donderdag 13 maart 2014

Nooit meer slapen - verhaaltje woensdagnacht

Amigo

Terwijl de bijna honderdjarige mevrouw Welles daar lag en nog even probeerde te slapen, - slapen werd hoe langer hoe moeilijker voor haar, maar met wakker zijn had ze tegenwoordig al net zoveel problemen - luisterde ze naar de afwasgeluiden die uit haar keuken kwamen, daarna was er het stofzuigen. Over tien minuten zou Amigo naast haar bed staan. Hij was precies zoals zij het hebben wou.
Tot nu toe: niets dan lof voor de nieuwe hulp. Hij hoefde geen koffie en verdeed zijn tijd ook niet met gezeur. Doortje had jarenlang tegen haar aangekletst.
Mevrouw Welles stond bekend als een moeilijke maar zelfstandige vrouw die geen genoegen nam met minder. Waarom zou ze?
Ze was moeder van zeven grijze zonen, waarvan de oudste al aan het dementeren was. Hij was zijn rijbewijs allang kwijt.
Ondanks het verlies van haar rijvaardigheid en haar totaal versleten rug woonde mevrouw Welles nog altijd op zichzelf.
Ze had Amigo meteen ingesteld op het dichtsnoeren van haar korset. Niet te los en niet te strak. Dat ging haar goed af. Ook de knopjes van de nieuwe magnetron kon ze makkelijk bedienen.
Ze ging met haar tijd mee. De eerste wasmachine was ooit haar huis binnen gedragen en later de eerste afwasmachine.  Nu was ze de eerste bejaarde van het dorp met een thuiszorgrobot. Amigo mèt TomTom functie.
Morgen of overmorgen, - als ze eindelijk eens een keer uitgerust was, niet meer zo vreselijk moe in elk geval - zou ze hem achter het stuur zetten en konden ze misschien een stukje gaan rijden. De vrijheid tegemoet.


Beluister het verhaaltje hier.

woensdag 12 maart 2014

Nooit meer slapen - verhaaltje dinsdagnacht

Een gummetje is zo gepakt.

In de klas met twaalf verwende meisjes die hoog moesten scoren van hun ouders, was er een dertiende die nooit verwend werd. En die ook niet hoog hoefde te scoren. Maar dat per ongeluk wel deed.
Ver boven haar eigenlijke niveau, concludeerde meester William.
Veel te ver.
Het was de kleine Jacquelientje van de koeienboerderij. De een-na-jongste van een hele trits kinderen. Het meisje met de donkere kringen rond haar ogen en de eeuwige mestgeur in haar kleren. Degene die nooit werd uitgenodigd op verjaardagsfeestjes.
In de wereld was er niemand die haar een handje hielp.
Dus deed meester William dat.
Jacquelientje was volgens hem meer het verzorgende type.
Op het voortgezet wetenschappelijk onderwijs zou het meisje steeds op haar tenen moeten lopen. In dat grote gebouwencomplex in de stad zou ze verdwalen. Nee, ze hoorde thuis op de school naast de zijne.
Iemand moest voorkomen dat zo’n kind aan haar ijver ten onder ging.
Door het raam zag meester William Jaquelientje zitten, op haar hurken voor haar rugzakbroertje. De manier waarop ze zijn jas dichtknoopte en hem daarna kort over zijn bol streek trof hem elke dag opnieuw.
Alleen zo iemand mocht hem – later in het verzorgingstehuis - in zijn kleren helpen of desnoods eruit. Maar hij zag haar ook best gelukkig worden in een bloemenwinkel. Het bleef haar leven.
‘De resultaten van Jacquelientjes citotoets lagen helaas weer iets onder het landelijk gemiddelde,’ zei hij op het laatste oudergesprek,  ‘maar u hoeft zich over uw dochter echt geen zorgen te maken. Het is zo’n ongelooflijk lief kind. En meer dan haar best kan ze niet doen.'


Beluister hier het radiofragment.

dinsdag 11 maart 2014

Nooit meer slapen - verhaaltje maandagnacht

Het mysterie van het verdwenen vliegtuig

Intussen in de Boeing 777 krijgt de vijftigjarige mevrouw Dahlia uit Amsterdam wel erg dikke benen van het zitten. 
Het zou iets meer dan vijf uur vliegen zijn van Kuala Lumpur naar Peking, maar ze zit nu toch al zeker vijftig uur rechtop in het vliegtuig -  ingeklemd tussen twee snurkende Chinezen, waar ze ook al niet op valt -  met de National Geographic reisgids van Beijng op haar schoot. Ze weet precies vanwaar de bus vertrekt die haar naar de Grote Muur kan brengen. Bij Badaling.
Mevrouw Dahlia is een reislustige en gelovige vrouw. Maar heeft geen idee waarheen Gods weg deze keer leidt. Het enige wat ze weet is dat ze thuis wil zijn, bij haar vriendinnen. Die wel van haar houden.
Een week geleden was ze naar de hoofdstad van Maleisië gevlogen om haar grote liefde – een zachtaardige zestigjarige man die ze via internet had leren kennen -, eindelijk in het echt te ontmoeten. Maar eenmaal daar kwam hij niet op dagen en wilde geen enkele taxichauffeur haar naar zijn adres toe rijden. Nu wil deze piloot haar ook al niet naar de Grote Muur brengen.
Het gaat allemaal de verkeerde kant op.
 ‘Dames en heren, hier is uw verlosser speaking,’ had de piloot twee dagen eerder gezegd. ‘Het is gelukt hoor. We zijn ontsnapt!’ Naast haar juichten de Chinezen. ‘We zijn totaal van de radar verdwenen. Ik heb iedereen van ons afgeschud. We zijn vrij, dames en heren. Vrij. Als een vogel in de lucht.’
Maar dat wil mevrouw Dahlia dus juist niet.


Hier is het radiofragment te beluisteren.

zaterdag 8 maart 2014

No woman no cry

'Ik weet alleen nog dat ik pijn heb,' mompelde een vrouw, 'ik heb zo'n vre-se-lij-ke pijn aan mijn voeten.'  Ze kneep haar ogen dicht, kreunde en leunde tegen de muur.
Op de vroege ochtend van internationale vrouwendag zag ik heel veel dames op panty's de stadsschouwburg verlaten en zij die niet op kousenvoeten liepen, strompelden voorbij. Dat ziet er niet relaxed uit, kan ik je wel vertellen. Ook niet knap. En waarom lopen we op die palen als we van tevoren weten dat we dat geen avond vol kunnen houden? Nou ja, natuurlijk houden we dat wel vol. We houden alles vol. Als het moet. Maar van wie moet het?
Ik droeg dit jaar geen hakken op het boekenbal. Regelmatig hoorde ik het mezelf zeggen: 'Kijk! Ik loop goed!'  Alsof het een verdienste was.
Iemand schreef op Facebook: Fuck de jurk. Ik wil daar dus aan toevoegen: Fuck de hakken.
Om in de sfeer te blijven. Er was een man op het Ajaxterras en hij zei tegen mij: 'Hee, jij hebt ook helemaal geen tieten!' Ik had geen moment aan mijn boezem gedacht en wist niet goed wat daarop te antwoorden, dus tuurde ik in mijn blouse.
'Helemaal geen is niet waar,' zei ik.
Ik raakte tijdens de wandelingen door de gangen van de schouwburg veel mensen kwijt,  maar toen ik tegen vieren buitenstond, vond ik ineens vier vrouwen die ook helemaal naar IJburg moesten. Even later zat ik in een enorme reggae-taxi vol vrouwen, loeihard 'No woman, no cry' van Bob Marley en reden we relaxed naar ons nieuwbouweiland.

donderdag 6 maart 2014

Iets

Er was iets deze week. Ik heb hier sinds zondag geen stukje gepubliceerd. Het komt denk ik ook gewoon door tijdgebrek. En omdat ik - nee mijn verhaal - tijdens het schrijven onder de grond beland was. Ik was in een ondergrondse nieuwbouwwijk terechtgekomen en kwam er haast niet meer weg. Geef mij licht en ruimte, dacht ik steeds. Maar onder de grond hingen alleen daglichtlampen. Ik dacht in deze dagen een paar keer aan die documentaire over een vrouw die zelfmoord pleegde omdat haar lichaam jaren achter elkaar in de allerhoogste staat van alertheid verkeerde. Het bleef, zonder dat daar een directe aanleiding voor was, steeds opnieuw stresshormonen aanmaken. Ze had nooit rust. Dat moet vreselijk zijn, dacht ik. Dat ik hier niets opschreef, kan ook wel komen omdat er deze week elke nacht een paar keer een peuter aan mijn bed stond die zei niet te kunnen slapen omdat ze bang was.
'Waarom ben je bang?'
'Ik heb iets gedroomd.'
'Wat heb je gedroomd?'
'Iets.'


zondag 2 maart 2014

Voor nep

We daalden af. Onder de grond was een gigantische speeltuin waar ook tafels en banken voor volwassenen stonden. Je kon er koffie bestellen. 's Middags aten we tosti's in het onderaardse paradijs.
'We kunnen ook naar de begraafplaats,' zei Deetje (3)  Ze sleepte haar tosti door een plas ketchup.
'Wat doen?'
'Oma D. weer ophalen.'
'Dat kan niet,' zei ik.
'Dat kàn wel.'
'En wat wil je dan doen met oma D.?'
'We brengen Oma D. naar huis. We hangen slingers op. En dan is ze gewoon voor nep jarig!'
Deetje deed haar armen over elkaar. Ogen triomfantelijk op me gericht. Mond een streepje. Ketchupvegen op haar wangen. Voor nep jarig, hier had ik niet van terug.
'Maar dat proberen we niet hoor,' zei ze haastig.
'Waarom niet?'
'Dat vinden de mannen van de begraafplaats niet goed.'
'O.'
'We proberen het niet, hè mama. We gaan het niet doen.'
'Nee, we gaan het niet doen.'
'Maar het kàn wel,' herhaalde ze.
'We laten oma D. gewoon waar ze is. Ze slaapt lekker rustig.'
'Ze sláápt niet.'
'Nee.'
'Ze is dood.'
'Dat is ook zo.'
De wereld onder de wereld komt de laatste tijd op allerlei manieren terug, valt me op.

donderdag 27 februari 2014

Ander leven

In de douchecabine stond ik, een cel met een ingebouwde radio die ruist en stoort, overal knoppen en knipperlichten, het leek meer op een raket, en toen ik de damp van de plastic deuren veegde, zag ik in het bad tegenover mij heel duidelijk twee meisjes zitten. Ander leven.
Een met lang blond haar en een met lang donker haar. Ik waste mijn haar en begon ze bespioneren. Ze maakten ijsjes met bekertjes en schuimkoppen erop, in hun handen hadden ze naakte vrouwenpopjes die ze van de reuzenijsjes lieten eten, ééntje duwde het plastic hoofdje er helemaal in, het enorme paard en de kleine dinosaurus wachtten op de badrand geduldig op hun beurt.
Ik kon er geen genoeg van krijgen.
Later die dag zagen diezelfde meisjes en ik in het Flevopark twee jongedames wandelen in het lentezonnetje, onophoudelijk kletsend, ze trokken allebei een boek aan een lijntje achter zich aan.
'Dat zijn nou pubers,' zei ik.