vrijdag 14 december 2012

Nieuwsgierigheid

We hadden het over nieuwsgierigheid en toen dacht ik nieuwsgierigheid, wanneer was er hier voor het laatst nieuwsgierigheid? Het leek erop dat ik nooit nieuwsgierig was geweest en het ook niet meer zo snel zou worden.  In de column van Marja Pruis in de Groene las ik toen dat ze vorige week naar een documentaire over Jeanette Winterson keek en dat ze besefte hoe dorstig ze was. Er stond: 'Ik leef in een woestijn, in bezet gebied. Ik zie bijna nooit iets wat echt interessant is, of laat ik het zo zeggen: iets wat me wezenlijk interesseert.'
En toen werd ik nieuwsgierig naar die documentaire. Dus die zocht ik op en ik kwam uit op de BBC-site, maar daarvoor moet je een BBC-Iplayer hebben of zoiets en dat had ik allemaal niet en daar eindigde mijn nieuwsgierigheid alweer.
En toen las ik op het blog van Arnon Grunberg dat hij nieuwsgierig was naar de badkamer van de journaliste die hem interviewde. Hij schreef dat nieuwsgierigheid de essentie was van plezier hebben en van schrijven ook. In mijn hoofd ging ik de mensen na van wie ik de badkamers zou willen bekijken. Dat waren er nul. Wel zou ik altijd meer van de mensen willen weten dan dat ik weet. Bijna altijd.

donderdag 13 december 2012

Vertel

'Mijn vader is een autist, mijn moeder een narcist die totaal dement is. Ze zijn gescheiden toen ik 8 was. En de rest van mijn familie is vermoord in de oorlog omdat we Joods zijn,' zegt de cursiste aan het begin van de les.
'Dan heb je iets om over te schrijven,' zegt een ander.
'Ja, een ongelukkige jeugd is een goudmijn voor een schrijver,' valt weer een ander haar bij.
'Dat hoeft niet persé,' zeg ik maar.
'Eenzaam zijn als kind is wel handig hoor,' zegt de cursiste, 'je leert goed observeren.'
'Goed,' zeg ik, 'gaan we een rondje jeugd doen. Wie was er eenzaam als kind? Zijn er nog meer mensen met een ongelukkige jeugd?'
Ik zie volgens mij kleine knikjes.
'Vertel.'
Maar verder wil niemand er iets over vertellen. Het is ook moeilijk om het verhaal te overtreffen natuurlijk.

dinsdag 11 december 2012

Hubots op IJburg

Tegenwoordig zie ik hier ook wel Hubots in plaats van mensen. Misschien experimenteren ze op IJburg - toch al een experimenteel stukje Amsterdam - met de menselijke robot uit de serie Real Humans. Vandaar de perfectie. Misschien word ik stiekem door de Hubots omringd en ben ik de enige die zich niet tegelijk met haar Iphone hoeft op te laden
In de serie worden de Hubots ingezet als hulp in de huishouding. Het verzorgen van de kinderen. Je kunt een Hubot inkopen als vriendin. En als je er een speciale chip bij koopt, kun je ook seks met ze hebben. Heel ideaal. Ze komen dichtbij de perfecte mens. Ze liegen niet. Ze zijn vriendelijk en voorkomend. Onthouden alles. En worden niet oud en lelijk. Het enige is: ze hebben geen ziel maar een harde schijf.
Ik ben soms bang dat die Hubots hier in IJburg (ook wel: Hubot Heaven)  heel goed zouden aarden. En daarom ik niet echt.
Want ik lieg, ik ben niet vriendelijk en voorkomend. Mijn geheugen is weerzinwekkend slecht. Ik word oud en ook echt steeds lelijker. Ik ben niet geprogrammeerd, ik heb een ziel, ik doe maar wat.

maandag 10 december 2012

Alles

De stalen kam ligt al klaar op de badrand. Ze zitten elk aan een kant van het bad met veel schuim. Deetje speelt een rollenspel met een geel eendje en Jeetje gaat op in een mini-haai. Hun hoofden ingesmeerd met conditioner.
'Waarom bestaan luizen?' vraagt Jeetje. 'Waarvoor zijn ze nodig?'
'Tja.'
'En waarom bestaan mensen eigenlijk?' Haar stem klink feller. 'Ja, waarom bestáán wij. Dat wil ik nou eindelijk wel eens weten!'
'Om te leven?'
'Dat doen we gewoon. Waarom? Waar is dat voor nodig?'
'Om het leuk te hebben?'
'Als ik er niet was, zou ik overal tegelijk zijn. In de lucht, de zee, de bloemen. Ik was liever overal geweest. Dat lijkt me veel leuker.'
'Dan had je geen bewustzijn,' zeg ik.
'Wat is dat?'
'Dan is er niemand die het leuk vindt of juist niet leuk.'
'Nou, èn? Dat is dan toch ook niet nodig?'
'Dan was er geen Jeetje.'
Ze haalt haar schouders op. Haar hand springt met het haaitje door de lucht. 'Anders was ik alles geweest,' zegt ze dromerig.
Ik pak de stalen kam en trek haar hoofd naar achteren.

zondag 9 december 2012

Wij mensen

Er raast een storm over de vlakte waar ik ren, als enige. Een kleine tornado is het. De wolken zijn zwart, woest en grillig gevormd. Puntig. Scherper ook dan anders. Daarachter schijnt de zon, fel licht. Feller dan ooit. De twee dikke konijnen in de berm hebben moeite niet om te vallen. Hun oren waaien naar achteren. Ze schuilen samen achter een struikje. Dat vind ik mooi. De hele ochtend heb ik met Jeetje afleveringen van Human Planet gekeken. 'Er is maar één wezen op deze planeet dat in alle omstandigheden kan overleven,' hoor ik de stem van Carice van Houten weer zeggen. 'En dat zijn wij.'
Ik ren tot ik heel in de verte een ander mens zie aankomen, een man is het. Naast hem een kleiner mannetje op een fiets met zijwieltjes. Ik meen de man te herkennen, maar ik heb geen bril op. De symbiose tussen mens en natuur, denk ik. We naderen elkaar in rap tempo. De ander en ik. Alsof ik naar een aflevering van Human Planet kijk. Mijn ogen knijp ik samen om beter te zien. De man steekt zijn hand op. Het teken van begroeting. Maar pas als ik vlak voor hem sta, bijna neus aan neus, weet ik zeker dat het mijn redacteur is. Ik spring zachtjes op en neer tegenover hem. Om warm te blijven.

vrijdag 7 december 2012

Eerste natte sneeuw

Op ons nieuwbouweiland zijn we er weer helemaal klaar voor. Om half negen schuren de sleeën volgeladen met dikke en dunne kinderen al over de stoepen. Voortgetrokken door  hijgende vaders of moeders allemaal met kniehoge leren bontlaarzen, de mannen hebben Russische mutsen op hun hoofd, de vrouwen gekleurde oorwarmers. De kinderen dragen skilaarzen over hun maillots. De hele kleintjes hebben hun skipakjes al aan. Alles gevoerd met echt bont.
'Wat heb je gekregen van sinterklaas?'
De kinderen weten het echt niet meer, kunnen het zich niet herinneren. Met een klassenmoeder spreek ik over de vrijwillige bijdrage die de ouders in de klassepot hadden moeten doen. Drie Euro of minder.
'Misschien zijn er sommigen die het niet kunnen betalen,' zegt ze.
'Ik denk toch eerder aan luiheid.'
'Dat kun je niet zeggen,' zegt ze.





donderdag 6 december 2012

Peter

Ik werd gebeld door Peter.  Hij zei: 'Dag Elke.'
Het was half elf 's avonds, ik zat op de bank bij de houtkachel, en ik vroeg waar Peter mij zo laat nog voor belde, om er heel snel achteraan te zeggen dat ik niet echt een Peter kende, ja, ik ken wel Peters, mijn vader heet zo en ook de overbuurman, dat waren de Peters die meteen in mij opkwamen, maar geen van die Peters was de Peter die ik nu aan de lijn had, mijn vader klonk anders en zou ook niet snel 'met Peter' zeggen en ook Peter de overbuurman had niet zo'n lage stem.
Toen ik hem vroeg Peter Wie? zei hij: 'Peter Rutten.'
'Peter Rutten.'
'Ja,' zei hij.
'O ja. En waarvoor bel je ook alweer?'
'Gewoon om even te kletsen.' Er klonk verbazing in Peters stem.
Ik had Peter Rutten aan de lijn die ik moest kennen, maar ik wist echt niet waarvan ik Peter Rutten zou moeten kennen en ik schaamde me diep omdat ik zo snel de namen vergat van de mensen die me dierbaar waren, kennelijk zo dierbaar dat ze me om half elf 's avonds nog belden om even te kletsen.
Ik groef dieper naar de Peters in mijn geheugen. Er was een Peter die een bestseller geschreven had, een Peter die dood was en er was de broer van een aangetrouwde tante die ook Peter heette. In mijn hoofd klonken steeds de eerste regels van een Slauerhoff-gedicht: zeven zonen had moeder, allen heetten Peter, behalve Wanjka die Iwan heette.
'Komt het nu ongelegen, Elke?'
'Eh ja, Peter,' zei ik. Ik gluurde naar man die even verderop met gefronste wenkbrauwen naar het gesprek tussen Peter en mij zat te luisteren en weer schaamde ik me, de stem van Peter Rutten klonk zwoel, het moest mijn geheime minnaar zijn die op een verkeerd tijdstip belde, Peter Rutten en ik waren intimi, maar ik had dat verdrongen en nu kwam het alsnog allemaal uit.
'Lag je al in bed, Elke?' vroeg Peter.