donderdag 16 mei 2013

Het was en bleef feest

Op de heugelijke ochtend verlieten we dan eindelijk het huis. De lucht was zwaar en grijs. Het motregende. Maar dat drukte de pret niet. Het was al tien over half negen en om kwart voor negen moest de jarige in haar klaslokaal zitten. Ik had twee manden met puntzakken gesneden wortels die niet om mochten vallen, en aan mijn zijde had ik twee meisjes. Een dwarse peuter met een papieren hoed met een drie erop demonstratief over haar oren getrokken - 'IK ben jarig, niet zij' - en een zenuwachtige blije achtjarige.

Voor we buiten stonden, had de peuter al een paar keer andere kleren aangetrokken, - ze wilde geen legging maar een maillot en nadat ze het verwisseld had, wilde ze toch liever een legging maar dan een andere kleur  en toen ik haar haar in twee staartjes bijeen gebonden had, trok ze de elastiekjes er meteen weer uit want ze wilde er maar één! Voor ik het wist, waren ook al haar kleren weer uit en rende ik achter het ongeleide projectiel aan door het huis. De jarige danste om me heen 'wanneer gaan we nou? wanneer gaan we nou?'

Maar goed. Het was en bleef feest en we stonden op een gegeven moment aangekleed buiten, de theedoeken waaiden meteen van de mandjes en vielen in een plas, de driejarige wilde niet lopen, wilde niet op die fiets maar op een andere en de tijd tikte. Na een paar keer heen en weer naar binnen te zijn gerend, o.a. voor plastic zakken die ik om de manden moest zien te krijgen, trok ik de deur hard achter me dicht en had ik in plaats van de huissleutel een fietssleutel in mijn hand.

Veel te laat schreed de jarige met haar traktatie-manden de klas in maar dat gaf niet. Ze was er tenminste. Even later stonden de peuter en ik voor ons huis. Zonder sleutel. Zonder telefoon. Zonder geld ook. De regen kwam met bakken uit de hemel. De buurvrouw met reservesleutel was niet thuis. Ik wilde gestrekt in een plas gaan liggen. De peuter was weer helemaal haar gezellige zelf.

dinsdag 14 mei 2013

Voorbereidingen

Daarnet heb ik duizenden wortels als frietjes gesneden en daar dertig mini-puntzakjes mee gevuld. Met één snoepje ertussen waar het iedereen om te doen zal zijn. Het verpakken was nog een heel gedoe want de gesneden wortels mogen niet uitgedroogd zijn voor Jeetje er morgen in de klas mee rondgaat. Het meeste gedoe was het om de plastic folie fatsoenlijk van de rol af te krijgen. Voor elk puntzakje afzonderlijk. Ik werd er krankjorum van.
Daarna heb ik een kattenbak feestelijk ingepakt. En een krabplank.
In de kattenwinkel in de Jordaan stond een oude dame achter de toonbank. Ze sprak over het kleine poesje dat over enkele weken in ons huis komt wonen alsof het een nieuwe baby was. Ik luisterde naar haar zachte liefdevolle stem  en wist dat het waar was. We zijn hier met z'n allen toch een beetje in verwachting. Kattenmens of niet.
Ze zei: 'je kun het poesje het beste kamer voor kamer laten wennen. Ze is nog zo klein en dan meteen in zo'n groot huis. Misschien moet je er twee nemen, een broertje of zusje erbij, dan is ze niet zo alleen. Een kattenbak heb je nu toch al?'
Ik vond het ook ineens zielig voor het hele kleine babypoesje. Weggehaald uit het nest. Gedropt in een vreemd huis met vreemde mensen. Ze kon maar beter een bekende bij zich hebben.
Ik weet nog dat ik tegen de vrouw zei: 'we hebben gordijnen die gemaakt zijn van zijden sjaaltjes. Designgordijnen. Dat is eigenlijk het enige in ons huis wat ik echt mooi vind.'
De vrouw glimlachte en herhaalde het woord 'gordijnen.'
Even later zei ze: 'ze moet toch iets hebben om in te klimmen?'
Dat was ook wel zo.

maandag 13 mei 2013

Terug

Tijdens onze vakantieweek in Frankrijk vroeg Jeetje zich af of er  meer kon zijn dan alles en wat dat dan zou zijn  - 'je hebt alles, maar als er nou meer is dan alles? Als ik bijvoorbeeld een foto van alles maak, waar ben ik dan?' - terwijl op datzelfde moment Deetje voor het eerst van haar leven op de wc poepte omdat haar een lolly in het vooruitzicht gesteld was. In die ene week moest ik mezelf steeds opnieuw vertellen dat ik niet aan het verzaken was, dat ik niet eigenlijk moest schrijven, maar dat ik vrij was. Eindelijk las ik De weg van Cormac McCarthy. Op de heenweg aten we broodjes met gebakken ei in de auto en op de terugweg ook. Op de heenweg was Deetje jarig en overmorgen is Jeetje jarig. Twee dozen met verschrikkelijk goeie champagne hebben we meegenomen en een servies van de brocante. Op facebook kwam ik de zin tegen: 'Leef! want dood zijn kun je altijd nog.'

vrijdag 3 mei 2013

Vrij

Op een borrel vroeg iemand me gisteren hoeveel kinderen ik had. Ik zei twee. Een blonde dromerige dunne van bijna acht en een dikke donkere aardse van bijna drie. Jeetje en Deetje.
'Die dikke donkere vind ik meteen al leuk,' zei ze.
'Dat klopt. Maar die andere is ook leuk.'
'Jij bent een goeie moeder,' zei ze. 'Dat hoor ik wel.'
'Het is ook gewoon zo.'
Ze lachte.
Ik dacht aan Jeetje die uit logeren was en de foto's die mij een uur daarvoor gemaild waren. Jeetje op een boerderij in Siebengewald met het zelf uitgekozen jonge katje in haar handen dat ze voor haar verjaardag zal krijgen. Die twee witte grotemensentanden, haar lach en dat intens gelukkige hoofd. 'Hoe kan het dat mijn ouders dit nu ineens goed vinden!'  Ik zou haar zo een nest katten geven en een paard. Ook al wilde ik geen huisdier.
Het gesprek ging er gisteren ook nog over dat haar vriendinnen nu allemaal kinderen kregen, maar zij wilde ze niet. Nog niet. Of waarschijnlijk nooit.
Ik zei zoiets van: 'als je niet hoeft, blijf dan vrij.'
Ik fluisterde het. Alsof het een geheim was. Als je de rivier niet over hoeft te steken, blijf dan daar. Zoiets.
'Maar aan de andere kant wil je ze natuurlijk ook weer niet missen,' zei zij.
'Nee.'
Het klopte niet eens van dat vrij zijn. Sinds ik kinderen heb, krijg ik ook pas boeken af. Omdat er iets belangrijkers is dan alleen het schrijven. En daardoor de druk minder groot werd. Het is eerder een stoere uitspraak van iemand van veertig tegen iemand van dertig.  'Als je niet hoeft, blijf dan vrij.'
Ik weet niet wat het precies is.

zaterdag 27 april 2013

Bijna jarig

'Een oranje vlaggetje op de tram!' roept Deetje. Over de IJburglaan fietsen we, ik heb de bijna driejarige achterop, de bijna acht- en negenjarige fietsen naast of achter me. En dan fietsen ze weer voorop. Ze zijn druk in gesprek. We zijn de hele ochtend in de speeltuin in het Theo Van Goghpark geweest. Het was er precies goed. Schommels, kabelbaan, glijbanen. Voor we weer gingen hebben we oranje donuts gegeten. 'Waar blijft de koning nou?' vroeg Deetje voor ze er in hapte. Ze keek om zich heen. Het was de verjaardag van de koning, we aten een donut, maar waar bleef de jarige job zelf nu eigenlijk?
Bij de espressofabriek zitten mensen op het terras. Het ziet er goed uit. Al dragen ze dikke jassen.
'Oók op de bus een vlaggetje!' roept Deetje nu. Het is waar. Overal wapperen de vlaggen.
Hier fietst de bijna veertigjarige. En meteen daarna bedenk ik dat ik zeker op de helft van mijn leven zit. Hoe afgrijselijk snel dat gegaan is. Ik denk aan de mensen die ik ken en al lang over de helft van hun leven zijn. Nog meer denk ik aan het niet weten hoe lang nog. Voor iedereen. Misschien is dit wel anderhalve week voor het einde. De IJburglaan is lang en kaarsrecht en je kunt erg veel nare dingen denken als je daar op rijdt, terwijl je tegelijkertijd echt gezellig met je dochters en haar vriendin aan het fietsen bent.
'Na de koning ben ik jarig, hè? zegt Deetje. 
'Ja, dan ben jij jarig.'
'Ik krijg ook vlaggetjes.'

donderdag 25 april 2013

De leuke vader

Bij een optreden van Jeetje en haar klas in het muziekgebouw ontmoet ik een leuke vader. Hij helpt ook mee de kinderen de tram in te begeleiden, er weer uit en ze daarna het muziekgebouw in te loodsen. Als schaapjes. En wij zijn de herders.
Eenmaal in de zaal waar het zo dadelijk allemaal zal gebeuren, vraagt hij: 'ken ik jou van dat krantje?"
'Ja, dat kan.'
'Leuke stukjes. Vooral over die seksfeesten.'
'Mijn onderzoek naar de seksfeesten is helaas doodgelopen,' zeg ik.
'Het is vreemd met ouders,' zegt de leuke vader, 'ze hebben het alleen nog over hun kinderen. Alsof mensen als ze ouders zijn ineens binnen bepaalde grenzen blijven. Ze schieten in een mal. Terwijl ze zo niet zijn.'
'Ja, vandaar die stiekeme seksfeesten dus. De ontsnapping.'
'De eerste keren dat ik op het schoolplein kwam, viel het me behoorlijk tegen,' zegt hij.
'Ik heb al geprobeerd de seksfeesten zo persoonlijk mogelijk te maken,' zeg ik. 'Terug naar de kern.'
'Dat is goed. Dat moet je altijd doen. Het kan niet persoonlijk genoeg!'
'Ik wilde een hele reeks schrijven over mijn bezoekjes aan de buren en dat het daarmee in wezen begint. Maar ik bleef steken bij één stukje.'
De vader kijkt mij aan. Hij zegt: 'Misschien moet je het juist even helemaal aan de andere kant van het spectrum zoeken.'
'O zo,' zeg ik.
Om ons heen stroomt de zaal vol met kinderen en ouders. De voorstelling begint. Ik blijf maar nadenken over de andere kant van het spectrum van de seksfeesten.

dinsdag 23 april 2013

De doos

Een paar dagen voor de verjaardag van man werd er een grote bruine doos bij ons afgeleverd met aan beide zijden de afbeelding van een gril. Daaronder het woord 'grill'. Het handvat van ons tosti-ijzer was afgebroken omdat het brood dat we ertussen stopten te dik was. Dat zou met zo'n gril niet gebeuren, dacht ik zo. Man was de enige die thuis was toen de doos bezorgd werd en hij had de doos dus ook in ontvangst genomen.
'Wat zit er in die doos, papa?' vroeg Jeetje toen ze thuiskwam.
'Boeken voor mama denk ik,' zei hij.
'Die doos is het cadeau voor papa. Niet zeggen,' zou ik haar later influisteren. 'Dat is ons geheim.'
Jeetje glunderde. Sindsdien werden er onophoudelijk zinspelingen gemaakt over de doos en over tosti's.
'Papa, we brengen even de doos met boeken voor mama naar boven, hoor!'
'Jammer hè? Dat we geen tosti's meer kunnen maken?'
We pakten de doos samen in en verborgen de doos daarna onder jassen en dekens. We barricadeerden de deur voor de bijna-jarige. Een dag voor het feest nam Jeetje haar kleine zus mee naar boven om haar deelgenote te maken van de doos.

De klein zus riep bovenaan de trap al: 'Er staat een groot cadeau op mama's werkkamer!'
'O ja?' zei man.
'Ja, dat is een verrassing,' zei ze. 'Voor jouw verjaardag! Een heel groot cadeau.'
'Dat mag papa niet weten, hè?' zei ik.
'Nee!,' zei ze blij.

's Avonds voor het slapengaan zei Deetje nog. 'Papa? Het tosti-ijzer is toch stuk, hè?'
'Ja, het tosti-ijzer is stuk,' zei man.
'Ja. En als jij morgen jarig bent, is het tosti-ijzer niet meer stuk!'

Toen de grote dag aanbrak, terwijl man het papier van de doos scheurde, was de spanning om te snijden. Wat zou erin zitten?