dinsdag 30 september 2008
Omdat je wil lachen.
Het is een heel regenachtige dag in een heel regenachtig hoofd. Met heel regenachtige redeneringen. 's Nachts, vooral 's nachts komen ze. De redeneringen. Als je toch nog wakker bent, vanwege koude voeten. Dan sluipen ze naderbij. Druppelen op je neer. De zeikers. En even later valt de regen met bakken binnen. En buiten. Als het dakraam het maar niet begeeft. Terwijl je een paar uur daarvoor in de bioscoop nog hebt moeten lachen. Merkwaardig dat een mens zo kan lachen om een film die duidelijk niet goed is.
maandag 29 september 2008
Natuurlijke habitat.
Op zondagochtend kwam ik mijn redacteur in het wild tegen. We kwamen precies tegelijk aan bij dat net geopende dingetje in het Central Park van Amsterdam. Waar we koffie zouden gaan drinken met onze gezinnen. Buiten in de zon.
We hebben even gekletst - ik nog met dichtgeknepen ogen van het net ontwaakt zijn, natte haren van het douchen, hij ook - en daarna elk naar ons eigen gezin gewandeld. En koffie besteld. (Wij namen een stuk appeltaart erbij. Zij niet.)
Veel meer mensen hadden dit plan gehad. En ik kwam zo te zitten dat ik hem steeds recht in het gezicht keek. En hij mij. Dus moesten we zo'n beetje langs elkaar heen kijken. Om elkaars natuurlijke habitat niet te verstoren.
We hebben even gekletst - ik nog met dichtgeknepen ogen van het net ontwaakt zijn, natte haren van het douchen, hij ook - en daarna elk naar ons eigen gezin gewandeld. En koffie besteld. (Wij namen een stuk appeltaart erbij. Zij niet.)
Veel meer mensen hadden dit plan gehad. En ik kwam zo te zitten dat ik hem steeds recht in het gezicht keek. En hij mij. Dus moesten we zo'n beetje langs elkaar heen kijken. Om elkaars natuurlijke habitat niet te verstoren.
zondag 28 september 2008
Een menselijk intermezzo 's avonds laat op een gracht
Hij vroeg om 20 cent. En ik zei NEE. Dat zeg ik standaard tegen die types. Vroeger gaf ik standaard geld. Uit lafheid. Nu geef ik standaard niets. Ook uit lafheid. Zodra iemand zijn hand ophoudt, marcheer ik door. Blind, ijskoud en steenrijk.
Hij vroeg om 20 cent. Maar ik had er niets mee te maken, niets. Ik zou weldra het bruisende leven instappen. Deze man zou op de drempel blijven staan. Ik zou de deur dichtdoen. Eenmaal binnen, was ik van hem af. Was ik van het gezeur af. Uit.
'Heb je dan 10 cent?' Hij keek me aan. Gewoon. Aankijken.
'Dat heb ik wel,' zei ik en begon in mijn portemonnee te graven. 'Ik heb alleen een euro.'
'Daar maak je me nog gelukkiger mee.'
Ik maakte hem nog gelukkiger dan hij al was. We liepen een stukje samen op. Toen moest ik linksaf, de kroeg in. Hij liep rechtdoor. We zwaaiden.
Hij vroeg om 20 cent. Maar ik had er niets mee te maken, niets. Ik zou weldra het bruisende leven instappen. Deze man zou op de drempel blijven staan. Ik zou de deur dichtdoen. Eenmaal binnen, was ik van hem af. Was ik van het gezeur af. Uit.
'Heb je dan 10 cent?' Hij keek me aan. Gewoon. Aankijken.
'Dat heb ik wel,' zei ik en begon in mijn portemonnee te graven. 'Ik heb alleen een euro.'
'Daar maak je me nog gelukkiger mee.'
Ik maakte hem nog gelukkiger dan hij al was. We liepen een stukje samen op. Toen moest ik linksaf, de kroeg in. Hij liep rechtdoor. We zwaaiden.
vrijdag 26 september 2008
Ik of ik niet?
Op straat zei een voorbijganger: 'hee, gefeliciteerd met je goeie recensie'.
'Hoe weet jij...?'
'Nou, er stond nogal prominent een foto bij,' zei hij.
Hij herkende mijn hoofd, niet mijn naam. Het duurde even voor ik de connectie maakte tussen dát hoofd en dit hoofd hier bovenop. Mijn kop. Dat dat feitelijk van een en dezelfde persoon is.
Ik heb het hoofd ook in de krant zien staan. Jazeker. Het was dezelfde foto maar anders uitgesneden dan op de achterflap. Beter, vond ik. Het hoofd kwam zo beter uit. Ik zag een wakkere blozende debutante.
Ik had het misschien vreemd moeten vinden. Dat hoofd in de krant. Ik had er trots op moeten zijn. Of afschuw moeten voelen. Diepe schaamte. Want waar sláát het op! Wat hééft dat met het boek te maken?
Dat had ik allemaal niet. Omdat ik het niet was. Maar ik was het dus wel, bleek.
'Hoe weet jij...?'
'Nou, er stond nogal prominent een foto bij,' zei hij.
Hij herkende mijn hoofd, niet mijn naam. Het duurde even voor ik de connectie maakte tussen dát hoofd en dit hoofd hier bovenop. Mijn kop. Dat dat feitelijk van een en dezelfde persoon is.
Ik heb het hoofd ook in de krant zien staan. Jazeker. Het was dezelfde foto maar anders uitgesneden dan op de achterflap. Beter, vond ik. Het hoofd kwam zo beter uit. Ik zag een wakkere blozende debutante.
Ik had het misschien vreemd moeten vinden. Dat hoofd in de krant. Ik had er trots op moeten zijn. Of afschuw moeten voelen. Diepe schaamte. Want waar sláát het op! Wat hééft dat met het boek te maken?
Dat had ik allemaal niet. Omdat ik het niet was. Maar ik was het dus wel, bleek.
donderdag 25 september 2008
Gift
Een te lange man met vet blond haar tot over de schouders, en kleine blauwe oogjes. Een man die de waarheid kent en dus verkondigen moet. Al jarenlang. De waarheid is een gift die je niet voor jezelf mag houden. Het is heus niet gemakkelijk als je die taak hebt. Dat zie je wel aan hem. De waarheid weegt zwaar.
Ik zet mijn fiets tegen het hek van de zandbak als hij met zijn vrouw en drie-jarig zoontje voorbij komt. Ik herken hem meteen - twee jaar geleden heb ik de zandbak al eens met hem gedeeld - hij mij niet.
'Ze is in slaap gevallen!' Hij wijst naar Jeetje achterop mijn fiets.
'Ja?'
'Moet jij niet omkeren en rap naar huis gaan?'
'Eh..ik kom net aan.'
'Tegengestelde belangen, hè. Tegengestelde belangen. Het kind moet overduidelijk naar bed. Moeder wil zo nodig in het zonnetje zitten. Het kind is weer de dupe. Dat is erg.'
Zijn vrouw staat op de achtergrond te wachten tot haar man zijn gift gedaan heeft. Zijn kind achter haar benen.
Die van mij schrikt wakker.
Ik zet mijn fiets tegen het hek van de zandbak als hij met zijn vrouw en drie-jarig zoontje voorbij komt. Ik herken hem meteen - twee jaar geleden heb ik de zandbak al eens met hem gedeeld - hij mij niet.
'Ze is in slaap gevallen!' Hij wijst naar Jeetje achterop mijn fiets.
'Ja?'
'Moet jij niet omkeren en rap naar huis gaan?'
'Eh..ik kom net aan.'
'Tegengestelde belangen, hè. Tegengestelde belangen. Het kind moet overduidelijk naar bed. Moeder wil zo nodig in het zonnetje zitten. Het kind is weer de dupe. Dat is erg.'
Zijn vrouw staat op de achtergrond te wachten tot haar man zijn gift gedaan heeft. Zijn kind achter haar benen.
Die van mij schrikt wakker.
woensdag 24 september 2008
Aanrader
Zo goed als het voelt om een idee van iets te hebben, nog beter voelt het je van een idee van iets te ontdoen. Omdat het idee van iets een harnas is geworden. Waar je maar in wat rond banjert. Met gesloten oogkleppen.
Maar een idee is geen kind.
Je kunt je er van ontdoen!
Dat heb ik een week of twee geleden gedaan. Toen lonkte de vrijheid.
(Die ik de volgende dag weer invulde.)
Maar een idee is geen kind.
Je kunt je er van ontdoen!
Dat heb ik een week of twee geleden gedaan. Toen lonkte de vrijheid.
(Die ik de volgende dag weer invulde.)
dinsdag 23 september 2008
Broedplaats
Ik bevind me in een te klein, te lauw en te vuil zitbad voor met z'n tweeën. Op een te laat moment in de avond. Moeder en dochter tussen de rode dobberende bootjes die zwart schimmelen aan de binnenkant. En twee tweedehands barbiepoppen - een grote en een kleine - met het haar nog vochtig van de vorige badsessie. Misschien al sinds de vorige eigenaar. De kleine heeft een paarse plastic kop, alsof ze aan de drank is. En op de krullen van de grote groeien paddestoelen. Er drijven vreemde schilfers in het water. Ik denk aan diarree - het scheen op de crèche te heersen - en aan broedplaatsen.
Er was iets wat ik wilde zeggen over moeders en dochters. Of iets anders. Iets dat ik eerder vandaag bedacht. Voordat ik me op dit troebele punt bevond.
Er was iets wat ik wilde zeggen over moeders en dochters. Of iets anders. Iets dat ik eerder vandaag bedacht. Voordat ik me op dit troebele punt bevond.
Abonneren op:
Posts (Atom)