In het holst van de nacht kropen ze bij mij in bed. Eerst Deetje en toen Jeetje. Ze konden niet slapen. Ik kon ook niet slapen. Zo lagen we met z'n drieën in het grote bed dat aan de kleine kant is. De poezen mauwend voor de deur. Maar die mochten er niet bij.
Ik had één meisje onder mijn ene arm en het andere meisje onder m'n andere arm. Ze kleefden aan me vast. Heel stil lagen we. De levensgrote afwezige haast tastbaar om ons heen.
'Niet denken,' fluisterde ik. '
'Nee,' zei Jeetje.
'Voel je ademhaling.'
Heel lang luisterde ik naar het ademen van de meisjes. Tot man echt in de kamer verscheen, ons alledrie omarmde en de heilige vier-eenheid compleet was. De onrust was meteen weg. Zelfs de poezen werden stil. Hij lag aan de andere kant van de stad alleen in een bed, niet te slapen, en had gevoeld dat hij nu terug moest. Het volgende moment was hij er. 'Ik wist niet dat je dat kon,' zei ik. Heel snel daarna was het ochtend en liepen we gevieren achter elkaar de trap af, hij dekte de ontbijttafel, er klonk een prachtig muziekje. Alles was goed.
En toen..ja toen ging de wekker.
En toch leek het niet op een droom.
maandag 24 oktober 2016
zondag 23 oktober 2016
Niets
Er was niets. Buiten het schrijven van een stukje op dit weblog was er niets dat mij nog boven mijzelf uit kon tillen. Ik zat op de bank naar de tuin te kijken. Of in de tuin te roken.
Man en Deetje waren naar oma. Jeetje uit logeren. Vroeger zou ik heel blij en tevreden zijn met een vrije zaterdagmiddag. Nu was het al met al: niets.
Op een gegeven moment deed ik toch iets goeds: ik nam een bad. Maar de badkamermuren werkten niet mee. Dus dat was ook niets.
En toen deed ik nog iets goeds: ik vluchtte het huis uit. Ik was precies op tijd toen de film Tonio begon. Over het ergste verlies dat een mens kan meemaken.
Hoe de vader naar de bewakingsbeelden zit te kijken. De lege nachtelijke straat. Zijn zoon die eraan komt fietsen. De auto van rechts. Het beeld stop zetten. Roepen dat hij even moet vertragen, heel even maar. Een paar seconden.
Het was heel mooi om te zien hoe de schrijver in hem - na een periode van zichzelf bijna-dood zuipen - opstond om in te grijpen. Hoe hij probeerde godverdomme recht te breien wat totaal niet had moeten gebeuren. De tijd stil te zetten. Het leven voor te zijn. De dood te slim af. Zijn zoon terugschrijven. Maar die zoon kwam niet echt terug.
Man en Deetje waren naar oma. Jeetje uit logeren. Vroeger zou ik heel blij en tevreden zijn met een vrije zaterdagmiddag. Nu was het al met al: niets.
Op een gegeven moment deed ik toch iets goeds: ik nam een bad. Maar de badkamermuren werkten niet mee. Dus dat was ook niets.
En toen deed ik nog iets goeds: ik vluchtte het huis uit. Ik was precies op tijd toen de film Tonio begon. Over het ergste verlies dat een mens kan meemaken.
Hoe de vader naar de bewakingsbeelden zit te kijken. De lege nachtelijke straat. Zijn zoon die eraan komt fietsen. De auto van rechts. Het beeld stop zetten. Roepen dat hij even moet vertragen, heel even maar. Een paar seconden.
Het was heel mooi om te zien hoe de schrijver in hem - na een periode van zichzelf bijna-dood zuipen - opstond om in te grijpen. Hoe hij probeerde godverdomme recht te breien wat totaal niet had moeten gebeuren. De tijd stil te zetten. Het leven voor te zijn. De dood te slim af. Zijn zoon terugschrijven. Maar die zoon kwam niet echt terug.
zaterdag 22 oktober 2016
Toeval
Op zaterdagochtend wandelen Deetje (6) en ik van de tram naar de Bijenkorf. Ze krijgt daar een paar te dure laarzen en drie veel te dure maillots. En dan gaan we weer terug. In een hip zaakje in de Warmoesstraat eet zij een ijsje en drink ik espresso en versgeperste jus. We zitten naast elkaar op een roodleren bank. Ik kijk of ik nog een nieuw bericht heb en scroll door de boze berichtjes die man en ik vanmorgen naar elkaar gestuurd hebben.
'Papa gaat in een ander huisje wonen, hè?' zegt Deetje dan. 'Papa is niet meer verliefd op jou, hè?'
'Zei hij dat?'
'Ja.'
'Nee, papa is niet meer verliefd op mij.'
'Dus dat is eigenlijk scheiden?'
'Ja.'
Ze likt van haar aardbeienijsje. Ik drink mijn sapje. We kijken voor ons uit.
'Mama?'
'Ja?'
'Ben jij eigenlijk nog wel verliefd op papa?'
'Nou, eh, ja.' En dan zeg ik dat ik even af ga rekenen. Dat we moeten gaan. Dat we de tram moeten halen. Papa zal haar zo thuis op komen halen voor zwemles.
Even later wandelen we hand in hand in de richting van het Centraal Station. Langs drommen toeristen. En als we bij de Prins Hendrikkade het fietspad oplopen om over te steken, worden we bijna omver gefietst door de persoon die we nú net niet hadden verwacht. En meteen lachen we breed, ondanks de berichtjes, dat gaat vanzelf als we elkaar zien. Een kort moment van connectie.
'Ik was op weg naar huis,' zegt man. 'Wat een toeval!
'Ja, wat een toeval!'
'Deze weg neem ik anders nooit,' zegt hij.
'Papa!'
Even later zit ik op het kinderzitje achterop, Deetje staat voorop de stang, en zo fietsen we gedrieën de stad uit. Op zachte banden.
'Papa gaat in een ander huisje wonen, hè?' zegt Deetje dan. 'Papa is niet meer verliefd op jou, hè?'
'Zei hij dat?'
'Ja.'
'Nee, papa is niet meer verliefd op mij.'
'Dus dat is eigenlijk scheiden?'
'Ja.'
Ze likt van haar aardbeienijsje. Ik drink mijn sapje. We kijken voor ons uit.
'Mama?'
'Ja?'
'Ben jij eigenlijk nog wel verliefd op papa?'
'Nou, eh, ja.' En dan zeg ik dat ik even af ga rekenen. Dat we moeten gaan. Dat we de tram moeten halen. Papa zal haar zo thuis op komen halen voor zwemles.
Even later wandelen we hand in hand in de richting van het Centraal Station. Langs drommen toeristen. En als we bij de Prins Hendrikkade het fietspad oplopen om over te steken, worden we bijna omver gefietst door de persoon die we nú net niet hadden verwacht. En meteen lachen we breed, ondanks de berichtjes, dat gaat vanzelf als we elkaar zien. Een kort moment van connectie.
'Ik was op weg naar huis,' zegt man. 'Wat een toeval!
'Ja, wat een toeval!'
'Deze weg neem ik anders nooit,' zegt hij.
'Papa!'
Even later zit ik op het kinderzitje achterop, Deetje staat voorop de stang, en zo fietsen we gedrieën de stad uit. Op zachte banden.
vrijdag 21 oktober 2016
Lifeline
In mij knippert de laatste weken continu het alarmerende rode lichtje. Je batterij is bijna leeg. Bijna leeg. De procenten hollen achteruit. En hoe vaak ik het huis ook doorzoek, mijn oplader is kwijt. Weg. Verdwenen.
Dit is een ontzettend lelijke metafoor. Maar het is wel waar.
Vanmorgen plukte ik man uit de kamer - die hier was gekomen om 'iets leuks' met Deetje te gaan doen - trok hem met me mee, deed alles wat ik juist niet moet doen, en lag in dat gestolen moment tegen hem aan, mijn ogen gesloten, zijn hand op mijn hart, en toen ja, toen voelde ik het leven weer in mij stromen. Hoogstens één minuut. Groen licht. Vijftien procent.
Ik kan er weer een tijdje tegenaan. Volledig autonoom. Voor jezelf zorgen heet dat.
Goed, dit is een overgangsperiode.
Goed, dit is een proces van ontvlechten.
Bij mijn ouders was ik achttien jaar. Bij man vierentwintig jaar. Twaalf dagen geleden is hij vertrokken. Loskomen kost tijd. Dat snap ik. Oké. Goed. Prima. Fijn. Ik begrijp het.
'Neem je verlies,' zei iemand.
'Doe ik, doe ik.'
Apple Music heeft vandaag de song 'Back for good' van Take That speciaal voor mij geselecteerd.
Op Facebook ontvang ik een gesponsord bericht van De Ex Terug Methode.
Mijn verlies en ik, we luisteren 'Waiting for the Miracle to come' van Cohen uitgevoerd door de Scandinavian Report.
Dit is een ontzettend lelijke metafoor. Maar het is wel waar.
Vanmorgen plukte ik man uit de kamer - die hier was gekomen om 'iets leuks' met Deetje te gaan doen - trok hem met me mee, deed alles wat ik juist niet moet doen, en lag in dat gestolen moment tegen hem aan, mijn ogen gesloten, zijn hand op mijn hart, en toen ja, toen voelde ik het leven weer in mij stromen. Hoogstens één minuut. Groen licht. Vijftien procent.
Ik kan er weer een tijdje tegenaan. Volledig autonoom. Voor jezelf zorgen heet dat.
Goed, dit is een overgangsperiode.
Goed, dit is een proces van ontvlechten.
Bij mijn ouders was ik achttien jaar. Bij man vierentwintig jaar. Twaalf dagen geleden is hij vertrokken. Loskomen kost tijd. Dat snap ik. Oké. Goed. Prima. Fijn. Ik begrijp het.
'Neem je verlies,' zei iemand.
'Doe ik, doe ik.'
Apple Music heeft vandaag de song 'Back for good' van Take That speciaal voor mij geselecteerd.
Op Facebook ontvang ik een gesponsord bericht van De Ex Terug Methode.
Mijn verlies en ik, we luisteren 'Waiting for the Miracle to come' van Cohen uitgevoerd door de Scandinavian Report.
donderdag 20 oktober 2016
Bij de Blokker
Man, Jeetje en Deetje vertrokken voor een nachtje naar een hotel met zwembad. Jeetje zat voorin, op mijn plek, en Deetje zat achterin. En toen reden ze weg. Ik moest huilen. Niet omdat ik mee wilde. Maar omdat ik niet mee wilde.
Alles wat ik ooit heb gelezen over liefdesverdriet en wat erover gezongen wordt, is waar. Barensweeën zijn er niets bij. Geen wonder dat er altijd zulke aanstellerig grote woorden voor gebruikt worden. Het ís geen aanstellerij.
Iemand zei me: 'De wond zit op dezelfde plek als verliefdheid. Maar nu is het het omgekeerde.'
Iemand zei me: 'Het is wél goed voor de literatuur.'
Toen ik dit gisteravond tegen een vriendin vertelde, riep zij uit; 'Jezus, de literatuur! Jij zou natuurlijk nog liever bij de Blokker gaan werken en voor altijd met schrijven stoppen, als je je gezin maar bij elkaar houdt.'
'Ja, tuurlijk!' zei ik en nam een slokje wijn. Nee, dacht ik. Dat niet. Ik zou niet nog liever bij de Blokker gaan werken. Maar dat durfde ik niet hardop te zeggen.
woensdag 19 oktober 2016
Kanariegeel
We zaten in de bus. Lijn 83 waar ik vroeger zo vaak ingezeten heb. Als kind ging ik altijd met mijn oma naar de stad, als tiener zat ik hier alleen - onderuitgezakt, met dat gepermanente haar, het wit weggetrokken kopje en die lege blik in mijn ogen - en nu zaten we met z'n drieën in de bus. Jeetje, Deetje en ik. Met een rugzak vol herfstbladeren en kastanjes. En onze rolkoffer. We waren een paar dagen bij opa en oma geweest.
'Wat gaat die bus langzaam,' zei Jeetje. 'Het lijkt wel of we stilstaan.'
Lijn 83 reed inderdaad in slakkentempo langs de plaatsjes Gennep, Ottersum, Plasmolen, Mook, Malden - er was niets veranderd behalve halte 'de Helweg' - en na een klein uur kwamen we in Nijmegen aan. Daar hadden we de aansluiting met de trein naar Amsterdam gemist.
Jeetje en Deetje mochten een tijdschrift uitzoeken en ik nam de Psychologie waarin stond hoe je om moest gaan met een gebroken hart. Nog voor de trein station Arnhem bereikt had, had ik het blad al in een prullenbakje gepropt.
'Je moet het rijbewijs echt halen, mama!' zei Jeetje. 'Ik zie ons al helemáál voor me. Hoe we dan rijden in een klein autootje. Met de muziek kei hard. En onze hond hijgend in onze nek.'
Toen zag ik het ook even voor me. Een kanariegeel wagentje waarin ik over de wegen scheurde met mijn dochters en een immense Golden Retriever op de achterbank.
maandag 17 oktober 2016
Het gat
Het is zes uur 's avonds. Ik heb de hele dag lesgegeven. Heel langzaam fiets ik terug naar huis. Over de gracht, de brug en de dijk. Zoals elke zaterdag. Het gat in mij is zo groot dat de wind er dwars doorheen waait. Misschien dat ik daarom haast niet vooruit kom.
Door het raampje zie ik hem al staan. In de keuken. Zijn hoofd onder de afzuigkap. In plaats van op te kijken, blijft hij nu doorroeren in zijn pan. En in plaats van aan te kloppen, zoek ik naar de huissleutel in mijn rugtas.
De houtkachel brandt. De kinderen spelen op het kleed. Zodra ik binnenkom, schieten de oogjes pijlsnel van mij naar man en weer terug. Ze lachen net te hoog, te veel en te opgewekt.
'Hallo!'
'Hallo,' zegt man. 'Goed gewerkt?'
'Ja hoor.'
'Ik had deze wijn net gekocht. En vandaag staat die toevallig ook in de wijngids.' Hij houdt een fles omhoog.
'Wat goed!'
'Goed van mij, hè?'
Man schenkt een glaasje wijn voor me in. De kaarsjes branden. Hij en Jeetje hebben een complete Indonesische rijsttafel gemaakt. Even later zitten we met het hele gezin aan tafel, maar - hoeveel bakjes er ook voor onze neus staan - het voelt alsof er in ons midden een bom is ontploft. Ook in ons vieren is een gat geslagen.
'Lekker is die wijn,' zeg ik.
'Gewoon van de AH.'
'Moet ik onthouden.'
En na het eten laat ik me naar rechts vallen. Mijn hoofd in zijn schoot. Hij legt zijn handen op mijn rug. Mijn ademhaling wordt kalm. Alles wordt kalm. Heel even is het gat gedicht.
Abonneren op:
Posts (Atom)