaten twaalf cursisten en ik vroeg me af hoe ik ze nou écht goed kon uitleggen hoe je een verhaal schrijft. Ik had 'de structuur voor een traditioneel verhaal' uitgeprint. Maar daarmee wisten ze natuurlijk niets.
De ruimte was hel verlicht. De tafels stonden in een vierkant. De ogen waren op mij gericht.
In den beginne is er het woord, zei ik.
Op een gegeven moment ging ik 'Weerzien' voorlezen van Cheever, de grootmeester van het verhaal. Ik was van plan om een stukje te lezen en ze dan zelf iets te laten schrijven over een weerzien. Maar ik las het hele verhaal voor. Dat bleek een goed idee voor de rest van de les.
Later begreep ik pas dat ik dat gedaan had omdat alleen door verhalen te lezen, je kunt leren begrijpen hoe ze in elkaar zitten. Je een idee kunt krijgen over wat er allemaal mogelijk is.
Die dag had iemand mij een boek gestuurd, het was Pan van Knut Hamsun, met als opdracht 'deze moet je hebben.' Nu ligt het boek naast me, alsof het de sleutel is.
Halverwege de les begon ik te klappertanden. Vorige keer gebeurde dat ook, weet ik nog. Ik klappertandde terwijl het niet koud was.
De ruimte was hel verlicht. De tafels stonden in een vierkant. De ogen waren op mij gericht.
In den beginne is er het woord, zei ik.
Op een gegeven moment ging ik 'Weerzien' voorlezen van Cheever, de grootmeester van het verhaal. Ik was van plan om een stukje te lezen en ze dan zelf iets te laten schrijven over een weerzien. Maar ik las het hele verhaal voor. Dat bleek een goed idee voor de rest van de les.
Later begreep ik pas dat ik dat gedaan had omdat alleen door verhalen te lezen, je kunt leren begrijpen hoe ze in elkaar zitten. Je een idee kunt krijgen over wat er allemaal mogelijk is.
Die dag had iemand mij een boek gestuurd, het was Pan van Knut Hamsun, met als opdracht 'deze moet je hebben.' Nu ligt het boek naast me, alsof het de sleutel is.
Halverwege de les begon ik te klappertanden. Vorige keer gebeurde dat ook, weet ik nog. Ik klappertandde terwijl het niet koud was.
dinsdag 2 oktober 2012
Magie van de woorden
Elke dinsdag ben ik leesmoeder. Om beurten komen de kinderen de lerarenkamer in. Stuk voor stuk traag lopend, hoofd gebogen, boek bungelend tussen twee vingers. Het zijn de kinderen die als ze moeten stillezen stiekem niet lezen. Dat snap ik wel. De boekjes zijn te saai voor woorden. De hond is in het hok. Hij eet een brok. Waarom zou je moeite doen?
Ik zie die handen krommen, de benen schudden, de lijven wiebelen, terwijl de wijsvinger onder elk afzonderlijk woord schuift en zo hard op de pagina drukt dat het topje wit wordt. Ik zie verkrampte monden. Steeds opnieuw het woordje 'hond' moeten spellen. Hu.o.nnn.de of uhhu.o.n.be. De kinderen glijden bijna van hun stoel terwijl ze lezen. Maar steeds als hun hoofden bijna onder de tafel verdwenen zijn, herstellen ze zich. Naast hen zit ik, de vertegenwoordiger van de magie van het woord.
Maar alles, werkelijk alles, in de lerarenkamer is magisch, behalve de woorden.
Ik zie die handen krommen, de benen schudden, de lijven wiebelen, terwijl de wijsvinger onder elk afzonderlijk woord schuift en zo hard op de pagina drukt dat het topje wit wordt. Ik zie verkrampte monden. Steeds opnieuw het woordje 'hond' moeten spellen. Hu.o.nnn.de of uhhu.o.n.be. De kinderen glijden bijna van hun stoel terwijl ze lezen. Maar steeds als hun hoofden bijna onder de tafel verdwenen zijn, herstellen ze zich. Naast hen zit ik, de vertegenwoordiger van de magie van het woord.
Maar alles, werkelijk alles, in de lerarenkamer is magisch, behalve de woorden.
maandag 1 oktober 2012
Mijn oma
Mijn oma van zevenennegentig is pas geleden verhuisd van haar etage in het centrum van het dorp naar het bejaardentehuis dat aan de rand ervan ligt. Naast de oprit naar de snelweg. Ze vond het niet meer fijn om 's nachts alleen te zijn. Nu hoeft ze maar op een knop te drukken en dan is er iemand. De bejaarden wonen in noodgebouwen. Het echte bejaardentehuis is over twee jaar pas klaar.
Ik heb haar daar nog niet opgezocht. Ze woont in een kleine kamer volgepropt met meubels en laat de warme maaltijd die om half twaalf in de ochtend al in het restaurant geserveerd wordt, naar haar toe brengen. Ze vindt het te vermoeiend om erheen te gaan. Ze wil niet samen met de anderen eten.
'Ik heb niets meer om naar uit te kijken,' zegt ze vaak.
Abonneren op:
Posts (Atom)