dinsdag 3 september 2013

Verlaten

De school was uit. Het blonde meisje viel op tussen de andere blonde meisjes op het schoolplein.Het was de manier waarop ze rondkeek. Hoopvol. Zoekend. En hoe langer ze er stond, hoe langer haar nek werd, om over al die ouders heen te kunnen kijken die steeds maar niet voor haar kwamen.
Een voor een werden de kinderen opgehaald.
Het schoolplein liep langzaam leeg. Ze verroerde zich niet. Ze beet op haar lip terwijl ze de straat afspeurde. Ze huilde niet, daarvoor vond ze zichzelf denk ik te oud. Een jaar of acht moet ze zijn geweest. Jeetjes leeftijd. Om haar schouders hing een grote canvas tas, met natuurlijk een lege beker erin en een trommel vol broodkorstjes. Na een minuut of twintig waren echt alle ouders verdwenen en liepen er  alleen nog kinderen in fluoriderende hesjes van de naschoolse opvang. Een tijdje bleef ze op dezelfde plek staan. Toen haalde ze haar schouders op en vertrok. Ik zag haar lopen. Het dappere ding. Over de brug ging ze. In de richting van het andere eiland.


maandag 2 september 2013

Huilen

Op de bruiloft werd veel gehuild. Eerst in de Amstelkerk en later in het restaurant bij de speeches. Overal zag ik tranen rollen en ogen gedept worden met zakdoekjes. De hele kerk kreeg het te kwaad toen de bruidegom zijn bruidegom toezong.
'Moet je nou zien!' Ik stootte man aan. 'Iedereen huilt.'
'Dat is ontroering,' fluisterde hij. 'Ont-roe-ring.' Zijn ogen waren nat.
'Ja, dat weet ik ook wel.'
Ik begreep het allemaal best .De liefde die hier gedeeld en getoond werd, was mooi. Dat zag ik. Maar ik hoefde niet te huilen. Al zou ik het willen. Sterker nog: ik zou het wel willen. Met iedereen meehuilen. Maar het gebeurt niet.
Toen ik hier tijdens het diner met iemand over sprak, stelde hij me gerust. Ik hoefde niet per se een onverschillig en ongenaakbaar type te zijn. Ik was gewoon meer een observator. Iemand die ziet dat iedereen huilt en constateert dat er ontroering is. Die mensen moeten er ook zijn.
'Dat is handig voor een schrijver,' zei hij. 'Als je een zekere afstand tot de wereld hebt.'



donderdag 29 augustus 2013

Oké, goed, prima.

Daarnet op de uitgeverij nam ik de proefdruk nog eens door met de mevrouw die daarover gaat.
Ze zegt: 'Hier staat 'ze is oké'.Vind ik prima. Maar jij hebt er nu 'goed' van gemaakt. Waarom?'
'Ja, ik dacht goed is toch beter dan oké.'
'Ik vind oké ook goed hoor.'
'Vind je oké beter?'
'Ik vind oké wel prima. Maar als jij per se goed wilt...'
'Misschien past 'oké' toch meer bij het personage.'
'Dus het is goed?
'Het is oké.'
'Prima.'
'Goed.'
Hierna maakte ik nog een rondje langs de burelen. Over anderhalve maand komt mijn boek uit. Er wordt over De weg naar zee gepraat. Al bestaat het nog niet. Voor mij is het alweer klaar. Af. Als het nog lang duurt, ben ik het echt vergeten. Het ligt bijna achter me. Maar het moet nog beginnen.


woensdag 28 augustus 2013

Kijken wat er gebeurt.

Een interview met Alex van Warmerdam in NRC vandaag, maakt me nieuwsgierig naar Borgman, maar meer nog werkt het inspirerend. Door de manier waarop hij het maakproces verwoordt.

"Je zou kunnen zeggen dat dat misschien wel de essentie van kunstenaarschap is. Een idee in de wereld zichtbaar maken. En dan als poppenspeler aan de touwtjes trekken. Kijken wat er gebeurt. Kijken hoe mensen zich gedragen. En dat is meestal niet best. (...)
Hij vertelt ook hoe elke film voortkomt uit de andere, vaak als reactie, omdat hij iets anders wil proberen- 'Ik wil mezelf vermaken tijdens het schrijven' - of een scène voor ogen heeft die hij altijd nog eens wilde verfilmen."

Ik krijg meteen zin om aan iets nieuws te beginnen. Kijken wat er nu weer gebeurt. (Meestal niet best)

dinsdag 27 augustus 2013

De goedheid van de mens

Op mijn racefiets doorkruiste ik de stad en ter hoogte van het Hoofddorpplein bedacht ik dat ik ook eens moest opschrijven hoe lief en behulpzaam de medemens kan zijn. Toen ik de PC Hooftstraat voorbijkwam, was mijn ketting er namelijk af gegaan. Ik stond op het trottoir naar de lege tandwielen te kijken toen een jongeman die bij de G-starwinkel werkte, hij deed mij denken aan de zanger Blaudzun, naar buiten kwam om me te helpen. En dat terugleggen van de ketting ging niet één, twee, drie. Nee, na een hele tijd klooien, zijn handen werden steeds smeriger, hij moest zelfs nog een schroevendraaier gaan halen om het spatbord eraf te kunnen schroeven om erbij te komen, lag het ding er pas weer op. De jongeman was perfect gekleed en nu zat hij hier op de stoep midden in de zon, vlak voor een overvol terras, te priegelen aan een racefiets van een hem onbekende  vrouw.
Goed, ik was dus in de buurt van het Hoofddorpplein toen het in mij opkwam de goedheid van de mens te beschrijven en er precies op dat moment, echt waar,  een fietser op me inreed. Met een enorme klap. Het was een jongen van een jaar of twintig met voorop het rekje van zijn fiets een meid in plaats van een mand, waardoor hij me niet had gezien. Zij gilde bakvisachtig. En ik riep: 'Wat doe je?' 
Zonder op of om te kijken, of zelfs maar sorry te zeggen, stak hij de straat over. Toen ik na een tijdje weer opstapte, hoorde ik het giechelen van de meid nog. De rest van de tocht trapte ik zwaarder. Er schuurde iets. De stang van mijn fiets was verbogen. Het wiel liep aan. 


vrijdag 23 augustus 2013

Create your new life op IJburg!

Create your new life op IJburg! stond er op het bord. Ik rende langs het bouwterrein. Een poster van het IJmeer met daarop een rug van een meisje dat op de boulevard zit en over het water uitkijkt. Haar rugzak nonchalant naast haar neergezet. Create your new life op IJburg! Waarom was haar ouwe leven niet goed? Waar liep ze voor weg? Dacht ze nou werkelijk...?
Meteen ook moest ik denken aan de Ikeaspreuk Design your own life. Daarna flitste man door mijn hoofd die gisteren gepolst was om in een Ikea reclamespot te figureren. Op het schoolplein was hij er  al ooit uitgepikt voor een ANWB-reclame. En nu Ikea.
Maar goed, ik was dus aan het joggen en aan mijn linkerkant lag dat braakliggend stuk grond. Rechts van mij aan het water stond een geel bordje met: Surfstrand, hier niet zwemmen. Een paar weken geleden was daar een jongen van vijf verdronken. Ik zag nergens een spoor van hem. Op het voetpad kwamen vaders met kinderwagens me tegemoet slenteren. Badend in het zonlicht. Vrijdag: papadag. Op de boulevard lag een grijs/blonde vrouw in foetushouding, - opgekruld, knieën opgetrokken - naast haar een leeg theeglas.



donderdag 22 augustus 2013

Burgeroorlog

'Zijn die mensen dood?' vraagt Jeetje (8) aan het ontbijt. Ze wijst op de voorpagina van de krant.
'Ja.'
'Maar er zitten ook kinderen bij,' zegt ze.
'Die kinderen worden niet speciaal doodgemaakt hoor,' zegt man snel, 'die zijn gewoon óók omgekomen bij het bombardement. Net als iedereen daar.'
'Bombardement?' vraagt ze.
'Ja,' zeg ik. 'In Syrië is een gifgasaanval geweest. Omdat daar  een burgeroorlog is.'
'Bur-ger-oor-log?'
'Ja, dan gaat de bevolking met elkaar vechten.'
'Waarom?'
'Ze willen de president weg hebben.'
'O.' Jeetje buigt zich over de foto's van de gestorvenen, bestudeert de man met het dode kind, tot ik de krant bij haar vandaan trek en zeg dat ze door moet eten.
'En wat is er dan met Egypte?' Terwijl ze van haar boterham met pindakaas hapt, leest ze de kop van haar nieuwe Kidsweek: 'Ik hoop dat het goedkomt met Egypte.'
'Ja, daar is ook bijna een burgeroorlog,' zeg ik. En ik herhaal dat ze door moet eten omdat we anders te laat op school komen. En dat willen we zeker niet.