zondag 31 mei 2009

Zo lief

'Ik vind jou zo lief dat de zon en de maan naar de beneden vallen,' zegt Jeetje. 'Ik vind jou zo lief dat alle mensen op de hele wereld meteen doodgaan - óók die in Thailand, Afrika, Portugal en Amerika - behalve papa en mama.'

'En behalve jij zelf,' zeg ik.

'Ja! En dan is het leeg. En dan is de hele wereld van ons, hè? '

zaterdag 30 mei 2009

Lees!


Nu in de winkel. Het dubbel vaarwelnummer van Bunker Hill met goeie verhalen van allerlei schrijvers. En van mij.

vrijdag 29 mei 2009

Klopt als een bus

Ik moet er na maanden weer inkomen. Het schrijven van mijn eigen proza. Er is altijd de angst dat het niet lukt. De tegenzin ook. Om te beginnen. Erin te duiken. De vraag waarom ik het eigenlijk doe. Momenteel ben ik al erg lang bezig met één lang verhaal. Het spannendste daarbij is niet het schrijven zelf, maar of ik het volhoud. Mijn geest. Of ik de spanning aankan. En vasthoud. Krijg ik het verhaal op zeker moment onder controle? Vallen alle puzzelstukjes wel echt ineen? Durf ik daarop te vertrouwen? En dan wekenlang. Elke dag: vertrouwen. Daar gaat het om. Want als ik bang ben, krijg ik sterk de neiging voortijdig in het verhaal in te grijpen.
Daarom schrijf ik graag verhalen. Hoe korter het verhaal, hoe eerder ik gerustgesteld ben. Ik begin iets te schrijven en daarna gaat het mij dus al heel snel om geruststelling. En dan begin ik weer iets nieuws. En daarom ben ik altijd een beetje ongerust.
En daarom hou ik zo van Het boek der rusteloosheid.
Als dit niet klopt als een bus.

donderdag 28 mei 2009

Vaders

'Is zij nieuw?' vraagt een vader.
'Ja.'
'Hee, kerel. Heb je weer iemand om verliefd op te worden,' zegt hij tegen het fragiele jongetje dat naast Jeetje zit.
'De jouwe valt ook op blondjes, hè!' lacht een andere vader. 'De mijne probeert ze ook allemaal uit. Nu mag het nog.'
Ik kijk naar de vaders.
'Ja, dat had je niet gedacht, hè,' zegt de ene. 'Op de basisschool gaat het anders.'
'Ze gaan nog niet zover hoor,' knipoogt de andere.

woensdag 27 mei 2009

Wennen!

Ik wacht op de terugkomst van man. Vandaag zal hij juf A. voor het eerst ontmoeten. Ik durf geen juf meer voor het eerst te ontmoeten, ik lijd nu al aan juffenvrees, erger dan aan de hevigste koudwatervrees.
Vandaag is het erop of eraf. AIs juf A. en juf P. dezelfde werkwijze hanteren, of beter gezegd hetzelfde harnas dragen, gaan we op zoek naar een andere school voor Jeetje. Dat is gedoe. Dat is niet te prefereren. Maar vijf dagen een type als juf P. nog minder.
De voordeur gaat open. Voetstappen op de trap. Komen er kleine voetstapjes erachteraan?

'En?' vraag ik.
'Juf A. was een échte juf!' zegt man bij de deur al. 'Gewoon een juf.'
'O, gelukkig .'
'Ja! Ze pakte Jeetje bij hand. Ze was warm en lief en vriendelijk. Er stond al een kring met stoeltjes klaar.'

Twee dagen juf P., drie dagen juf A.
Dan kan nu, ook voor ons, het wennen beginnen.

dinsdag 26 mei 2009

Mijn berispelijke gedrag

Man neemt poolshoogte op school vandaag. Mensen kunnen het over het algemeen goed met hem vinden. Juf P. vast ook. Waar man sympathiek, geduldig en gemakkelijk is, ben ik onsympathiek, ongeduldig en ongemakkelijk. En als iets mij niet bevalt, schijn je het regelrecht van mijn gezicht af te kunnen lezen. Het kan zijn dat juf P. 'dingen' van mij afgelezen heeft, die ik haar nooit regelrecht zou hebben gezegd.

Waar man redelijk is, ben ik eerder onredelijk en heb ik nogal snel mijn oordeel klaar. Het kan in een seconde gepiept zijn. Je hoeft maar 'dit' te doen en ik heb er geen vertrouwen in. Ik hoef maar 'dat' te zien of ik heb genoeg gezien. Ik ben heel erg voorbarig en ik denk toch gelijk te hebben. Tot zover: mijn eigen berispelijke gedrag.

We hebben wel een reputatie. Man en ik. Jeetje heeft drie crèches doorlopen voordat we op een goede belandden.
Bij de eerste crèche namen we haar na de eerste dag wennen alweer mee naar huis, de tweede crèche duurde twee weken en op de derde crèche is ze gewoon nooit meer teruggekomen. Pas op crèche vier was het goed.

maandag 25 mei 2009

Wennen?

'Vandaag ga je even wennen, hè?'
'Ik wil niet naar school,' zegt Jeetje zacht. Dikke tranen rollen over haar wangen. Uiteindelijk spreken we af dat ze tenminste even binnen gaat kijken en als ze meteen weer mee naar huis wil, mag dat.
'Dan ga je morgen iets langer wennen.' Jeetje springt van tafel, pakt meteen haar nieuwe, glimmende tasje. We stoppen er aardbeitjes in, en een beker sap. Misschien blijft ze.

De schoolwerkelijkheid is anders. Ze wil haar jas niet ophangen bij de andere jassen, en haar nieuwe tasje niet in de plastic box doen bij de andere tasjes. Ik laat haar het schoolgebouw zien.
'En dat is jouw klas,' zeg ik tenslotte. Jeetje wil niet. Ze huilt. Ik herinner haar aan onze afspraak en wijs naar de mevrouw in de witte kuitbroek.
'Kijk, dat is jouw juf!' zeg ik. 'Juf P.'
Juf P. loopt rond, ziet Jeetje niet, of heeft nu geen tijd voor Jeetje, en zal zich later ook niet aan haar voorstellen.
Ik laat Jeetje haar klas zien. We kijken wat de kindjes doen. We vragen de namen van een paar kindjes. Ik zeg dat Jeetje, Jeetje heet en dat ze komt wennen. Jeetje leunt tegen mij aan en kijkt. We kijken allebei hoe iedereen werkjes uit de kast aan het pakken is en teruglegt. Geen idee of er een systeem in zit.
Na een tijdje besluit Jeetje dat ze met mij mee terug wil. Hand in hand wandelen we in de richting van de onderwijzeres. Ze zal morgen langer komen wennen.

'Morgen komt er een stagiaire,' zegt juf P. 'Dat moeten we niet hebben.'
'Hoezo?'
'Het is voor de stagiaire geen goed begin als ze meteen zo'n moeilijk kind heeft,' zegt juf P.
'Het gaat nu toch om Jeetje?' zeg ik. ' Jeetje komt wennen.'
'Luister, Jeetje bepaalt hier niet zelf wat ze wil,' lacht juf P. 'Dat zou wat zijn.'
'Als het jou morgen niet uitkomt, komt Jeetje de dag erna toch pas weer. Of de volgende week,' stel ik voor.
'Je geeft mij geen kans,' zegt juf P. 'Zo kan ze nooit wennen. En blijft Jeetje bepalen hoe het hier gaat.'
'Het gaat niet over bepalen,' zeg ik. 'Ik heb het vanochtend met haar afgesproken.'
'Je laat haar hier,' besluit juf P. 'En dan kom je over een uur maar terug. Ik heb meer van zulke kinderen gehad.'
Ze pakt Jeetje uit mijn armen.
'Hoe deden jullie dat op de crèche?' Juf P. moet roepen om over het gehuil van Jeetje heen te komen.
'Daar was ze gewend,' roep ik. 'Dat is heel anders.'
Juf P. en ik kijken elkaar aan. Een bevroren ogenblik. Temidden van de herrie. En ik weet dat het niet goed zit. Ze stuurt mij weg. Ik laat me wegsturen door de juf.
'Mamaaaaa, niet weggaan,' snikt Jeetje.
Krijsend laat ik haar achter. Spartelend. Hulpeloos in de armen van de onbekende juf P.