dinsdag 18 april 2017

Column Trouw, 15 april

Eindpunt IJburg

Dit wordt een stukje over mijn bezoek aan het scheidingshuis. Want ik ben daar geweest.  
Ik wilde iets schrijven over communicatie. Dat het droevig is dat die plotseling beperkt wordt tot informatie over ‘de kinderen’. Een paar frases over ‘het werk’ en een gereserveerde glimlach over en weer.
HOE LANG WAS JE AL VERLIEFD OP DIE ANDER?
We houden ons aan het kader waarbinnen wij nu dienen te praten. We doen het prima als gescheiden mensen. We hebben zo ons eigen leven waarin we onze eigen dingetjes doen. Daar weiden we niet over uit.
IK HEB MET IEMAND GEZOEND. DAT WAS LEUK!
We eten een hapje met het oude gezin. We kijken naar de modeshow die de meisjes voor ons houden. Bij het weggaan, kussen we éérst de kinderen, daarna pas krijgt de ander een zoen. Geen omhelzing meer bij de voordeur. We streven duidelijkheid na.
HOU ME VAST! IK WIL JE VOELEN. GEWOON. EVEN. VOELEN.
Ik wilde iets schrijven over mijn terugkerende gevoel dat wij een gescheiden stel spélen. Het idee dat we de spelregels steeds beter begrijpen.
Maar ik ben uiteindelijk toch naar het scheidingshuis gegaan. Ik wist dat het voor mijzelf niet al te best zou zijn, maar wél goed om over te schrijven.
Bij ‘eindpunt IJburg’ stapte ik uit de tram. De elfjarige was aangenomen op de middelbare school van haar eerste keuze. Dat is in Amsterdam reden voor een feestje.
In de woonkamer van het scheidingshuis voelde ik me onmiddellijk thuis. Een oude bank en wat luie stoelen. Een sfeer van vrijheid. We klonken op de toekomst van onze dochter. Het was gezellig.
Als hij hier nou zo graag wil wonen, nou dan gaan we toch hier wonen, begon ik te denken. En: dit is ons vakantiehuis!
Het stapelbed in de slaapkamer van de meisjes voldeed aan het vakantiebeeld, behalve de bekende dekbedhoezen.
“En hier is de jongenskamer!” zei ex. Op de drempel bleef ik staan. Het eenpersoonsbed. De snoeren en opladers op de vloer. Toen zag ik het enkele gordijntje pas. Exact hetzelfde patchwork als onze gordijnen thuis.
“Heb ik laten maken,” zei hij trots.
De aanblik van dat ene gordijntje – die aan elkaar genaaide zijden zakdoeken - vond ik zo lief, zo eenzaam, zo pijnlijk en mooi tegelijk.
Dit was helemaal geen spel. Dit was de realiteit. HET ECHTE LEVEN, GODBETERT.
Ik kon er heel even naar kijken.

Ik schreef snel een stukje óver het echte leven.

maandag 10 april 2017

Column Trouw, 8 april

Picknicktafel

De witte picknicktafel die voor mijn huis staat, is weer schoon en leeg. Voor het eerst dit jaar zit ik er, met mijn zonnebril op, krant erbij, en alle kinderen uit de straat – jong en oud - spelen ‘stand in de bal’. Het loopt tegen vijven. De buurvrouw schuift ook aan, haar ex loopt net een blokje om. “Ja, hij blijft eten,” fluistert ze. Ik pak er een fles wijn bij.
Het duurt niet lang voordat de overbuurvrouw de straat oversteekt, met haar eigen glaasje. Een stiekem pakje sigaretten.
 “We zouden hier eigenlijk een scherm omheen moeten zetten,” zegt zij.
Was ik vroeger degene die erg kon zeuren over de sociale types op dit nieuwbouweiland, die dag in dag uit bij elkaar op de stoep hangen, tegenwoordig ben ik de eerste die buiten zit.
De witte picknicktafel kregen we precies een jaar geleden cadeau van mijn schoonmoeder.
Ze zei het al jaren met klem: “Jullie moeten echt een fatsoenlijk bankje.”
Alsof ze voorvoelde dat het groen uitgeslagen grofvuilbankje, - en dan vooral het constante instortingsgevaar ervan - symbool stond voor ons huwelijk.
Ik weet de dag nog dat ik thuiskwam en man op de stoep het glimmende meubelstuk in elkaar aan het schroeven was, zo spierwit dat het pijn deed aan mijn ogen. Welke man die écht gaat vertrekken, zet eerst een picknicktafel in elkaar? dacht ik. In die kleur nog wel.
Met mij kregen ook alle buren hoop op een goede afloop. Alsof bij ons de vlag uithing.
De witte picknicktafel als het symbool van vrede en overgave. Precies goed geplaatst op de avondzon. De tafel had inderdaad een verbroederende werking. Zelfs als wij er even niet waren, zaten er mensen voor onze deur te kletsen.
Maar in de herfst werd het doodstil, en de tafel grijs en groezelig. Regen kletterde erop neer. Fietsen werden er tegenaan gezet. Vuilniszakken erbovenop. Man verdween.
De tafel mag haar smetteloze uitstraling dan wel definitief zijn kwijtgeraakt, - met krassen en zwarte brandplekken door een aansteeklont met oud en nieuw – maar ik zit er nog!
Waar ik volgend jaar zit, weet ik niet. Niet hier in elk geval. Niet met deze buurvrouwen.
Er kwamen net twee makelaars langs om ons huis te taxeren. “Een héél gewild pandje”, zeiden ze, “voor een gezin met kinderen en iemand met kantoor aan huis.”
“En op de stoep kunnen ze ook leuk zitten,” zei ik.


maandag 3 april 2017

Column Trouw, 1 april

Beste ex,

Je hoeft je niet te schamen als je over het schoolplein loopt en denkt aan de mensen die mijn column misschien hebben gelezen. Want alles wat ik hier schrijf is de waarheid zoals ik die ervaren heb. En als er mensen zijn die slecht over je denken: ze kennen jou niet.
Beste ex, jij gaat door met je nieuwe leven en ik ben achtergebleven in het oude. Dat is nu het grote verschil tussen ons.
Als de meisjes niet bij jou zijn, drink je ’s avonds een wijntje met je leuke nieuwe huisgenoot, of je stuurt een mailtje naar je leuke nieuwe vlam.
Ik woon in een rouwadvertentie. Alles hier ademt jou, ons, en het mislukte gezin. Dat wat stuk is en ik niet heb kunnen repareren. En de waterkoker die jij gelijmd hebt, - omdat ik die door de kamer had gesmeten - is gister ook weer uit elkaar gevallen.
Als de meisjes bij jou zijn, maak je spaghetti bolognese voor het hele scheidingshuis. Het is zo te horen een gezellige boel daar. Jij creëert overal wel weer een nieuw gezin.
Jij maakt er tenminste iets van, zeg je. Dat is waar. Jij was er altijd al goed in iets van het leven te maken. Dat vond ik ook juist zo leuk aan jou.
Maar hee, ik maak ook iets van het leven. Dit. Verhaaltjes. Mijn moeder zei laatst dat ik wat meer humor in mijn stukjes moest gaan stoppen, omdat ik daar zo goed in ben.
Als de meisjes weg zijn, kom ik alleen nog op mijn werkkamer. De rest van ons huis is een stilleven waarin ik zo min mogelijk besta. Ik doe geen boodschappen, gebruik geen fornuis. Er staat één koffiekopje op het aanrecht. En als ze op zaterdag terugkomen, staan de drie glazen van de woensdagmiddaglunch nog buiten op tafel. Vol regenwater. Het picknickkleed doorweekt. Op twitter noemde iemand me ‘zeurmevrouw’ en ‘get a life.’
Beste ex, ik verlies mijn maatje, mijn liefje, mijn gedeelde herinneringen, mijn gedeelde toekomst en dan ook nog eens de helft van de tijd mijn kinderen.
Maar hee, op een dag zou alles tóch verdwijnen!
Liefs van je ex, ja liefs omdat wij hier nu eenmaal door ons beider toedoen in verzeild zijn geraakt. Het liefst ging ik nu op wereldreis met ons vieren. Nee, jij niet. Dat weet ik wel.