'Ga even naar jezelf,' zei de boekhoudster. We zaten samen achter mijn computer op mijn werkkamer. Ze was onverwachts langsgekomen met de spullen. De ramen zaten vol spinrag, er kroop net een dikke spin tegen de muur omhoog, het bureau bezaaid met tandenstokers. 'Wow. Lekker licht hier,' had ze gezegd toen ze het luik opende. Ze stapte over wat boeken en blaadjes heen en liep naar me toe. Het geeltje 'Autonoom zelf is sterker dan twijfel' hing nog altijd aan de radiator, de krantenkop 'Ik strijd, ik ben iemand' aan de muur. 'De ideale moslimvrouw' lag naast me, snel legde ik 'De geschiedenis van mijn tanden' er bovenop.
Het was lang geleden dat er iemand hierboven naast me had gezeten.
'Ga even naar jezelf? Hoe bedoel je?' Ik bewoog wat met de cursor heen en weer over m'n bureaublad.
'O ja, jij bent nu natuurlijk bij jezelf,' zei ze. 'Ik heb een mapje met jouw naam.'
We keken naar de wirwar van mapjes op mijn computer. We zochten het juiste mapje. We klikten erop. Na een tijdje stond ze op en zei: 'Je hebt het goed op orde, als je het niet verder uit de hand laat lopen.'
Zodra ze weg was, opende ik het raam en pakte de bezem. De zon scheen, ik veegde en veegde en oefende de stabiele basishouding die ik vanavond in de sportschool zou gaan perfectioneren.
woensdag 9 september 2015
dinsdag 8 september 2015
Wandeltherapie
Tegen negenen in de ochtend rende ik het universum van Woody Allan in.
Drie vrouwen met dure gebreide vesten, herfsttinten, gebroken wit, stoere bruine laarzen, stonden op het schelpenpaadje in het Diemerpark te praten. Hun rashonden dartelden om hen heen. De vierde vrouw met hond kwam er aangewandeld.
'Goedemorgen Tjitske, jouw energie is heel anders dan gisteren en eergisteren!'
'Echt?' Tjitske maakte de riem van haar hond los. Hij stoof weg.
'Ja, en ook héél anders dan de gisteren daarvoor,' zei Cate Blanchett uit Blue Jasmine. De film die ik gisteravond keek.
Cate gaf Tjitske met de bad vibe een knuffel. De vier honden renden alvast achter elkaar aan over het open veld. Vrolijk. Uitgelaten. Voor de zoveelste keer.
Drie vrouwen met dure gebreide vesten, herfsttinten, gebroken wit, stoere bruine laarzen, stonden op het schelpenpaadje in het Diemerpark te praten. Hun rashonden dartelden om hen heen. De vierde vrouw met hond kwam er aangewandeld.
'Goedemorgen Tjitske, jouw energie is heel anders dan gisteren en eergisteren!'
'Echt?' Tjitske maakte de riem van haar hond los. Hij stoof weg.
'Ja, en ook héél anders dan de gisteren daarvoor,' zei Cate Blanchett uit Blue Jasmine. De film die ik gisteravond keek.
Cate gaf Tjitske met de bad vibe een knuffel. De vier honden renden alvast achter elkaar aan over het open veld. Vrolijk. Uitgelaten. Voor de zoveelste keer.
maandag 7 september 2015
Opeens was daar ergernis
Opeens was daar ergernis, zei Deetje (5). Haar hoofd lag op haar handen op de ontbijttafel.
Mooi, zei ik, mooi gezegd zeg.
Heb je wéér een idee voor een verhaal zeker, zuchtte Jeetje (10) (Denkt u er vooral DUH achteraan)
Opeens was daar ergernis vind ik een mooie titel.
Schrijf maar eens een keer iets af, zei Jeetje. Je moet ook dingen áfmaken, mama.
Ja, ja. Doe ik. Doe ik. Weet ik. Weet ik.
Wanneer schrijf je je boek voor kinderen nou af?
Ik kan niet alles tegelijk.
Volgens mij werk je daar helemaal niet aan.
Eerst dit. Eerst dit. Dan dat.
Volgend jaar zit ik in groep 8. Ik wil m'n boekbespreking over jouw boek doen.
Ja. Ja. Ja. Ja.
Hoeveel bladzijdes heb je al?
Hoe spel je Bosnië-Herzegovina?
Deetje richtte haar ultra-zware hoofd op. Is het vandaag een lange of een korte dag? vroeg ze met stroperige stem.
Schrijf maar eens een keer iets af, zei Jeetje. Je moet ook dingen áfmaken, mama.
Ja, ja. Doe ik. Doe ik. Weet ik. Weet ik.
Wanneer schrijf je je boek voor kinderen nou af?
Ik kan niet alles tegelijk.
Volgens mij werk je daar helemaal niet aan.
Eerst dit. Eerst dit. Dan dat.
Volgend jaar zit ik in groep 8. Ik wil m'n boekbespreking over jouw boek doen.
Ja. Ja. Ja. Ja.
Hoeveel bladzijdes heb je al?
Hoe spel je Bosnië-Herzegovina?
Deetje richtte haar ultra-zware hoofd op. Is het vandaag een lange of een korte dag? vroeg ze met stroperige stem.
woensdag 2 september 2015
Interpretatie
Op zondagochtend had Deetje (5) een schilderij gemaakt.
‘Mooi,’ zei ik toen ik beneden kwam. ‘Wat is dat precies?’
‘O, een dood meisje.’
‘Wow. Goed idee!’
Sindsdien slingert het dode meisje hier rond, op de tafel, het aanrecht, de vloer. Overal kom ik het tegen, raap ik het op, leg ik het maar weer ergens neer. Met haar anonieme grijze gezichtje. Een grote omcirkelde 5 op haar buik. Steeds opnieuw moet ik denken aan de aangespoelde Syrische kinderen die ik op een foto op Facebook zag. Dode meisjes en jongens. Drijvend in de branding.
‘Mooi,’ zei ik toen ik beneden kwam. ‘Wat is dat precies?’
‘O, een dood meisje.’
‘Wow. Goed idee!’
Sindsdien slingert het dode meisje hier rond, op de tafel, het aanrecht, de vloer. Overal kom ik het tegen, raap ik het op, leg ik het maar weer ergens neer. Met haar anonieme grijze gezichtje. Een grote omcirkelde 5 op haar buik. Steeds opnieuw moet ik denken aan de aangespoelde Syrische kinderen die ik op een foto op Facebook zag. Dode meisjes en jongens. Drijvend in de branding.
Gisteren, toen ik al bellend met mijn moeder door de kamer liep, dook het meisje ook weer op.
In haar 40jarige loopbaan als onderwijzeres was zij nooit een kind tegengekomen dat dode meisjes schilderde, zei ze. ‘Kinderen doen nooit zomaar iets.’
Man ging er vanuit dat Deetje zomaar wat geschilderd had en toen pas zag dat het een dood meisje was.
Ik dacht dat ze het einde van haar ‘schattigheid’ getekend had, dat verklaarde ook die 5.
‘Ik ben nu 5, ik ben niet schattig meer,’ had ik haar laatst tegen het buurmeisje (11) horen zeggen. ‘Jij vindt me ook niet meer schattig, toch?’
‘Maar mijn papa en mama vinden jou nog wel schattig,’ zei het buurmeisje.
‘Ze zijn gewoon met cijfers bezig op school,’ zei man. ‘Daarom die 5.’
In haar 40jarige loopbaan als onderwijzeres was zij nooit een kind tegengekomen dat dode meisjes schilderde, zei ze. ‘Kinderen doen nooit zomaar iets.’
Man ging er vanuit dat Deetje zomaar wat geschilderd had en toen pas zag dat het een dood meisje was.
Ik dacht dat ze het einde van haar ‘schattigheid’ getekend had, dat verklaarde ook die 5.
‘Ik ben nu 5, ik ben niet schattig meer,’ had ik haar laatst tegen het buurmeisje (11) horen zeggen. ‘Jij vindt me ook niet meer schattig, toch?’
‘Maar mijn papa en mama vinden jou nog wel schattig,’ zei het buurmeisje.
‘Ze zijn gewoon met cijfers bezig op school,’ zei man. ‘Daarom die 5.’
maandag 31 augustus 2015
Joris alias Ronnie
Ronnie werd op een avond door een ouder kunstenaarsstel uit het Dierenpark geplukt. En in een mandje naar een geweldig mooi huis vol designmeubels en schilderijen gebracht. Met alleen een balkon. Daar zat hij veel.
Het stel vond dat Joris flink gegroeid was tijdens zijn afwezigheid. Ook likte hij ineens yoghurt uit bakjes en was van zijn schuwheid niets meer te merken. Hij sprong op de tafel wanneer hij wilde, beet als iets hem niet beviel en maakte een harder geluid. Het was een aanhalig type geworden. Joris gedroeg zich tegenwoordig een beetje als een hond. Maar de vier witte haren op zijn borst zaten er nog. Daar hielden ze zich dan maar aan vast. Ze wenden al gauw aan de nieuwe Joris.
woensdag 26 augustus 2015
Kies voor jezelf
'Ik ben vroeger ook heel dik geweest,' zegt de sportinstructeur voor hij de les start. Hij lacht ons bemoedigend toe. Het zweet drupt van het puntje van zijn neus. Op zijn grasgroene t-shirt staat in witte letters: 'kies voor jezelf.' Daar moet ik steeds naar kijken tijdens het springen. Kies voor jezelf. Benen wijd, sluit, spring, armen in de lucht, boven mijn hoofd klap ik in mijn handen.
Het is voor het eerst dat ik mijn drie buurvrouwen zo lang achter elkaar zie springen en klappen. Mijn t-shirt prop ik steeds opnieuw in mijn broek. De instructeur kijkt op z'n I-phone, maar we nemen kennelijk de tijd. Of misschien bestaat die niet meer. We kiezen voor onszelf. We springen en springen en springen. Ergens komt een windje vrij.
Het is voor het eerst dat ik mijn drie buurvrouwen zo lang achter elkaar zie springen en klappen. Mijn t-shirt prop ik steeds opnieuw in mijn broek. De instructeur kijkt op z'n I-phone, maar we nemen kennelijk de tijd. Of misschien bestaat die niet meer. We kiezen voor onszelf. We springen en springen en springen. Ergens komt een windje vrij.
maandag 24 augustus 2015
Vergeten
Het is maandag. Dat weet ik nog. Maar de woordvindproblemen verergeren. Daarnet zocht ik minutenlang naar het woord 'illustraties' en alleen 'artificaties' zong door mijn hoofd.
De artificaties zijn heel mooi geworden.
Zo gaat het met veel meer woorden, alleen zijn die al uit mijn geheugen verdwenen. Ik kan nog geen drie zinnen spreken of schrijven zonder er eentje kwijt te zijn.
Het focussen wordt ook duidelijk lastiger. Terwijl ik dit schrijf, ben ik tegelijkertijd de nieuwe Rabo Scanner aan het uitproberen, ik probeer iets te uploaden voor een freelancer bestand, ik gooi oude papieren over lesgeven weg, schrijf data op in mijn agenda, hoop tevergeefs de stem van ene Alain Bashung te horen en denk aan citroengras.
De laatste dagen is ook iedere kat een lookalike van onze Ronnie.
Jonge dementie begint rond mijn leeftijd. Ik heb thuis doorgegeven dat ik euthanasie wil zodra het moment daar is gekomen dat ik maar blijf zoeken en zoeken naar de naam van die twee leuke meisjes die voor me staan.
Hoewel ik gisteren nog een gezicht van een jonge man herkende bij wie we koffie bestelden.
'Hee, ik ken jou,' riep ik uit.
'O ja?' Hij nam de bestelling op en vertrok verder geen spier.
'Het zal wel niet.'
Toen hij ons de koffie bracht, vroeg hij: 'maar waar ken je mij dan van?'
'Jij bent toch schrijver?'
Hij knikte bedachtzaam en wachtte tot ik het betreffende werk zou noemen waarvan ik genoten had.
Het is eervol om als schrijver herkend te worden, realiseerde ik. Maar wat hij geschreven had wist ik niet. Was het een dichter, essayist, een romancier? Geen idee.
Ik keek hem aan. Hij wachtte.
'Ik heb een keer met je over sex gepraat,' moest ik uiteindelijk wel zeggen.
'O, ik onthou geen gezichten.' Met het lege dienblad op z'n hand liep hij weg.
De artificaties zijn heel mooi geworden.
Zo gaat het met veel meer woorden, alleen zijn die al uit mijn geheugen verdwenen. Ik kan nog geen drie zinnen spreken of schrijven zonder er eentje kwijt te zijn.
Het focussen wordt ook duidelijk lastiger. Terwijl ik dit schrijf, ben ik tegelijkertijd de nieuwe Rabo Scanner aan het uitproberen, ik probeer iets te uploaden voor een freelancer bestand, ik gooi oude papieren over lesgeven weg, schrijf data op in mijn agenda, hoop tevergeefs de stem van ene Alain Bashung te horen en denk aan citroengras.
De laatste dagen is ook iedere kat een lookalike van onze Ronnie.
Jonge dementie begint rond mijn leeftijd. Ik heb thuis doorgegeven dat ik euthanasie wil zodra het moment daar is gekomen dat ik maar blijf zoeken en zoeken naar de naam van die twee leuke meisjes die voor me staan.
Hoewel ik gisteren nog een gezicht van een jonge man herkende bij wie we koffie bestelden.
'Hee, ik ken jou,' riep ik uit.
'O ja?' Hij nam de bestelling op en vertrok verder geen spier.
'Het zal wel niet.'
Toen hij ons de koffie bracht, vroeg hij: 'maar waar ken je mij dan van?'
'Jij bent toch schrijver?'
Hij knikte bedachtzaam en wachtte tot ik het betreffende werk zou noemen waarvan ik genoten had.
Het is eervol om als schrijver herkend te worden, realiseerde ik. Maar wat hij geschreven had wist ik niet. Was het een dichter, essayist, een romancier? Geen idee.
Ik keek hem aan. Hij wachtte.
'Ik heb een keer met je over sex gepraat,' moest ik uiteindelijk wel zeggen.
'O, ik onthou geen gezichten.' Met het lege dienblad op z'n hand liep hij weg.
Abonneren op:
Posts (Atom)