In weer een andere kamer gaan zitten met mijn laptop. Uitzicht op de verlaten kerk. In deze lichte kamer sliepen vorige week de meisjes. Het lijkt alweer eeuwen geleden. Maar morgenavond ga ik voor een paar dagen naar huis; verjaardagen vieren.
Ik zit hier echt niet per se zo in grote afzondering omdat dat dat nu eenmaal moet als je schrijft. Schrijven, - als je er eenmaal in zit - kan werkelijk overal.
Nee, ik zit hier om wat afstand te hebben van mijn leven en de emoties die daar onherroepelijk bij kwamen kijken. Nooit geweten dat het zo'n uitputtend gebeuren kon zijn. Misschien heb ik nooit eerder zo tot aan mijn nek in het leven gezeten.
Daar moest ik dus echt even uit.
Maar ik begin de fantoomarmpjes van Deetje om me heen te voelen en soms meen ik een zacht nekje te kussen dat er helemaal niet is. Waar zijn nu de handen van Jeetje gebleven die mij daarnet van zich afduwden toen ik haar, in het voorbijgaan, al te opzichtig naar me toetrok? Leven - als je er eenmaal in zit - kan werkelijk overal.
Het lijkt allemaal wel puur een kwestie van doen.
woensdag 11 mei 2016
dinsdag 10 mei 2016
Doorknallen
In de kleine keuken ben ik neergestreken, mijn laptop bovenop het plastic tafelkleed met roosjes. De geur van de gebakken zalm van gisteravond hangt er nog omdat ik de achterdeur niet de hele tijd open durf te laten staan. In verband met de gevangenen die de tuin bijhouden. In de klapper staat: de achterdeur dichthouden. De gevangenen vriendelijk gedag zeggen, mag wel, binnenlaten mag niet.
Momenteel wacht ik een beetje op de mobiele supermarkt die deze middag in het dorp zal arriveren. Staat ook in de informatieve klapper. Een zak appels heb ik nog. En een stuk kipfilet. Het begint nu wel heel karig te worden. Sinds m'n gezin weg is, heb ik geen brood meer gehaald en ook geen brood meer gegeten trouwens. Het valt me op dat ik meteen teruggrijp op gewoontes uit m'n studententijd. Yoghurt. Thuis eet ik het spul nooit. Ook opvallend is dat ik in m'n eentje veel meer rommel maak, en dat ik nauwelijks aan persoonlijke verzorging doe als toch niemand het ziet.
Daarnet heb ik een rondje door het dorp gerend om te kijken of ik die supermarkt misschien al ergens zag rijden. Over het Pastoor Smitspad reed alleen een elektrische rolstoel met een grijze cowboy erin en een Golden Retriever die naast hem rende, maar geen supermarkt.
De cowboy en ik groetten elkaar.
Voor ik de deur uit holde, belde mijn agent nog. De eerste persoon tegen wie ik sinds dagen hardop gesproken heb. 'Ik zal ophangen,' zei ze al gauw, 'dan kun jij lekker doorknallen.'
'Nou,' zei ik, 'of ik nou echt lekker doorknal?'
'Niet?'
'Schrijven kan overal.'
'Als je er maar in zit,' zei ze.
'Precies,' zei ik.
'Misschien is dit wel jouw manier van iets maken,' zei ze, 'misschien moet jij altijd wel door van alles heen, voor het zover kan zijn.'
Momenteel wacht ik een beetje op de mobiele supermarkt die deze middag in het dorp zal arriveren. Staat ook in de informatieve klapper. Een zak appels heb ik nog. En een stuk kipfilet. Het begint nu wel heel karig te worden. Sinds m'n gezin weg is, heb ik geen brood meer gehaald en ook geen brood meer gegeten trouwens. Het valt me op dat ik meteen teruggrijp op gewoontes uit m'n studententijd. Yoghurt. Thuis eet ik het spul nooit. Ook opvallend is dat ik in m'n eentje veel meer rommel maak, en dat ik nauwelijks aan persoonlijke verzorging doe als toch niemand het ziet.
Daarnet heb ik een rondje door het dorp gerend om te kijken of ik die supermarkt misschien al ergens zag rijden. Over het Pastoor Smitspad reed alleen een elektrische rolstoel met een grijze cowboy erin en een Golden Retriever die naast hem rende, maar geen supermarkt.
De cowboy en ik groetten elkaar.
Voor ik de deur uit holde, belde mijn agent nog. De eerste persoon tegen wie ik sinds dagen hardop gesproken heb. 'Ik zal ophangen,' zei ze al gauw, 'dan kun jij lekker doorknallen.'
'Nou,' zei ik, 'of ik nou echt lekker doorknal?'
'Niet?'
'Schrijven kan overal.'
'Als je er maar in zit,' zei ze.
'Precies,' zei ik.
'Misschien is dit wel jouw manier van iets maken,' zei ze, 'misschien moet jij altijd wel door van alles heen, voor het zover kan zijn.'
maandag 9 mei 2016
Lachertje
Ik schrok wakker van een enorm gekrijs buiten. Waarschijnlijk twee katten die elkaar besprongen. Het was 02.05 uur zag ik op m'n telefoon. Warm in mijn slaapkamer. Donker ook. Een donkerte die een stadsmens vanzelfsprekend niet gewend is. Ik probeerde al helemaal niet naar de stilte te luisteren, dan ga je er vanzelf iets in horen. Dat weten we allemaal. Zijn dat nou voetstappen op het grind? Wat is dat voor een kraakje? Hoor ik iemand zuchten? Ben ik dat zelf?
Nee, er was niets, helemaal niets, ik lag rustig en ontspannen in een oude Pastorie in Drente, nergens naar te luisteren, zo'n beetje weer in slaap te dommelen, toen plotseling die witte vrouw voor mijn geestesoog verscheen. Ik had niet eens gemerkt dat ze binnengeglipt was, maar spoken kunnen geluidloos door deuren en muren heen en ze maken gebruik van zo'n onbewaakt ogenblik tussen waken en slapen in. Dat had ik kunnen weten.
Heel dichtbij mij was het hoofd van een doorschijnende vrouw met lang wit haar en bruine ogen. Ze keek natuurlijk boosaardig naar me. Ik had haar verzonnen. Daar was ik me van bewust, maar ook dat dat niet uitmaakt. Verzonnen of niet. Ze was er. Hoe kreeg ik haar weer weg.
Het werd nog een hele krachttoer in mijn hoofd tussen verbeelding en werkelijkheid.
Door dit nu op te schrijven probeer ik iets meer controle te krijgen over dit soort zaken, zodat het vannacht een lachertje zal zijn. Want dat is wat ik het liefst doe: van de dingen een lachertje maken.
Nee, er was niets, helemaal niets, ik lag rustig en ontspannen in een oude Pastorie in Drente, nergens naar te luisteren, zo'n beetje weer in slaap te dommelen, toen plotseling die witte vrouw voor mijn geestesoog verscheen. Ik had niet eens gemerkt dat ze binnengeglipt was, maar spoken kunnen geluidloos door deuren en muren heen en ze maken gebruik van zo'n onbewaakt ogenblik tussen waken en slapen in. Dat had ik kunnen weten.
Heel dichtbij mij was het hoofd van een doorschijnende vrouw met lang wit haar en bruine ogen. Ze keek natuurlijk boosaardig naar me. Ik had haar verzonnen. Daar was ik me van bewust, maar ook dat dat niet uitmaakt. Verzonnen of niet. Ze was er. Hoe kreeg ik haar weer weg.
Het werd nog een hele krachttoer in mijn hoofd tussen verbeelding en werkelijkheid.
Door dit nu op te schrijven probeer ik iets meer controle te krijgen over dit soort zaken, zodat het vannacht een lachertje zal zijn. Want dat is wat ik het liefst doe: van de dingen een lachertje maken.
zaterdag 7 mei 2016
Het was het contrast
Het is zover. Ik zit. Ik moet terugschakelen van een hoop gezelligheid met het gezin, naar het volkomen verdwijnen in mijn werk. Het document zal dadelijk geopend worden. Al staat het nu nog mijlenver van me af.
Ik weet dat ik blij zal zijn als ik er eenmaal mee bezig ben, maar nog blijer was ik de afgelopen week. Geluk heet dat.
Het was misschien de rust hier. De stilte. De vrede. En dat omringd door zwaarbewaakte gevangenissen waar ik weet niet hoeveel mensen opgesloten zitten.
Het was de temperatuur die elke dag iets omhoog ging.
Het was het 'eenvoudige' leven. Wel in een pand dat zo'n slordige vier miljoen zou kosten in onze buurt.
We aten patat toen iedereen dat deed, op de dag dat de patatbus in het dorp stond. We lazen, we speelden een spelletje tennis, er werd heksensoep gemaakt van madeliefjes, we vierden de verjaardag van de zesjarige en verstopten de cadeautjes in de vele kamers van de pastorie.
Het waren onze fietstochtjes door de bossen. Het viel me op dat we vaak werden toegelachen door gepensioneerde stellen die ons tegemoet fietsten. Een ideaal gezin; zo zagen we er uit. Vader en moeder kaarsrecht op hun Gazelles met allebei een knap meisje aan hun zijde. Vaders hand lag in de nek van de jongste. Moeders rugtas gevuld met broodjes.
De zestigplussers herkenden zichzelf in ons denk ik. Hun eigen gezinnen. Hoe zij daar vroeger fietsten. Misschien ook waren het lachjes ter aanmoediging. Jullie kunnen het! Ga zo door! Jullie zijn leuk!
Het was het geluid van de specht en de pauw.
'Wat is het hier lekker aan mijn oren,' zuchtte Jeetje en sloot haar ogen. 'We hebben eigenlijk zo'n huis nodig. 'En precies zo'n tuin. Dan zou alles goed zijn.'
Ik heb ze vanmorgen weg zien rijden, de oprijlaan af. Ik heb me omgedraaid, ben de Pastorie binnengegaan. Er moet gewerkt worden. Dat staat in dit dorp op alle huizen geschreven. Werken is leven.
Ik weet dat ik blij zal zijn als ik er eenmaal mee bezig ben, maar nog blijer was ik de afgelopen week. Geluk heet dat.
Het was misschien de rust hier. De stilte. De vrede. En dat omringd door zwaarbewaakte gevangenissen waar ik weet niet hoeveel mensen opgesloten zitten.
Het was de temperatuur die elke dag iets omhoog ging.
Het was het 'eenvoudige' leven. Wel in een pand dat zo'n slordige vier miljoen zou kosten in onze buurt.
We aten patat toen iedereen dat deed, op de dag dat de patatbus in het dorp stond. We lazen, we speelden een spelletje tennis, er werd heksensoep gemaakt van madeliefjes, we vierden de verjaardag van de zesjarige en verstopten de cadeautjes in de vele kamers van de pastorie.
Het waren onze fietstochtjes door de bossen. Het viel me op dat we vaak werden toegelachen door gepensioneerde stellen die ons tegemoet fietsten. Een ideaal gezin; zo zagen we er uit. Vader en moeder kaarsrecht op hun Gazelles met allebei een knap meisje aan hun zijde. Vaders hand lag in de nek van de jongste. Moeders rugtas gevuld met broodjes.
De zestigplussers herkenden zichzelf in ons denk ik. Hun eigen gezinnen. Hoe zij daar vroeger fietsten. Misschien ook waren het lachjes ter aanmoediging. Jullie kunnen het! Ga zo door! Jullie zijn leuk!
Het was het geluid van de specht en de pauw.
'Wat is het hier lekker aan mijn oren,' zuchtte Jeetje en sloot haar ogen. 'We hebben eigenlijk zo'n huis nodig. 'En precies zo'n tuin. Dan zou alles goed zijn.'
Ik heb ze vanmorgen weg zien rijden, de oprijlaan af. Ik heb me omgedraaid, ben de Pastorie binnengegaan. Er moet gewerkt worden. Dat staat in dit dorp op alle huizen geschreven. Werken is leven.
woensdag 4 mei 2016
Afzonderen
Een verhaal over met rust gelaten willen worden, schrijft iemand me net. Of niet met rust gelaten willen worden, denk ik erachteraan. In de kamer hiernaast hoor ik zacht de stemmen van Jeetje en Deetje. Verder weg het gerommel van man in de keuken. Zo is alles precies goed. Zo moet het blijven. Maar toch zal ik binnenkort in deze pastorie alleen zijn. Ik hoef daar niet per se steeds aan te denken, we leven ten slotte in het nu, maar het gebeurt. Steeds herinner ik me de momenten dat ik eerder ergens alleen zat, in een uithoek. Ik herinner me het gefladder van een vleermuis rond mijn hoofd in de nacht. Het gescharrel van - naar wat later everzwijnen bleken te zijn geweest - in de stal onder mijn appartement. In mijn herinneringen word ik op die plekken constant omringd door Duisternis, Stilte - (soms onderbroken door gefladder en gescharrel)
Er zijn een paar momenten in mijn leven geweest dat ik dat deed: ergens alleen naartoe vertrekken. Me afzonderen. Niet al te lang. Ook niet al te vaak. Maar ze waren er. En ik verlangde er naar. Wat bijblijft is vooral het geen hand voor ogen zien, en de angst. Angst is net als pijn, dat herinner je je pas echt weer als het er is. Gelukkig maar.
Er zijn een paar momenten in mijn leven geweest dat ik dat deed: ergens alleen naartoe vertrekken. Me afzonderen. Niet al te lang. Ook niet al te vaak. Maar ze waren er. En ik verlangde er naar. Wat bijblijft is vooral het geen hand voor ogen zien, en de angst. Angst is net als pijn, dat herinner je je pas echt weer als het er is. Gelukkig maar.
maandag 2 mei 2016
Andere omgeving
Ik ben van omgeving veranderd. We zijn van omgeving veranderd. We zijn naar het noorden van het land gegaan. Naar een voormalig gevangenisdorp. We zijn er in een oude pastorie terechtgekomen, met elf kamers en een enorm stuk grond. Het is avond. Buiten loeit/kraait/schreeuwt/roept een pauw. Binnen een vioolconcert van Bach. In één van de kamers op de eerste verdieping ligt de bijna jarige - het bevrijdingskind - Deetje te slapen, beneden in de voorkamer maakt Jeetje alvast een tekening voor haar verjaardag, en in de achterkamer zit man op een stoel met zijn leesbril op. Tegenover hem, boven de bank, hangt een immens schilderij van de pastoor die hier jarenlang in zijn eentje gewoond heeft en wiens geest hier nog altijd is. Dat voel je. Hij heeft een aardige blik in zijn ogen.
Toen ik daarnet de kamer verliet om hier dit stukje te gaan typen, om te kijken hoe of dat gaat in zo'n pastorie, zag ik dat man exact dezelfde houding had aangenomen als die van de pastoor op het schilderij. Alsof hij voor een spiegel zat te lezen. Hij had alleen geen bijbel in zijn hand, maar een ander boek.
Ik zit nu in een kamer aan een bureau waar veel schrijvers voor mij gezeten hebben. In dit huis zijn al heel wat boeken geschreven. Ook dat voel je. Hier moet het mogelijk zijn. Sommige boeken zijn er afgemaakt, andere romans zijn hier ontstaan. Nu zijn ze er nog alle drie. Over een paar dagen ben ik hier alleen.
Toen ik daarnet de kamer verliet om hier dit stukje te gaan typen, om te kijken hoe of dat gaat in zo'n pastorie, zag ik dat man exact dezelfde houding had aangenomen als die van de pastoor op het schilderij. Alsof hij voor een spiegel zat te lezen. Hij had alleen geen bijbel in zijn hand, maar een ander boek.
Ik zit nu in een kamer aan een bureau waar veel schrijvers voor mij gezeten hebben. In dit huis zijn al heel wat boeken geschreven. Ook dat voel je. Hier moet het mogelijk zijn. Sommige boeken zijn er afgemaakt, andere romans zijn hier ontstaan. Nu zijn ze er nog alle drie. Over een paar dagen ben ik hier alleen.
zondag 1 mei 2016
Doen Alsof
'Wat als we in werkelijkheid maar rommelige schepsels in een rommelige en grillige wereld zijn zonder een wezenlijk waar zelf dat we moeten vinden om oprecht te kunnen leven? Wat als we wanordelijke wezens zijn met honderden verschillende emoties en kanten en ons leven grotendeels bestaat uit de interactie met andere wanordelijke wezens. Dat je voortdurend allerlei kanten wordt opgetrokken en dat je geneigd bent te reageren volens een bepaald patroon van vroeger, een momentopname waarin je bent blijven hangen. En dat heel rigide kan zijn geworden?'
Deze vragen worden opgeworpen in een interview in Trouw met een Hoogleraar Chinese geschiedenis - die zegt dat al dat zoeken naar een authentiek zelf onzin is - en dat we iets kunnen leren van een traditionele denker als Confucius.
Het gaat om rituelen.
Het gaat er om om te doen alsof.
Het gaat dus om de verbeelding. De creativiteit. Het spel.
Dat vind ik mooi.
Weg met oprechtheid.
Weg met het ware zelf! Op naar: Doen Alsof.
Deze vragen worden opgeworpen in een interview in Trouw met een Hoogleraar Chinese geschiedenis - die zegt dat al dat zoeken naar een authentiek zelf onzin is - en dat we iets kunnen leren van een traditionele denker als Confucius.
Het gaat om rituelen.
Het gaat er om om te doen alsof.
Het gaat dus om de verbeelding. De creativiteit. Het spel.
Dat vind ik mooi.
Weg met oprechtheid.
Weg met het ware zelf! Op naar: Doen Alsof.
Abonneren op:
Posts (Atom)