donderdag 27 november 2014

Twee werelden

Na het lesgeven, zocht ik mijn fiets in de fietsenrekken van de Uva. Het motterde en ik rilde van de kou. Ik dacht aan de schoonmaakster van het universiteitsgebouw die ik bij binnenkomst had zien creperen van de pijn en aan de receptionist die daarnet een thermopanty voor haar aan het uitzoeken was op de Hema-website. De schoonmaakster had reuma, zei hij en kon in dit jaargetijde haast niet bewegen. Maar stoppen met werken was voor haar geen optie. Een ski-broek of een thermopanty zou helpen, meende hij.
'Weet je welke maat ze heeft?' vroeg ik.
Dat was geen probleem. De thermopanty was elastisch dus iedereen paste er in. Ook zij. Al was hij een opmerking tegengekomen van een klant die er uit was gescheurd.
Nu zocht ik al minstens een kwartier mijn fiets en ik probeerde twee uur terug te gaan in de tijd, - hoe was ik hier gekomen?, waar reed ik en waar stapte ik vervolgens af? - maar het bleef volkomen blanco. Ik vond geen enkel aanknopingspunt. 
Daarna ging ik alle plekken na waar ik de fiets neergezet zou kunnen hebben, als ik mij was. Pas toen ik de moed opgaf en wilde gaan lopen, zag ik 'm staan.

maandag 24 november 2014

Remmen

Met de vierjarige aan mijn zijde fietste ik door het duister. Ze ging op een roze fietsje de brug op en weer af. 'Niet te hard, hè?' zei ik nog. En: 'Remmen.'
De negenjarige fietste voor me, ik zag haar knalrode achterlicht. Zij weigerde in die 'slakkengang' met ons mee te gaan. Links van ons auto's op weg naar de A10.  Anonieme snelle wagens. Ik wachtte op de klap. Dat is niets nieuws.
De benen van het fietsertje naast me gingen snel heen en weer. Die handjes om het stuur. Af en toe slingerde ze even, maar ze corrigeerde zichzelf steeds. Een opgevoerde scooter haalde ons in. Alles ging goed.
Ik legde de vierjarige uit dat ze de volgende keer niet zomaar mocht vertrekken in de winkel, dat ze even moest zéggen als ze op de speelgoedbrommer bij de ingang ging zitten. Jeetje en ik hadden overal gezocht en...
'Waar is Jeetje nu dan?' vroeg ze alleen maar.
Het rode lichtje voor ons was verdwenen.  In de verte het kruispunt. De stoplichten - dat zijn geen stoplichten dat zijn verkéérslichten hoor ik mijn opa zaliger als ik dit woord denk of opschrijf altijd zeggen - sprongen op groen. Een zee van lichten. Ik wachtte op de klap.

vrijdag 21 november 2014

Verzonnen wereld

In een column van Frits Abrahams lees ik over Fictiefrictie. Ofwel: romanmoeheid. Een term van Maarten 't Hart die zelf geen fictie meer leest omdat hij moeite heeft met de verzonnen wereld van de fictie. Het is een kwaal die veel oudere lezers zou bezoeken. Dat heb ik, dacht ik. Ik heb de laatste tijd  last van fictiefrictie. En dan vooral met het schrijven ervan. De verzonnen wereld opschrijven. Je kunt wel van alles verzinnen, denk ik steeds maar. Het kan zus of zo of zo.
Met het lezen van fictie heb ik het niet. Ik las laatst Birk van Jaap Robben. Die wereld is nogal verzonnen. Gestileerd zou ik het eerder noemen. Verzonnen vind ik niet goed klinken.  Drie mensen op één eiland. Je wil weten wat hen bezielt. Ik kon niet stoppen met lezen. Dat was best lang geleden. Er liggen nogal wat stapels half gelezen boeken op mijn bureau. De stijl is toch het belangrijkst denk ik, maar ik dwaal af.
Het gaat héél slecht met de literatuur, schijnt er vandaag in de krant te staan. Ik heb alleen de kop nog voorbij zien komen op Facebook. Nederland ont-leest het snelst van heel West-Europa!
'Kun jij geen autobiografie van een voetballer schrijven?'  oppert mijn vader.

donderdag 20 november 2014

TV

Vandaag zag ik Jeetje (9) bij Man Bijt Hond. Dat deed ze goed. Het was de Internationale dag van de rechten van het kind. Ze filmden haar in haar kamer. Ze filmden haar op haar rekstok. Ze filmden haar ondersteboven. Het programma werd aan- en afgekondigd door Jeetje.
Het was jammer dat we geen tv hadden en het op het kleine schermpje van de Ipad moesten kijken. Maar we mochten van geluk spreken dat de Ipad het wel deed.
Er stonden twee computers aan maar NPO liep steeds vast. Sinds we een nieuwe wifi zender hebben, lopen tv uitzendingen vast. Er is natuurlijk uitzending gemist, maar je wil je kind als het op tv komt toch live volgen. Dus lagen we met z'n vieren op het tapijt voor de Ipad, de kachel brandde, en bekeken Jeetje.

woensdag 19 november 2014

Piet precies

Tijdens de woensdagmiddaglunch, een gebakken ei op geroosterd brood, kreeg Deetje post van Sinterklaas. Het was een prachtige pietenpop met blauw haar. In het tasje van de piet zaten twee pepernoten en een briefje voor Deetje met als afzender: Piet.
'Ja, wèlke Piet?' vroeg ze zakelijk. 'Pietje Paniek of de Hoofdpiet of...?'
Er stond alleen Piet. Het konden alle pieten zijn.
'O,' zei ze. Ze liet de pop op de rand van de tafel liggen, at haar boterham helemaal op en begon toen een beschuitje heel secuur met boter te besmeren. Een berg hagelslag erop, die ze ook eerst weer gelijkmatig over het beschuitje verdeelde, overal exact evenveel, voordat ze eindelijk een hapje nam.
'Vind je de piet niet leuk?' vroeg ik.
'Jawel,' zei ze, 'maar hij heeft blauw haar. Ik denk niet dat die echt is.'  Ze sprak haar vermoeden uit dat een pietenpop met zúlk haar niet afkomstig kon zijn van de echte Hoofdpiet, maar dat hij hoogstwaarschijnlijk van één van die neppieten kwam, opgeleid door opa Piet.
'Wat zielig,' zei ik, 'denk je dat alleen maar omdat die blauw haar heeft?'
'Ik denk dat deze Piet van oma Piet komt,' zei haar grote zus. 'Oma Piet máákt de poppen natuurlijk.'
Pietje Precies at zwijgend van haar beschuitje hagelslag. Met twee rimpels in haar voorhoofd. Ze nam kleine hapjes rondom. Tot de cirkel rond was. Steeds opnieuw herhaalde zich dat procedé.


maandag 17 november 2014

Advies

Soms hoor je jezelf advies geven. Je zegt mooie dingen als: 'Je moet zeggen wat je zèlf vindt Jeetje. En niet over je heen laten lopen.'
'Ja, maar ik ben een lief meisje,' zegt Jeetje. 'Ik vind dat wel goed.'
'Ja?'
'Nee.'
'Nee, precies. Jij vindt dat niet goed, maar je zegt er niets van. Dat is wat anders. En je bent helemáál niet lief.'

Ook adviseer ik soms cursisten: 'Je innerlijke criticus zit je teveel dwars, cursist. Laat je niet belemmeren. Het blokkeert je schrijven. Het heeft geen zin ernaar te luisteren.'

Gisteren was ik bij de voorstelling van F. Starik 'Moeder Doen.' En daar hoorde ik de prachtige zin: 'Ik wil niet sterk zijn. Ik wil afwezig zijn.'
Maar dat was vast geen advies.

zaterdag 15 november 2014

Kleur

Deetje en haar vriendje kijken samen de intocht van de Sint in Gouda.
Ze blijft zich zorgen maken over de verdwijning van de echte pieten en is zichtbaar opgelucht als die uiteindelijk toch nog opduiken.
'Weet je dat er ook échte blauwe pieten zijn?' zegt het vriendje dan. 'En paarse, en groene, en rode?'
'Ja, dat weet ik,' zegt Deetje, 'en gele en roze.'
'Hoe weet jij dat eigenlijk?' vraag ik het vriendje. 'Ik zie ze niet. Jij wel?"
We turen naar het scherm. Waar we hier en daar een geel gevlekte piet zien. Maar meer ook niet.
'Ja, ze zijn er nou toevallig even niet,' zegt het vriendje, 'maar ze bestaan wel.'
'Ja, ze bestaan wel,' zegt Deetje.
En ze kijken weer door.
Zo makkelijk is het, dacht ik. Die hele verhaallijn is omslachtig. Ze bestaan gewoon.