Er was het moment waarop ik Deetje gedag zei en glimlachte naar de leidster van het kinderdagverblijf en ik ineens niet zeker meer wist wie ik daarnet nou gekust had, was zij het, keek ze me daarom zo schalks lachend aan en waarom kleurden haar wangen rood en toen meteen de mijne ook? Had ik in alle hectiek per ongeluk de verkeerde gekust? Had ik de achtentwintigjarige leidster een enthousiaste dikke zoen op haar wang gegeven terwijl ik mijn tweejarige dochter een hele fijne dag wenste? Ik wist het niet meer. Zij zei er niets van. Toen ik de kou weer inging om samen met Jeetje naar school te lopen, zwaaiden Deetje en de leidster ons uit. Allebei even enthousiast leek wel.
dinsdag 22 januari 2013
maandag 21 januari 2013
Hoop
We keken DWDD toen ik weer gebeld werd door Peter die zich nu Rick noemde. Ik zonderde me meteen af.
'Dag Elke, je weet toch wie ik ben?'
'Ja natuurlijk. Peter! Peter Rutten!'
'Nee. Rick.'
'O. Rick. Rick?'
Het gesprek werd een herhaling van zetten. Ook Rick belde voor een kletsje. De tweede keer werkt zoiets niet. Rick wilde niet zeggen waarvoor hij belde noch wilde hij zeggen waar ik hem van zou moeten kennen. Rick deed professioneel vaag. Ik hoorde aan het accent dat Rick uit Nijmegen kwam en toen ik het vroeg, bevestigde hij dat inderdaad. Maar wat kon mij het eigenlijk schelen dat Rick uit Nijmegen kwam? Waarom verspilde ik mijn tijd aan Rick? Misschien kwam het omdat ik ziekjes ben en dus toch al bezig met tijd verspillen? Misschien hoopte ik dat Rick met iets interessants zou komen? Dat hoop ik heel vaak als ik met mensen praat.
Maar Rick vroeg naar mijn weekend 'lekker weekend gehad?' en vertelde over zijn lekkere weekend, hij was er nogal druk mee. Ik vroeg mij af waarom mensen toch altijd zo over het weekend zeuren. Ik had het gevoel dat het weekend alweer dagen achter me lag. Maar het bleek gisteren nog weekend te zijn geweest. Daar kon ik ineens niet over uit. De tijd ging erg veel langzamer dan ik dacht.
Toen ik zei dat ik wel klaar was met het gesprek, zei Rick: 'Dat is goed.' Ook al niet erg boeiend.
'Dag Elke, je weet toch wie ik ben?'
'Ja natuurlijk. Peter! Peter Rutten!'
'Nee. Rick.'
'O. Rick. Rick?'
Het gesprek werd een herhaling van zetten. Ook Rick belde voor een kletsje. De tweede keer werkt zoiets niet. Rick wilde niet zeggen waarvoor hij belde noch wilde hij zeggen waar ik hem van zou moeten kennen. Rick deed professioneel vaag. Ik hoorde aan het accent dat Rick uit Nijmegen kwam en toen ik het vroeg, bevestigde hij dat inderdaad. Maar wat kon mij het eigenlijk schelen dat Rick uit Nijmegen kwam? Waarom verspilde ik mijn tijd aan Rick? Misschien kwam het omdat ik ziekjes ben en dus toch al bezig met tijd verspillen? Misschien hoopte ik dat Rick met iets interessants zou komen? Dat hoop ik heel vaak als ik met mensen praat.
Maar Rick vroeg naar mijn weekend 'lekker weekend gehad?' en vertelde over zijn lekkere weekend, hij was er nogal druk mee. Ik vroeg mij af waarom mensen toch altijd zo over het weekend zeuren. Ik had het gevoel dat het weekend alweer dagen achter me lag. Maar het bleek gisteren nog weekend te zijn geweest. Daar kon ik ineens niet over uit. De tijd ging erg veel langzamer dan ik dacht.
Toen ik zei dat ik wel klaar was met het gesprek, zei Rick: 'Dat is goed.' Ook al niet erg boeiend.
zaterdag 19 januari 2013
Gelukkig
Zeventien jaar geleden alweer las ik onder andere Anna Karenina en Honderd jaar eenzaamheid gezeten bij de open haard ergens in de Franse Cevennes. Met een kilodoos bonbons erbij. Beide boeken maakten een enorme indruk. De rust waarmee ik ze las ook. Het lijkt alsof ik sindsdien nooit meer zo goed heb kunnen lezen als toen. Ik liep daar stage bij een schrijver en man, die ik nog maar net kende, was met me meegekomen.
We lazen elk avond, we tekenden of we schreven brieven. We dronken wijn en aten dus bonbons. Op zondag hadden we vrij, dan wandelden we in de bergen.
Een paar maanden woonden we in een gastenverblijf dat aan het kasteel van de schrijver vastzat. Het was winter, we raakten nog ingesneeuwd zelfs. We zaten er totaal geïsoleerd. 's Ochtends werkten we met z'n vieren buiten, de schrijver, zijn vrouw en wij twee. Man werkte 's middags op het landgoed terwijl ik in de werkkamer van de schrijver zat te werken. Aan mijn eigen bureautje. Ik zat in het derde jaar van de HKU en had nog allerlei post-modernistische ideeën over schrijven waar toen korte metten mee werd gemaakt. Het paste niet in de politieserie.
Als iemand me zou vragen naar een van de gelukkigste tijden uit mijn leven tot nu toe, zou ik ongetwijfeld hierover beginnen. Ik heb er op dit blog ook al weleens over geschreven. Die tijd in Frankrijk wordt met het jaar mooier valt me op.
Soms aten we bij de schrijver en zijn vrouw maar meestal kookte man. Hij braadde enorme speklappen en grote koteletten van de plaatselijke slager. Elke avond aten we een bak Häagen-Dasz ijs leeg. Ik kwam in die tijd meer dan tien kilo aan. Daar kwam ik pas achter toen ik weer thuis was. Weer terug in Nederland gingen die kilo's er zo snel af dat de huisarts dacht dat ik anorexia had. Maar dat had ik niet. Het ging helemaal vanzelf. Alles.
We lazen elk avond, we tekenden of we schreven brieven. We dronken wijn en aten dus bonbons. Op zondag hadden we vrij, dan wandelden we in de bergen.
Een paar maanden woonden we in een gastenverblijf dat aan het kasteel van de schrijver vastzat. Het was winter, we raakten nog ingesneeuwd zelfs. We zaten er totaal geïsoleerd. 's Ochtends werkten we met z'n vieren buiten, de schrijver, zijn vrouw en wij twee. Man werkte 's middags op het landgoed terwijl ik in de werkkamer van de schrijver zat te werken. Aan mijn eigen bureautje. Ik zat in het derde jaar van de HKU en had nog allerlei post-modernistische ideeën over schrijven waar toen korte metten mee werd gemaakt. Het paste niet in de politieserie.
Als iemand me zou vragen naar een van de gelukkigste tijden uit mijn leven tot nu toe, zou ik ongetwijfeld hierover beginnen. Ik heb er op dit blog ook al weleens over geschreven. Die tijd in Frankrijk wordt met het jaar mooier valt me op.
Soms aten we bij de schrijver en zijn vrouw maar meestal kookte man. Hij braadde enorme speklappen en grote koteletten van de plaatselijke slager. Elke avond aten we een bak Häagen-Dasz ijs leeg. Ik kwam in die tijd meer dan tien kilo aan. Daar kwam ik pas achter toen ik weer thuis was. Weer terug in Nederland gingen die kilo's er zo snel af dat de huisarts dacht dat ik anorexia had. Maar dat had ik niet. Het ging helemaal vanzelf. Alles.
vrijdag 18 januari 2013
Het ergste in je leven tot nu toe
Jeetje (7) moest een vraag bedenken die ze aan haar klasgenoten mocht stellen in het kader van interview-technieken. De eerste vraag die ze bedacht was: 'Wat is het ergste dat je hebt meegemaakt in je leven tot nu toe?'
Ik vond dat wel een goeie. Ik zou dat ook willen weten van mensen. Vooral dat 'tot nu toe' in de vraag doet het hem. Ik zie de zevenjarigen kijken. Het heeft iets dreigends. Het impliceert dat er dan wel iets ergs gebeurd kan zijn, maar dat het ergste nog altijd moet komen.
Maar toen kreeg ik meteen de vraag.
'Eh ja, het érgste zeg je?'
'Ja, en waar was je toen?'
'Eh...'
'Met wie was je?'
'Eh, ik, eh. Ik weet niet. Eh.'
'Wat gebeurde er precies?'
'Nou, eh.'
'Hoe liep het af?'
'Slecht natuurlijk.'
Ik vond dat wel een goeie. Ik zou dat ook willen weten van mensen. Vooral dat 'tot nu toe' in de vraag doet het hem. Ik zie de zevenjarigen kijken. Het heeft iets dreigends. Het impliceert dat er dan wel iets ergs gebeurd kan zijn, maar dat het ergste nog altijd moet komen.
Maar toen kreeg ik meteen de vraag.
'Eh ja, het érgste zeg je?'
'Ja, en waar was je toen?'
'Eh...'
'Met wie was je?'
'Eh, ik, eh. Ik weet niet. Eh.'
'Wat gebeurde er precies?'
'Nou, eh.'
'Hoe liep het af?'
'Slecht natuurlijk.'
donderdag 17 januari 2013
Donderdag
Deetje en ik hebben de dag samen doorgebracht, in plaats van elk onze eigen weg te gaan, want vannacht werd ze ziek. 's Morgens vroeg al vertrekken we naar de bovenste verdieping waar de houtkachel brandt en waar de sneeuw wit en dik op het dakterras ligt en op de daken van de huizen. Daarachter het bevroren IJmeer. Hier brengen we de dag door, hier is alles gedempt. Ik zit er met mijn laptop en zij met een camperbus met poppetjes. We spelen. Het is jammer dat ik de houtkachel niet brandende weet te houden.
En ik stop haar in bad als ze gespuugd heeft.
'Met veel schuim?' vraagt ze hoopvol.
En ik stop haar in bad als ze gespuugd heeft.
'Met veel schuim?' vraagt ze hoopvol.
'Ja met veel schuim.'
'Heb je wel schuim gekocht?'
'Ik heb schuim gekocht.'
En als ze uit bad is, trek ik haar schone kleren aan, en even later moet ik haar opnieuw schone kleren aantrekken. Ze gaat slapen zonder slaapzakje.
'De slaapzakjes zijn vies,' zeg ik.
'De slaapzakjes zitten allemaal in de was,' zegt ze.
'Ja,' zeg ik.
'Jeetje slaapt ook zonder slaapzakje,' zegt ze.
'Ja,' zeg ik. Tevreden gaat ze liggen. Slaapt. Zoals haar grote zus zou slapen.
De vorige keer dat ze ziek was verscheen Het Spook. Zie hier.
'De slaapzakjes zijn vies,' zeg ik.
'De slaapzakjes zitten allemaal in de was,' zegt ze.
'Ja,' zeg ik.
'Jeetje slaapt ook zonder slaapzakje,' zegt ze.
'Ja,' zeg ik. Tevreden gaat ze liggen. Slaapt. Zoals haar grote zus zou slapen.
De vorige keer dat ze ziek was verscheen Het Spook. Zie hier.
dinsdag 15 januari 2013
Dinsdagmorgen
Om kwart voor negen zat ik in de lerarenkamer te wachten op het eerste kind dat bij mij zou komen, de leesmoeder, om hardop te lezen. Het jongetje kwam binnenlopen. Met gebogen hoofd.
'Ben je ook met de slee naar school gekomen?'
Hij schudde zijn hoofd.
'Lopend?'
Nee, hij was met de auto gekomen.
'Oe! Dat is ook gevaarlijk!'
Dat was het helemaal niet, zei het jongetje verveeld, ze hadden een Landrover.
'Begin maar,' zei ik.
De jongen begon. Woord voor woord kwam uit zijn mond. Hij las de d als een b en de b als een d en de h werd een n en ie werd ei en ei werd ie. Intussen waren de vrouw van de administratie en de juffrouw van de bibliotheek bezig de vier koffiezetapparaten die er stonden te vullen.
Bij het vierde kind kwam de concièrge binnen met een dweil en een emmer. Ik had niet gemerkt dat het water van het aanrecht op de grond kletterde. Eén koffiezetapparaat was twee keer met water gevuld, zei hij en dat hij ook wel wist wie het gedaan had, maar dat ging hij niet tegen haar zeggen.
Toen ik daarna naar huis liep, scheen man stapvoets voorbij te zijn gereden en een paar keer getoeterd te hebben. Aan de telefoon zei hij dat hij het raam open had gedaan en mijn naam had geroepen. Hij ging zelfs zover dat hij achteruit met me mee begon te rijden om mijn aandacht te trekken. En toen hij begon te slippen, is hij tenslotte maar doorgereden. Het gekke is dat ik niet weet waar ik was toen ik liep.
'Ben je ook met de slee naar school gekomen?'
Hij schudde zijn hoofd.
'Lopend?'
Nee, hij was met de auto gekomen.
'Oe! Dat is ook gevaarlijk!'
Dat was het helemaal niet, zei het jongetje verveeld, ze hadden een Landrover.
'Begin maar,' zei ik.
De jongen begon. Woord voor woord kwam uit zijn mond. Hij las de d als een b en de b als een d en de h werd een n en ie werd ei en ei werd ie. Intussen waren de vrouw van de administratie en de juffrouw van de bibliotheek bezig de vier koffiezetapparaten die er stonden te vullen.
Bij het vierde kind kwam de concièrge binnen met een dweil en een emmer. Ik had niet gemerkt dat het water van het aanrecht op de grond kletterde. Eén koffiezetapparaat was twee keer met water gevuld, zei hij en dat hij ook wel wist wie het gedaan had, maar dat ging hij niet tegen haar zeggen.
Toen ik daarna naar huis liep, scheen man stapvoets voorbij te zijn gereden en een paar keer getoeterd te hebben. Aan de telefoon zei hij dat hij het raam open had gedaan en mijn naam had geroepen. Hij ging zelfs zover dat hij achteruit met me mee begon te rijden om mijn aandacht te trekken. En toen hij begon te slippen, is hij tenslotte maar doorgereden. Het gekke is dat ik niet weet waar ik was toen ik liep.
vrijdag 11 januari 2013
Handel in boze brieven
Boze brieven schrijf ik nooit meer. Helaas of misschien niet helaas. De tijd van de goeie boze brieven ligt in elk geval achter me. Er is email nu en vermoedelijk ben ik wijzer geworden. Want goeie boze emails schrijf ik ook eigenlijk niet.
Vroeger ging er zeer regelmatig één de deur uit, een kwaaie brief waar ik lang aan geschaafd had en die tot in de puntjes was uitgewerkt. De brief was volkomen in balans. Het mocht geen emotionele uitbarsting worden die alleen mijzelf verraadde.
De brief was uiteindelijk dodelijk. De ontvanger ervan en ik zouden daarna niet snel meer met elkaar door één deur kunnen. Dat was ook niet de bedoeling. De waarheid vertellen was mijn bedoeling, want die kende ik toen, de ontvanger pijn doen en kwetsen zoals hij of zij mij gekwetst had. Maar dan erger. De brief moest ook een openbaring zijn voor de ander. Hij zou door mijn schrijven zichzelf beter leren kennen. Ook al had hij die kant van zichzelf nooit onder ogen willen komen; ik zou hem tonen.
De taal was mijn wapen. Dat is de taal natuurlijk nog steeds wel. Maar ik heb - helaas of niet helaas? -het gelijk niet meer zo aan mijn zijde als vroeger. Hoe ouder je wordt hoe meer het gelijk verdwijnt, is mij opgevallen.
Maar ik mis het schrijven van de boze brief ontzettend. Gisteravond vroeg man me om even te kijken naar een email die zijn compagnon en hij geschreven hadden aan een bedrijf dat de samenwerking met hen opzegde. Nog voor hij uitgepraat was, spurtte ik al naar mijn werkkamer.
'Dit vind je leuk om te doen, hè?' riep man mij na.
'Ja!' juichte ik. 'Geweldig.'
Dat was ook zo. Mijn hart ging er werkelijk sneller van kloppen.
Vanaf vandaag begin ik dan ook een handel in boze brieven.
Dus: Wil je iemand een boze brief schrijven? Kom je er niet uit? Wil je 'm perfectioneren? Stuur 'm naar mij en ik herschrijf 'm voor je, precies zoals je wil.
Wil je alleen tips? Dat is ook mogelijk.
Vergoeding nader overeen te komen.
Vroeger ging er zeer regelmatig één de deur uit, een kwaaie brief waar ik lang aan geschaafd had en die tot in de puntjes was uitgewerkt. De brief was volkomen in balans. Het mocht geen emotionele uitbarsting worden die alleen mijzelf verraadde.
De brief was uiteindelijk dodelijk. De ontvanger ervan en ik zouden daarna niet snel meer met elkaar door één deur kunnen. Dat was ook niet de bedoeling. De waarheid vertellen was mijn bedoeling, want die kende ik toen, de ontvanger pijn doen en kwetsen zoals hij of zij mij gekwetst had. Maar dan erger. De brief moest ook een openbaring zijn voor de ander. Hij zou door mijn schrijven zichzelf beter leren kennen. Ook al had hij die kant van zichzelf nooit onder ogen willen komen; ik zou hem tonen.
De taal was mijn wapen. Dat is de taal natuurlijk nog steeds wel. Maar ik heb - helaas of niet helaas? -het gelijk niet meer zo aan mijn zijde als vroeger. Hoe ouder je wordt hoe meer het gelijk verdwijnt, is mij opgevallen.
Maar ik mis het schrijven van de boze brief ontzettend. Gisteravond vroeg man me om even te kijken naar een email die zijn compagnon en hij geschreven hadden aan een bedrijf dat de samenwerking met hen opzegde. Nog voor hij uitgepraat was, spurtte ik al naar mijn werkkamer.
'Dit vind je leuk om te doen, hè?' riep man mij na.
'Ja!' juichte ik. 'Geweldig.'
Dat was ook zo. Mijn hart ging er werkelijk sneller van kloppen.
Vanaf vandaag begin ik dan ook een handel in boze brieven.
Dus: Wil je iemand een boze brief schrijven? Kom je er niet uit? Wil je 'm perfectioneren? Stuur 'm naar mij en ik herschrijf 'm voor je, precies zoals je wil.
Wil je alleen tips? Dat is ook mogelijk.
Vergoeding nader overeen te komen.
Abonneren op:
Posts (Atom)