Op tafel een dampende kip van het spit.
'Is die kip gekookt?' vraagt Jeetje.
'Nee, de kip komt uit de oven.'
'Ze was wel dood voor ze de oven inging?'
'Ja, natuurlijk was ze dood.' Ik lach. 'Dacht je dat ze levende kippen in de oven stopten?'
'Arme kip,' zucht Jeetje.
'Ja.'
We staren naar de kip. Gemarineerd. En gebraden. Haar pootjes nog bijeengebonden.
'Nee, ze heeft juist een fijn leven gehad,' zeg ik. 'Ze heeft nog rondgescharreld. Zo moeten we het zien.'
'Hoe lang heeft ze precies geleefd?'
'Lang,' zeg ik. 'Heel lang voor een kip.'
'Hoe lang?' vraagt Jeetje.
'Ik weet niet hoe lang precies.'
'Ik vind het zielig.'
'Nee, een kip is daarvoor bedoeld, Jeetje,' zeg ik. 'Nou ja, bedoeld. Bedoeld. Ze is daar natuurlijk niet voor bedòèld. Eh..'
Jeetje rent huilend naar de kamer.
woensdag 30 september 2009
dinsdag 29 september 2009
Een slecht onderhouden vrouw
Heleen zei: 'Je vertelt iets over jezelf met je kleding. Hoe je het ook wendt of keert, als je een spijkerbroek met een t-shirt aantrekt, vertel je iets anders dan als je in een mooie jurk komt.'
Jurken moet ik kopen. Knalrode, superlaag uitgesneden jurken. Maar ik draag nooit jurken. Een make-up cursus moet ik gaan volgen. Want ik weet niet hoe dat moet: make-uppen. Mij zie je nooit met lippenstift. Of ogenschaduw. Bang als ik ben mezelf weg te schminken. Of het clowneffect. Van mij zullen ze niet zeggen dat ik ijdel ben. Maar ook mijn spijkerbroek moet goed zitten en het zwarte truitje erboven mag niet pillen. Soms sta ik uren voor mijn kast om het juiste zwarte truitje te vinden voor die dag. Dat heeft mij regelmatig tot waanzin gedreven. En razernij.
Als tiener scheurde ik ooit, vlak voor ik in de discobus zou stappen, het zwarte truitje van mijn lijf. Omdat het klote zat. Ik zie mijn ouders nog bleu naar me opkijken. Vanuit hun leunstoelen.
Tot zover mijn ijdelheid.
Nu ga ik over Heleen van Royen nadenken. Haar verkooptactieken. Een vrouw die honderdduizend boeken in twee weken verkoopt, heeft mijn respect. En ze woont ook nog in Portugal.
Jurken moet ik kopen. Knalrode, superlaag uitgesneden jurken. Maar ik draag nooit jurken. Een make-up cursus moet ik gaan volgen. Want ik weet niet hoe dat moet: make-uppen. Mij zie je nooit met lippenstift. Of ogenschaduw. Bang als ik ben mezelf weg te schminken. Of het clowneffect. Van mij zullen ze niet zeggen dat ik ijdel ben. Maar ook mijn spijkerbroek moet goed zitten en het zwarte truitje erboven mag niet pillen. Soms sta ik uren voor mijn kast om het juiste zwarte truitje te vinden voor die dag. Dat heeft mij regelmatig tot waanzin gedreven. En razernij.
Als tiener scheurde ik ooit, vlak voor ik in de discobus zou stappen, het zwarte truitje van mijn lijf. Omdat het klote zat. Ik zie mijn ouders nog bleu naar me opkijken. Vanuit hun leunstoelen.
Tot zover mijn ijdelheid.
Nu ga ik over Heleen van Royen nadenken. Haar verkooptactieken. Een vrouw die honderdduizend boeken in twee weken verkoopt, heeft mijn respect. En ze woont ook nog in Portugal.
maandag 28 september 2009
Geloof
De schoonmakers staan een dag eerder dan afgesproken voor de deur. Omdat ze problemen hebben met hun schema.
De vorige week, en meteen de eerste keer dat ze kwamen, was een daverend succes. De hele week hebben we gedacht dat de deuren naar het balkon openstonden. Om telkens opnieuw te constateren dat de ramen gewassen waren. En wat was er plotseling veel licht boven het fornuis. Het lampje bleek gepoetst. Dit zijn professionals. Ik droomde er al van dat ze elke week zouden komen. En hoe ze mijn hele leven zouden reinigen, opnieuw ordenen en doen blinken als nooit tevoren. Hoe ze alles meer glans zouden geven.
Met z'n drieën staan we in het smalle tussengangetje te praten. Na een tijdje blijkt dat ze me aan het vertellen zijn dat ze helemaal geen tijd meer voor ons hebben.
'We kunnen vrienden sturen.'
'Maar zijn die net zo goed als jullie?'
'Ja. Het zijn ook Filippijnen.'
'Oké.'
'En we kennen ze van onze kerk.'
'Jaa, dan móéten ze wel goed schoonmaken.'
'Ja?' zeggen ze.
De vorige week, en meteen de eerste keer dat ze kwamen, was een daverend succes. De hele week hebben we gedacht dat de deuren naar het balkon openstonden. Om telkens opnieuw te constateren dat de ramen gewassen waren. En wat was er plotseling veel licht boven het fornuis. Het lampje bleek gepoetst. Dit zijn professionals. Ik droomde er al van dat ze elke week zouden komen. En hoe ze mijn hele leven zouden reinigen, opnieuw ordenen en doen blinken als nooit tevoren. Hoe ze alles meer glans zouden geven.
Met z'n drieën staan we in het smalle tussengangetje te praten. Na een tijdje blijkt dat ze me aan het vertellen zijn dat ze helemaal geen tijd meer voor ons hebben.
'We kunnen vrienden sturen.'
'Maar zijn die net zo goed als jullie?'
'Ja. Het zijn ook Filippijnen.'
'Oké.'
'En we kennen ze van onze kerk.'
'Jaa, dan móéten ze wel goed schoonmaken.'
'Ja?' zeggen ze.
vrijdag 25 september 2009
Verlegenheid
Een heel interessant essay van Marja Pruis in de nieuwe Groene Amsterdammer gelezen gisteren. Over de uitsterving van de verlegen mens. Op het balkon zat ik. In de namiddagzon. En ik dacht meteen aan Bessem.
Ik heb namelijk een personage dat hevig aan verlegenheid lijdt. Zijn naam is dus Bessem. Ik ben zijn achternaam alweer vergeten. Het komt wel vaker voor met heel verlegen mensen. Je vergeet hun naam. Je vergeet dat ze bestaan. Je schrijft hun verhaal niet af. Omdat je ze niet opmerkte in al hun onbeduidendheid.
In het artikel gaat het erover dat verlegenheid tegenwoordig als een psychische afwijking wordt gezien die behandeld moet worden met medicijnen en trainingen. Eigenschappen als bescheidenheid en gereserveerdheid zijn niet langer acceptabel. Om te kunnen slagen in het leven moet je jezelf kunnen laten horen, over assertiviteit beschikken en in staat zijn om gretig deel te nemen aan het sociale leven. Maar ook: uit verlegenheid worden de grootste schreeuwers en de mooiste dingen geboren.
Ik kan het hele stuk wel over gaan schrijven. Koop het blad. Deze week zelfs maar 1 euro!
Bessem strikes back.
Ik heb namelijk een personage dat hevig aan verlegenheid lijdt. Zijn naam is dus Bessem. Ik ben zijn achternaam alweer vergeten. Het komt wel vaker voor met heel verlegen mensen. Je vergeet hun naam. Je vergeet dat ze bestaan. Je schrijft hun verhaal niet af. Omdat je ze niet opmerkte in al hun onbeduidendheid.
In het artikel gaat het erover dat verlegenheid tegenwoordig als een psychische afwijking wordt gezien die behandeld moet worden met medicijnen en trainingen. Eigenschappen als bescheidenheid en gereserveerdheid zijn niet langer acceptabel. Om te kunnen slagen in het leven moet je jezelf kunnen laten horen, over assertiviteit beschikken en in staat zijn om gretig deel te nemen aan het sociale leven. Maar ook: uit verlegenheid worden de grootste schreeuwers en de mooiste dingen geboren.
Ik kan het hele stuk wel over gaan schrijven. Koop het blad. Deze week zelfs maar 1 euro!
Bessem strikes back.
donderdag 24 september 2009
Meta kletsje
Lieve lezer,
Willem natuurlijk.
Elsbeth, vannacht dacht ik aan je. Hoe het met je zou zijn. Jij was blij dat ik er weer was, schreef je na mijn vakantie. Ik heb daar nooit op geantwoord, ik geloof dat ik dat niet altijd even goed doe, ik ben gewoon in stilte gevleid.
Net las ik het stukje van Jan van Mersbergen, zo begin ik heel vaak mijn dag, en hij had het over het aantal lezers, althans mensen die zijn blog openden.
Ik houd alweer dik twee jaar dit weblog bij en heb nog steeds geen idee hoeveel lezers ik heb. Ik kan dat nergens terugvinden, noem me dom. Heel soms schiet het door mijn hoofd. Zoals nu. Maar het exacte aantal lezers weten zou tegen me werken. Als ik buiten de familiekring niemand bereik, ben ik lichtjes teleurgesteld. Als het er honderdduizend zijn, wat nu in principe mogelijk is, dreigt er blokkade-gevaar. Daarvoor is dit geklets te profaan. Als het er enkele tientallen blijken, wat het meest waarschijnlijk is, is dat leuk maar niet opzienbarend. Want het zijn er geen honderdduizend.
Maar zelfs als ik alleen voor mijn moeder schreef, ging ik hiermee door. Waarom?
Omdat ik een opportunist ben. Omdat ik het meestal leuk vind om te doen. Soms ervaar ik het als een moetje, dan is het laat, heb ik hier nog geen stukje geschreven en dan weet ik dat mijn moeder erop zit te wachten. Dus dan sleep ik me naar m'n laptop en begin maar wat te tikken. En altijd komt er wel iets. En altijd knap ik er van op. Uiteindelijk komt alles neer op eigenbelang.
Groetjes, Elke.
O ja, de Jeetje stukjes zijn volgens mij het populairst. Terwijl ik juist probeer die met mate te brengen. Omdat ik anders een geobsedeerde moeder lijk.
Willem natuurlijk.
Elsbeth, vannacht dacht ik aan je. Hoe het met je zou zijn. Jij was blij dat ik er weer was, schreef je na mijn vakantie. Ik heb daar nooit op geantwoord, ik geloof dat ik dat niet altijd even goed doe, ik ben gewoon in stilte gevleid.
Net las ik het stukje van Jan van Mersbergen, zo begin ik heel vaak mijn dag, en hij had het over het aantal lezers, althans mensen die zijn blog openden.
Ik houd alweer dik twee jaar dit weblog bij en heb nog steeds geen idee hoeveel lezers ik heb. Ik kan dat nergens terugvinden, noem me dom. Heel soms schiet het door mijn hoofd. Zoals nu. Maar het exacte aantal lezers weten zou tegen me werken. Als ik buiten de familiekring niemand bereik, ben ik lichtjes teleurgesteld. Als het er honderdduizend zijn, wat nu in principe mogelijk is, dreigt er blokkade-gevaar. Daarvoor is dit geklets te profaan. Als het er enkele tientallen blijken, wat het meest waarschijnlijk is, is dat leuk maar niet opzienbarend. Want het zijn er geen honderdduizend.
Maar zelfs als ik alleen voor mijn moeder schreef, ging ik hiermee door. Waarom?
Omdat ik een opportunist ben. Omdat ik het meestal leuk vind om te doen. Soms ervaar ik het als een moetje, dan is het laat, heb ik hier nog geen stukje geschreven en dan weet ik dat mijn moeder erop zit te wachten. Dus dan sleep ik me naar m'n laptop en begin maar wat te tikken. En altijd komt er wel iets. En altijd knap ik er van op. Uiteindelijk komt alles neer op eigenbelang.
Groetjes, Elke.
O ja, de Jeetje stukjes zijn volgens mij het populairst. Terwijl ik juist probeer die met mate te brengen. Omdat ik anders een geobsedeerde moeder lijk.
woensdag 23 september 2009
Zo'n woensdagmiddag
Op woensdagmiddag gingen Jeetje en ik zwemmen. De zwembandjes konden we thuis nergens vinden. Nieuwe oranje bandjes gekocht. Kreeg ik die krengen eerst niet goed opgeblazen. Maar we bleven er allebei geduldig onder. Niets drukte de pret. Onze tas met handdoeken en twee appeltjes erin op een stoel gezet.
'Wat een mooi, sporterig badpak heb jij,' zei Jeetje bewonderend.
'En jij moet een nieuwe,' zei ik. 'Deze is alweer te klein.'
We zwommen en we doken en als er golven kwamen dreven we op onze rug. Het was niet druk in het zwembad. Het was het paradijs. Waarin Jeetje en ik naast elkaar zaten. Zwijgend het appeltje aten. Druipend en een beetje bibberend.
Daarna lieten we ons een lange tijd met de stroom meevoeren in het warme bad.
'Wat een mooi, sporterig badpak heb jij,' zei Jeetje bewonderend.
'En jij moet een nieuwe,' zei ik. 'Deze is alweer te klein.'
We zwommen en we doken en als er golven kwamen dreven we op onze rug. Het was niet druk in het zwembad. Het was het paradijs. Waarin Jeetje en ik naast elkaar zaten. Zwijgend het appeltje aten. Druipend en een beetje bibberend.
Daarna lieten we ons een lange tijd met de stroom meevoeren in het warme bad.
dinsdag 22 september 2009
Halfaapje
Vriendin S. had gevraagd of ik mee wilde gaan. Dus vergezelde ik haar vanochtend naar haar eerste echoscopie.
'Als ik maar niet bij je bevalling hoef te zijn,' had ik al meteen gezegd. Vriendin S. is alleenstaand en zwanger. Jaren geleden heb ik eens een bevalling van een vriendin bij moeten wonen. Samen met een stel andere vriendinnen. En oermuziek. Die vriendin is niet lang daarna naar Afrika verhuisd. Waarschijnlijk om haar stamidealen nog dichter te kunnen benaderen. Nooit meer iets van vernomen. Ik wil niet dat iemand me ooit nog dwingt bevallingen bij te wonen. Vriendin S. weet dat wel. Zij heeft niets met stamprincipes en zogenaamde vrouwensolidariteit. Waarschijnlijk wil ze mij er niet eens bij hebben.
'Misschien is er wel niks te zien,' zei ze toen ze plaatsnam op het bed.
‘Je hebt toch een test gedaan,’zei de echoscopiste.
‘Ja, maar…’
'Laten we eerst eens gaan kijken.’
De stilte hing in het kamertje tot op het scherm het halfaapje verscheen dat in vriendin S. bleek te huizen. Met in het midden een snel kloppend hartje.
'Ziet er goed uit,’ zei de echoscopiste. ‘Ik kijk nog even wat rond.’
We keken met z'n allen nog wat rond in het lichaam van vriendin S. Het was donker daarbinnen. En spooky. Er zat er maar één.
'Als ik maar niet bij je bevalling hoef te zijn,' had ik al meteen gezegd. Vriendin S. is alleenstaand en zwanger. Jaren geleden heb ik eens een bevalling van een vriendin bij moeten wonen. Samen met een stel andere vriendinnen. En oermuziek. Die vriendin is niet lang daarna naar Afrika verhuisd. Waarschijnlijk om haar stamidealen nog dichter te kunnen benaderen. Nooit meer iets van vernomen. Ik wil niet dat iemand me ooit nog dwingt bevallingen bij te wonen. Vriendin S. weet dat wel. Zij heeft niets met stamprincipes en zogenaamde vrouwensolidariteit. Waarschijnlijk wil ze mij er niet eens bij hebben.
'Misschien is er wel niks te zien,' zei ze toen ze plaatsnam op het bed.
‘Je hebt toch een test gedaan,’zei de echoscopiste.
‘Ja, maar…’
'Laten we eerst eens gaan kijken.’
De stilte hing in het kamertje tot op het scherm het halfaapje verscheen dat in vriendin S. bleek te huizen. Met in het midden een snel kloppend hartje.
'Ziet er goed uit,’ zei de echoscopiste. ‘Ik kijk nog even wat rond.’
We keken met z'n allen nog wat rond in het lichaam van vriendin S. Het was donker daarbinnen. En spooky. Er zat er maar één.
Abonneren op:
Posts (Atom)