vrijdag 13 september 2013

Read My World

Kom morgen allemaal naar de Tolhuistuin in Amsterdam. Of liever vandaag al.
Zaterdag vanaf 16.00 lezen daar voor: Maartje Wortel, Sanneke van Hassel, Said el Haji, David Vann (ja, die van Legend of a suicide) en ik.
En nog tienduizend andere schrijvers. Het is al begonnen. Kijk op: www.readmyworld.org

Twee merkwaardige zaken

Deze ochtend fietste met Deetje (3) naar de stad om bij de uitgeverij proefdruk twee op te halen. Ook gingen we onderweg wat in speeltuinen zitten en in winkels kijken.

In de kledingwinkel zegt de juffrouw: 'Wat een schat van een kind heb jij zeg. Wat speelt ze lief.'
'Ja, hè?'
En dan: 'Wat heb je zelf een ontzettend mooie broek aan.'
'Dank je.'
'Hij zit perfect. Hij staat je erg goed.'
'Ok. Bedankt.'
Ik draai me om en loop met de lieve schat aan mijn hand vlug de winkel uit.

In de zandbak in het Sarphatipark komt er een mevrouw naar me toe. Ze vraagt me welk kapper ik heb. Ik vertel haar over de kapper die ik bezoek in mijn eigen straat.
Dan zegt de mevrouw: 'Je ziet er helemaal geweldig uit. Weet je dat?'
'Nou, dank je,' zeg ik.
De mevrouw glimlacht en gaat weer bij haar peuter zitten. Even verderop.
Ik sta op van de zandbakrand en we maken dat we wegkomen. Tegen zoveel onverwachte vriendelijkheid ben ik niet opgewassen.

Mijn proefdruk. Het is geen dik boek. Het zijn 156 bladzijdes. Dat vind ik dan toch best jammer. Het liefst had ik plotseling een lijvig werk geschreven. Maar ik schreef een kleine roman. Het lijkt of je daar vrij weinig over te zeggen hebt.
'Jij maakt mijn dag helemaal goed,' zegt de receptioniste tegen Deetje. 'Wat ben jij een kleurig meisje.'

donderdag 12 september 2013

Volmaakt

Tijdens spitsuur schuifelen Jeetje en ik in de massa mee op weg naar tram 26. Recht voor centraal station staat een grote mevrouw, - twee vlechten, een extra-large groezelig t-shirt, legging - uit volle borst te schreeuwen en te zingen dat Jezus ons ook in zijn hart wil sluiten, als we maar even naar Hem zouden luisteren. Jezus is er ook voor jou, gilt ze. De kudde splitst zich voor haar neus in tweeën, buigt af naar links en naar rechts. Wij hobbelen in de groep mee die zich naar de trams aan de rechterkant beweegt. Mijn achtjarige dochter in haar glinsterende gouden jas. De H&M tas (met daarin een jurk en gymbroek) in haar ene hand, de andere hand in de mijne. Haar twee blonde staarten zwaaien. De grote witte tanden. Ze is volmaakt.
'Het is wél heel goed geprobeerd van haar,' zegt ze als we de vrouw passeren, 'maar het helpt niets. Niemand hoort echt wat ze zegt. Ze moet iets anders gaan bedenken.'

dinsdag 10 september 2013

Nog waarder dan de waarheid

Ik was bij een redactievergadering van de Brugkrant die per september heel Amsterdam Oost bestrijkt en met 70.000 exemplaren een grotere oplage heeft dan het Parool. Maar daar laten we ons niet op voorstaan. We doen het op eigen kracht. Er wordt thee en cola geschonken en op tafel staan worteltjes en koekjes met chocola. De hoofdredactie vertelt over de nieuw te varen koers. Minder IJburg, meer de stad in. Het is allemaal reuze opwindend.
'Er moeten in elk geval niet méér columns in hoor,' zegt een medewerker, 'ik vind het er nu al veel te veel. Wat moeten de mensen daar nou mee?'
De mede-columniste naast me gaat met haar theezakje heen en weer in mijn glas. De thee kleurt vreemd  lila.
'Korte berichten zijn wel heel leuk,' zegt de medewerker, 'daar staat tenminste nieuws in, wetenswaardigheden, dát willen de mensen lezen. Niet die zielenroerselen.'
'Géén fictie,' fluister ik tegen mijn mede-columniste die maar met het ouwe theezakje in het hete water blijft bewegen.
'Nee,' fluistert ze, 'maar wat ik schrijf is allemaal echt gebeurd.'
'Precies. Wat ik opschrijf ook.'
'De mensen willen er óók iets van opsteken,' gaat de medewerker door. Het blijft even stil. Iemand bijt op een worteltje. Mijn thee is donkerpaars geworden.
'Of zitten er hier soms ook columnisten bij?' vraagt de medewerker aarzelend.
Eenmaal thuis pak ik de krant. Het eerste wat ik lees is de column van Frits Abrahams, zoals elke dag, en vandaag ook de wekelijkse column van Pia de Jong over gemiddelde kinderen die jaar in jaar uit en van minuut tot minuut door hun ouders en professionele coaches gemanaged worden om hen voor te bereiden op de selectie voor een topuniversiteit. Dat laatste boeit me bovenmatig. Omdat het te maken heeft met waar mijn boek over gaat. Maar dat is fictie.

maandag 9 september 2013

Normaal

Een jongeman haalt een microfoontje onder m'n roze blouse door. Voor de boekenkast ga ik zitten, op de bank die er speciaal voor is neergezet. Een grote, hoge ruimte. Er staat een camera op statief. De jonge vrouw vraagt of ik in tweeeneenhalve minuut wil vertellen waar mijn boek over gaat. Voor de verkoop. Eerst in het Engels. En daarna in het Nederlands. De twee glimlachen vriendelijk en geven mij een teken dat ik kan beginnen. 'Ja. Nu.'
Dat zal moeilijk gaan. Ik wil toevallig net nu dood.
'Ja. Nu.'
Ik heb echt  geen idee waar mijn boek over gaat.  Maakt mij niet uit in welke taal ik het moet verwoorden.
'Ja. Nu.' Ze blijven glimlachen.
'Ik doe het niet hoor,' zeg ik.
Maar even later hoor ik mezelf braaf mijn Engelse voorbereide verhaaltje opzeggen. Daarna moet het in het Nederlands. Dat heb ik niet van tevoren opgeschreven. Ik ga wel heel erg kort door de bocht, hoor ik. Maar het maakt mij allang niet meer uit. Als ik hier maar weg mag is het enige wat ik kan denken. Als ik hier weg ben, is alles goed. Eenmaal weer veilig thuis eet ik, nog in mijn roze blouse, een zak chocolade pindarotsjes leeg. Het was al met al best gemakkelijk, als ik maar normaal had gedaan.


vrijdag 6 september 2013

Lambs

Op IJburg is blauwalg gesignaleerd en opnieuw een kinderlokker. De strandjes zijn afgezet. Ik loop met een vriendin die ik al sinds de kleuterschool ken het Diemerpark door richting Muiden. Als we teveel praten, vliegen de insecten onze mond in. Dus soms is het even slikken. Eén keer fietst de kinderlokker voor ons. In slakkengang. Dik, wijdbeens, met een nat staartje in zijn nek. Maar dat is kinderachtig.
We rennen net de brug over als de eerste auto naar ons toetert.
'De kinderlokker!' roep ik. 'Daar is-ie!'
Het blijft even stil naast mij. Dan zegt mijn vriendin:  'Eerder een ouwe wijvenlokker, denk je niet?'
Dat is waar. Ik denk dat het komt omdat we vroeger in ons dorp de kinderlokkers en de heksen  constant van ons af moesten schudden. Als ik met haar loop, schiet ik automatisch een jaar of dertig terug in de tijd.
Zodra we IJburg weer in rennen, claxonneert de ene auto na de andere. Het moet de schemer zijn, de blote benen, en de ongewone warmte die maakt dat de bestuurders toeteren.
Daarna komen we te praten over Engelse spreekwoorden als 'Mutton dressed as lamb.'

woensdag 4 september 2013

Noodbrief ingevuld

'Waarom regel jij nooit iets.' Jeetje schreeuwt het uit. 'Nooit!'
'Wat moet ik regelen?' Ik zit rechtop op de rand van haar bed, klaar om Het nooit eindigende verhaal voor te lezen en kijk haar aan.
''Ik heb vandaag alwéér een nieuwe noodbrief van de juf meegekregen.'
'Een nieuwe noodbrief?'
'Ja, ze geeft me er elke dag weer een mee naar huis.'
'Waarom?'
'Omdat ik de enige van de klas ben die de noodbrief nog niet ingeleverd heeft!' De tranen springen in haar ogen. 'De énige.'
'O.'
'De juf vraagt steeds aan mij of ik thuis ergens een noodbrief heb zien liggen. En dan zeg ik 'nee' en dan kopieert ze een nieuwe.'
'Vandaar,' zeg ik. 'Ik dacht al: liggen die brieven nou overal?'
'Ja! We hebben er nu al acht!' schreeuwt ze. 'ACHT.'
'Wat moet ik met acht noodbrieven, Jeetje?'
'Wat moet je daarmee? Wat moet je daarmee?' roept Jeetje. 'Wat denk je dat je daarmee moet?INVULLEN natuurlijk.'
'Maar ik was de eerste noodbrief helemaal niet kwijt hoor,' zeg ik. 'Dacht de juf dat? Nee,  ik heb de noodbrief gewoon netjes op het prikbord hangen. Zeg dat maar tegen de juf.'
Even later komen we over de witte muur van haar slaapkamer te spreken en de optie de muur te behangen met fel oranje noodbrieven. Daarna kunnen we verder met het nooit eindigende verhaal.