Als ik de deur open, is er eerst de fotomuur met haar lachende kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Daarachter zit oma (bijna 98) op haar nieuwe stoel die haar met een paar drukken op de knoppen overeind kan helpen. Ze luistert naar de klassieke zender op de radio, net zoals de vorige keer dat ik hier kwam. Dat is alweer lang geleden.
Nu verwacht ze me niet. Het duurt een paar seconden voor ze me herkent. Er lopen in het bejaardentehuis zoveel verschillende meisjes, nee vrouwen, haar kamer in.
Ik buig voorover, kus haar en ze fluistert dat ze alles vergeet. Maar al gauw blijkt dat dat niet waar is.
Het gaat trager, dat wel. Ze is ook steeds zo moe, zegt ze. Ze hoopt elke dag op beterschap maar zodra ze 's ochtends ontwaakt, is ze alweer doodmoe. Zelfs van praten, raakt ze uitgeput. Ze heeft geen vooruitzicht meer. Ja, in haar hoofd is ze nog altijd dezelfde, in haar hoofd kan ze alles nog, maar de realiteit is anders. Dat gevoel ken ik goed. De realiteit die niet lijkt te kloppen. Die lelijk is. Uitputtend ook. Maar geen mens komt er onderuit. Ook oma niet. Toch is er nog altijd een beetje hoop dat ze op een dag wakker wordt en weer 'de oude' zal zijn. Oké, niet helemaal de oude. Dat verwacht ze niet. Alleen iets meer uitgerust. Meer vraagt ze niet.
'Dag schat,' zegt ze als ik weer ga. 'Tot de volgende keer misschien.'
'Ik hoop het wel,' zeg ik. 'Maar jij niet zeker?'
'Jawel,' zegt ze, 'als ik maar iets beter ben. Dan hoop ik het zeker wel.' Oma laat haar stoel in de ligstand glijden.
maandag 24 juni 2013
vrijdag 21 juni 2013
Allerlaatste werkdag
Een paar dagen voor de uitgerekende datum, ging ik in de Balie een lezing houden over Alice Munro die in haar beginjaren 'de schrijvende huisvrouw' werd genoemd en inmiddels heel vaak wordt getipt voor de Nobelprijs voor Literatuur. Het moest gaan over mijn liefde voor haar werk. Ik was al weken bezig een deel van haar oeuvre te herlezen en had geprobeerd een doorwrocht stuk te schrijven. Het zou het beste zijn geweest ter plekke een verhaal van Munro voor te lezen. Maar daar zijn haar verhalen allemaal te lang voor.
Mijn lezing begon op het moment waarop ik in die tijd naar bed ging. Wijdbeens en traag fietste ik rond tienen naar het Leidseplein. 'Lastmens' was net uit. Dus ik stond al steeds meer in de belangstelling dan ik eigenlijk zou willen. Maar dit was echt mijn allerlaatste werkdag.
In de Balie werd ik in het midden van de ruimte geplaatst, kogelrond achter een piepklein tafeltje. Een kring van mensen sloot zich om me heen. Alles van mij, het hele gevaarte kon een uur lang minutieus bekeken worden. De voor, achterkant en zelfs de flanken. Het bulkte over het krukje waarop ik zat.
Het zou voor dit stukje het mooist geweest zijn als toen, met al die ogen op me gericht, de weeën begonnen. Maar die begonnen niet. Misschien is dat toch nóg mooier. Laat me maar aanmodderen.
Ja, hoe ik hier nu op kom? Alice Munro heeft net, op 82-jarige leeftijd, aangekondigd dat ze nooit meer iets nieuws zal publiceren. Haar werk zit erop. Het is beter op het hoogtepunt te stoppen, heeft ze gezegd.
Mijn lezing begon op het moment waarop ik in die tijd naar bed ging. Wijdbeens en traag fietste ik rond tienen naar het Leidseplein. 'Lastmens' was net uit. Dus ik stond al steeds meer in de belangstelling dan ik eigenlijk zou willen. Maar dit was echt mijn allerlaatste werkdag.
In de Balie werd ik in het midden van de ruimte geplaatst, kogelrond achter een piepklein tafeltje. Een kring van mensen sloot zich om me heen. Alles van mij, het hele gevaarte kon een uur lang minutieus bekeken worden. De voor, achterkant en zelfs de flanken. Het bulkte over het krukje waarop ik zat.
Het zou voor dit stukje het mooist geweest zijn als toen, met al die ogen op me gericht, de weeën begonnen. Maar die begonnen niet. Misschien is dat toch nóg mooier. Laat me maar aanmodderen.
Ja, hoe ik hier nu op kom? Alice Munro heeft net, op 82-jarige leeftijd, aangekondigd dat ze nooit meer iets nieuws zal publiceren. Haar werk zit erop. Het is beter op het hoogtepunt te stoppen, heeft ze gezegd.
woensdag 19 juni 2013
De processen
Toen ik wakker werd stak ik mijn kloppende, geschilde middelvinger hoog de lucht in. En in de spiegel zag ik dat mijn ogen diep weggezonken waren in hun kassen. Veel te diep. Meteen trok ik mijn renkleding aan. Nu zit ik hier achter mijn bureau om zo dadelijk een rondje te gaan rennen, voordat die gigantische hitte toeslaat, en iets nieuws te bedenken. Een volgend project. Er moet iets constructiefs in het hoofd zitten om aan te werken, alleen een kerstverhaal is te weinig. Ik weet al wel waar het volgende boek over zal gaan, tijdens het rennen denk ik verder aan waar ik gebleven was, maar ik heb de samenhang nog niet gevonden. De vorm niet. Het perspectief is me niet helemaal duidelijk. Verder probeer ik alles open te houden.
Dan is er nog de angst dat dit idee uiteindelijk weer op drie kwart zal sneuvelen, en dat het dan na twee jaar schrijven toch gewoon het àndere simpelere idee wordt dat nu ook bestaat. Ik wil dat proces graag voor zijn. Dat probeer ik al mijn hele leven, processen voor te zijn. Maar het gebeurt gewoon. De dingen.
Dan is er nog de angst dat dit idee uiteindelijk weer op drie kwart zal sneuvelen, en dat het dan na twee jaar schrijven toch gewoon het àndere simpelere idee wordt dat nu ook bestaat. Ik wil dat proces graag voor zijn. Dat probeer ik al mijn hele leven, processen voor te zijn. Maar het gebeurt gewoon. De dingen.
dinsdag 18 juni 2013
Vrij
Vanzelf kwam ik erachter dat je behalve fijn komkommer snijden, met de nieuwe Jamie Oliver dunschiller ook heel goed een dun plakje huid van je middelvinger kunt schillen.
Deetje had op de crèche de hele dag zitten wachten tot ik haar kwam ophalen, zei ze.
'Waarom duurde het zo lang, mama, voor je kwam?'
'Wat heb je vandaag gedaan?'
'Niks. Alleen maar op jou gewacht.'
Terwijl Jeetje intussen bij een vriendinnetje in haar enthousiasme zo hard tegen de glazen schuifpui aan rende - 'ik nam een aanloop, ik wilde zo in één keer het gras op springen, een snoekduik, van binnen naar buiten ' - dat er werd gedacht aan een gebroken neus, tand door de lip en andere serieuze verwondingen.
En ik heb ze nog wel verteld dat ze zijn geboren om vrij te zijn.
Deetje had op de crèche de hele dag zitten wachten tot ik haar kwam ophalen, zei ze.
'Waarom duurde het zo lang, mama, voor je kwam?'
'Wat heb je vandaag gedaan?'
'Niks. Alleen maar op jou gewacht.'
Terwijl Jeetje intussen bij een vriendinnetje in haar enthousiasme zo hard tegen de glazen schuifpui aan rende - 'ik nam een aanloop, ik wilde zo in één keer het gras op springen, een snoekduik, van binnen naar buiten ' - dat er werd gedacht aan een gebroken neus, tand door de lip en andere serieuze verwondingen.
En ik heb ze nog wel verteld dat ze zijn geboren om vrij te zijn.
maandag 17 juni 2013
Tijd
Het is mooi weer om verder te gaan met het schrijven van een kerstverhaal. Het schooljaar loopt ten einde. Jeetje heeft haar rapport gehad waarin alleen op spelling wat aan te merken valt. 'De regels worden nog al eens verwart,' schrijft de juf bij het hoofdstukje spelling.
Mijn boek 'De weg naar zee' komt in oktober uit. Voor mij best snel. Maar voor het nichtje van man dat gisteren vertelde dat ze zwanger is, duurt oktober nog een eeuwigheid. Vannacht werd Deetje wakker met buikpijn en veertig graden koorts. Ik herinnerde me dat ze ook al zo warm was toen ik haar in bed legde, maar dat ik aannam dat het de hittegolf was die eraan zat te komen. Alsof het logisch is dat de hitte zich eerst in de peuter nestelt. Als je kleine ziek is, wil je de ziekte meteen van haar afhalen. Het wegpoetsen. De ziekte overnemen. Meer dan een nat washandje op haar hoofdje leggen kun je niet doen. Wachten tot het voorbij is.
Mijn boek 'De weg naar zee' komt in oktober uit. Voor mij best snel. Maar voor het nichtje van man dat gisteren vertelde dat ze zwanger is, duurt oktober nog een eeuwigheid. Vannacht werd Deetje wakker met buikpijn en veertig graden koorts. Ik herinnerde me dat ze ook al zo warm was toen ik haar in bed legde, maar dat ik aannam dat het de hittegolf was die eraan zat te komen. Alsof het logisch is dat de hitte zich eerst in de peuter nestelt. Als je kleine ziek is, wil je de ziekte meteen van haar afhalen. Het wegpoetsen. De ziekte overnemen. Meer dan een nat washandje op haar hoofdje leggen kun je niet doen. Wachten tot het voorbij is.
vrijdag 14 juni 2013
Bedroefdheid
Deetje stapt de badkamer binnen met betraande ogen. En trillende lippen. Je zou denken dat er iemand dood is.
'Waar is mijn stleepjesmaillot nou?' Haar stem slaat over. 'Ik ben mijn stleepjesmaillot kwijt.'
'Waar heb je hem gisteren uitgedaan?' roep ik vanuit de douche.
'Beneden.'
'Daar ligt-ie dan nu nog,' zeg ik.
En daar lag die ook. Probleem opgelost. Toch mag de bedroefdheid over de verdwenen streepjesmaillot niet te licht opgevat worden.
Ik heb het nog niet over het jasje gehad dat man me gaf voor mijn veertigste. Een praktisch ANWBjasje - winddicht, waterdicht - dat ik zo in mijn tas kan proppen, omdat ik het altijd zo koud heb als ik 's avonds laat thuiskom. Aubergine-kleurig met gele fluoriderende strepen. Dat laatste is ook erg handig omdat ik dus regelmatig door het donker fiets. Het is goed om te reflecteren.
Nu mijn haar nog kort en aubergine. Veel gepensioneerden fietsen met zo'n jasje , één voor hem en één voor haar, in rustig tempo door de uiterwaarden. Nieuwe identieke fietsen. De velgen schitteren in het zonlicht.
'Waar is mijn stleepjesmaillot nou?' Haar stem slaat over. 'Ik ben mijn stleepjesmaillot kwijt.'
'Waar heb je hem gisteren uitgedaan?' roep ik vanuit de douche.
'Beneden.'
'Daar ligt-ie dan nu nog,' zeg ik.
En daar lag die ook. Probleem opgelost. Toch mag de bedroefdheid over de verdwenen streepjesmaillot niet te licht opgevat worden.
Ik heb het nog niet over het jasje gehad dat man me gaf voor mijn veertigste. Een praktisch ANWBjasje - winddicht, waterdicht - dat ik zo in mijn tas kan proppen, omdat ik het altijd zo koud heb als ik 's avonds laat thuiskom. Aubergine-kleurig met gele fluoriderende strepen. Dat laatste is ook erg handig omdat ik dus regelmatig door het donker fiets. Het is goed om te reflecteren.
Nu mijn haar nog kort en aubergine. Veel gepensioneerden fietsen met zo'n jasje , één voor hem en één voor haar, in rustig tempo door de uiterwaarden. Nieuwe identieke fietsen. De velgen schitteren in het zonlicht.
woensdag 12 juni 2013
Autoriteit
Ik had een klein feestje. Er was champagne, taart van Kuyt, sushi, chocola en asperges. Een man of twaalf. We zaten binnen en buiten rond een vuurtje. Het weer was zwoel en bij elk glas champagne verzoende ik me meer met mijn leeftijd; het was ook inderdaad best stoer. Tot de buurman aanbelde. 'Het is kwart voor elf 's avonds', zei hij. 'Een doordeweekse dinsdag. Er wordt te hard gepraat in de tuin.' En de rook van het vuurtje veroorzaakte ook al overlast.
Iedereen verstomde. Deetje, wakker geworden door de bel, begon te huilen en ik verdween naar boven. Toen ik terugkwam, hoorde ik uit de tuin alleen nog fluistergeluiden. Zodra iemand hardop dreigde te gaan praten, werd dat gecorrigeerd. Hier en daar klonk onderdrukt gegiechel. 'Het vuurtje doe ik echt niet uit hoor,' fluisterde man.
We waren veertig. Maar op onze vingers getikt. Een schoolkamp waarin de meester was komen zeggen dat we nu eindelijk stil moesten zijn. Ook binnen werd er op gedempte toon met elkaar gesproken.
'Dat hoeft echt niet hoor!' zei ik nog. 'Als je binnenzit, mag je best hardop praten hoor.'
Maar dat deden ze niet.
Iedereen verstomde. Deetje, wakker geworden door de bel, begon te huilen en ik verdween naar boven. Toen ik terugkwam, hoorde ik uit de tuin alleen nog fluistergeluiden. Zodra iemand hardop dreigde te gaan praten, werd dat gecorrigeerd. Hier en daar klonk onderdrukt gegiechel. 'Het vuurtje doe ik echt niet uit hoor,' fluisterde man.
We waren veertig. Maar op onze vingers getikt. Een schoolkamp waarin de meester was komen zeggen dat we nu eindelijk stil moesten zijn. Ook binnen werd er op gedempte toon met elkaar gesproken.
'Dat hoeft echt niet hoor!' zei ik nog. 'Als je binnenzit, mag je best hardop praten hoor.'
Maar dat deden ze niet.
Abonneren op:
Posts (Atom)