maandag 9 september 2013

Normaal

Een jongeman haalt een microfoontje onder m'n roze blouse door. Voor de boekenkast ga ik zitten, op de bank die er speciaal voor is neergezet. Een grote, hoge ruimte. Er staat een camera op statief. De jonge vrouw vraagt of ik in tweeeneenhalve minuut wil vertellen waar mijn boek over gaat. Voor de verkoop. Eerst in het Engels. En daarna in het Nederlands. De twee glimlachen vriendelijk en geven mij een teken dat ik kan beginnen. 'Ja. Nu.'
Dat zal moeilijk gaan. Ik wil toevallig net nu dood.
'Ja. Nu.'
Ik heb echt  geen idee waar mijn boek over gaat.  Maakt mij niet uit in welke taal ik het moet verwoorden.
'Ja. Nu.' Ze blijven glimlachen.
'Ik doe het niet hoor,' zeg ik.
Maar even later hoor ik mezelf braaf mijn Engelse voorbereide verhaaltje opzeggen. Daarna moet het in het Nederlands. Dat heb ik niet van tevoren opgeschreven. Ik ga wel heel erg kort door de bocht, hoor ik. Maar het maakt mij allang niet meer uit. Als ik hier maar weg mag is het enige wat ik kan denken. Als ik hier weg ben, is alles goed. Eenmaal weer veilig thuis eet ik, nog in mijn roze blouse, een zak chocolade pindarotsjes leeg. Het was al met al best gemakkelijk, als ik maar normaal had gedaan.


vrijdag 6 september 2013

Lambs

Op IJburg is blauwalg gesignaleerd en opnieuw een kinderlokker. De strandjes zijn afgezet. Ik loop met een vriendin die ik al sinds de kleuterschool ken het Diemerpark door richting Muiden. Als we teveel praten, vliegen de insecten onze mond in. Dus soms is het even slikken. Eén keer fietst de kinderlokker voor ons. In slakkengang. Dik, wijdbeens, met een nat staartje in zijn nek. Maar dat is kinderachtig.
We rennen net de brug over als de eerste auto naar ons toetert.
'De kinderlokker!' roep ik. 'Daar is-ie!'
Het blijft even stil naast mij. Dan zegt mijn vriendin:  'Eerder een ouwe wijvenlokker, denk je niet?'
Dat is waar. Ik denk dat het komt omdat we vroeger in ons dorp de kinderlokkers en de heksen  constant van ons af moesten schudden. Als ik met haar loop, schiet ik automatisch een jaar of dertig terug in de tijd.
Zodra we IJburg weer in rennen, claxonneert de ene auto na de andere. Het moet de schemer zijn, de blote benen, en de ongewone warmte die maakt dat de bestuurders toeteren.
Daarna komen we te praten over Engelse spreekwoorden als 'Mutton dressed as lamb.'

woensdag 4 september 2013

Noodbrief ingevuld

'Waarom regel jij nooit iets.' Jeetje schreeuwt het uit. 'Nooit!'
'Wat moet ik regelen?' Ik zit rechtop op de rand van haar bed, klaar om Het nooit eindigende verhaal voor te lezen en kijk haar aan.
''Ik heb vandaag alwéér een nieuwe noodbrief van de juf meegekregen.'
'Een nieuwe noodbrief?'
'Ja, ze geeft me er elke dag weer een mee naar huis.'
'Waarom?'
'Omdat ik de enige van de klas ben die de noodbrief nog niet ingeleverd heeft!' De tranen springen in haar ogen. 'De énige.'
'O.'
'De juf vraagt steeds aan mij of ik thuis ergens een noodbrief heb zien liggen. En dan zeg ik 'nee' en dan kopieert ze een nieuwe.'
'Vandaar,' zeg ik. 'Ik dacht al: liggen die brieven nou overal?'
'Ja! We hebben er nu al acht!' schreeuwt ze. 'ACHT.'
'Wat moet ik met acht noodbrieven, Jeetje?'
'Wat moet je daarmee? Wat moet je daarmee?' roept Jeetje. 'Wat denk je dat je daarmee moet?INVULLEN natuurlijk.'
'Maar ik was de eerste noodbrief helemaal niet kwijt hoor,' zeg ik. 'Dacht de juf dat? Nee,  ik heb de noodbrief gewoon netjes op het prikbord hangen. Zeg dat maar tegen de juf.'
Even later komen we over de witte muur van haar slaapkamer te spreken en de optie de muur te behangen met fel oranje noodbrieven. Daarna kunnen we verder met het nooit eindigende verhaal.

dinsdag 3 september 2013

Verlaten

De school was uit. Het blonde meisje viel op tussen de andere blonde meisjes op het schoolplein.Het was de manier waarop ze rondkeek. Hoopvol. Zoekend. En hoe langer ze er stond, hoe langer haar nek werd, om over al die ouders heen te kunnen kijken die steeds maar niet voor haar kwamen.
Een voor een werden de kinderen opgehaald.
Het schoolplein liep langzaam leeg. Ze verroerde zich niet. Ze beet op haar lip terwijl ze de straat afspeurde. Ze huilde niet, daarvoor vond ze zichzelf denk ik te oud. Een jaar of acht moet ze zijn geweest. Jeetjes leeftijd. Om haar schouders hing een grote canvas tas, met natuurlijk een lege beker erin en een trommel vol broodkorstjes. Na een minuut of twintig waren echt alle ouders verdwenen en liepen er  alleen nog kinderen in fluoriderende hesjes van de naschoolse opvang. Een tijdje bleef ze op dezelfde plek staan. Toen haalde ze haar schouders op en vertrok. Ik zag haar lopen. Het dappere ding. Over de brug ging ze. In de richting van het andere eiland.


maandag 2 september 2013

Huilen

Op de bruiloft werd veel gehuild. Eerst in de Amstelkerk en later in het restaurant bij de speeches. Overal zag ik tranen rollen en ogen gedept worden met zakdoekjes. De hele kerk kreeg het te kwaad toen de bruidegom zijn bruidegom toezong.
'Moet je nou zien!' Ik stootte man aan. 'Iedereen huilt.'
'Dat is ontroering,' fluisterde hij. 'Ont-roe-ring.' Zijn ogen waren nat.
'Ja, dat weet ik ook wel.'
Ik begreep het allemaal best .De liefde die hier gedeeld en getoond werd, was mooi. Dat zag ik. Maar ik hoefde niet te huilen. Al zou ik het willen. Sterker nog: ik zou het wel willen. Met iedereen meehuilen. Maar het gebeurt niet.
Toen ik hier tijdens het diner met iemand over sprak, stelde hij me gerust. Ik hoefde niet per se een onverschillig en ongenaakbaar type te zijn. Ik was gewoon meer een observator. Iemand die ziet dat iedereen huilt en constateert dat er ontroering is. Die mensen moeten er ook zijn.
'Dat is handig voor een schrijver,' zei hij. 'Als je een zekere afstand tot de wereld hebt.'



donderdag 29 augustus 2013

Oké, goed, prima.

Daarnet op de uitgeverij nam ik de proefdruk nog eens door met de mevrouw die daarover gaat.
Ze zegt: 'Hier staat 'ze is oké'.Vind ik prima. Maar jij hebt er nu 'goed' van gemaakt. Waarom?'
'Ja, ik dacht goed is toch beter dan oké.'
'Ik vind oké ook goed hoor.'
'Vind je oké beter?'
'Ik vind oké wel prima. Maar als jij per se goed wilt...'
'Misschien past 'oké' toch meer bij het personage.'
'Dus het is goed?
'Het is oké.'
'Prima.'
'Goed.'
Hierna maakte ik nog een rondje langs de burelen. Over anderhalve maand komt mijn boek uit. Er wordt over De weg naar zee gepraat. Al bestaat het nog niet. Voor mij is het alweer klaar. Af. Als het nog lang duurt, ben ik het echt vergeten. Het ligt bijna achter me. Maar het moet nog beginnen.


woensdag 28 augustus 2013

Kijken wat er gebeurt.

Een interview met Alex van Warmerdam in NRC vandaag, maakt me nieuwsgierig naar Borgman, maar meer nog werkt het inspirerend. Door de manier waarop hij het maakproces verwoordt.

"Je zou kunnen zeggen dat dat misschien wel de essentie van kunstenaarschap is. Een idee in de wereld zichtbaar maken. En dan als poppenspeler aan de touwtjes trekken. Kijken wat er gebeurt. Kijken hoe mensen zich gedragen. En dat is meestal niet best. (...)
Hij vertelt ook hoe elke film voortkomt uit de andere, vaak als reactie, omdat hij iets anders wil proberen- 'Ik wil mezelf vermaken tijdens het schrijven' - of een scène voor ogen heeft die hij altijd nog eens wilde verfilmen."

Ik krijg meteen zin om aan iets nieuws te beginnen. Kijken wat er nu weer gebeurt. (Meestal niet best)