In een interview met Michel Faber in NRC vandaag, las ik iets over instinctief schrijven.
Hij zei: 'In dit boek wilde ik kijken wat er zou gebeuren wanneer ik de duisternis zou betreden, zonder te weten waar ik zou uitkomen. Natuurlijk vormde ik het verhaal zelf terwijl ik schreef, maar ik wilde mezelf verbazen, gedesoriënteerd raken. De reis van Peter naar een totaal onbekend gebied was voor mij een goede manier om dat te doen.'
In Briefroman van Juli Zeh stond: 'Plotseling is er er een gebiedende stem uit het inwendige pikkedonker van je eigen persoon, die zegt: Maak er wat van. Je begint te schrijven, uiterst vrijblijvend nog; het hoeft niet gelezen te worden, het gaat niemand iets aan. (...) (Het belandt in een la)
En dan kan het zomaar gebeuren dat je niet meer kunt stoppen. Omdat je het landschap dat zich bij het schrijven voor je ontvouwt niet meer wil verlaten. Omdat de taal begint te blinken en klinken en de juiste soundtrack biedt onder de beelden die aan je geestesoog voorbij trekken.'
vrijdag 6 februari 2015
woensdag 4 februari 2015
Hij en ik
De bel ging. Ik wist het. Ze zouden, tussen zo en zo laat, mijn nieuwe telefoon brengen. Ik rende van de derde verdieping naar beneden. Op mijn sokken. Voor ik halverwege was, ging de bel weer. Degene die met mijn nieuwe telefoon aan de deur stond, drukte nu erg hard en erg lang.
Het sneeuwde zag ik toen ik het halletje stond. Misschien vandaar. Ik deed open, meteen stapte er een jongeman naar binnen en trok de deur achter zich dicht.
'Kom binnen,' zei ik. 'O, je bent al binnen'
'Het is koud.'
Daar stonden hij en ik samen in het kleine halletje gepropt. Hij had typische, lichtgele ogen. Al zijn gele ogen geen bewijs van iets.
Hij moest mijn identiteitsbewijs hebben. Zijn taal was uiterst voorkomend en beleefd. Maar ik zou het niet vreemd vinden, als hij even snel achter me langs zou lopen om aan mijn aanrecht een boterham te smeren. Vanwege honger. Het paspoort dat ik hem gaf was één maand verlopen.
'Uw rijbewijs dan?'
'Heb ik niet.'
'U krijgt de telefoon niet,' zei hij.
'Ik hoef die telefoon ook niet meer,' zei ik. 'Ik hoefde sowieso geen telefoon.'
De jongeman verdween weer uit mijn leven zonder een nieuwe telefoon gebracht te hebben maar ook zonder een boterham te hebben gepakt.
Het sneeuwde zag ik toen ik het halletje stond. Misschien vandaar. Ik deed open, meteen stapte er een jongeman naar binnen en trok de deur achter zich dicht.
'Kom binnen,' zei ik. 'O, je bent al binnen'
'Het is koud.'
Daar stonden hij en ik samen in het kleine halletje gepropt. Hij had typische, lichtgele ogen. Al zijn gele ogen geen bewijs van iets.
Hij moest mijn identiteitsbewijs hebben. Zijn taal was uiterst voorkomend en beleefd. Maar ik zou het niet vreemd vinden, als hij even snel achter me langs zou lopen om aan mijn aanrecht een boterham te smeren. Vanwege honger. Het paspoort dat ik hem gaf was één maand verlopen.
'Uw rijbewijs dan?'
'Heb ik niet.'
'U krijgt de telefoon niet,' zei hij.
'Ik hoef die telefoon ook niet meer,' zei ik. 'Ik hoefde sowieso geen telefoon.'
De jongeman verdween weer uit mijn leven zonder een nieuwe telefoon gebracht te hebben maar ook zonder een boterham te hebben gepakt.
zaterdag 31 januari 2015
Rolverdeling
We zitten op de fiets naar de theaterles. Deetje van vier voorop en haar vriend van vijf achterop. Ze moeten naar elkaar schreeuwen om zich verstaanbaar te maken. Hij heeft het over trouwen later. Hij heeft al twee meisjes en een jongen op het oog.
'O,' roept Deetje. 'En wèlke meisjes precies?'
Hij noemt eerst Deetjes naam en daarna de twee anderen. En nee, hij zou niet alleen met Deetje zijn leven willen delen. Het is veel gezelliger met drie mensen te trouwen en met z'n allen in een huis te wonen.
'Dan moet jij een heel groot huis hebben,' zeg ik tegen hem.
'Nee, ik moet een heel groot huis hebben,' zegt Deetje meteen.
'Precies!' zeg ik.
'Ja, en dan gaan we élke dag friet eten, pizza en pannenkoeken,' gaat ze door.
'En chips eten bij de borrel,' zegt haar vriend. 'Heel veel chips.'
Dat vindt Deetje allemaal prima klinken.
'Gaan jullie alleen maar eten later?' vraag ik.
Nee, ze gaan ook spelen, vertelt Deetje.
'Wij niet, Deetje,' roept haar aanstaande. 'Onze báby's gaan dan spelen. We krijgen twee baby's toch?'
'Jij niet,' zegt Deetje. 'Ik.'
'De twee meisjes krijgen allebei een baby,' zegt hij.
'Maar de baby is dan niet alléén van mij hoor,' zegt Deetje, 'de baby is óók van jou.'
De toekomst is uitgestippeld als we bij de theaterschool aankomen.
'O,' roept Deetje. 'En wèlke meisjes precies?'
Hij noemt eerst Deetjes naam en daarna de twee anderen. En nee, hij zou niet alleen met Deetje zijn leven willen delen. Het is veel gezelliger met drie mensen te trouwen en met z'n allen in een huis te wonen.
'Dan moet jij een heel groot huis hebben,' zeg ik tegen hem.
'Nee, ik moet een heel groot huis hebben,' zegt Deetje meteen.
'Precies!' zeg ik.
'Ja, en dan gaan we élke dag friet eten, pizza en pannenkoeken,' gaat ze door.
'En chips eten bij de borrel,' zegt haar vriend. 'Heel veel chips.'
Dat vindt Deetje allemaal prima klinken.
'Gaan jullie alleen maar eten later?' vraag ik.
Nee, ze gaan ook spelen, vertelt Deetje.
'Wij niet, Deetje,' roept haar aanstaande. 'Onze báby's gaan dan spelen. We krijgen twee baby's toch?'
'Jij niet,' zegt Deetje. 'Ik.'
'De twee meisjes krijgen allebei een baby,' zegt hij.
'Maar de baby is dan niet alléén van mij hoor,' zegt Deetje, 'de baby is óók van jou.'
De toekomst is uitgestippeld als we bij de theaterschool aankomen.
donderdag 29 januari 2015
Nieuw
In de tussentijd is er het één en ander gebeurd op schrijfgebied. Ik heb weer iets opzij gelegd, iets anders opgepakt. Dezelfde poppetjes, nieuwe opstelling.
'Elke keer als ik jou spreek, ben je aan iets nieuws begonnen,' zei een collega met wie ik vanmorgen koffie dronk.
Het klonk weinig geruststellend. Al was het intussen behoorlijk lang geleden dat ik hem voor het laatst sprak.
'Elke keer als ik jou spreek, ben je aan iets nieuws begonnen,' zei een collega met wie ik vanmorgen koffie dronk.
Het klonk weinig geruststellend. Al was het intussen behoorlijk lang geleden dat ik hem voor het laatst sprak.
maandag 26 januari 2015
Verwaterd
Zondagochtend waren we in een zwembad in Duitsland ter ere van mijn moeders verjaardag. Iedereen zwom of dobberde wat rond. Ik liet mij steeds heel snel onder water zakken om dan weer terug naar de oppervlakte te drijven, een keer of twintig/dertig achter elkaar, als een klein kind, totdat ik oog in oog kwam te staan met een vriendin van een jaar of tien geleden. Eén keer per twee jaar sturen we nog een app-bericht. Ik weet niet hoe het zo gekomen is. Ze zit nog wel in mijn systeem. Ik heb van haar bijvoorbeeld een fijn recept van kip, met ketjap, knoflook, ui, sperziebonen en ananas. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat ik dit gerecht de laatste jaren nooit meer gemaakt heb. Wel heb ik haar laatst tevergeefs opgezocht op Facebook.
Nu stonden we tegenover elkaar in het water. Rode chloorogen.
'Iemand tegenkomen in je badpak,' zei ze.
'Erger kan niet, hè?' zei ik.
'Nee.'
We vertelden aan onze kinderen wie deze mevrouw was, maar dat konden zowel de hare als de mijne niets schelen.
'Kinderen vinden het totaal niet interessant om te weten dat hun ouders hiervoor ook nog een leven hebben gehad,' zei ze.
'Nee,' zei ik.
'Wie gaat er het eerste uit het water?' vroeg ze.
Nu stonden we tegenover elkaar in het water. Rode chloorogen.
'Iemand tegenkomen in je badpak,' zei ze.
'Erger kan niet, hè?' zei ik.
'Nee.'
We vertelden aan onze kinderen wie deze mevrouw was, maar dat konden zowel de hare als de mijne niets schelen.
'Kinderen vinden het totaal niet interessant om te weten dat hun ouders hiervoor ook nog een leven hebben gehad,' zei ze.
'Nee,' zei ik.
'Wie gaat er het eerste uit het water?' vroeg ze.
vrijdag 23 januari 2015
Daar gaan ze
Ik kom binnen om de muziek uit te zetten. De laatste klanken van White Flag, daarna Alors on Danse. De muziekboxjes staan naast de uitgestalde playmobil in een verlaten kinderkamer. Het meisje van negeneneenhalf is net vertrokken naar een discofeestje dat tot 21.00 u duurt. Ik heb haar haren getoupeerd. Witte ogenschaduw heeft ze op. Haar vriendinnetje is haar op komen halen.
'Veel plezier,' zei ik bij de deur. Ze verdwenen in het donker.
'Veel plezier,' zei ik bij de deur. Ze verdwenen in het donker.
woensdag 21 januari 2015
Warmer
We fietsten door de nachtelijke stad. We kwamen terug van een etentje waar schaamteloze gesprekken waren gevoerd. Dat vind ik sowieso interessant, maar het was ook een opluchting. Het werkt voor mij zelfs al bevrijdend iemand te horen praten die zich niet of nauwelijks lijkt te schamen. Alsof ineens alles mogelijk is. De wereld wordt groter. Speelser. Luchtiger.
Het laatste afgelegen stuk fietste ik alleen. Het mistte.
Ik dacht steeds: als ik nu word aangevallen, heb ik mijn laptop bij me. Heb ik mijn laptop bij me. Alsof dat alles was, wat er was.
Mijn laptop en ik kwamen heelhuids thuis aan. Ergens onderweg moet ik wel zodanig onderkoeld zijn geraakt dat het uren en nog eens uren duurde voordat ik kon slapen. Ook al droeg ik een joggingpak, gebreide trui, sokken en beenwarmers.
Het laatste afgelegen stuk fietste ik alleen. Het mistte.
Ik dacht steeds: als ik nu word aangevallen, heb ik mijn laptop bij me. Heb ik mijn laptop bij me. Alsof dat alles was, wat er was.
Mijn laptop en ik kwamen heelhuids thuis aan. Ergens onderweg moet ik wel zodanig onderkoeld zijn geraakt dat het uren en nog eens uren duurde voordat ik kon slapen. Ook al droeg ik een joggingpak, gebreide trui, sokken en beenwarmers.
Abonneren op:
Posts (Atom)