woensdag 21 augustus 2013

Sleutel vergeten

Het was het slaapkamerraam waar Ronnie de kat een paar weken geleden door naar buiten gevallen was. Daar moest ik doorheen zien te komen. De houten ladder waar ik op stond, was niet lang genoeg. Met mijn handen kon ik bij de vensterbank. En als ik wat sterker was geweest, als ik wat krachttraining had gedaan, zou ik mezelf misschien zo omhoog hijsen en naar binnen werpen. Maar dat had ik niet.
De tweede ladder die gebracht werd, was iets langer, nog steeds te kort, maar het moest kunnen. Ik zou me door het raam naar binnen moeten kunnen wringen.  Op z'n minst een snoekduik naar voren maken, met mijn kop op de oude houten gymzaalvloer knallen.
Met één hand vernielde ik het horregaas. Toen we hier kwamen wonen waren we vooral blij omdat er horren voor de ramen zaten.Die dingen zijn hartstikke duur. Die koop je zelf niet. Hier dacht ik aan terwijl ik het gaas in één beweging opzij ratste.
De buurvrouw hield de ladder vast. Op de stoep dromden steeds meer mensen samen. Het werd een heel woensdagmiddag evenement. Ik hield me vast aan de sponning van het raam en tilde mijn been zo hoog mogelijk op. Deze keer zou het gaan lukken. Mijn spijkerbroek spande rond mijn reet, net nu had ik er een aan waar nul procent elasticiteit in zat.


dinsdag 20 augustus 2013

Weerzien

Ze stond bij de mineola's. Ik herkende haar kleine, ronde lichaam van veraf al. Het gele winkelmandje om haar arm was nog leeg. Het gekke was: ze stond daar wel, maar maakte op geen enkele manier aanstalten om de mineola's  in haar mandje te laden.
'Hee wat goed je weer es te zien,' zei ik. 'In de Vomar of all places. Hoe is de verhuizing gegaan?'
Ze zweeg.
'Jij ook aan de mineola's?'
Omdat ze nog altijd niets zei, ging ik door.
'Jeetje wil geen sinaasappel of mandarijn mee naar school. Het moet een mineola zijn. En als ik Deetje vraag wat ze op de crèche voor fruit gegeten heeft, zegt ze: mienejoola. Het lijkt wel een mineola hausse!' Ik lachte. Zij bleef onbeweeglijk staan.
Toen ik tenslotte vooroverboog om een plastic zakje te pakken voor de begeerde vruchten, zag ik wel dat haar bovenlip beefde.
'Wat is er?' vroeg ik. 'Gaat het wel met je?'
'Wat is er?' zei ze. 'Gaat het wel met je?'
'Wat doe je?' vroeg ik.
'Wat doe je?' zei ze.
'Ben je mij nou aan het napraten?'
'Ben je mij nou aan het napraten?' zei ze.
Nadat ik zoveel mogelijk mineola's bij elkaar in een zakje gepropt had, maakte ik dat ik wegkwam bij de groente- en fruitafdeling.

maandag 19 augustus 2013

Het normale leven begint weer

Het was de eerste schooldag, nieuwe mensen namen hun intrek in het huis naast dat van ons, de lucht was fris en helder. We fietsten met z'n allen naar school om Jeetje naar groep vijf te brengen. Deetje fietste zonder zijwielen naast me. Ik zag het donkere kruintje. De blote benen die heel snel trapten. De gebruinde handen aan het stuur. Op het trottoir liepen hele gezinnen in slingers. Op een dag als vandaag gingen ze nog hand in hand. We kwamen in een stoet van ouders en kinderen terecht; voor de schooldeuren eindigend in een fuik. We wachtten tot we naar binnen konden. Op het schoolplein klonk geroezemoes en gelach. Alle kinderen leken wel geknipt en hadden waarschijnlijk ook een druppel teatreeoil op hun hoofd. Om de luizen af te weren. Al doen de meeste luizen toch gewoon waar ze zin in hebben.
Toen we even later met z'n drieën het gebouw weer uitkwamen, was de lucht al donker en zwaar. In een zeiknat zomerjurkje leverde ik Deetje af op de crèche.

zaterdag 17 augustus 2013

Docentschap 2

Aan het eind van dag vijf van mijn cursus zat ik voorovergebogen te luisteren naar de teksten die voorgelezen werden, en te roepen wat er weg kon of welke zin bovenaan moest staan. Iedereen zat op het puntje van zijn stoel. Er werd geschrapt, geschaafd en opnieuw voorgelezen.
 's Avonds zou er een voorstelling zijn in het Crea theater waarin alle zomercursussen van de afgelopen week zich in tien minuten presenteerden. Mijn deelnemers mochten een verhaal van één minuut voordragen. In de ochtend werd er gemopperd en getwijfeld. In één minuut kon je niets zeggen. Verhalen van één minuut, dat was niks.
Maar het hardop redigeren van de teksten en ze dan telkens weer voorlezen, bewees het tegendeel. Hoe korter de stukjes werden, hoe beter. Dat kon iedereen horen. Het was alsof er in de laatste minuut nog een belangrijke klik werd gemaakt.
Een jongen had aan het begin gezegd: 'Ik vind het eigenlijk vooral interessant om te kijken wie er allemaal op zo'n cursus Vervreemdend Proza afkomt.'
Dat vond ik ook. Wie het allemaal precies waren, weet ik nog steeds niet. We hebben alle introductie overgeslagen. Maar daar ging de week ook niet over.

donderdag 15 augustus 2013

Docentschap

Op dag vier van mijn cursus 'Vervreemdend Proza' gaat het mis. Net na de pauze loop ik met nóg een stapel gekopieerde verhalen in mijn hand lokaal 1.23 in. De lucht is dik en muf omdat de ramen er niet open kunnen. Mijn hoofd moet al rood zijn. De tafels staan in een rechthoek en zijn bezaaid met papieren, honderden vellen, kris kras door elkaar. De twaalf cursisten lopen er omheen en proberen de boel voor zichzelf compleet te krijgen. Juiste volgorde. Juiste naam. Iedereen heeft meerder pagina's geschreven. De meeste vellen zijn zonder naam, zonder nummering. Ik sta aan het hoofd van de tafel en leg er nóg een stapel papier bij. Er wordt naar elkaar geroepen en er worden dingen aan mij gevraagd. Deze verhalen kunnen we onmogelijk allemaal bespreken in een paar uur. Het lokaal is net groot genoeg voor zoveel mensen, als ze op hun stoel blijven zitten. 'Orde,' wil ik roepen. En: 'Ho, ho.' De tijd loopt.
'Ik ben beter in tekstanalyse dan in de logistiek,' zeg ik maar.
'Ja, we willen allemáál alleen de leuke dingen doen,' zegt de cursist die naast me staat.


dinsdag 13 augustus 2013

Vervreemding

"Marquez verklaarde ooit dat een gedetailleerde leugen altijd de schijn van waarheid wekt. Als je vertelt dat er opeens tweehonderd blauwe olifanten langs kwamen rennen, gelooft niemand je. Maar zeg je dat het 167 volwassen dieren en vijftien kleintjes waren, dan klinkt dat al een stuk geloofwaardiger. Ook Cortazar past deze truc vaak toe. (....) Mijn verhalen zijn voor het merendeel van dezelfde makelij als mijn romans, zegt Cortazar, openingen naar de verwondering, overhalingen tot een verplaatsing van waaruit het gewone niet langer geruststellend is, omdat niets gewoon is zodra je het onderwerpt aan een stil gestaag onderzoek."

Dit kwam ik tegen in een oud krantenartikel en las ik vanmorgen voor aan mijn cursisten die ik de hele week de cursus Vervreemdend Proza geef. Een term die hoe langer  en meer ik ermee werk, onhoudbaarder wordt. Want ik kan nu, na de tweede dag van de cursus, al helemaal niets meer bedenken wat niet vervreemdend is. En 's avonds onderweg naar huis, op mijn racefiets, zie ik ook hele andere dingen.


zaterdag 10 augustus 2013

Heetgebakerd

Briesend kwam mijn vriendin er aan gefietst. Ze was onderweg naar het station twee keer bijna aangereden door dezelfde auto en had, toen ze daar iets van zei, van de bestuurder een grote mond gekregen.
'Het is gewoon eng,' zei ze, 'de enorme woede die ik meteen op voel komen.'
'Dat ken ik.'
'Ik ben eigenlijk heel heetgebakerd,' zei ze.
'Ik ook,' zei ik. 'En wraaklustig.'
Het waren geen mooie eigenschappen die onderweg naar het café al ter sprake kwamen. Daar hou ik van. Maandenlang had ik haar niet echt gesproken. En ik merkte hoezeer ik haar gemist had.
De zon scheen. Het terras waar we gingen zitten, zal vol lachende en kletsende mannen en vrouwen. Klinkende glazen. Schaaltjes met grote, glimmende olijven. Zoenende stelletjes. We keken rond.
'Mensen zijn gewoon allemaal heel verdorven,' fluisterde ze.
'Zo is het,' zei ik. 'Een dun laagje vernis.'
Na het eerste wijntje kwamen we er al op dat onze woede niet eens zo heel verkeerd was. Het diende toch zeker ergens toe. Het was een manier om duidelijk een grens aan te geven. Een overlevingsmechanisme. Tot hier kun je gaan en niet verder. Lafheid was veel erger.
Bij het zoveelste wijntje zeiden we dat we agressie niet goed keurden, dat het ook zeker niet verstandig was, maar waren we het er allebei over eens dat onze mannen best iets minder conflictvermijdend hadden mogen zijn.