'Ik denk toch niet dat ik ooit een boek ga schrijven,' zei een cursiste bij de evaluatie. 'Het is zo naar. Daar hou ik helemaal niet van. Narigheid.'
'Het hoeft niet per se naar te zijn wat je schrijft.'
'Het is allemaal zo dramatisch,' zei ze.
'O. Maar. En. Tja. Drama. Contrast.'
'Er is al ellende genoeg op de wereld,' zei ze. 'Ik wil mensen vrolijk maken.'
'Dat kan best hoor.'
'Misschien moet jij zelf volgende keer ook wat vrolijkers schrijven,' zei ze.
'Bedankt voor de tip.'
zondag 17 augustus 2014
zaterdag 16 augustus 2014
Onzichtbaar
'Ben ik nog iemand vergeten?' zeg ik en klap mijn schrift dicht. Het is vrijdag. De schrijfcursus is afgelopen en iedereen heeft zojuist nog iets mogen zeggen ter afsluiting. Het is meer voor de vorm dat ik het vraag. Ik weet namelijk zeker dat ik niemand oversloeg. Ik heb de namen geteld, de gezichten gespot. De hele week houd ik alles al nauwkeurig bij in mijn schrift.
'Gelukkig ben ik niemand vergeten.' Ik leun achterover, mijn armen over elkaar. 'Dat vind ik altijd zo afschuwelijk.'
'Alleen mij, een beetje.' Achterin het lokaal gaat er een vinger half de lucht in. Het meisje met de piercing. Heel kort sluit ik mijn ogen. In het kleine klaslokaal gonst haar naam.
'Ja, je bent haar weer vergeten!' wordt er om me heen gezegd.
'Het geeft niet hoor.' Ze glimlacht.
'Je stond op de volgende bladzijde van m'n schrift,' zeg ik snel. Maar dat is geen excuus. Terwijl ik in die vijf dagen nogal obsessief bezig ben geweest met het niet-vergeten van mensen, overkomt het me toch twee keer bij hetzelfde meisje.
In groepen word ik meestal ook over het hoofd gezien. En vroeger - in klassenverband - was ik degene die systematisch werd overgeslagen of vergeten. Ik weet niet precies wat het is. De onzichtbaarheid en ik zijn nooit ver van elkaar verwijderd. De onzichtbaarheid en zij blijkbaar ook niet.
'Gelukkig ben ik niemand vergeten.' Ik leun achterover, mijn armen over elkaar. 'Dat vind ik altijd zo afschuwelijk.'
'Alleen mij, een beetje.' Achterin het lokaal gaat er een vinger half de lucht in. Het meisje met de piercing. Heel kort sluit ik mijn ogen. In het kleine klaslokaal gonst haar naam.
'Ja, je bent haar weer vergeten!' wordt er om me heen gezegd.
'Het geeft niet hoor.' Ze glimlacht.
'Je stond op de volgende bladzijde van m'n schrift,' zeg ik snel. Maar dat is geen excuus. Terwijl ik in die vijf dagen nogal obsessief bezig ben geweest met het niet-vergeten van mensen, overkomt het me toch twee keer bij hetzelfde meisje.
In groepen word ik meestal ook over het hoofd gezien. En vroeger - in klassenverband - was ik degene die systematisch werd overgeslagen of vergeten. Ik weet niet precies wat het is. De onzichtbaarheid en ik zijn nooit ver van elkaar verwijderd. De onzichtbaarheid en zij blijkbaar ook niet.
woensdag 13 augustus 2014
Mijn universum
Deze hele week schrijf ik niet, maar geef ik les aan twaalf mensen die schrijven. We zitten in een klein lokaal. De tafels staan in carré-vorm en ik zit aan het hoofd ervan. Met achter mij het whiteboard. Er wordt hard gewerkt. Opengeklapte laptops staan op tafel. Alle ogen gericht op de kleine schermpjes. Een enkeling doet het met de hand. Dat ziet er kalm uit. Maar dat is omdat ik het niet hoor. Ik zit gebogen over mijn rode schrift en schipper met de uren. Steeds opnieuw maak ik tijdschema's en schrijf namen op, wie heeft net voorgelezen en wie is daarna aan de beurt. Hoe lang moet een korte pauze duren? Wanneer is die nodig? Hoeveel tijd gaat er zitten in het bespreken van een stuk tekst? Hoeveel tijd mag je daarvoor nemen zonder de dynamiek te verstoren. Om mij heen is er het tikken van vingers op toetsenborden. Steeds harder slaan ze op de toetsen. Steeds sneller gaan ze.
Op het bord schrijf ik dingen op als: Show, don't tell. Schrijf het gevoel niet op, laat het de lezer voelen. Suggestie.
Een tijdlang hoor ik alleen het typen. Daarna beluister ik hoe mijn cursisten op dag twee al - stuk voor stuk - terecht zijn gekomen in vreemde werelden. Hoe twaalf nieuwe universums zich openen.
Op het bord schrijf ik dingen op als: Show, don't tell. Schrijf het gevoel niet op, laat het de lezer voelen. Suggestie.
Een tijdlang hoor ik alleen het typen. Daarna beluister ik hoe mijn cursisten op dag twee al - stuk voor stuk - terecht zijn gekomen in vreemde werelden. Hoe twaalf nieuwe universums zich openen.
donderdag 7 augustus 2014
Ezel
Ik zag eindelijk weer eens een ezel. Ze stond in de kinderboerderij en leek zwanger, maar ze was gewoon te dik en net aan de dood ontsnapt. De vrijwilligster die de ezels verzorgde en die korsten op haar gezicht had, eentje precies tussen haar wenkbrauwen, als een groot en grillig derde oog, zei dat het beest verpulverde hoeven had en dat ze haar daarom af hadden willen maken. Als zij er niet was geweest. Nu behandelde de vrijwilligster de hoeven tweemaal daags met teer. Zij reed op hoog niveau paard en deed dressuur en wist zodoende veel van hoeven.
'Ik heb op hoog niveau gereden,' zei ze er toen bij. 'Vroeger.'
De ezelmevrouw krabde kort aan haar derde oog. Ik zag haar pluizige haar. Halverwege de dertig was ze misschien. Wat was er gebeurd tussen vroeger en nu?
Ik keek van de ezelmevrouw naar de ezel.
Normaal zou ik nooit zo lang naar een ezel kijken, maar sinds wij er met eentje op vakantie zijn geweest, kijk ik er toch anders tegenaan. Het is een bekend beest geworden. Ik sta dichtbij de ezelwereld.
'De ezel is geen vrolijkerd,' zei de kapper vandaag. 'Het is van naturen een depressief beest. Je had beter met een schaap kunnen gaan lopen.'
'Ik heb op hoog niveau gereden,' zei ze er toen bij. 'Vroeger.'
De ezelmevrouw krabde kort aan haar derde oog. Ik zag haar pluizige haar. Halverwege de dertig was ze misschien. Wat was er gebeurd tussen vroeger en nu?
Ik keek van de ezelmevrouw naar de ezel.
Normaal zou ik nooit zo lang naar een ezel kijken, maar sinds wij er met eentje op vakantie zijn geweest, kijk ik er toch anders tegenaan. Het is een bekend beest geworden. Ik sta dichtbij de ezelwereld.
'De ezel is geen vrolijkerd,' zei de kapper vandaag. 'Het is van naturen een depressief beest. Je had beter met een schaap kunnen gaan lopen.'
maandag 4 augustus 2014
Nieuw arsenaal aan tics en uitspraken
Er was een oude Franse vrouw die een smerig huis verhuurde, ons er al vroeg in de ochtend weg kwam jagen en na elke zin die ze uitsprak haar kruis vastgreep. Met volle hand.
Er was een enorme Engelse verpleegster die 25 jaar in Zuid-Frankrijk had gewerkt en die toen ze met pensioen was een enorm klooster kocht in een diep dal in de Auvergne. Ze woonde er met haar honden en geiten en in de zomer ontving ze gasten met paarden en ezels. Ze bakte enorme pizza's. We sliepen met z'n vieren in een brandschone slaapzaal met vijftien bedden onder paardendekens. Ze was als een liefhebbende moeder voor ons, maar 's nachts bedacht ik me dat ze ook elk moment de zaal zou kunnen binnenstormen in een verpleegstersuniform om ons God weet wat toe te dienen.
Er was een zeer gastvrij Nederlands echtpaar dat tien jaar geleden een B&B begon op een top van een berg. Maar ik zag nooit dat het een bergtop was omdat het mistig was en regende.
Ik zei: Misschien blijft de regen hier hangen omdat jullie in een dal zitten?
De meneer zei heel vaak: 'Normaal zitten we elke dag op het terras, maar dit jaar hebben nog maar vier keer buiten gezeten. De mevrouw zei: 'Maar er zijn ergere dingen. Zo is het toch? Het komt zoals het komt.'
Ook was er onze ezel Nenet die gevoelige hoefjes had, niet door modderstromen wilde lopen en daarnaast een autoriteitsprobleem had. Ze was omkoopbaar noch ergens met lichte agressie toe te dwingen. De enige twee methodes die ik ken als het op leidinggeven aankomt.
Dit waren een paar types die ik tijdens de vakantie tegenkwam.
Weer een paar nieuwe eigenaardigheden erbij, uitspraken, gebaren die ik onthouden zal om ooit te gebruiken. Zo werkt dat. - Dit in het kader van de zomercursus die ik volgende week ga geven en die gaat over hoe je de werkelijkheid gebruikt in literatuur. -
vrijdag 18 juli 2014
Inpakken
Het verschil
tussen ons en de andere mensen: papa en ik zijn geen gezelschapsdieren.
Ik denk dat
het voor mama beter zou zijn geweest als we dat wel waren. Zij kletst
graag. Maar op de dag dat ze het sanitair net weet te vinden en tegen de mensen daar begint aan te praten, vertrekken we. Als ze op de volgende
camping eenmaal doorheeft hoe de paadjes lopen, is dat een teken dat we moeten gaan. Mama vindt namelijk altijd iemand. Ook al
staan we op hele kleine campings waar geen hond naartoe gaat omdat het er
uitgestorven is, in de wijde omgeving niets te beleven en het landschap
eentonig. Naaldbossen. Daar zijn we van gaan houden.
Terwijl papa en ik de spullen inpakken, gaat mama alvast in onze auto zitten wachten, met de deuren en ramen dicht. Een
snelkookpan. Ze kan er absoluut niet tegen als de tent neergaat en ons kamp
wordt opgebroken. Soms lijkt het of ze bang is dat we haar vergeten mee te
nemen. Zoals dieren dat vaak hebben. Gelukkig
hebben we maar een klein tentje en is het inpakken zo gebeurd. Papa en ik zijn op elkaar ingespeeld.
donderdag 17 juli 2014
Allergelukkigst
Onze binnentent is altijd zeiknat van ons geadem en mama’s scheten. Ons tentje heeft een schutkleur. Van veraf kun je ‘m haast niet in het gras zien staan. De hoogst haalbare vorm van onzichtbaarheid vindt papa. We hebben de beste camping ooit. We hebben het veld al twee dagen voor ons alleen. Al die tijd sta ik op mijn handen. Mama ligt in haar badpak in de zon, plat op haar dikke buik, met rossige armen en benen wijd, te slapen. Het zweet drupt onder haar oksels vandaan en langs haar liezen. Haar hoofd is knalrood. Ze is levend aan het verbranden, maar wil zich per se niet insmeren. Papa zit even verderop onder een boom te lezen. In kleermakerszit. Hij draagt alleen een zwart slipje. Zijn rug is gekromd, zijn ribben steken iets uit. We zijn op ons allergelukkigst zo. Al beginnen mijn polsen wel te krakken van het steeds op mijn handen staan.
'Wil jullie dochter misschien met onze kinderen spelen?'
Op de derde dag zie ik een paar gladde vrouwenbenen naast me in het gras. Gelakte nagels in teenslippers. Daarnaast een heleboel paar blote kindervoeten.
Voordat de mevrouw meer kan zeggen, sta ik al rechtop en maak een snoekduik de tent in.
De hele verdere dag blijf ik daarbinnen. Terwijl de zon recht door het doek heen brandt, intussen alle kinderen van de camping eromheen cirkelen als roofdieren en onophoudelijk dreigen ze: ‘Als je eruit komt, gaan we met je spelen. Spelen. Spelen.’
De volgende ochtend, nog voor de rest van de camping wakker is, nog voor het sanitair gepoetst is, vertrekken we.
‘Het was zo’n mens dat uit was op contact,’ zegt papa over die mevrouw. We rillen.
Het allerergste wat mensen ons kunnen vragen is: ‘Komen jullie straks bij ons een glaasje drinken?’ Maar gelukkig heeft nog nooit iemand dit recht in ons gezicht gezegd. Omdat we altijd op tijd weg zijn, zegt papa. Omdat er niemand op deze hele aardkloot is die met ons een glaasje zou willen drinken, zeg ik. Vanwege mama. Gelukkig.
'Wil jullie dochter misschien met onze kinderen spelen?'
Op de derde dag zie ik een paar gladde vrouwenbenen naast me in het gras. Gelakte nagels in teenslippers. Daarnaast een heleboel paar blote kindervoeten.
Voordat de mevrouw meer kan zeggen, sta ik al rechtop en maak een snoekduik de tent in.
De hele verdere dag blijf ik daarbinnen. Terwijl de zon recht door het doek heen brandt, intussen alle kinderen van de camping eromheen cirkelen als roofdieren en onophoudelijk dreigen ze: ‘Als je eruit komt, gaan we met je spelen. Spelen. Spelen.’
De volgende ochtend, nog voor de rest van de camping wakker is, nog voor het sanitair gepoetst is, vertrekken we.
‘Het was zo’n mens dat uit was op contact,’ zegt papa over die mevrouw. We rillen.
Het allerergste wat mensen ons kunnen vragen is: ‘Komen jullie straks bij ons een glaasje drinken?’ Maar gelukkig heeft nog nooit iemand dit recht in ons gezicht gezegd. Omdat we altijd op tijd weg zijn, zegt papa. Omdat er niemand op deze hele aardkloot is die met ons een glaasje zou willen drinken, zeg ik. Vanwege mama. Gelukkig.
Abonneren op:
Posts (Atom)