zaterdag 28 februari 2009
vrijdag 27 februari 2009
Vanavond
De Avonden van de VPRO gewijd aan Pessoa. Tussen 20:00 en 21:30 hoort u een gesprek met Michaël Stoker, Marijke van Dorst, voordrachten van Boris van den Wijngaard, fragmenten uit de radiodocumentaire 'De kist van Pessoa' en gezongen Pessoa-teksten. Ook online te beluisteren via: www.radio6.nl
Ik moet verwantschap voelen
Mijn redacteur vroeg vorige week terloops met welke schrijver ik me eigenlijk verwant voelde. Verwant, verwant, dacht ik, VERWANT. Met niemand zeker, zei hij er achteraan. Alsof verwantschap en ik niets met elkaar te maken konden hebben.
'Inderdaad, met niemand', zei ik dus.
Er was meteen een naam in me opgekomen maar die was vast niet goed in deze context. Of helemaal nooit. Waarschijnlijk vat ik het begrip 'verwantschap' sowieso verkeerd op. Te ruim. 'Verwantschap' zal wel iets heel anders zijn dan ik denk dat het is. Hij zal in lachen uitbarsten. Misschien hoor ik alle teksten uit het hoofd te kennen van de schrijver waarmee ik me 'verwant' zeg te voelen. Die ken ik lang niet allemaal. Dus ik ben niet echt verwant. En die schrijver zelf zou, als hij niet dood was, mijn verwantschap ook absoluut niet willen.
Zelfs de vraag 'Hoe heet je?' kan mij in problemen brengen. 'Elke' zal wel fout zijn. Te gemakkelijk, te voor de hand liggend. Mijn ouders hebben ook maar wat verzonnen.
Thuis mailde ik hem een paar Belgen waarmee ik verwantschap verzonnen had. Daar zou ik in theorie ook best verwant mee kunnen zijn. Dat leek me niet onlogisch.
'Inderdaad, met niemand', zei ik dus.
Er was meteen een naam in me opgekomen maar die was vast niet goed in deze context. Of helemaal nooit. Waarschijnlijk vat ik het begrip 'verwantschap' sowieso verkeerd op. Te ruim. 'Verwantschap' zal wel iets heel anders zijn dan ik denk dat het is. Hij zal in lachen uitbarsten. Misschien hoor ik alle teksten uit het hoofd te kennen van de schrijver waarmee ik me 'verwant' zeg te voelen. Die ken ik lang niet allemaal. Dus ik ben niet echt verwant. En die schrijver zelf zou, als hij niet dood was, mijn verwantschap ook absoluut niet willen.
Zelfs de vraag 'Hoe heet je?' kan mij in problemen brengen. 'Elke' zal wel fout zijn. Te gemakkelijk, te voor de hand liggend. Mijn ouders hebben ook maar wat verzonnen.
Thuis mailde ik hem een paar Belgen waarmee ik verwantschap verzonnen had. Daar zou ik in theorie ook best verwant mee kunnen zijn. Dat leek me niet onlogisch.
donderdag 26 februari 2009
Ten dienste van het verhaal
Om zes uur stond vader op. Jeetje ook. Even later zaten we met het gezin rond de ontbijttafel. Het brood was droog en zuur.
We zwaaiden vader uit tot hij in het duister verdween. Idyllischer kon niet.
'Wil jij mij een verhaal vertellen?' vroeg Jeetje toen.
'Nee, hè? Niet alweer.'
Jeetjes zucht naar verhalen was de laatste tijd zo groot dat we ons zorgen maakten over haar realiteitsbesef. Vond ze de werkelijkheid soms niet interessant genoeg? Zag ze 'm wel? Zelfs haar maaltijd ging alleen nog in verhaalvorm naar binnen. Was ze te zwaar erfelijk belast?
'Een héél spannend verhaal.' Jeetje drong aan.
'Het is nog donker buiten,' zei ik.
'Niet waar. Het schemert.'
Tenslotte vleide Jeetje zich in mijn armen. Als ze het wou, kon ze het krijgen. Ze drukte zich stevig tegen me aan. Ik vertelde totdat haar lichaam begon te schokken. Eerst zachtjes.
'Waarom moet je nou zo huilen?' vroeg ik toen.
Ze keek op. Een gezicht vol snot en tranen.
En ik vertelde verder. Ik maakte het nog spannender. Het kindje nog eenzamer. En de donderwolken nog enger. Jeetje huilde steeds harder en harder. Het verhaal werkte. Het had effect.
Meer wensten we niet.
We zwaaiden vader uit tot hij in het duister verdween. Idyllischer kon niet.
'Wil jij mij een verhaal vertellen?' vroeg Jeetje toen.
'Nee, hè? Niet alweer.'
Jeetjes zucht naar verhalen was de laatste tijd zo groot dat we ons zorgen maakten over haar realiteitsbesef. Vond ze de werkelijkheid soms niet interessant genoeg? Zag ze 'm wel? Zelfs haar maaltijd ging alleen nog in verhaalvorm naar binnen. Was ze te zwaar erfelijk belast?
'Een héél spannend verhaal.' Jeetje drong aan.
'Het is nog donker buiten,' zei ik.
'Niet waar. Het schemert.'
Tenslotte vleide Jeetje zich in mijn armen. Als ze het wou, kon ze het krijgen. Ze drukte zich stevig tegen me aan. Ik vertelde totdat haar lichaam begon te schokken. Eerst zachtjes.
'Waarom moet je nou zo huilen?' vroeg ik toen.
Ze keek op. Een gezicht vol snot en tranen.
En ik vertelde verder. Ik maakte het nog spannender. Het kindje nog eenzamer. En de donderwolken nog enger. Jeetje huilde steeds harder en harder. Het verhaal werkte. Het had effect.
Meer wensten we niet.
dinsdag 24 februari 2009
Lieve mensen
Ik besloot mijn hol eens uit te kruipen om Jeetjes toekomstige school te gaan bekijken. In het wild. Maar het was vakantie. Dus ik wandelde maar wat.
Iedereen glimlachte onderweg naar me, zei me gedag of keek extreem vriendelijk. Was het bemoedigend bedoeld? Zat mijn haar gek? Had ik nu eigenlijk aan de lopende band sjans?
Een bouwvakker knipoogde zonder dat het ordinair was.
In de supermarkt stond ik in de rij achter twee Limburgse oudere dames die hun bonuskaart maar bleven zoeken, terwijl ik de cassière de mijne allang gegeven had. Maar dat hadden ze niet in de gaten. De cassière durfde het niet nog eens te zeggen. De dames wilden ook nog heel graag voetbalplaatjes.
Ik vond alle mensen onbeschrijflijk schattig vandaag. Zo ijverig bezig.
En toen ik thuiskwam trok mijn personage een tandje uit de mond van een zeven maanden oude baby.
Iedereen glimlachte onderweg naar me, zei me gedag of keek extreem vriendelijk. Was het bemoedigend bedoeld? Zat mijn haar gek? Had ik nu eigenlijk aan de lopende band sjans?
Een bouwvakker knipoogde zonder dat het ordinair was.
In de supermarkt stond ik in de rij achter twee Limburgse oudere dames die hun bonuskaart maar bleven zoeken, terwijl ik de cassière de mijne allang gegeven had. Maar dat hadden ze niet in de gaten. De cassière durfde het niet nog eens te zeggen. De dames wilden ook nog heel graag voetbalplaatjes.
Ik vond alle mensen onbeschrijflijk schattig vandaag. Zo ijverig bezig.
En toen ik thuiskwam trok mijn personage een tandje uit de mond van een zeven maanden oude baby.
maandag 23 februari 2009
Carnaval
We stonden naar de carnavalsoptocht te kijken. Minstens honderd trekkers met praalwagens kwamen voorbij. Met elk hun eigen geluidsinstallatie. Er stond een verzameling mensen in kleurige kielen en groene pruiken op hun hoofd. Het was Jeetjes eerste carnaval. Ze droeg de pippi langkous pruik die ik vroeger gedragen had. Mijn vader en mijn moeder hadden een hoedje op.
Mijn halve lagere schoolklas trok langs. Ik herkende ineens hun kindergezichten onder de geschminkte berengezichten. Op de wagen waar ze achteraan liepen, sprongen kleine kinderen heen en weer. In berenpakjes. Dat waren de kinderen van de kinderen van mijn lagere schoolklas. Ze moeten mij langs de kant hebben zien staan. Met pippi. Of misschien niet. Ze hadden plezier.
Pas toen de eerste prinsenwagen in het zicht kwam, flakkerde het carnavalsvuurtje op. Want prinsen gooien snoep. Koetjesrepen, toffees en zuurtjes. Prinsen uit sommige dorpen gooien marsrepen en rollen drop. Maar ze gooien niet naar mij deze keer. En erachteraan hollen, kan ook niet meer.
Mijn halve lagere schoolklas trok langs. Ik herkende ineens hun kindergezichten onder de geschminkte berengezichten. Op de wagen waar ze achteraan liepen, sprongen kleine kinderen heen en weer. In berenpakjes. Dat waren de kinderen van de kinderen van mijn lagere schoolklas. Ze moeten mij langs de kant hebben zien staan. Met pippi. Of misschien niet. Ze hadden plezier.
Pas toen de eerste prinsenwagen in het zicht kwam, flakkerde het carnavalsvuurtje op. Want prinsen gooien snoep. Koetjesrepen, toffees en zuurtjes. Prinsen uit sommige dorpen gooien marsrepen en rollen drop. Maar ze gooien niet naar mij deze keer. En erachteraan hollen, kan ook niet meer.
zaterdag 21 februari 2009
Hoe?
Een dikke grote buik komt voorbij gewandeld.
Jeetje kijkt ernaar. En ik zie de vraag rijzen.
Mama?
Ja?
Hoe komt die baby daar toch ín?
Jeetje kijkt ernaar. En ik zie de vraag rijzen.
Mama?
Ja?
Hoe komt die baby daar toch ín?
Abonneren op:
Posts (Atom)