Deetje verkeert in de veronderstelling dat ze een onderbroek aan had toen ze geboren werd. (En dat haar vader een bloesje droeg toen hij ter wereld kwam.)
'Nee, je had geen onderbroek aan,' zeg ik.
'O.'
'Hoe moest die onderbroek nou in mijn buik terechtkomen?' zeg ik. 'Had ik die soms eerst in moeten slikken.'
'Had jij mij eerst ingeslikt dan?'
'Als je winkelmeneer of mevrouw wil worden,' zegt Deetje, 'hoe kom je dan aan alle spullen voor in je winkel? Hoe?'
'Die moet je kopen bij de groothandel.'
'Wat is dat?'
'Ook een soort winkel.'
'O,' zegt ze. 'Maar waar komen die spullen dan vandaan?'
zaterdag 21 februari 2015
woensdag 18 februari 2015
Het geweldige aan het korte verhaal
Het geweldige aan het schrijven van een kort verhaal is
dat het niet zo lang duurt als het schrijven van b.v. een korte roman.
Vóórdat je je eigen schrijfsel totaal af hebt kunnen
fakkelen is het verhaal al af. Voordat je je zelfgecreëerde wereld spuugzat bent
geworden, zit je alweer in een heel andere wereld. Met nieuwe perspectieven.
Het geweldige aan het schrijven van een kort verhaal is
dat het meer aan de verbeelding overlaat, je meer uit kunt proberen, je wendbaarder bent, en vooral dat je veel kunt suggereren.
Je begint ergens halverwege, stopt halverwege en dan zoekt
de lezer het maar uit. Of de lezer zoekt
het niet uit.
Je zit niet ál te lang opgescheept met dezelfde figuren
en hun (on)doorgrondelijke drijfveren. Dat is belangrijk, want je moet wel van ze blijven houden. Ook in een paar regels kun je een personage scheppen
met een mogelijk verleden, heden en een toekomst. Voor de goede verstaander dan.
Het lezen vereist misschien meer concentratie, maar wat wil je als schrijver uiteindelijk anders dan een oplettende lezer?
Het geweldige aan het schrijven van een kort verhaal is
dat je steeds opnieuw mag beginnen. Je hoeft die lange adem niet te hebben, je
mag gewoon lekker kortademig zijn. Je hoeft je niet vast te houden aan één idee, maar mag je steeds in iets anders verdiepen.
Je gelooft in de woorden op je scherm. Op dat moment. Voor de tijd dat het duurt.
Precies lang genoeg om de betovering niet te verbreken.
Het gaat om kleine, onderlinge samenhang. Je hoeft geen
grote verbanden te leggen die er in de werkelijkheid ook niet zijn.
Daarnaast is het genre geknipt voor deze tijd.
Het geweldige aan het lezen van een kort verhaal is namelijk
óók dat het niet zo lang duurt. Maar dat het bij een goed kort verhaal toch
voelt alsof je een hele roman gelezen hebt. De verhalen van Alice Munro lezen stuk
voor stuk als romans. De wereld die zij in twintig pagina’s weet op te roepen is
vaak net zo groot en complex als een vuistdikke roman. Met dit verschil dat er
geen woord teveel in staat, de spanningsboog nooit verslapt. Het stilistisch
beter is. Compacter. Krachtiger.
Het geweldige aan het lezen van een korte verhalenbundel
is dat je ze niet allemaal achter elkaar hoeft te lezen, maar dat het wel màg.
Een van de laatste bundels die ik las was Hier wonen ook mensen van Rob van
Essen. Die verhalen kon ik niet
wegleggen, letterlijk, op het laatst zat ik in het park het titelverhaal te
lezen, het werd al donker, het begon te regenen, en ik bleef zitten.
De leeservaring veroorzaakte datgene waar al de
personages volgens de achterflap naar op zoek waren. Geluk, verlossing,
verlichting.
Het minder geweldige
van het lezen - en soms ook van het
schrijven - van het korte verhaal is misschien dat je meer wil. Door wil gaan. Niet halverwege wil stoppen. Maar dat is met
alles wat goed is.
Kortom: ik zie
alleen maar voordelen. Het enige jammere: dat niet iedereen die ziet.
Lezers bijvoorbeeld, boekhandelaren, uitgevers.
Je raakt die dingen tot op heden aan de straatstenen niet kwijt.
Toen ik een tijd terug tegen mijn uitgever zei dat ik misschien een verhalenbundel wilde maken, antwoordde ze: ‘Dat gaan we nú niet doen, hè? Ik wil van jou eerst een lijvige roman.’
Ik begreep dat wel.
Al is een kort verhaal geen oefening voor het schrijven van een roman, geen opmaat naar meer, maar een kunstvorm op
zichzelf. Ook dát ziet nog niet iedereen zo.
Het is wachten op de dag dat schrijvers voorstellen doen
voor lijvige romans en dat uitgevers zeggen: ‘Dat gaan we nu niet doen, hè? Ik
wil van jou eerst een bundel met korte verhalen.’
Een soortgelijk proces moet met de lezers geschieden.
Dan zijn we er. Wat het korte verhaal in Nederland
betreft.
dinsdag 17 februari 2015
Bewijs
Ook vandaag komt er hoog gegil van boven zodra Jeetje na school haar slaapkamer betreedt. De playmobilpoppetjes staan alweer heel ergens anders, echt waar. Vandaag is het zwangere poppetje aan de wandel geweest.
Kom nu kijken! roept ze.
Ik kom pas kijken als het ze is bevallen, roep ik, als de plastic buik weg is en het truitje los om haar lijf hangt.
Ook de schoonmaker zegt dat het hier spookt. De brievenbus kleppert zonder reden. Hij hoort voetstappen op de trap als er niemand thuis is.
Het is een nieuwbouwhuis, er zit geen ziel in, zeg ik, hier gebeurt zeker niks.
Hoe weet jij dat zo zeker?'
Spoken bestaan niet, zeg ik, alleen in je hoofd kan het spoken.
Heb jij daar bewijs voor?
maandag 16 februari 2015
Rustpunt
We liepen de gang van het hotel in waar de eerste J.M.A Biesheuvel-prijsuitreiking zou plaatsvinden. De muren en de vloeren waren bekleed met rood-wit-zwarte motieven die allemaal tegelijk op me afkwamen. Hier krijg ik epilepsie van, dacht ik. En meteen begonnen er mensen te vallen. Een oude man viel recht in onze armen. Kort na hem stortte er een jonge vrouw neer. Wie er op die plek - de overgang van normale wereld, naar hotelgang - nog meer gevallen is, weet ik niet. We waren inmiddels doorgelopen.
Maarten Biesheuvel en zijn vrouw zaten vooraan in de zaal, de mensen waren binnengestroomd, de temperatuur liep op. Het programma begon.
Voor mij een golvende zee van rechte ruggen en hoofden. In mijn tasje had ik twee opgevouwen a-viertjes. Ik werd aangekondigd. Door een speling van het lot, er was een schrijver geveld door griep, was ik degene die daar over enkele ogenblikken een ode aan het korte verhaal zou staan brengen. Mijn enige zorg: hoe daar ooit terecht te komen.
vrijdag 13 februari 2015
Alleen in het bos
De dames staan in de beslagen douchecabine en ik loop over de gang heen en weer met armen was, zoals dat hoort.
'Ik tover dadelijk dat jij in je blootje in het bos staat,' hoor ik Jeetje (9) zeggen. En dan op barse toon: 'Helemaal alleen! En het is donker in het bos. Wil je dat?'
Ik kan niet horen wat Deetje (4) zegt.
'Oké dan ga ik je NU wegtoveren. Echt, hè? Het water wordt steeds kouder, voel je dat al. Voel je het? Als het helemaal koud is, ben je niet meer hier.'
Ze praat net zolang door tot Deetje het uitschreeuwt van angst en ik de was meteen laat vallen. In een hoekje van de douche tref ik haar aan. Ineengekrompen. Haar armen over haar knieën. Hoofd op haar schoot. Het koude water valt op haar rug. Haar grote zus staat er rechtop naast, glimlachend.
'Geloof je nu wèl dat ik kan toveren?' vraagt ze.
'Ik tover dadelijk dat jij in je blootje in het bos staat,' hoor ik Jeetje (9) zeggen. En dan op barse toon: 'Helemaal alleen! En het is donker in het bos. Wil je dat?'
Ik kan niet horen wat Deetje (4) zegt.
'Oké dan ga ik je NU wegtoveren. Echt, hè? Het water wordt steeds kouder, voel je dat al. Voel je het? Als het helemaal koud is, ben je niet meer hier.'
Ze praat net zolang door tot Deetje het uitschreeuwt van angst en ik de was meteen laat vallen. In een hoekje van de douche tref ik haar aan. Ineengekrompen. Haar armen over haar knieën. Hoofd op haar schoot. Het koude water valt op haar rug. Haar grote zus staat er rechtop naast, glimlachend.
'Geloof je nu wèl dat ik kan toveren?' vraagt ze.
woensdag 11 februari 2015
Vertrouwen
We waren op de terugweg, het was al donker, we luisterden naar de radio, de meisjes op de achterbank sliepen nog voor we de snelweg opgedraaid waren. Ze zakten scheef in hun kinderstoelen, hun kaken vielen open, armen wijd. De neergeschoten strijdsters. Straks zouden we ze hun huis binnendragen.
Ik dacht terug aan mezelf als kind met de eeuwige open ogen op de achterbank. Priemend, prikkend. Wakker blijven, was mijn motto. Nooit je ogen dichtdoen waar ze bij zijn. Slapen is een zwakte. Daar moet je niet in het openbaar aan toegeven.
Hierna moet ik in slaap gevallen zijn. De radio op de achtergrond, man achter het stuur, kinderen zachtjes ademend. De enige wereld waar ik zelf niet bij ben om het op te kunnen schrijven.
dinsdag 10 februari 2015
E/v
Ik was bij het stadsdeelkantoor voor het verlengen van mijn paspoort. De man achter de balie vroeg: 'Moet e/v Hendriksen er nog bij staan?'
'Eh?'
'E/v Hendriksen kan ook weg,' zei hij. 'Uw paspoort is tien jaar geldig.' De man lachte.
'Nee, hij mag wel blijven,' zei ik.
Zo werd mijn identiteit en mijn huwelijk in één klap met tien jaar verlengd. Het kostte zesenzestig euro en zestig cent. Om het te vieren kocht ik twee kleine speltbroden en een zak mini-cakejes.
Ook schreef ik de Hendriksen in kwestie: 'Weer voor tien jaar met je getrouwd.'
Meteen kreeg ik een berichtje terug: 'Mijn hemel.'
'Eh?'
'E/v Hendriksen kan ook weg,' zei hij. 'Uw paspoort is tien jaar geldig.' De man lachte.
'Nee, hij mag wel blijven,' zei ik.
Zo werd mijn identiteit en mijn huwelijk in één klap met tien jaar verlengd. Het kostte zesenzestig euro en zestig cent. Om het te vieren kocht ik twee kleine speltbroden en een zak mini-cakejes.
Ook schreef ik de Hendriksen in kwestie: 'Weer voor tien jaar met je getrouwd.'
Meteen kreeg ik een berichtje terug: 'Mijn hemel.'
Abonneren op:
Posts (Atom)