Ik lees wat mensen hebben gelezen die ik goed vind, misschien moet ik eerder zeggen: ik schaf de boeken aan die de mensen die ik goed vind geïnspireerd hebben, en als ik eens een zee van tijd heb zal ik ze van begin tot eind tot me nemen. En dan ben ik weer wat wijzer. Het mens dat ik de afgelopen dagen erg goed vond, was dus Valeria Luiselli en omdat zij volgens Cees Nooteboom beïnvloed is door Rousseau, heb ik Rousseau besteld. Zijn Bekentenissen en Overpeinzingen van een eenzame wandelaar.
Zo heb ik hier de laatste tijd ook een paar romans plus een biografie van Simenon mijn hol in gesleept. Omdat wijlen Marquez zo dol op hem was. En ik niet verder kan, zonder kennis te hebben genomen van Simenon. Ik wou dat ik de boeken met het kopen alleen al gelezen had. Maar dat vergt tijd. En het meest van de tijd zit ik voor mijn huis op de stoep te kijken naar steppende kinderen die toch het hoekje omgaan terwijl ze dat niet mochten. Of kinderen die krijten. Een doodgewoon leven van Karel Capek naast mij op het tafeltje. Ongelezen, dicht.
Door Luiselli is niet alleen Rousseau het huis ingekomen, maar ook een fles whisky. Op de stoep met een glaasje whisky naar de kinderen kijken, dat is goed te doen.
maandag 19 mei 2014
vrijdag 16 mei 2014
Hoe het echt is?
In de verte draait een rups van geblindeerde bussen de weg op. In bus nummer vijf zit ze. Traag gaat de stoet. Maar ze rijdt onherroepelijk bij ons vandaan. De snelweg op.
Ze kwam met haar ogen net boven het raam uit. Zij moet ons hebben kunnen zien, - haar vader en haar moeder - maar wij zwaaiden naar zwarte ramen. Waarachter ergens ons schrandere meisje met de twee vlechtjes, bodywarmer en de korte broek. Al elf dagen vier jaar. Met in haar tas een banaan, drie pakjes sap en een extra legging. Tussen de vreemde kinderen. Ze had er zin in.
'Het is allemaal nep,' had ik haar vanmorgen nog op het hart gedrukt, 'alles wat je daar straks zult zien, is nep. Onthoudt dat.'
'Zoals in de Efteling,' zei ze, 'dat was ook allemaal nep, hè?'
'Het is een nep-wereld.'
Ze wist van de nep-wereld. Ze zei dat draken niet bestonden. En dat die wolf van Roodkapje nep was, zoals ook Roodkapje zelf.
Maar ze loopt daar zelf natuurlijk wel echt rond. In sprookjeswonderland. En hoe het echt is, weet ik ook niet.
Ze kwam met haar ogen net boven het raam uit. Zij moet ons hebben kunnen zien, - haar vader en haar moeder - maar wij zwaaiden naar zwarte ramen. Waarachter ergens ons schrandere meisje met de twee vlechtjes, bodywarmer en de korte broek. Al elf dagen vier jaar. Met in haar tas een banaan, drie pakjes sap en een extra legging. Tussen de vreemde kinderen. Ze had er zin in.
'Het is allemaal nep,' had ik haar vanmorgen nog op het hart gedrukt, 'alles wat je daar straks zult zien, is nep. Onthoudt dat.'
'Zoals in de Efteling,' zei ze, 'dat was ook allemaal nep, hè?'
'Het is een nep-wereld.'
Ze wist van de nep-wereld. Ze zei dat draken niet bestonden. En dat die wolf van Roodkapje nep was, zoals ook Roodkapje zelf.
Maar ze loopt daar zelf natuurlijk wel echt rond. In sprookjeswonderland. En hoe het echt is, weet ik ook niet.
donderdag 15 mei 2014
Nog eenmaal
Als je De weg naar zee nog niet gelezen hebt, schrijf je nu hier in voor de Das Mag leesclub op 14 juni en dan krijg je het vanzelf thuisgestuurd.
Het kan nog een paar dagen.
Het boek is een aanklacht tegen de maakbaarheid van de mens zoals die ons wordt voorgespiegeld, schreef een recensent.
Vind jij dat ook? Of lees je er juist iets totaal anders in?
Je kunt er op die zaterdag met mij en met anderen over praten. De leesclub wordt geleid door Micha Wertheim. En na al het geklets ben je welkom op een groot - en nu al legendarisch - feest waar iedereen is.
dinsdag 13 mei 2014
Naar huis
Het is de tweede week dat de vierjarige naar school gaat. Ze is kindje nummer 27 in de klas. Ze gedraagt zich alsof ze er al jaren zit. Ze is heel erg cool. Net haar moeder. Aan haar zul je niets merken. Met de twee vlechtjes naast haar uitgestreken gezicht, zit ze aan het tafeltje bij Dior.
'Ik wil naar huis,' was het eerste dat ze gezegd schijnt te hebben toen ze haar grote zus in de middag op het schoolplein tegenkwam. 'Ik wil naar huis.'
'Zei ze dat echt?' vroeg ik.
'Ja, hoezo?'
'Wat was ze aan het doen dan?'
'Niks. Ze stond helemaal alleen bij de zandbak en het klimrek. Ze keek een beetje. Ze had niemand om mee te spelen.'
'En wat zei jij toen tegen haar?'
'Dat het niet meer zo heel lang duurde.'
'Ik wil naar huis,' was het eerste dat ze gezegd schijnt te hebben toen ze haar grote zus in de middag op het schoolplein tegenkwam. 'Ik wil naar huis.'
'Zei ze dat echt?' vroeg ik.
'Ja, hoezo?'
'Wat was ze aan het doen dan?'
'Niks. Ze stond helemaal alleen bij de zandbak en het klimrek. Ze keek een beetje. Ze had niemand om mee te spelen.'
'En wat zei jij toen tegen haar?'
'Dat het niet meer zo heel lang duurde.'
maandag 12 mei 2014
Gebruiken
De moeder van de schoonmaakster is net zo oud als mijn moeder en een psychiatrisch patiënt. Ze weet sinds de schoonmaakster vier is vaker niet dan wel dat haar dochter bestaat en al helemaal niet dat die dochter ooit in Nederland is gaan werken als schoonmaakster om op die manier een behandeling voor haar te kunnen financieren. Dat laatste is gelukt. Een behandeling voor haar moeder (en een huis voor haarzelf) Maar de moeder heeft toen de verkeerde medicijnen gekregen waardoor het een tijd nog veel slechter met haar gegaan was.
Ik stond naar het verhaal van de schoonmaakster te luisteren, met één been al op de trap en het boek van Valeria Luiselli in mijn hand. De gewichtlozen. De manier van schrijven van de Mexicaanse Valeria Luiselli bevalt me echt heel erg. Valeria is een paar jaar ouder dan de schoonmaakster en tien jaar jonger dan ik. Ik stond, terwijl de schoonmaakster praatte, ook te denken aan mijn eigen verhaal, het document dat een paar weken dichtbleef, en dat ik zo dadelijk weer ga openen.
(Dat heb ik nu op dit moment nog niet gedaan, terwijl ik over drie kwartier alweer bij school moet staan om een stuk of wat kinderen op te halen)
En ik dacht, staand op de trap, terug aan Fabio die hier een tijdlang elke donderdag kwam, even oud was als ik, en heel veel praatte, tot hij op een dag ineens weg was. Terug naar Brazilië. Hem wil ik ook beschrijven. Misschien kan ik haar verhaal op het zijne plakken, mijmerde ik. Dus feitelijk ben ik - nog voor ze uitverteld is - aan het bedenken hoe ik haar verhaal, kan gebruiken voor het mijne.
Ik stond naar het verhaal van de schoonmaakster te luisteren, met één been al op de trap en het boek van Valeria Luiselli in mijn hand. De gewichtlozen. De manier van schrijven van de Mexicaanse Valeria Luiselli bevalt me echt heel erg. Valeria is een paar jaar ouder dan de schoonmaakster en tien jaar jonger dan ik. Ik stond, terwijl de schoonmaakster praatte, ook te denken aan mijn eigen verhaal, het document dat een paar weken dichtbleef, en dat ik zo dadelijk weer ga openen.
(Dat heb ik nu op dit moment nog niet gedaan, terwijl ik over drie kwartier alweer bij school moet staan om een stuk of wat kinderen op te halen)
En ik dacht, staand op de trap, terug aan Fabio die hier een tijdlang elke donderdag kwam, even oud was als ik, en heel veel praatte, tot hij op een dag ineens weg was. Terug naar Brazilië. Hem wil ik ook beschrijven. Misschien kan ik haar verhaal op het zijne plakken, mijmerde ik. Dus feitelijk ben ik - nog voor ze uitverteld is - aan het bedenken hoe ik haar verhaal, kan gebruiken voor het mijne.
vrijdag 9 mei 2014
Geen oplossing
Mijn bijna-negenjarige huilde omdat er een dag zal komen dat we afscheid van elkaar moeten nemen. Het huilen ging bij mij door merg en been. Omdat die dag een keer komt. Oké, misschien nemen we geen afscheid, misschien wordt het voor ons genomen. Maar er komt een dag.
Het ging door merg en been omdat dit mijn grote bezwaar tegen het leven blijft en ik er na veertig jaar nog altijd geen fatsoenlijk antwoord op heb. 'Ons krijgen ze niet.' Iets slechters kan ik niet bedenken. Maar ik zeg het. Ze laat zich ook geen sprookjes vertellen. Over hemels waar we elkaar allemaal weer zullen treffen. Dit maakt het nog moeilijker te verteren.
Het grootste probleem van kinderen hebben is dat je op een dag weer van ze gescheiden zal worden. Iedereen weet dat wel. Ook de bijna-negenjarige tot mijn spijt. We denken er alleen niet steeds aan. Het is zaak er zo min mogelijk aan te denken.
Het punt is: ik wil voor eeuwig en eeuwig bij die kinderen blijven. Tegelijkertijd probeer ik heel vaak even van ze af te komen.
'Mama, moet je alleen zijn of niet?' informeert de vierjarige te pas en te onpas.
In de Gewichtlozen van Valeria Luiselli lees ik: Romans zijn van de lange adem. Dat vinden romanschrijvers althans. Niemand weet precies wat het betekent. Maar ze zeggen het allemaal: van de lange adem. Ik heb een baby en een middelste kind. Ze laten me niet ademen. Alles wat ik schrijf zal - kan - alleen maar van korte adem zijn. Van weinig lucht.
Het ging door merg en been omdat dit mijn grote bezwaar tegen het leven blijft en ik er na veertig jaar nog altijd geen fatsoenlijk antwoord op heb. 'Ons krijgen ze niet.' Iets slechters kan ik niet bedenken. Maar ik zeg het. Ze laat zich ook geen sprookjes vertellen. Over hemels waar we elkaar allemaal weer zullen treffen. Dit maakt het nog moeilijker te verteren.
Het grootste probleem van kinderen hebben is dat je op een dag weer van ze gescheiden zal worden. Iedereen weet dat wel. Ook de bijna-negenjarige tot mijn spijt. We denken er alleen niet steeds aan. Het is zaak er zo min mogelijk aan te denken.
Het punt is: ik wil voor eeuwig en eeuwig bij die kinderen blijven. Tegelijkertijd probeer ik heel vaak even van ze af te komen.
'Mama, moet je alleen zijn of niet?' informeert de vierjarige te pas en te onpas.
In de Gewichtlozen van Valeria Luiselli lees ik: Romans zijn van de lange adem. Dat vinden romanschrijvers althans. Niemand weet precies wat het betekent. Maar ze zeggen het allemaal: van de lange adem. Ik heb een baby en een middelste kind. Ze laten me niet ademen. Alles wat ik schrijf zal - kan - alleen maar van korte adem zijn. Van weinig lucht.
donderdag 8 mei 2014
R e c l a m e
Het einde van de kaartverkoop voor het Das Magazin Festival op 14 juni nadert, is mij net gemeld. En alle leesclubs zitten bijna vol, maar nog niet helemaal. Bij mij kun je nog terecht. Praten over De weg naar zee. Onder leiding van Micha Wertheim. Dat kan best grappig worden.
Dus s c h r i j f je in. Of kijk bij de line-up, om te zien bij wie je je verder nog in kunt schrijven.
Dus s c h r i j f je in. Of kijk bij de line-up, om te zien bij wie je je verder nog in kunt schrijven.
Abonneren op:
Posts (Atom)