maandag 31 augustus 2009

Wat was er daarvoor?

Na mijn korte, doch zeer heldere uiteenzetting over het ontstaan van het heelal, de aarde, het leven, de ijstijd, de cro-magnons tot en met de eerste homo-sapiens, heeft Jeetje toch nog vragen.
'Maar mama, wat was er dan vóórdat er niks was?'
'Goeie vraag, Jee!'
'Wat was er toen?'
'Dat weet mama ook niet precies.'
'O, dan vraag ik het wel aan de juf.'
'Ik denk dat die het ook niet weet. Het is een vraag waar geleerden zich nog steeds over buigen.'
'Jawel, de juf weet alles.'

Nadat we het antwoord vorige week al in de bibliotheek gezocht hadden, togen we op zaterdagochtend met de hele familie naar het oudste museum van Nederland. Waar we het eerste leven geconserveerd in steen konden aanschouwen. Een dertigduizendjaar oud babymammoetje, een geraamte van een holebeer. Je weet nooit in welk museum onze botten nog ooit opgezet worden.
En waar het ontstaan van het leven op aarde helder verteld wordt in de de expositie Noachs Ark. Op weg naar Darwin. Dit allemaal in het kader van onze actie: meer non-fictie voor Jeetje.

vrijdag 28 augustus 2009

Het mot maar goed gaan

Je ziet de laatste bejaarde man van onze straat altijd zijn vrouw voortduwen. In een trage tred. Een zware rolstoel met een zware vrouw erin en een zware man erachter. Vandaag is hij alleen.
'Hoe gaat het met u?'
'Het mot maar goed gaan, hè?' Hij heeft een zwaar Amsterdams accent.
Al gauw blijkt dat ik hier echt met de allereerste hondabezitter van Nederland te maken heb. De man die nog in een proefhonda rondreed. Voor me staat een groot autoliefhebber en hij heeft eindelijk de juiste persoon te pakken waar hij zijn passie, in geuren en kleuren, mee kan delen. Ik begin me net af te vragen hoe het nou verder moet mijn leven als hij zegt:
'De gemeente heb m'n hele leven kapot gemaakt.'
'O ja?'
'Ja. Door die losse stoeptegel in de Rijnstraat. Mijn vrouw is d'r over gevallen. Zo voorover geklapt. En ze heb twee jaar niks meer gezegd. Helemaal niks! Alles door de war in d'r kop. En ik maar tegen d'r an praten. Praten. Elke dag zat ik tegen d'r te praten. Zodat ze precies wist wat er allemaal gebeurde. Zodat ze toch een beetje bijbleef. Begrijp-ie wel?'
'Ja.'
'En na twee jaar zegt ze opeens; Wat zit je toch steeds te lullen, man!'

donderdag 27 augustus 2009

Spookuur

Klokslag half vijf 's ochtends begint het spookuur in de bovenkamer. Mijn ogen gaan wijdopen. Een meisje roept klaaglijk om haar moeder. Autoalarmen gaan vanzelf af.
'Mama, mama, ma-maa!'
'Ja, hier ben ik?'
'Jij niet!' roept het buurmeisje. 'Mijn mama!'
'O, sorry,' roep ik terug.
'Ik heb in bed geplast.'
'Probeer anders je vader eens?'
De ramen staan een stukje open, de wanden zijn dun, dit huizenblok is haastig opgetrokken na de tweede wereldoorlog. Wij leven echt met de buren. Dat kan geen gesubsidieerde barbeque evenaren. Als het bed verschoond is, wordt het stil aan de andere kant. Spookgedachten dansen door mijn hoofd. Over deadlines, nieuwe huizen, wereldreizen, verhaallijnen, waarom Jeetje als enige in de straat nog niet fietsen kan zonder zijwieltjes? Daar blijf ik steken.
Het interesseert Jeetje ook helemaal niets. Wij stimuleren haar te weinig. Sommigen zie ik over het trottoir voorbij racen die net drie geworden zijn! Zo kan het echt niet langer.
'We moeten haar nu echt actief leren fietsen.' Ik stoot man aan.
'Huh.'
'Morgen schroef ik de zijwieltjes eraf!'
'Waar heb je het over?' mompelt man. 'Het is midden in de nacht.'
'Straks kan ze nooit fietsen! En dan is het onze schuld. We zijn ook gewoon lui en..'
Man draait zich mopperend om. Hij slaapt alweer. En het spookuur is nog lang niet voorbij.

woensdag 26 augustus 2009

Tweede

M'n tweede wordt anders dan mijn eerste. En is misschien daardoor wel minder geliefd. Dat wil ik niet. Wat ik nu schrijf wordt natuurlijk anders dan wat ik in Het besluit van Dola Korstjens schreef. Waar ik toen om geprezen werd, zo schrijf ik nu niet. Misschien zou ik het het liefst willen herhalen en dan nog een keer geprezen worden (en nog een keer) Pas als ik op een dag niet meer geprezen hoef te worden, ben ik echt vrij. Zoals in de Spar in Otterlo, op de scooter in Phnom Penh of zwemmend in zee.
Goed, herhaling van het voorgaande dus. Ware het niet, dat dat onmogelijk is. Omdat dit schrijven iets anders vraagt. Ik iemand anders ben. Hier. Nu. En iets anders opschrijf. Hier. Nu. Of het wat is, weet je eigenlijk nooit vantevoren. Misschien een beetje, ergens in je achterhoofd. Dit is iets. Misschien niets.
Zoals het leven.

dinsdag 25 augustus 2009

Het nieuwe leven

's Middags aten we een sladderig broodje kip teriyaki op een overdekt terras. Met uitkijk op piepjonge eerstejaarsstudenten die op fluorescerende opblaasbanken aan de oever van de Amstel zaten. Allemaal lid van dezelfde bank. Het nieuwe leven begint met het openen van een rekening.
Het miezerde inmiddels flink, maar ze bleven gewoon zitten. Flesjes bier in hun hand. Ze zaten in de wereld. Dat demonstreerden ze. Ze waren vrij.
Een groepje eerstejaars in een afgebladderde roeiboot probeerde al een tijdje de kant te bereiken. Waar hun toekomstige vrienden zaten te relaxen. In de stromende regen.
De eendere skinny jeans, de topjes (allemaal een andere kleur) en de vermoeide ogen met doorgelopen mascara. Ze wilden zo graag dat het leuk was. De wereld. De nieuwigheid. Het onbekende. Als ze maar eens aan de kant waren. Als ze maar ooit een voet aan wal zouden zetten.

maandag 24 augustus 2009

Wereldreis

Voordat Jeetje verplicht naar school moet, gaan we op wereldreis. Nu ja, niet de hele wereld. Een klein wereldreisje van een maand of drie. Een werelddeeltje verkennen, dan toch op z'n minst. Reisverhalen zal ik schrijven en man besteedt zijn werk een tijdje uit. Aan Jeetje zal het niet liggen. Haar kun je geen groter plezier doen dan slapen in nieuwe vreemde bedjes op nieuwe vreemde plekjes. Aan mij ligt het ook niet. Mijn leven lang denk ik al aan 'de wereldreis'. Een globetrotter in mijn hoofd ben ik. Maar daar komt verandering in. Ik stap zo het grote hoofd uit, hop, en daar sta ik.
Ooit stond ik ergens in Cambodja. Daar was het voor iedereen duidelijk dat ik een buitenstaander was. En de sociale codes niet precies kende. Niemand keek daar raar van op. Of juist iedereen keek raar op. Het was vrijheid. Dat ik niet eens probeerde te doen alsof ik erbij hoorde. Afgelopen weekend waren we op de hoge Veluwe. Ook een mooi gebied. Daar heb ik een tijdje door de Spar in Otterlo gedwaald. Een heel ander universum. Waar de verhoudingen ook meteen duidelijk waren. Ik wilde er bijna niet meer weg. Zo vrij voelde ik me.

vrijdag 21 augustus 2009

Een hele leuke dag, morgen

'Ga maar lekker slapen, Jeetje. Het wordt morgen een hele leuke dag,' zegt vader.
'Nee, want ik moet naar school.'
'Morgen ga je niet naar school.'
'Waarom niet?'
'Het is weekend.'
'O, dan moeten we eigenlijk iets met molens gaan doen!'
'Hoezo dat dan?'
'Nou wiekend, wieken.'
'O, zo ja.'
Dan begint moeder, die in een hoek zat te knikkebollen, plots te ratelen: 'Een slag (een klap of een tik) van den molen weg (of beet) hebben. Dat wil zeggen eigenlijk zulk een slag van den molen gekregen hebben dat men er van suizebolt, draait, en vandaar bij overdracht: niet wel bij het hoofd zijn, niet bij zijn verstand zijn; (van lotje) getikt zijn.'