vrijdag 30 november 2007

De enige zijn

Ik ga voortaan alleen nog maar naar de Groene Winkel voor boodschappen. De kleine heeft er een eigen winkelwagentje en het is er verder compleet uitgestorven. O, hoe heerlijk is het ergens de Enige te zijn. Daar betaal ik graag wat voor.

Na dit meditatieve winkelen, moest de kleine nog even wat rennen. Ik liet haar uit in het Sarphatipark. Ze dartelde naast mijn volgepakte fiets. Met haar laarsjes door de plassen. Het schemerde ineens flink. Héél vlak achter ons liep die man. Wist ik veel dat dit het uur was waarop de alcoholisten hun bankjes bezetten en de verstotenen over de paden ijsbeerden.
'Héé. We lopen een rondje!' merkte de kleine scherp op toen we z.s.m weer afbogen. Het park uit. Die man ook.
Maar hij had geen fiets.

Bij de bioslager op de hoek van onze straat, waren wij weer de enige. Met het klassieke muziekje op de achtergrond. Werkelijk een oase van rust. Ik kocht van geluk tien knakworsten.

donderdag 29 november 2007

Het reusachtige kind

Met twee kinderen was ik tenslotte op het betonnen speelpleintje aankomen. Waar de speeltoestellen vandaag nat waren. Het zand modder. En waar ze ook de gekke kinderen net aan het luchten waren. Er klonk geschreeuw.
Een stuk of wat stevige mannen en vrouwen van mijn leeftijd nonchalant aan hun zijde. 'Toevallig' omcirkelden ze het ene gekke kind dat een woedebuitje had. Ik zag die cirkel echt wel. De betekenis ervan ook. Alles in hun houding verraadde alertheid. Het reusachtige kind kon niet ophouden met schreeuwen en krijsen. Het beet en het sloeg en het ging liggen. In de blubber. Ik zag mijn twee kinderen met hun grote ronde ogen kijken. Voor hen moest dit kind het stadium van meneer vrijwel bereikt hebben. Vóór we binnen de onzichtbare cirkel konden geraken, waren we -al even nonchalant- uitgeweken naar het verlaten pleintje voor wipkip baby's. Ik trok het hek achter me dicht. Kadeng. De twee kinderen - Jip en Janneke - speelden en werden steeds natter en viezer. Ik had een nieuw rokje aan. En fleurige laarsjes. Het bleef motteren.

Toen we weer naar huis liepen, ik was verkleumd tot op het bot, besloten Jip en Janneke unaniem dat mijn gezag niet aanzienlijk genoeg was of zo. Ze besloten het in elk geval flink te gaan ondermijnen.
Het geschreeuw op het plein was net opgehouden. Maar ergens ver weg hoorde ik alweer het brullen van een ander reusachtig kind.

woensdag 28 november 2007

Over passie 3

'Je moet je Passie onderhoúden!' zei mijn vriendin streng.

'Nee toch! Dat óók nog. Gaat er dan niéts meer vanzelf in het leven als we zelfs onze Passie moeten onderhouden?'
Wanhoop in mijn stem.

'Het is het allerleukste om te doen', zei ze stellig. 'Het onderhouden van je passie. Maar de meeste mensen onderhouden alleen hun plichten.'

Ik onderhoud mijn passie vandaag. Lastig met muis-arm.

Illegaal plakspul

's Nachts eten ze onze kasten leeg, bivakkeren tussen onze pannetjes, wandelen over ons fornuis, likkend met hun tongetjes. Ze koprollen in onze handdoeken-lade, lopen over onze bordjes en drinken uit onze kopjes - of ze gaan er gewoon even lekker in zitten. Naast het rode potje van onze dochter staat sinds enige tijd ook een piepklein rood potje voor hen. Van de Duplo.

Of ze zich dan tenminste niet in het wilde weg zouden willen ontlasten? Zodat we die hagelslagjes van hun niet per ongeluk, met een gulzige natte vinger, in onze mond stoppen.

Zelfs het meest sadistische plakspul omzeilen ze. ( Als je hier ook maar 1 piepklein pootje op zet, zit je voor eeuwig vastgeplakt) Ik verspreid deze zwaar illegale vallen al dagen door het huis. Nu! Mét brokjes kaas en stukjes brood! Als ware yogini buigen zij hun soepele lijfjes ver over het dodelijk materiaal, trekken hun snorharen in en knabbelen lustig aan de biologische kaas en het boerenbrood. Droppen nog even een zwart drolletje op de plakker. Voor ze gaan.

dinsdag 27 november 2007

Over niet slapen

Vier uur 's ochtends. Je man gaat naar het toilet. Jij bent wakker. Een uur later nog steeds. Je hebt al zevenentachtig houdingen aangenomen. Alle zevenentachtig niet het gewenste effect; Die Diepe Droomloze Geweldige Slaap. Je draait weer op je buik. Met je hoofd naar links, naar rechts, weer naar links. Een warme kruik op je onderrug, eentje op je onderarm die nergens om gespannen is. Je ligt te Proberen Naar De Pijn Van de Arm Toe Te Gaan in plaats van deze behendig te omzeilen. Je probeert het fameuze 'hier en nu' te pakken te krijgen. Er midden in terecht te komen. En boven alles probeer je je slapende man niet de schuld te geven van je slapeloosheid. Toen je eindelijk dacht in te slapen, ging zijn wekker.

Half negen 's ochtends. Je zet je meisje achterop je fiets. Overbuurman en overbuurvrouw staan, met elk een jongetje onder hun hoede, achter het raam. Ongekamd, net gewassen, hoogstwaarschijnlijk al zes koppen koffie op maar tóch die ogen nog niet open gekregen.
'De hele nacht wakker geweest,' roept overbuurvrouw. 'We hebben hier zélf voor gekozen!' Ze wijst naar haar jongetjes. 'Als híj slaapt, slaapt hij weer niet!' Hun oudste jongetje en jouw meisje zwaaien vol overgave naar elkaar.

Achterop de fiets zegt je meisje: 'Zachter mama. Dadelijk waait mijn staartje van mijn hoofd.'

maandag 26 november 2007

Op zoek naar Tjitske

Het interview met Tjitske Jansen in het NRC had me getroffen. Recht in het hart. Ze leek me groots. Dus haalde ik de bundels van Alexis de Roode, Hagar Peeters, Alfred Schaffer, Anne Büdgen en Sylvia Hubers uit mijn boekenkast en nam hen mee mijn bank op, ook wel: de stoomboot. Alsof het geheim van Tjitske Jansen in deze bundels verscholen zat. Zo voelde het. O ja, Bart Moeyeart was er ook bij. Maar de wereld van Bart bracht me niet één, twee drie dichter bij Tjitske. Ineens verscheen Esther Jansma aan mij en dat haar dikke gele boek mee had gemoeten op reis! Maar ik zat al op volle zee met mijn stuurlui en was midden in een orkaan terechtgekomen.
Alsof ik door de gedichten heen kon lezen gisterenavond. Alsof ik ze gewoon zag staan in hun ondergoed. Rillend. Broos. Ontworteld. Om te huilen. Op het dek van mijn boot. Sommigen sterk. IJzersterk. Juist omdat ze daar zo open en bloot stonden. Op zichzelf. Met vrees.
Het had ergens iets met Tjitske te maken. En met wat ik zocht.

Weer op vaste wal googelde ik Tjitske Jansen gewoon. Dat was een minder omslachtige manier. En ja ik kwam dingen te weten. Waar ze van houdt, wie ze is en waar geboren. Ook las ik een paar van haar gedichten van het computerscherm. Maar de storm was al gaan liggen. Zo dichtbij als ik was, kwam ik niet meer. Op naar de boekhandel nu.

zondag 25 november 2007

Stilletjes slaapt

Een uur of kwart over zes in de ochtend. Ze ligt tussen ons in en zingt: 'Zie ginds komt de stoomboot...'
Knap voor een twee-en-een-halfjarige dat ze zulke liedjes al kent. Maar vroeg. Op de zondag.
'.,.en rijd toch niet stilletjes ons huisje voorbij...'
(stilte)
'WAT IS STILLETJES?'

Ik leg uit wat stilletjes betekent. Hoe wij stilletjes door het huis lopen en stilletjes onze dingen doen.

'Dus Stilletjes mag geen lawaai maken?' vraagt ze.
'Eh?'
'Stilletjes moet slapen,' concludeert ze tevreden. 'Stilletjes moet in bed blijven liggen.' Streng wijst ze Stilletjes haar eigen witte ledikant aan, Stilletjes duikt er meteen gehoorzaam in en valt stilletjes in slaap.
Nee, van Stilletjes horen we al gauw helemaal niets meer.

Ze haalt even heel diep adem, zingt dan uit volle borst verder.