vrijdag 11 september 2015

Iedereen op iedereen

'Is er nog iemand verliefd geworden?' vraag ik.  Jeetje is teruggekomen van het kamp met haar klas.
'Ja, iedereen is verliefd op iedereen!' Ze heeft een hese stem, maar oogt levendiger dan levendig.
'Wow! Iedereen op iedereen.'
'Ja, ik heb zo'n honger!' Ik wist niet dat het woord 'honger' in haar vocabulaire voorkwam.
'Je hebt zeker zin in iets vets?'
'Ja.'
Ik geef haar twee euro om een Turkse pizza te gaan kopen. Voor ze weggaat, trekt ze haar skinny jeans naar beneden.
'Ik wil je iets laten zien.'
'O?'
Ze wijst naar de grote huidkleurige pleister op haar knie. Tijdens de bonte avond is ze gevallen op de stenen. Iemand uit een andere groep zeven heeft haar laten struikelen. Ik denk dat dit was voordat iedereen op iedereen verliefd werd.
'Moest je huilen?'
'Ja,' zei ze, 'maar het was heel leuk.' Toen ging ze pizza kopen. Naar buiten. De zon in. De wereld aan haar voeten.

woensdag 9 september 2015

Orde

'Ga even naar jezelf,' zei de boekhoudster. We zaten samen achter mijn computer op mijn werkkamer. Ze was onverwachts langsgekomen met de spullen. De ramen zaten vol spinrag, er kroop net een dikke spin tegen de muur omhoog, het bureau bezaaid met tandenstokers. 'Wow. Lekker licht hier,' had ze gezegd toen ze het luik opende. Ze stapte over wat boeken en blaadjes heen en liep naar me toe. Het geeltje 'Autonoom zelf is sterker dan twijfel'  hing nog altijd aan de radiator,  de krantenkop 'Ik strijd, ik ben iemand' aan de muur. 'De ideale moslimvrouw' lag naast me, snel legde ik 'De geschiedenis van mijn tanden' er bovenop.
Het was lang geleden dat er iemand hierboven naast me had gezeten.
'Ga even naar jezelf? Hoe bedoel je?' Ik bewoog wat met de cursor heen en weer over m'n bureaublad.
'O ja, jij bent nu natuurlijk bij jezelf,' zei ze. 'Ik heb een mapje met jouw naam.'
We keken naar de wirwar van mapjes op mijn computer. We zochten het juiste mapje. We klikten erop.  Na een tijdje stond ze op en zei: 'Je hebt het goed op orde, als je het niet verder uit de hand laat lopen.'
Zodra ze weg was, opende ik het raam en pakte de bezem. De zon scheen, ik veegde en veegde en oefende de stabiele basishouding die ik vanavond in de sportschool zou gaan perfectioneren.

dinsdag 8 september 2015

Wandeltherapie

Tegen negenen in de ochtend rende ik het universum van Woody Allan in.
Drie vrouwen met dure gebreide vesten, herfsttinten, gebroken wit, stoere bruine laarzen, stonden op het schelpenpaadje in het Diemerpark te praten. Hun rashonden dartelden om hen heen. De vierde vrouw met hond kwam er aangewandeld.
'Goedemorgen Tjitske, jouw energie is heel anders dan gisteren en eergisteren!'
'Echt?' Tjitske maakte de riem van haar hond los. Hij stoof weg.
'Ja, en ook héél anders dan de gisteren daarvoor,' zei Cate Blanchett uit Blue Jasmine. De film die ik gisteravond keek.
Cate gaf Tjitske met de bad vibe een knuffel. De vier honden renden alvast achter elkaar aan over het open veld. Vrolijk. Uitgelaten. Voor de zoveelste keer.

maandag 7 september 2015

Opeens was daar ergernis


Opeens was daar ergernis, zei Deetje (5). Haar hoofd lag op haar handen op de ontbijttafel.
Mooi, zei ik, mooi gezegd zeg.
Heb je wéér een idee voor een verhaal zeker, zuchtte Jeetje (10) (Denkt u er vooral DUH achteraan)
Opeens was daar ergernis vind ik een mooie titel.
Schrijf maar eens een keer iets af, zei Jeetje. Je moet ook dingen áfmaken, mama.
Ja, ja. Doe ik. Doe ik. Weet ik. Weet ik.
Wanneer schrijf je je boek voor kinderen nou af?
Ik kan niet alles tegelijk.
Volgens mij werk je daar helemaal niet aan.
Eerst dit. Eerst dit. Dan dat.
Volgend jaar zit ik in groep 8. Ik wil m'n boekbespreking over jouw boek doen.
Ja. Ja. Ja. Ja.
Hoeveel bladzijdes heb je al?
Hoe spel je Bosnië-Herzegovina?
Deetje richtte haar ultra-zware hoofd op. Is het vandaag een lange of een korte dag? vroeg ze met stroperige stem.

woensdag 2 september 2015

Interpretatie

Op zondagochtend had Deetje (5) een schilderij gemaakt.
‘Mooi,’ zei ik toen ik beneden kwam. ‘Wat is dat precies?’
‘O, een dood meisje.’
‘Wow. Goed idee!’
Sindsdien slingert het dode meisje hier rond, op de tafel, het aanrecht, de vloer. Overal kom ik het tegen, raap ik het op, leg ik het maar weer ergens neer. Met haar anonieme grijze gezichtje. Een grote omcirkelde 5 op haar buik. Steeds opnieuw moet ik denken aan de aangespoelde Syrische kinderen die ik op een foto op Facebook zag. Dode meisjes en jongens. Drijvend in de branding.
Gisteren, toen ik al bellend met mijn moeder door de kamer liep, dook het meisje ook weer op.
In haar 40jarige loopbaan als onderwijzeres was zij nooit een kind tegengekomen dat dode meisjes schilderde, zei ze. ‘Kinderen doen nooit zomaar iets.’
Man ging er vanuit dat Deetje zomaar wat geschilderd had en toen pas zag dat het een dood meisje was.
Ik dacht dat ze het einde van haar ‘schattigheid’ getekend had, dat verklaarde ook die 5.
‘Ik ben nu 5, ik ben niet schattig meer,’ had ik haar laatst tegen het buurmeisje (11) horen zeggen. ‘Jij vindt me ook niet meer schattig, toch?’
‘Maar mijn papa en mama vinden jou nog wel schattig,’ zei het buurmeisje.
‘Ze zijn gewoon met cijfers bezig op school,’ zei man. ‘Daarom die 5.’

maandag 31 augustus 2015

Joris alias Ronnie

Ronnie werd op een avond door een ouder kunstenaarsstel uit het Dierenpark geplukt. En in een mandje naar een geweldig mooi huis vol designmeubels en schilderijen gebracht. Met alleen een balkon. Daar zat hij veel.
Het stel vond dat Joris flink gegroeid was tijdens zijn afwezigheid. Ook likte hij ineens yoghurt uit bakjes en was van zijn schuwheid niets meer te merken. Hij sprong op de tafel wanneer hij wilde, beet als iets hem niet beviel en maakte een harder geluid. Het was een aanhalig type geworden. Joris gedroeg zich tegenwoordig een beetje als een hond. Maar de vier witte haren op zijn borst zaten er nog. Daar hielden ze zich dan maar aan vast. Ze wenden al gauw aan de nieuwe Joris.

woensdag 26 augustus 2015

Kies voor jezelf

'Ik ben vroeger ook heel dik geweest,' zegt de sportinstructeur voor hij de les start. Hij lacht ons bemoedigend toe. Het zweet drupt van het puntje van zijn neus. Op zijn grasgroene t-shirt staat in witte letters: 'kies voor jezelf.' Daar moet ik steeds naar kijken tijdens het springen. Kies voor jezelf. Benen wijd, sluit, spring, armen in de lucht, boven mijn hoofd klap ik in mijn handen.
Het is voor het eerst dat ik mijn drie buurvrouwen zo lang achter elkaar zie springen en klappen. Mijn t-shirt prop ik steeds opnieuw in mijn broek. De instructeur kijkt op z'n I-phone, maar we nemen kennelijk de tijd. Of misschien bestaat die niet meer. We kiezen voor onszelf. We springen en springen en springen. Ergens komt een windje vrij.