donderdag 17 januari 2013

Donderdag

Deetje en ik hebben de dag samen doorgebracht, in plaats van elk onze eigen weg te gaan, want vannacht  werd ze ziek. 's Morgens vroeg al vertrekken we naar de bovenste verdieping waar de houtkachel brandt en waar de sneeuw wit en dik op het dakterras ligt en op de daken van de huizen. Daarachter het bevroren IJmeer. Hier brengen we de dag door, hier is alles gedempt. Ik zit er met mijn laptop en zij met een camperbus met poppetjes. We spelen. Het is jammer dat ik de houtkachel niet brandende weet te houden.

En ik stop haar in bad als ze gespuugd heeft.
'Met veel schuim?' vraagt ze hoopvol.
'Ja met veel schuim.'
'Heb je wel schuim gekocht?'
'Ik heb schuim gekocht.'

En als ze uit bad is, trek ik haar schone kleren aan, en even later moet ik haar opnieuw schone kleren aantrekken. Ze gaat slapen zonder slaapzakje.
'De slaapzakjes zijn vies,' zeg ik.
'De slaapzakjes zitten allemaal in de was,' zegt ze.
'Ja,' zeg ik.
'Jeetje slaapt ook zonder slaapzakje,' zegt ze.
'Ja,' zeg ik. Tevreden gaat ze liggen. Slaapt. Zoals haar grote zus zou slapen.

De vorige keer dat ze ziek was verscheen Het Spook. Zie hier.

dinsdag 15 januari 2013

Dinsdagmorgen

Om kwart voor negen zat ik in de lerarenkamer te wachten op het eerste kind dat bij mij zou komen, de leesmoeder, om hardop te lezen. Het jongetje kwam binnenlopen. Met gebogen hoofd.
'Ben je ook met de slee naar school gekomen?'
Hij schudde zijn hoofd.
'Lopend?'
Nee, hij was met de auto gekomen.
'Oe! Dat is ook gevaarlijk!'
Dat was het helemaal niet, zei het jongetje verveeld, ze hadden een Landrover.
'Begin maar,' zei ik.
De jongen begon. Woord voor woord kwam uit zijn mond. Hij las de d als een b en de b als een d en de h werd een n en ie werd ei en ei werd ie. Intussen waren de vrouw van de administratie en de juffrouw van de bibliotheek bezig de vier koffiezetapparaten die er stonden te vullen.
Bij het vierde kind kwam de concièrge binnen met een dweil en een emmer. Ik had niet gemerkt dat het water van het aanrecht op de grond kletterde. Eén koffiezetapparaat was twee keer met water gevuld, zei hij en dat hij ook wel wist wie het gedaan had, maar dat ging hij niet tegen haar zeggen.
Toen ik daarna naar huis liep, scheen man stapvoets voorbij te zijn gereden en een paar keer getoeterd te hebben. Aan de telefoon zei hij dat hij het raam open had gedaan en mijn naam had geroepen. Hij ging zelfs zover dat hij achteruit met me mee begon te rijden om mijn aandacht te trekken. En toen hij begon te slippen, is hij tenslotte maar doorgereden. Het gekke is dat ik niet weet waar ik was toen ik liep.


vrijdag 11 januari 2013

Handel in boze brieven

Boze brieven schrijf ik nooit meer. Helaas of misschien niet helaas. De tijd van de goeie boze brieven ligt in elk geval achter me. Er is email nu en vermoedelijk ben ik wijzer geworden. Want goeie boze emails schrijf ik ook eigenlijk niet.
Vroeger ging er zeer regelmatig één de deur uit, een kwaaie brief waar ik lang aan geschaafd had en die tot in de puntjes was uitgewerkt. De brief was volkomen in balans. Het mocht geen emotionele uitbarsting worden die alleen mijzelf verraadde.
De brief was uiteindelijk dodelijk. De ontvanger ervan en ik zouden daarna niet snel meer met elkaar door één deur kunnen. Dat was ook niet de bedoeling. De waarheid vertellen was mijn bedoeling, want die kende ik toen, de ontvanger pijn doen en kwetsen zoals hij of zij mij gekwetst had. Maar dan erger.  De brief moest ook een openbaring zijn voor de ander. Hij zou door mijn schrijven zichzelf beter leren kennen. Ook al had hij die kant van zichzelf nooit onder ogen willen komen; ik zou hem tonen.
De taal was mijn wapen. Dat is de taal natuurlijk nog steeds wel. Maar ik heb - helaas of niet helaas? -het gelijk niet meer zo aan mijn zijde als vroeger. Hoe ouder je wordt hoe meer het gelijk verdwijnt, is mij opgevallen.
Maar ik mis het schrijven van de boze brief ontzettend. Gisteravond vroeg man me om even te kijken naar een email die zijn compagnon en hij geschreven hadden aan een bedrijf dat de samenwerking met hen opzegde. Nog voor hij uitgepraat was, spurtte ik al naar mijn werkkamer.
'Dit vind je leuk om te doen, hè?' riep man mij na.
'Ja!' juichte ik. 'Geweldig.'
Dat was ook zo. Mijn hart ging er werkelijk sneller van kloppen.

Vanaf vandaag begin ik dan ook een handel in boze brieven.
Dus: Wil je iemand een boze brief schrijven? Kom je er niet uit? Wil je 'm perfectioneren? Stuur 'm naar mij en ik herschrijf 'm voor je, precies zoals je wil.
Wil je alleen tips? Dat is ook mogelijk.
Vergoeding nader overeen te komen.


donderdag 10 januari 2013

Kleur

De baliemedewerker schiet in de lach zodra ik het CREA-gebouw binnenloop, happend aan een peer. Ik moet ook lachen. Waarom weet ik eigenlijk niet. Lachen is nu eenmaal aanstekelijk.
'Jij hebt goede voornemens gemaakt dit jaar, zegt hij. 'Een heel nieuw imago!' Hij wijst naar de peer en naar mijn sjaal.
'Hoezo?'
'Ik ben van jou geen kleur gewend,' zegt hij.
'Mijn zwarte das heb ik ergens laten liggen, dus ik moest deze wel om.'
'Ja, zwart, dat past jou wel,' zegt hij. 'Zwart. Maar kleur...'
Ik kijk naar mezelf met die gezonde peer in mijn mond, de enorme bontgekleurde sjaal om mijn nek, het knotje op mijn kop, de bril op mijn neus. De lerarentas om mijn schouder.

Na de les sta ik na te praten met een cursist die Het besluit van Dola Korstjens gelezen heeft.
'En? Wat vond je ervan?'
'Nou,' zegt hij. En het blijft gevaarlijk stil.
'O,' zeg ik.
'Het titelverhaal vond ik mooi,' zegt hij dan. 'Het had de sfeer van Amélie Poulain. Maar dan precies de andere kant op. Helemaal grijs.'
'Grijs?'
'Het zijn geen verhalen waar je goed van slaapt,' zegt de cursist. 'Het is allemaal zo grijs en zwart. Word je volgende boek wel wat kleuriger? Stop je er meer kleur in?'
Ik denk aan het zwartgeblakerde gebied in de Schoorlse duinen waar mijn personage momenteel  doorheen banjert. De hoopjes as. De verbrande bomen. Verlangend naar een andere kleur. Ik kan hem niets beloven.





woensdag 9 januari 2013

Peter rules!

Een tijdje geleden Peter aan de telefoon, toen Peter op mijn blog, gisteren een korte versie van Peter in het Parool en nu diezelfde versie van Peter weer in een Torpedofilmpje. Het wordt tijd dat Peter weer eens belt voor iets nieuws.


dinsdag 8 januari 2013

Nitroglycerine in het bloed

Er zit nitroglycerine in mijn bloed. Toen ik jaren geleden het toneelstuk Curse of the Starving Class (of was het True West?) van Sam Shepard zag en die term hoorde, wist ik meteen dat dat het explosieve karakter van mijn familie verklaarde.
Mijn familie heeft het, ik heb het en het zit nu ook in het bloed van mijn dochters. Vanavond nog merkte ik iets van de nitroglycerine toen ik tijdens het verschonen van Deetje eerst een klap in mijn gezicht kreeg en hetzelfde handje me daarna een paar keer bij mijn nekvel greep om het flink hard om te draaien.
Ik had gezegd dat ze geen speentje kreeg.
Toen ik boos op haar werd, begon ze te huilen. Ze zei 'solly.'
'Weet je waarom je sorry moest zeggen?'
'Ja, ik heb geknepen en geslagen. En dat mag niet. En ik mag ook niet schoppen,' voegde het meisje op het aankleedkussen er braaf aan toe.
Even later stond ik tegenover Jeetje die naar me siste en haar lip optrok, zoals hondjes dat doen voordat ze gaan bijten. Dat deed ze omdat ik zei dat ze haar tanden moest gaan poetsen.
Nitroglycerine is een van de eerste krachtige springstoffen die werden ontwikkeld, lees ik op wikipedia. Het werd aanvankelijk gebruikt voor tunnelbouw, mijnbouw en dergelijke, maar door de grote gevoeligheid ervan -  het kan al exploderen bij een relatief kleine slag, stoot of wrijving - was het vervoer ervan een groot en gevaarlijk probleem.
Onhandig spul dus als dat door je aderen vloeit.

maandag 7 januari 2013

Verandering

In NRC van vandaag stond dat we de komende veranderingen in onze persoonlijkheid consequent onderschatten. We denken dat we over tien jaar nog ongeveer hetzelfde zijn. Maar dat is dus niet zo. Als we over tien jaar terugkijken, weten we niet meer wie we zien.
Ik denk inderdaad dat mijn persoonlijkheid vanaf nu niet zo gek veel meer zal veranderen.  Op wat punten en komma's na. Maar we veranderen veel meer dan we denken, allemaal. Dus ook ik.
We kunnen het ons nu alleen niet gemakkelijk voor de geest halen. De persoon die we dan zijn.
Er stond: 'Vaak verwarren mensen de kans dat iets zal gebeuren met het gemak waarmee ze zich het voor de geest kunnen halen. En: 'Doordat het moeilijk is om veranderingen te voorspellen die met henzelf te maken hebben, zouden mensen ten onrechte kunnen denken dat die veranderingen niet zo waarschijnlijk zijn.'
Wat ik me niet gemakkelijk voor de geest kan halen is dat ik een heel extravert, materialistisch persoon ben, iemand die alleen jurken en rokjes draagt, dol op binnenhuisarchitectuur, verknocht aan verenigingswerk in de vrije weekenden, stampvolle carnavalskroegen, gezelligheid, kaasfonduen, salsa dansen en al het andere wat ik me nu echt niet voor kan stellen.
Ik snap wel waarom we het allemaal het liefst zo lang mogelijk niet weten.