maandag 15 oktober 2012

Dageinde

In de Volkskrant het bericht dat er vier onbekende brieven van de achttiende eeuwse schrijfster Belle van Zuylen gevonden zijn die ze schreef aan haar jonge neef. Nu heb ik net de dag ervoor per mail een ingescande brief ontvangen van een neef van mijn oma. Aan het eind van de jaren dertig schreef hij de brief van vijf kantjes naar zijn nicht. Toen de wereld nog voor haar open lag en zij evengoed niet mijn oma zou hoeven worden. Hij gaf haar het advies Eline Vere te lezen.
De neef was naar Brussel verhuisd en beeldhouwer geworden. En alles wat we er verder over weten is dat mijn oma, die over drie jaar honderd is, van haar moeder geen contact meer mocht hebben met de vrijdenkende neef.
Dit gedichtje had hij erbij bijgevoegd.

Indrukken van dageinde

Zwaar en drukkend woog op mij de boer,
En ik dacht aan ruwe menschen
Die wroetend in de bruine aarde
Vermoeid en afgemat de zon zien ondergaan

Die scheeve mond heeft zich geopend dan
En hij zei:
'Uit  d'aarde ben ik opgestaan
In d'aarde vind ik mijn bestaan'

zaterdag 13 oktober 2012

Schoolfeest

We waren met z'n vieren. Toen we eraan kwamen, was de school donker en het plein ervoor was leeg. Het regende maar we gingen iets langzamer lopen. Het was tien uur, een uur na aanvangstijd. Misschien waren wij de enigen die naar het schoolfeest gekomen waren. 'Zitten we dadelijk alleen met juf Ella, juf Suzanne, meester Robin en de conciërge,' giechelde één van ons.
'Ik schaam me dood,' zei ik.
Maar dichtbij zagen we dat de ramen geblindeerd waren, hoorden we het doffe bonken van de muziek en eenmaal binnen flikkerden de discoballen aan het plafond. De aula stond vol ouders. In de hal hingen we onze jassen op en kochten muntjes bij twee opgemaakte groep achters in strapless jurkjes. We liepen naar de tafel waar de mojito's gemaakt werden. We stonden op het gele linoleum en zogen aan onze rietjes. Veel mensen bewogen ritmisch op hun plaats met een drankje in de hand.
'We moeten een beetje doordrinken om alles in een ander licht te kunnen zien,' zei de buurman.
Misschien was dat inderdaad zo. We namen nog een mojito.
'De moeders stellen zich meer aan dan de vaders,' zei man. 'Moet je zien.'
De schoolband speelde Billy Jean van Michael Jackson. Het werd steeds drukker op de dansvloer. De eerste ouders waren al losgekomen. Er waren erbij die wat meer tijd nodig zouden hebben. Dat zag je.
In één keer waren we weer op een schoolfeest terechtgekomen, maar nu waren we allemaal oud en was de angel mijns inziens een beetje uit het feest. We waren allemaal ouders tenslotte.
In mijn eentje verliet ik uiteindelijk de dampende aula. Ik behoor nog steeds gewoon tot de groep de nooit los zou komen.




vrijdag 12 oktober 2012

Lol

In de Volkskrant las ik een stuk over die kerel, die filmmaker, die elk jaar een film maakt, - nu weer eentje over een jongen die enge opstellen schrijft en dat je op het laatst niet meer weet wat waar is en wat niet - de ene film die deze man maakt is beter dan de andere omdat je nu eenmaal niet aan de lopende band meesterwerken kunt produceren, maar ik las dat hij er plezier in had, boven alles had hij tijdens het filmmaken lol, omdat hij van spelen houdt zoals kinderen spelen, omdat hij meer van films houdt dan van de werkelijkheid, hoe heet-ie nou? Nog belangrijker dan zijn naam was dat ik ineens merkte dat ik was gaan vloeken. Om mijn naam als onredelijk agressieve vriendin van de columniste van de VPRO-gids eer aan te doen, deed ik er nog een tandje bovenop. Ook al hoorde niemand het.
Gewoon omdat die gozer gelijk had. Die Ozon. Dat was zijn naam. Hij wil gewoon lekker een beetje spelen, ik wil ook niet meer dan spelen. Waarom doe ik dat dan niet altijd? Moet je dat serieuze hoofd zien. Godverdomme. Neem een voorbeeld aan die Francois Ozon.

woensdag 10 oktober 2012

In de slaapkamer

In mijn grote gebloemde nachtjapon zit ik rechtop in bed, naast mij zit man met een extra large gestreepte pyjama. Alles flanel uit Zuid-Portugal. Hij draagt een leesbril van het Kruidvat. Ik heb een warmwaterkruik aan mijn voeten. Je zou denken dat het midwinter was. We lezen allebei een boek van dezelfde schrijver. Zijn hoofd op de achterkant is dus tweemaal naar de slaapkamer toegericht. Het ziet er daar niet goed uit. Op de vloer zwerven overal kledingstukken, handdoeken en sportschoenen. En op de vensterbank en de radiator liggen losse sokken. Een velours gordijn hangt half van de rails. Als de slaapkamer een afspiegeling van het huwelijksleven is, is het hier crisis.
Ik lees Visser van Rob van Essen. En man leest  Alles komt goed, zijn nieuwste boek.
'Hij doet me ergens aan jou denken,' had hij gezegd, 'hier krijgt zomaar ineens een spast een klap.'
Dus pakte ik meteen Visser uit de kast. Vannacht om half vijf las ik ook in Visser. We kunnen bijna van boeken wisselen.

dinsdag 9 oktober 2012

Zoektocht

De yogajuf draagt een mitella waaruit een enorme witte wijsvinger steekt.
Tijdens de meditatieoefening vertelt  ze ons over de zoete aardappel die ze aan het snijden is. En het scherpe mes. Ik snijd zo ratsj mijn vingertop eraf. Met het stuk vinger in mijn andere hand ga ik naar de buren, die brengen me meteen naar het ziekenhuis. Dus dan weet nu iedereen hoe het zo gekomen is. Vergeet nu alles wat er gebeurd is vandaag. De leuke dingen, maar ook de minder leuke dingen. Laat ze gaan. Adem in en uit. En ga naar het stille plekje in jezelf.  Ga naar het plekje dat je eigenlijk bent.

Een hele tijd lig ik te ademen. En ik raak paniekerig omdat ik het plekje dat ik eigenlijk ben, nergens kan vinden tussen het bloed, de afgesneden vingertopjes en de andere rotzooi. Ik ben ook altijd alles kwijt. Het ergste is dat ik niet eens echt mijn best doe om het te vinden, terwijl de juf ons vertelt dat de oorlogen zullen stoppen en dat er vrede op aarde zal komen als iedereen het stille plekje maar vaak genoeg opzoekt.


maandag 8 oktober 2012

Gesprek met oma

Mijn vaders verjaardag was  's ochtends in de keuken. Oma (97) zat aan het hoofd van de tafel, maar wilde niet lang na aankomst al in de kamer op de bank liggen. Het was te druk in de keuken. Een kakofonie van mensen - kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen - die lachten, praatten en om haar heen bewogen. Zij lachte niet, praatte niet en bewoog alleen als ze moest gaan verzitten vanwege haar versleten rugwervels. De zoon die naast haar zat gaf haar steeds een vorkje aan met een stuk appeltaart, terwijl hij met iemand anders praatte.
In de kamer ging ik bij haar zitten. Ik zat op het vloerkleed en leunde met mijn arm op de bank waarop zij lag. Ze had een mooi blauw wollen colbert aan. Ik zei dat. Ze zei dat ze dat al de hele winter en de hele zomer droeg. Ik vroeg hoe het was in het bejaardentehuis waar ze sinds kort woonde. Ze zei dat ze haast niet kon praten.
'Ik ben mijn stem verloren,' zei ze.
'Zal ik dan maar uit de kamer gaan?'
'Ja,' zei ze.

vrijdag 5 oktober 2012

That's life

De weervrouw op tv had het over een kleine actieve depressie die door ons land getrokken was en op de kaart wees ze de moederdepressie aan die een stuk rustiger was, maar ook een stuk groter.
Ik zag ons weer fietsen vanochtend midden in die kleine hyperactieve depressie. De grote voor me op het zadeltje met haar schooltas, en achterop het stoeltje zat de kleine in de grote rode regenbroek van haar zus, de groene regenlaarzen en een regenjas met strak dichtgesnoerde capuchon. Toen ik omkeek, zag ik het witte gezicht. Het lijfje heen en weer zwiepen. De regen striemen. Ze had vijf keer gespuugd die nacht.
'Je bent lief,' zei ik. 'En mooi.'
'Ja,' zei ze.  'En jij bent mama.'