zaterdag 23 november 2013

Vrijheid

In de tram bekijk ik mijn zwarte racefiets die met één wiel in het rekje hangt, en ik wil er zelfs een foto van maken. De fiets is het beste cadeau dat ik ooit kreeg. De fiets is vrijheid. Snelheid. Effectiviteit. Lichtheid. Omdat het ding zo licht is, durf ik 'm tegenwoordig zelfs mee de tram in te nemen en zo ben ik in minder dan tien minuten in centrum Amsterdam. Het is opmerkelijk dat ik dit allemaal denk. Ik hecht mij niet snel, nergens aan, maar helemaal niet aan spullen. Ik raak alles kwijt. Ik gooi veel weg. Soms denk ik dat ik een bepaald gevoel voor schoonheid mis. Ik bewonder mensen die liefdevol over spullen kunnen praten. Zelfs de aankoop van een vergiet kan hen vervullen. Ze aaien het vergiet. Als ik op bezoek kom, krijg ik het vergiet te zien. Het is niet zomaar een vergiet. Bij mij was, tot de fiets in mijn leven kwam, alles eender.
Voor ik mijn telefoon gepakt heb om een foto te maken, maakt de tram een bocht en valt de fiets bijna op een kinderwagen. In vier stappen ben ik er. De spaken van het voorwiel zitten klemvast tussen het dikke plastic. Als ik de fiets probeer op te tillen, maakt de tram nog een scherpere bocht en word ik tegen het hokje van de conducteur aan geslingerd. De passagiers kijken toe hoe ik pogingen doe het voorwiel los te krijgen van mijn - net nog zo innig geliefde - fiets. Mijn handen worden zwart. Het is spitsuur. De gangpaden staan vol. De conducteur zegt dat ik sowieso geen fiets mee naar binnen had mogen nemen. Als ik de spaken begin te verbuigen, stapt een mevrouw in bontjas naar voren en helpt me. 'Dat is zónde,' zegt ze. 'Als het ding maar losgaat,' zeg ik. Zegt de verrader.  Zodra het ook maar even tegenzit, wil ik de fiets al laten staan. Achterlaten. Bekijk het maar. Dag fiets. Vrij wil ik zijn. 


donderdag 21 november 2013

Mythe

Thuisgekomen maakte moeder de oven open. Een sterke geur van verschroeid vlees. Pijn. Het litteken van de brandwond, dat daar al zat sinds moedertje een jaar of acht was, lag weer open. Zo zou het dus ruiken als ze gecremeerd werd. Maar dan iets sterker.
De maaltijd, die man voor haar in de oven gezet had voordat hij de deur uit ging, at ze lauw op. Met haar jas nog aan. De bloemen, de olie, het notitieboekje, lagen naast haar handschoenen op tafel. Moeder droeg veel make-up omdat ze net in een televisieprogramma had gezeten, waar ze over moederschap had gepraat natuurlijk. Moeder was een luchtig tussendoortje geweest. Voor haar was de vertaler van een Japans meesterwerk, na haar werd er met de biograaf van de allerbeste schrijver van de twintigste eeuw gesproken.
Terwijl moeder de bloemkool naar binnen propte, dacht ze na over de verbranding. Het kon geen toeval zijn dit juist nú gebeurde. Haar hand was rood. Het vel eraf. Ze staarde recht in haar oude wond.Een beetje moeder zou weten dat je je poten niet zonder handschoenen in een hete oven stopt. Hoe langer moeder ernaar keek, hoe betekenisvoller de wond.
'Ik kan niet slapen.' Bovenaan de trap stond haar oudste dochter in ondergoed. Een engel. Nadat moeder haar dochter een kus gegeven had en nog eens had ingestopt, snelde ze weer naar beneden. De laatste vijf treden gleed ze uit. Ook die val had iets mythisch vond ze.


dinsdag 19 november 2013

Gehaktdag

Kokhalzend stond ik achter het fornuis, in een hemd met daarover een helblauw Portugees keukenschort met haan. De trui had ik uit voorzorg uitgetrokken. Een stinkende juf is voor niemand prettig. De kinderen zaten achter twee laptops waarvan er eentje het niet fatsoenlijk deed. Waarom hebben we geen tv meer? Die van acht wilde dit kijken, die van drie wilde dat zien. Ze ruzieden. Ik zag het hangoog van de jongste, de donkere kringen onder haar ogen, het gezicht van de oudste was krijtwit, zowat doorschijnend. Het liep al tegen zessen toen ik het gehakt met uitjes en al in de prullenbak kieperde, ik had nog twintig minuten om de zaak goed te krijgen.
Het kokhalzen was al begonnen toen ik het biologische rundergehakt uit de verpakking gehaald had.  Maar ik dacht: gehakt heeft altijd iets smerigs, waarom eten wij die troep zo vaak? Ik kots van gehakt. De tartaartjes waren ook ver over de datum. Man appte dat hij er nog niet was. 
Toen ik uiteindelijk om tien voor half zeven het pand verliet, liet ik de bleke en de schele achter. 'Zullen jullie geen ruzie maken? Deur niet opendoen, he? Papa staat in de file, maar lang kan het nooit duren.' Ze knikten vaagjes, ik sloeg de deur achter me dicht. De oven staat aan, dacht ik op de fiets, de oven staat aan, de oven staat aan.

zondag 3 november 2013

Virtuele verhuizing 2

Kijk voortaan op www.elkegeurts.nl voor dit blog. Misschien ben ik vanaf nu voorgoed verhuisd naar die site. Misschien keer ik hier weer gewoon terug. Het kost me moeite deze plaats, waar ik sinds 2007 bijna elke dag iets opschreef, te verlaten. Ook op een virtuele plek kan men gesteld raken.

vrijdag 1 november 2013

Twee weken en één dag

Het boek is nu twee weken en één dag in de wereld.  Er is al veel over geschreven en ik heb de nodige interviews gehad. Ik zie mijn hoofd terug in kranten en tijdschriften. De Donald Duck is het enige blad dat hier op de mat valt waarin nog niets over De weg naar zee gestaan heeft. Dat is allemaal mooi maar  onrustig. Mensen zeggen er goede dingen over en ik lees dingen waarin ik me niet kan vinden. Ik wil me er niet mee bezig houden maar ook als ik denk dat het me niet bezig houdt, houdt het me bezig. In mijn slaap. Ik moet er aan wennen. Het is inherent aan dit vak. Dat ondanks dit soort onrust toch het mooiste vak is dat ik me kan voorstellen. Maar gisteren kocht ik een ringband en met de perforator maakte ik gaatjes in de informatie die ik verzameld heb voor boek 4. De eerste teksten. Er ligt een nieuw schrift op mijn bureau waarin staat wat er zou moeten gebeuren. Het grote lezen is begonnen. Nieuwe boeken, nieuwe inspiratiebronnen, aantekeningen. Dit is een leuke fase. Nu hoop ik dat ik me niet te veel laat afleiden. En dat intussen mijn boek op eigen poten gaat staan. Zonder mijn begeleiding kan. Maar vooral hoop ik dat het boek de weg zal vinden. Naar de lezer.

woensdag 30 oktober 2013

Moederschap

Vandaag heb ik 'Let's talk about Kevin' van Lionel Shriver uitgelezen. Een lijvig boek over het moederschap. Wat als je moeder van een zoon bent die een slachtpartij op zijn middelbare school heeft aangericht? Als je die roman aan het lezen bent, begin je je eigen kinderen op den duur ook als harteloze monsters zien die, terwijl ze lief naast je in bed kruipen, er alleen maar op uit zijn je te pijnigen.
Vandaag kwam ook de VPROgids met een fijn artikel over 'De weg naar zee' en 'Het lam' van Jannie Regnerus. Het stuk begint zo: 'Jannie Regnerus en Elke Geurts komen - vrijwel gelijktijdig - beiden met een roman over moederschap. Moederschap dat niet bracht wat hoopvol was verwacht. Het moederschap is heikel literair terrein. Wie het aandurft de relatie tussen moeder en kind tot onderwerp te nemen, loopt nog altijd grote kans beticht te worden van het produceren van huisvrouwenliteratuur. Domestic novels noemen ze die in het Engels. Romans die dichtbij huis blijven. Gelukkig hebben we nu een Nobelprijswinnaar die heeft bewezen dat een actieradius van twintig kilometer grootse literatuur op kan leveren. Maar over Alice Munro is de afgelopen weken volkomen terecht al voldoende bejubeld...'
Moederschap dus. Een hot item de laatste tijd. Gisteren schreef iemand in een mail aan mij dat ze het gevoel had dat boeken over moeders en kinderen het zwaarder hebben dan andere boeken. Iemand anders vertelde me dat ze dacht dat moederschap binnen de literatuur steeds normaler ging worden. Hoe meer vrouwen er schrijven, hoe meer moederschap er automatisch in de geschriften terechtkomt.  Zonder dat we daar nou van opkijken.
Zo. Nu kan ik het woord niet meer horen.
Toen ik Jeetje (8) net in bed legde, zei ze dat mijn voorhoofd hetzelfde aanvoelde als dat van mijn moeder.  'Ik ken niemand op de wereld die zo'n voorhoofd heeft,' zei ze, 'behalve jij en oma.'

De plooi

De hele dag zat ik hier toch in de plooi omdat de fotografe zou komen. Ook al wist ik niet of ze zeker zou komen. s' Ochtends vroeg belde ze al om te zeggen dat ze ergens in Nederland in de file stond en dat vlak vóór haar de vrachtwagens omvielen op de snelweg. Haar auto schudde ook  heen en weer, zei ze.  Ze liet nog wel iets van zich horen als ze het nog zou redden. Ze kon niets voorspellen. Op nieuwssites zag ik foto's van ontwortelde bomen die boven op auto's terechtgekomen waren. Ik las over twee dode automobilisten in Amsterdam. Die fotografe kwam niet meer, de eerstkomende tijd zeer zeker niet, maar toch bleef ik in de plooi. Het werkt niet lekker in zo'n plooi ,maar ik begreep dat die niet weg zou gaan voordat ik zekerheid had. Gelukkig was het allemaal niet voor niets. Aan het eind van de dag stond de fotografe  voor mijn deur. Even later stond ik op de tafel in de achtertuin in een innige omhelzing met ons kromme appelboompje. Of ik er één wilde plukken, vroeg ze. Dat wilde ik. Natuurlijk wilde ik dat. Met het plukken van een appeltje begon tenslotte alles. Ik stond dus op de tafel, hield het boompje vast alsof het mijn geliefde was, de zon scheen fel in mijn gezicht, het begon te regenen, er waren windstoten. Ze knipte en knipte, en achteraf bedenk ik me dat ze net zo lang doorging tot ze me helemaal uit elke plooi had. Toen ging ze weer.