De vierjarige zei dat ze me nodig had. Het was avond, ik lag, een beetje uitgeput, half op de bank, half op het tafeltje en las in een boek dat uit fragmenten bestond. Ik hou van fragmenten. Ik word er rustig van. De houtkachel brandde. Het was net na het eten. Ze kwam bovenop me liggen en zei het plompverloren: 'Mama, ik heb je nodig.' Ik legde het boek opzij en mijn armen om haar warme lijf. Zo lagen we een hele tijd. Doodstil. Tot man zei: 'Wie wil er een toetje?'
'Alleen als ik na het toetje nog even bij je mag liggen,' fluisterde ze.
Ik bleef precies zo liggen als ik lag, en las nog een fragment.
Na het toetje vlijde ze zich weer op mij.
Midden in de nacht kroop er een brandend kooltje in mijn bed.
Deze morgen ligt ze in mijn werkkamer op een matras. My little pony op de Ipad. Ik denk dat ze nooit meer weggaat.
woensdag 11 maart 2015
dinsdag 10 maart 2015
Stommerdje
Ze noemde me 'stommerdje' toen ik haar van school gehaald had. Terwijl ik de fiets op slot zette, ging zij vlak voor de voordeur staan, duwde haar gebogen voorhoofd tegen het hout. De twee knotjes hingen scheef. Ze had vandaag Taekwondo gehad op school.
'Noem jij mij stommerdje?' zei ik tegen de rug.
Ik dacht aan gisteravond toen zij al even in bed lag, ik op de gang stond, ziek zwak en misselijk, en ze me plotseling mededeelde dat ze het niet erg vond dat ik haar tas met volle broodtrommel die ochtend per ongeluk weer mee naar huis had genomen. Zodat ze tussen de middag niets had om te lunchen.
'Dat vond ik helemaal niet erg hoor, mama.'
'O gelukkig,' zei ik.
'Noem jij mij stommerdje?' zei ik tegen de rug.
Ik dacht aan gisteravond toen zij al even in bed lag, ik op de gang stond, ziek zwak en misselijk, en ze me plotseling mededeelde dat ze het niet erg vond dat ik haar tas met volle broodtrommel die ochtend per ongeluk weer mee naar huis had genomen. Zodat ze tussen de middag niets had om te lunchen.
'Dat vond ik helemaal niet erg hoor, mama.'
'O gelukkig,' zei ik.
zondag 8 maart 2015
Iedereen wilde een boek
De ochtend na het bal, een ochtend van zeer scherp en zonnig licht, liepen we over de markt op het Buikslotermeerplein. We kochten er biologische groente, biologisch vlees, interessant brood. En ik dacht aan de taxichauffeur die me 's nachts had gezegd: 'Toen ik je zag staan, wist ik dat je daar naartoe moest. Ik wist het gewoon.' Ik dacht: deze broek trek ik nooit maar dan ook nooit meer aan. Na vijf jaar hier wonen, begin je het aan me te zien.
In het winkelcentrum liepen we de boekhandel in. Er waren een aantal boeken die ik wilde kopen, er zijn altijd een aantal boeken die ik wil kopen. Maar de rij voor de kassa was echt extreem lang. Ik telde elf mensen voor me! Zij wilden kennelijk allemaal een boek!
Er zijn nog genoeg ongelezen boeken in je huis, zei ik tegen mezelf, en de titel waarvoor je gekomen bent Voor altijd voor het laatst van Tjitske Jansen, ligt er niet bij. Het is zaak gefocust te blijven. Als je voor het ene komt, moet je je niet af laten leiden door het andere.Begrepen?
Ik begreep mezelf. Dus verliet ik de winkel onverrichter zake. Daarna gingen we naar het Kruidvat om luizenspul te kopen en dacht ik aan een luizenplaag op het boekenbal, al die hoofdjes zo dicht bij elkaar.
donderdag 5 maart 2015
Vergeten
Ik was op de boekpresentatie van het boek dat Wim Brands samenstelde, De Nederlandse literatuur van de 21ste eeuw, de nieuwe schrijvers van het nieuwe millennium. Daarin was een stuk van Lastmens opgenomen. Dat is leuk. Al had ik liever een stuk uit mijn laatste boek daar zien staan. Maar het is niet mijn keuze natuurlijk.
Het was in de Tolhuistuin. Omdat ik iets later kwam, stond ik buiten te luisteren. Ik volgde het gebeuren door open deur en licht beslagen ramen. Een hok vol schrijvers en aanverwanten. Beangstigend veel, beangstigend dicht bij elkaar. Na het programma was het feestje. We hadden het over mensen waarmee je beter niet om kunt gaan, omdat je je aan ze gaat spiegelen. We hadden het over wie het met wie deed. Tjonge jonge, dacht ik. En: nou, nou.
We hadden het over de toekomst. Het vergeten worden. Je naam die nog weleens opduikt in obscure lijstjes. Veel later - toen ik het klappertanden niet meer kon stoppen - merkte ik pas dat ik tot op het bot koud geworden was. Het vuur in de vuurkorf was gedoofd nog voor het goed en wel gebrand had.
Toen ik vanmorgen de biografieën bekeek, bij mijn naam, zag ik dat De weg naar zee (2013) er niet bij stond.
Het was in de Tolhuistuin. Omdat ik iets later kwam, stond ik buiten te luisteren. Ik volgde het gebeuren door open deur en licht beslagen ramen. Een hok vol schrijvers en aanverwanten. Beangstigend veel, beangstigend dicht bij elkaar. Na het programma was het feestje. We hadden het over mensen waarmee je beter niet om kunt gaan, omdat je je aan ze gaat spiegelen. We hadden het over wie het met wie deed. Tjonge jonge, dacht ik. En: nou, nou.
We hadden het over de toekomst. Het vergeten worden. Je naam die nog weleens opduikt in obscure lijstjes. Veel later - toen ik het klappertanden niet meer kon stoppen - merkte ik pas dat ik tot op het bot koud geworden was. Het vuur in de vuurkorf was gedoofd nog voor het goed en wel gebrand had.
Toen ik vanmorgen de biografieën bekeek, bij mijn naam, zag ik dat De weg naar zee (2013) er niet bij stond.
zondag 1 maart 2015
Dat jullie me zagen.
Zondagochtend. We lezen kranten, de zon schijnt, de ontbijtspullen staan al uren op tafel. De zusters spelen met barbies op het kleed. Allebei apart. Een half uitgepakte koffer op de vloer. We zijn gisteravond teruggekomen van een paar dagen Vlieland.
'Mag ik meespelen?' vraagt het kleine zusje dan.
'Nee!'
'Mag ik even meespelen?'
'Ik speel nu niet met jou.'
'Heel even.'
'Nee, ik wil niet met jou spelen.'
Het kleine zusje zet haar barbie recht voor de twee barbies die haar grote zus in haar hand heeft.
'Alléén dat ik keek en dat jullie me zagen,' zegt ze.
'Mag ik meespelen?' vraagt het kleine zusje dan.
'Nee!'
'Mag ik even meespelen?'
'Ik speel nu niet met jou.'
'Heel even.'
'Nee, ik wil niet met jou spelen.'
Het kleine zusje zet haar barbie recht voor de twee barbies die haar grote zus in haar hand heeft.
'Alléén dat ik keek en dat jullie me zagen,' zegt ze.
vrijdag 27 februari 2015
Weer thuis
De dames van de notenwinkel in mijn oude buurt. Ik was hier inmiddels vijf jaar weg en herkende ze meteen bij binnenkomst. (Ik herinnerde me zelf nog het klemmen van de deur. Je moest er een bepaald duwtje tegenaan geven.) Hun haar was veel lichter. Ze waren van aubergine naar blond gegaan.
De dames gaven - zoals gewoonlijk - totaal geen sjoege. Dat was niet gek. Ze waren heel aardig, maar in de twaalf jaar dat ik bij hen kwam, hadden ze nooit blijk gegeven van enige herkenning. (Ik ben van naturen een afstandelijk type, maar aan die twee kan ik niet tippen.)
Het gekke was dat ik in die allereerste flits al zag dat ze dood waren. Er was iets in hen gestorven. De problemen die het leven met zich meebracht waren hen te veel geworden. Nu stonden er twee doden achter de toonbank.
Ik bestelde twee ons pecannoten. Omdat ik dat vroeger ook altijd kocht.
'Hebben jullie geen brood meer?' vroeg ik.
'O nee, al járen niet meer,' zei de ene.
'Nee,' zei de ander. 'Anders nog iets?'
'Nee,' zei ik.
De dames gaven - zoals gewoonlijk - totaal geen sjoege. Dat was niet gek. Ze waren heel aardig, maar in de twaalf jaar dat ik bij hen kwam, hadden ze nooit blijk gegeven van enige herkenning. (Ik ben van naturen een afstandelijk type, maar aan die twee kan ik niet tippen.)
Het gekke was dat ik in die allereerste flits al zag dat ze dood waren. Er was iets in hen gestorven. De problemen die het leven met zich meebracht waren hen te veel geworden. Nu stonden er twee doden achter de toonbank.
Ik bestelde twee ons pecannoten. Omdat ik dat vroeger ook altijd kocht.
'Hebben jullie geen brood meer?' vroeg ik.
'O nee, al járen niet meer,' zei de ene.
'Nee,' zei de ander. 'Anders nog iets?'
'Nee,' zei ik.
maandag 23 februari 2015
Kindertijd
Om drie uur vanmiddag besteld en nog niet eens drie kwartier later viel Kindertijd van Nathalie Sarraute bij mij op de mat. Over de kindertijd van de schrijfster, opgetekend op drieëntachtigjarige leeftijd.
Ik zit naast het bad op een houten trapje. Het vierjarige meisje zit erin en speelt wat met een plastic paard.
'Kom jij dan bij mij in de badkamer zitten, mama?' had ze gevraagd.
Eerst ging ik voor de badkamer op de grond zitten.
'Nee, er in,' zei ze. 'Met mij samen.'
'Ja, dat is goed.' Ik pakte Kindertijd op.
'Dan kan ik jou vertellen wat ik vandaag allemaal precies gedaan heb!'
'Ja, leuk.' Ik liet het boek nog even op mijn schoot liggen. 'Nou, wat heb je vandaag allemaal gedaan?'
Ze begon te vertellen dat ze een circus hadden gemaakt. Ze had de handstand en de radslag geoefend maar dat kon ze nog niet alleen. Ze had een boterham met appelstroop gegeten, eentje met plakjes worst en een cracker met smeerkaas. Ze had het meest van de tijd met T. gespeeld maar ook met N. en K. Ze had dit armbandje gemaakt dat nu om haar pols zat, dat zou ze er pas afhalen als ze negen was.
Het meisje zou later opschrijven dat ze, hoewel nog geen vijf jaar oud, zich ervan bewust was dat ze dóór moest praten omdat ze wist dat moeder, zodra ze stilviel, in het boek zou verdwijnen. Of erger nog: gewoon de badkamer uitliep.
De spiegels waren beslagen. De ruimte was mistig. Maar ze kon haar nog zo uittekenen. Het boek op schoot dat steeds heen en weer wiebelde omdat ze haar benen nooit stilhield. Moeder had weer zo'n rare knot bovenop haar hoofd, zoals elke avond. Ze glimlachte wel lief naar haar.
Ik zit naast het bad op een houten trapje. Het vierjarige meisje zit erin en speelt wat met een plastic paard.
'Kom jij dan bij mij in de badkamer zitten, mama?' had ze gevraagd.
Eerst ging ik voor de badkamer op de grond zitten.
'Nee, er in,' zei ze. 'Met mij samen.'
'Ja, dat is goed.' Ik pakte Kindertijd op.
'Dan kan ik jou vertellen wat ik vandaag allemaal precies gedaan heb!'
'Ja, leuk.' Ik liet het boek nog even op mijn schoot liggen. 'Nou, wat heb je vandaag allemaal gedaan?'
Ze begon te vertellen dat ze een circus hadden gemaakt. Ze had de handstand en de radslag geoefend maar dat kon ze nog niet alleen. Ze had een boterham met appelstroop gegeten, eentje met plakjes worst en een cracker met smeerkaas. Ze had het meest van de tijd met T. gespeeld maar ook met N. en K. Ze had dit armbandje gemaakt dat nu om haar pols zat, dat zou ze er pas afhalen als ze negen was.
Het meisje zou later opschrijven dat ze, hoewel nog geen vijf jaar oud, zich ervan bewust was dat ze dóór moest praten omdat ze wist dat moeder, zodra ze stilviel, in het boek zou verdwijnen. Of erger nog: gewoon de badkamer uitliep.
De spiegels waren beslagen. De ruimte was mistig. Maar ze kon haar nog zo uittekenen. Het boek op schoot dat steeds heen en weer wiebelde omdat ze haar benen nooit stilhield. Moeder had weer zo'n rare knot bovenop haar hoofd, zoals elke avond. Ze glimlachte wel lief naar haar.
Abonneren op:
Posts (Atom)