Er zijn ontwikkelingen gaande.
De laatste tijd is het bijvoorbeeld net alsof ik leef. Heel apart. Het is niet zo dat ik eerst niet leefde. Meer dat ik het nu ook merk. Mijn personages overkomt zoiets al heel lang. Van het ene op het andere moment, meestal als het net te laat is, leven ze. En wat dan!
Nu ben ik mijn eigen personage geworden. Het gaat precies zo als ik bedacht had.
Ik sprak laatst met een schrijver die een verhaal had geschreven over zijn ( inmiddels ex) vriendin. In het verhaal beschreef hij hun prille verliefdheid en hoe de relatie uiteindelijk uit zou gaan, en een jaar later ging het op precies die manier uit.
Het was heel gevaarlijk wat je daar deed, zei zijn redacteur.
Schrijven is ontzettend gevaarlijk, zei ik.
In het nieuwe boek van Nell Zink dat ik net las, werd korte metten gemaakt met schrijvers die dachten dat ze bezig waren met Zeer Belangrijke Zaken. Een gedicht: een speelgoedmuis in de dode hoek van het wereldtoneel. Dat stond er heel wat beter. Maar ik heb nu geen zin dat op te zoeken.
Ontwikkelingen hebben iets onheilspellends, mailde iemand me.
Dat is waar. Je weet niet waar ze zich heen ontwikkelen. Maar zonder ontwikkelingen geen roman. Zonder ontwikkelingen geen leven. Zo zou je het kunnen zeggen. Leve de ontwikkelingen, misschien?
donderdag 11 februari 2016
maandag 8 februari 2016
Krankzinnig universum
Vlak voor sluitingstijd liepen we het Stedelijk binnen. En van het een op andere moment waren we in een krankzinnig universum. De expositie van Isa Genzken. Mach Dich Hübsch. Een idiote wereld. Kleurrijke installaties en objecten. In geen enkele zaal iets wat in de lijn der verwachting lag. Nergens houvast. Of iets waarop je kon voortborduren. Ook al kwam het me allemaal heel bekend voor. En was er tegelijkertijd niets geks aan.
Er overviel me, dwalend van ruimte naar ruimte, iets wonderlijks. Ik vond het prachtig. (Heel wonderlijk voor mij, zo ineens iets prachtig te vinden) En: Ik bevond me er middenin. Niet aan de rand. Niet als toeschouwer. Nee.
Dit is de binnenkant van mijn hoofd, dacht ik. Ik ben door mijn hoofd aan het wandelen. Ja, als het er daar zo uitziet, is het niet zo gek dat het niet altijd even duidelijk is welke draad ik volgen moet. Maar vervelen zal ik me niet.
Gelukkig zag ik ook hier en daar Michael Jackson. Wat die daar nou weer deed bij Isa Genzken? Wat die in mijn hoofd doet? Het is leuk verbanden leggen. Steeds andere verbanden. Alles is mogelijk. Alles verandert. We waren daar helemaal alleen, man en ik. We wandelden door andere zalen, maar het bleef dezelfde expositie.
Precies een half uur later werden we eruit gebonjourd. Het stormde daarbuiten ontiegelijk.
Er overviel me, dwalend van ruimte naar ruimte, iets wonderlijks. Ik vond het prachtig. (Heel wonderlijk voor mij, zo ineens iets prachtig te vinden) En: Ik bevond me er middenin. Niet aan de rand. Niet als toeschouwer. Nee.
Dit is de binnenkant van mijn hoofd, dacht ik. Ik ben door mijn hoofd aan het wandelen. Ja, als het er daar zo uitziet, is het niet zo gek dat het niet altijd even duidelijk is welke draad ik volgen moet. Maar vervelen zal ik me niet.
Gelukkig zag ik ook hier en daar Michael Jackson. Wat die daar nou weer deed bij Isa Genzken? Wat die in mijn hoofd doet? Het is leuk verbanden leggen. Steeds andere verbanden. Alles is mogelijk. Alles verandert. We waren daar helemaal alleen, man en ik. We wandelden door andere zalen, maar het bleef dezelfde expositie.
Precies een half uur later werden we eruit gebonjourd. Het stormde daarbuiten ontiegelijk.
vrijdag 5 februari 2016
Hoe Lang Nog?
Ik heb de laatste tijd tijd om te wandelen, ik heb tijd om een verhaal af te maken, ik heb tijd om een hoorspel te schrijven, ik heb tijd om les te geven, ik heb tijd om boodschappen te doen, ik heb tijd om te koken, ik heb tijd om een verjaardag te bezoeken, ik heb tijd om naar de kapper te gaan, ik heb tijd om koffie te drinken met een vriend, ik heb tijd om te lezen, ik heb tijd om een spelletje met de kinderen te spelen, ik heb tijd om met man te praten, ik heb tijd om te sporten, ik heb tijd om..
Waar komt die tijd ineens vandaan? Er zitten niet meer uren in een dag. Een uur duurt niet langer dan een uur. Ik heb het drukker dan ooit, daar heeft het ook al niets mee te maken.
Tijd is beweging. Tijd is alleen nu. Ik moet de filosofen eens naslaan op het begrip tijd, als ik daar tijd voor heb.
Waar komt die tijd ineens vandaan? Er zitten niet meer uren in een dag. Een uur duurt niet langer dan een uur. Ik heb het drukker dan ooit, daar heeft het ook al niets mee te maken.
Tijd is beweging. Tijd is alleen nu. Ik moet de filosofen eens naslaan op het begrip tijd, als ik daar tijd voor heb.
donderdag 4 februari 2016
Allergie
Ze is tjips gaan zeggen. Ik weet niet wanneer precies.
'Ik heb zin in tjips,' zegt ze.
'Geen tjips Jeetje.'
'Maar ik heb zin in tjips.'
'Ik wil niet hebben dat jij hier in huis tjips zegt. Waarom zeg je nou steeds tjips.'
'Waarom mag zij geen tjips zeggen.'
'Het is sjeps!'
'Sjeps?' zegt Jeetje.
'SJEPS ja. Sjeps. Wij zeggen sjeps.'
Plotselings blijkt er een wij en een zij te zijn. Als het over sjeps en tjips gaat.
'Ik heb zin in tjips,' zegt ze.
'Geen tjips Jeetje.'
'Maar ik heb zin in tjips.'
'Ik wil niet hebben dat jij hier in huis tjips zegt. Waarom zeg je nou steeds tjips.'
'Waarom mag zij geen tjips zeggen.'
'Het is sjeps!'
'Sjeps?' zegt Jeetje.
'SJEPS ja. Sjeps. Wij zeggen sjeps.'
Plotselings blijkt er een wij en een zij te zijn. Als het over sjeps en tjips gaat.
dinsdag 2 februari 2016
Het woei
Mijn drie buurvrouwen zaten al in de wagen op mij te wachten.
'Je bent twee minuten te laat,' zeiden ze toen ik instapte.
'Ja, ik was m'n fietssleutel heel lang aan het zoeken, maar dat was dus niet nodig.'
'Nee,' zeiden ze. 'Dat had je kunnen weten als je je app gecheckt had.'
'Ja, maar er kwamen zoveel berichtjes voorbij en ik moest mijn fietssleutel nog zoeken..'
'Dat was dus niet nodig als je je app gecheckt had.'
'Nee, als ik m'n app gecheckt had, was ik op tijd geweest.'
We reden naar de sportschool.
We sportten.
Een buurvrouw moest binnenkort in haar bikini passen en in zomerjurkjes. We hadden het over calorieën. De immense hoeveelheid calorieën die al in één glas wijn bleek te zitten.
'Ja dag, ik kan niet ook nog zonder wijn,' zei ze. 'Het moet wel leefbaar blijven.'
'Al die modellen drinken champagne,' zei ik. 'Misschien is dat wat?'
'Je moet gewoon gaan genieten,' zei een andere buurvrouw. 'Met een vrolijk gezicht erboven staat die bikini altijd goed.'
'Ja,' zeiden we. 'Met een vrolijk gezicht staat alles goed.'
'Als ik weer ga roken, ben ik ook zo vijf kilo kwijt,' zei ze. 'Ik woog ooit vijfenveertig kilo. Toen dronk ik alleen maar bier en ik rookte.'
We liepen over het grasveldje terug naar de auto. Twee buurvrouwen liepen recht door de hondenpoep.
'Sukkels,' zeiden we.
We reden terug. Die twee met de voeten omhoog.
Na vijfhonderd meter waren we er. Mijn autodeur vloog open omdat het zo woei.
'Kijk je wel uit met die deur,' zeiden ze.
'Je bent twee minuten te laat,' zeiden ze toen ik instapte.
'Ja, ik was m'n fietssleutel heel lang aan het zoeken, maar dat was dus niet nodig.'
'Nee,' zeiden ze. 'Dat had je kunnen weten als je je app gecheckt had.'
'Ja, maar er kwamen zoveel berichtjes voorbij en ik moest mijn fietssleutel nog zoeken..'
'Dat was dus niet nodig als je je app gecheckt had.'
'Nee, als ik m'n app gecheckt had, was ik op tijd geweest.'
We reden naar de sportschool.
We sportten.
Een buurvrouw moest binnenkort in haar bikini passen en in zomerjurkjes. We hadden het over calorieën. De immense hoeveelheid calorieën die al in één glas wijn bleek te zitten.
'Ja dag, ik kan niet ook nog zonder wijn,' zei ze. 'Het moet wel leefbaar blijven.'
'Al die modellen drinken champagne,' zei ik. 'Misschien is dat wat?'
'Je moet gewoon gaan genieten,' zei een andere buurvrouw. 'Met een vrolijk gezicht erboven staat die bikini altijd goed.'
'Ja,' zeiden we. 'Met een vrolijk gezicht staat alles goed.'
'Als ik weer ga roken, ben ik ook zo vijf kilo kwijt,' zei ze. 'Ik woog ooit vijfenveertig kilo. Toen dronk ik alleen maar bier en ik rookte.'
We liepen over het grasveldje terug naar de auto. Twee buurvrouwen liepen recht door de hondenpoep.
'Sukkels,' zeiden we.
We reden terug. Die twee met de voeten omhoog.
Na vijfhonderd meter waren we er. Mijn autodeur vloog open omdat het zo woei.
'Kijk je wel uit met die deur,' zeiden ze.
donderdag 28 januari 2016
Wandelen
Het regende zachtjes en ik wandelde naar mijn Crea klasje. Het was een uur lopen van mijn huis tot aan de Artis-buurt. Deze route heb ik een miljard keer gefietst, maar dan zie je blijkbaar niets. Het viel me voor het eerst op dat er erg veel mensen alléén ergens naartoe op weg waren. Gebogen door de regen. Elk hun eigen weg. Jonge vrouwen. Mannen. Ze zagen er allemaal een beetje verloren uit, ze hadden geen keuze. Een oudere man passeerde me, keek me aan, zijn kleine hoofd diep verscholen in zijn capuchon. Hij had veel spullen bij zich. Achter een raam zaten twee verpleegsters op de puntjes van hun stoelen naar een soap op televisie te kijken. Een bejaarde dame zat een stukje van hen af, in zo'n monsterlijke sta-op stoel, voor zich uit te staren. Ik dacht eraan hoe het was om oud te worden en er dan maar een beetje bij te zitten. Ik snelwandelde drie slenterende jongeren voorbij. Dat gaat fietsend veel beter.
Op de terugweg regende en woei het nog harder. Het stukje van de camping naar huis waar geen huizen stonden, was langer en donkerder. Ik dacht aan het enge verhaal van een studente dat precies hier over ging. Een hummer, misschien was het een andere grote auto, reed me langzaam voorbij. Mij, eenzame wandelaar, doorweekt, met m’n zware rugzak.In de verte zag ik de lichtjes al van het nieuwbouweiland waar ik moest zijn.De verhalen van Tsjechov, Lydia Davis en Robert Walser bonkten op mijn rug.
Op de terugweg regende en woei het nog harder. Het stukje van de camping naar huis waar geen huizen stonden, was langer en donkerder. Ik dacht aan het enge verhaal van een studente dat precies hier over ging. Een hummer, misschien was het een andere grote auto, reed me langzaam voorbij. Mij, eenzame wandelaar, doorweekt, met m’n zware rugzak.In de verte zag ik de lichtjes al van het nieuwbouweiland waar ik moest zijn.De verhalen van Tsjechov, Lydia Davis en Robert Walser bonkten op mijn rug.
maandag 25 januari 2016
Trumanshow delusion.
De leeuwen komen er aan. Ze brullen om het hardst. Er is een stolp over ons heengezet. Een koepel die de hemel moet voorstellen. Het is allemaal nep. De wereld is nagebouwd. We spelen met z’n allen in een realitysoap. Don’t dream your life staat met grote letters op de muur in de toiletruimte. Iemand wil ons waarschuwen.
De olifanten trompetteren. Ze zullen ons verpletteren.
De maan is prachtig vol, of hangt die ook hierbinnen? Het onweer barst in de jungle om de zoveel tijd met een enorme kracht los. Net zoals de regen steeds weer bij bakken uit de hemel valt, maar nooit bij de lodges waar we logeren; mijn moeder, Jeetje, Deetje en ik. Wij worden nooit echt nat. Dat is juist fijn.
De tropische vogels die hier vliegen zijn echt, ja die zijn zeker wel echt. Je kunt ze voeren. Die zijn zo mooi. Die zie je hierbuiten niet. Of is er geen binnen en buiten soms? Is dit het?
Het water dat over de rotsen stroomt, is echt water, je kunt er nat van worden, maar de waterval is gemaakt en ook de rotsen zijn hier speciaal zo neergelegd zodat wij erover en eronder kunnen kruipen. Zonder scherpe randjes.
Mijn moeder is mijn moeder en van vlees en bloed. Dat is fijn. Ze is bijna vijfenzestig jaar. Dat vieren we. Ze zit naast me op de veranda. We zitten er samen. Zij en ik. Met echte wijn. In een plastic glas. Het is rond middernacht. Binnen liggen de meisjes te slapen onder hun klamboe. Hele echte dochters. Toch?
Een zoveelste krijs van een mensaap in nood. De leeuwen komen er steeds weer aan. De krekels blijven hysterisch krekelen. De olifanten trompetteren in mijn nek. Misschien word ik gek. ‘Dit zal een ervaring worden om nooit meer te vergeten’, hoor ik de mevrouw in safarikleding keer op keer zeggen.
‘We zitten in een stolp,’ zeg ik rustig. ‘De lucht is hier niet echt. Hoe moeten we ademen? Hoe komen we hier eigenlijk uit? Weet jij dat? Weet jij misschien waar de uitgang is, mama?’
De olifanten trompetteren. Ze zullen ons verpletteren.
De maan is prachtig vol, of hangt die ook hierbinnen? Het onweer barst in de jungle om de zoveel tijd met een enorme kracht los. Net zoals de regen steeds weer bij bakken uit de hemel valt, maar nooit bij de lodges waar we logeren; mijn moeder, Jeetje, Deetje en ik. Wij worden nooit echt nat. Dat is juist fijn.
De tropische vogels die hier vliegen zijn echt, ja die zijn zeker wel echt. Je kunt ze voeren. Die zijn zo mooi. Die zie je hierbuiten niet. Of is er geen binnen en buiten soms? Is dit het?
Het water dat over de rotsen stroomt, is echt water, je kunt er nat van worden, maar de waterval is gemaakt en ook de rotsen zijn hier speciaal zo neergelegd zodat wij erover en eronder kunnen kruipen. Zonder scherpe randjes.
Mijn moeder is mijn moeder en van vlees en bloed. Dat is fijn. Ze is bijna vijfenzestig jaar. Dat vieren we. Ze zit naast me op de veranda. We zitten er samen. Zij en ik. Met echte wijn. In een plastic glas. Het is rond middernacht. Binnen liggen de meisjes te slapen onder hun klamboe. Hele echte dochters. Toch?
Een zoveelste krijs van een mensaap in nood. De leeuwen komen er steeds weer aan. De krekels blijven hysterisch krekelen. De olifanten trompetteren in mijn nek. Misschien word ik gek. ‘Dit zal een ervaring worden om nooit meer te vergeten’, hoor ik de mevrouw in safarikleding keer op keer zeggen.
‘We zitten in een stolp,’ zeg ik rustig. ‘De lucht is hier niet echt. Hoe moeten we ademen? Hoe komen we hier eigenlijk uit? Weet jij dat? Weet jij misschien waar de uitgang is, mama?’
Abonneren op:
Posts (Atom)