De laatste dag van 2009 en we zijn nog in Nederland. En daar zullen we voorlopig blijven ook. Ik stond een paar uur geleden al op. Maar het is nu nog donker. De meesten slapen op dit tijdstip nog. Ik zit hier alweer omdat ik vandaag behalve aan het jaar, ook een eind wil breien aan het lastigste verhaal van 2009. (En van ver daarvoor) Ik heb tot twaalf uur vanmiddag de tijd, dan vertrekt man met een mannetje van de vereniging eigen huis naar een kast van een huis op het stukje Amsterdam waar nog geen boom staat. Maar waar we in de zomer wellicht gaan wonen. Met God-Weet-Wie erbij. Ik kijk er vooral naar uit om niet meer dagen en nachten achtereen op de slaapkamer door te brengen. Zoals momenteel. Tussen de rotzooi. De schone was ligt op een hoop naast mij, en de vuile was hoopt zich op aan de andere kant. Het stinkt hier ook. Gisteren wilde ik er al een einde aan breien, aan het verhaal, maar toen kwam het er niet van. Wegens bezoek in mijn bovenkamer. Eerst was het de fotografe die een foto van mij in pompoentoestand kwam maken, en heel lief zei dat ik niet zo onmogelijk op de foto te zetten was als van tevoren gezegd was. Daarna stapte er hier een frisse loodgieter binnen die repte over een afdoppie om de kapotte verwarmingsketel te kunnen weghalen. Toen kon ik het wel schudden met dat einde. Een extra lange laatste dag dus voor mij. En vanavond komen de gasten.
Een heel goed 2010 ook voor jullie. Al reageren jullie steeds minder. Maar daar moet een schrijver het toch niet van hebben, de reacties. Een schrijver doet het voor zichzelf. Die wordt intrinsiek gemotiveerd. Gelukkig maar, hè?
donderdag 31 december 2009
woensdag 30 december 2009
Een lekker kusje
'Mama, kom je nog een kusje geven?' roept Jeetje als ze net in bed ligt. En ik net op de bank lig.
'Ik kom je straks nog een kusje geven,' zeg ik. 'Als ik naar bed ga, geef ik jou eerst een lekker kusje. Is dat goed?'
Het blijft even stil boven. Ik bid dat ik niet van de bank hoef.
'Het hoeft geen lekker kusje te zijn,' roept ze dan, 'ik eet 'm toch niet op. Een gewoon kusje is goed.'
'Ik kom je straks nog een kusje geven,' zeg ik. 'Als ik naar bed ga, geef ik jou eerst een lekker kusje. Is dat goed?'
Het blijft even stil boven. Ik bid dat ik niet van de bank hoef.
'Het hoeft geen lekker kusje te zijn,' roept ze dan, 'ik eet 'm toch niet op. Een gewoon kusje is goed.'
maandag 28 december 2009
Verschrikkelijke heimwee
Ik had een heerlijk midweekje van schrijven in mijn hoofd. En 's avonds wandelen naar een eetcafeetje. De bioscoop. Het theater.
Maar Jeetje wordt ineens door verschrikkelijke heimwee geplaagd en komt dadelijk alweer terug van haar logeerpartijtje bij opa en oma.
'Als jullie moeten werken, ga ik toch heel stil in het rode kamertje zitten,' had ze al wel van tevoren gezegd, 'dan beweeg ik me niet en zeg ik niets.'
Maar dat nam ik niet heel serieus.
Maar Jeetje wordt ineens door verschrikkelijke heimwee geplaagd en komt dadelijk alweer terug van haar logeerpartijtje bij opa en oma.
'Als jullie moeten werken, ga ik toch heel stil in het rode kamertje zitten,' had ze al wel van tevoren gezegd, 'dan beweeg ik me niet en zeg ik niets.'
Maar dat nam ik niet heel serieus.
zondag 27 december 2009
Over peperdure overlijdensverzekeringen
Allemaal leuk en wel zo'n (eventueel) nieuw, groot huis, - nieuw kind, nieuw boek, nieuw leven - maar laten we eerlijk wezen: Ik verdien natuurlijk geen ene f*ck. Van mij komt het allemaal niet. Al schrijf ik momenteel de blaren op de vingers. Al doe ik in het leven precies wat ik wil. En al kan mijzelf daar ook nog mee bedruipen.
Dat zegt dus niets. Ik kan niet meer aan mezelf alleen denken. Ik ben met meer.
De dood is een gegeven waar je rekening mee dient te houden. Dat hebben we al eens gemerkt. Stel dat man over een paar jaar weer getroffen wordt door zo'n onzichtbare pneumokok en stel dat de afloop net iets anders is dan een half jaar geleden. Dan kom ik met m'n twee schatten van dochters in dat nieuwe, grote huis meteen in nieuwe, grote problemen. We moeten onmiddellijk verhuizen en ik moet een fulltimebaan zoeken om de dochters en mijzelf te voeden en te kleden. Maar ik kan niks anders dan schrijven.
Als ik dood zou gaan, ga ik gewoon dood. Daar blijft het dan bij. Ook heus niet leuk voor man en dochters, dat weet ik wel. Maar als man overlijdt, zitten we meteen in de godsgruwelijke puree. En dat is de pure realiteit.
Dat zegt dus niets. Ik kan niet meer aan mezelf alleen denken. Ik ben met meer.
De dood is een gegeven waar je rekening mee dient te houden. Dat hebben we al eens gemerkt. Stel dat man over een paar jaar weer getroffen wordt door zo'n onzichtbare pneumokok en stel dat de afloop net iets anders is dan een half jaar geleden. Dan kom ik met m'n twee schatten van dochters in dat nieuwe, grote huis meteen in nieuwe, grote problemen. We moeten onmiddellijk verhuizen en ik moet een fulltimebaan zoeken om de dochters en mijzelf te voeden en te kleden. Maar ik kan niks anders dan schrijven.
Als ik dood zou gaan, ga ik gewoon dood. Daar blijft het dan bij. Ook heus niet leuk voor man en dochters, dat weet ik wel. Maar als man overlijdt, zitten we meteen in de godsgruwelijke puree. En dat is de pure realiteit.
vrijdag 25 december 2009
De eenwording met kerst
Half acht. Tijd voor het kerstontbijt in huize Elke Dag. Eerst op zoek naar het rode tafelkleed met de witte sterretjes.
Een barbaarse familie plus aanhang èn vrijgezelle ooms en tantes is ons voor geweest. Ze hebben tijdens de koude kerstnacht onderdak gevonden in onze kast. Bovenop ons kerstkleed. Gezamenlijk hebben ze de zak met couscous geopend. Flink gedineerd. De couscous moet heel erg stimulerend op hun darmpjes hebben gewerkt. Zo te zien en te ruiken.
Ons kerstontbijt vindt tenslotte plaats in het halfduister op het blauwe reservekleed. Met een croissant en een gekookt ei. Er branden vier kleine kaarsjes in de vorm van hartjes op tafel: man, ik, Jeetje en de nieuwe kleine. We eten en kijken hoe ze langzaam samensmelten. Op de achtergrond speelt zacht een strijkkwartet. Terwijl het buiten sneeuwt.
Totdat de kaarsjes doven.
Een barbaarse familie plus aanhang èn vrijgezelle ooms en tantes is ons voor geweest. Ze hebben tijdens de koude kerstnacht onderdak gevonden in onze kast. Bovenop ons kerstkleed. Gezamenlijk hebben ze de zak met couscous geopend. Flink gedineerd. De couscous moet heel erg stimulerend op hun darmpjes hebben gewerkt. Zo te zien en te ruiken.
Ons kerstontbijt vindt tenslotte plaats in het halfduister op het blauwe reservekleed. Met een croissant en een gekookt ei. Er branden vier kleine kaarsjes in de vorm van hartjes op tafel: man, ik, Jeetje en de nieuwe kleine. We eten en kijken hoe ze langzaam samensmelten. Op de achtergrond speelt zacht een strijkkwartet. Terwijl het buiten sneeuwt.
Totdat de kaarsjes doven.
donderdag 24 december 2009
Prik
Op de valreep word ik toch gevaccineerd tegen de beruchte griep. Jeetje is met mij meegegaan als ervaringsdeskundige. Zij heeft al twee van die prikken gehad en zal indien nodig mijn hand vasthouden. Een paar keer wordt mij op het hart gedrukt dat ik niet hoef te gaan huilen. Dat het niet lang zal duren. Ik heb ook niet gehuild. Ik heb naar Jeetje gekeken die strak gespannen mijn arm in de gaten houdt en als haar gezicht vertrekt, weet ik dat de prik gezet is.
Eenmaal ingepakt en wel staan we weer in de vrieskou. Alles is goed gegaan.
'Maar mama, misschien hebben ze jou wel een prikje gegeven waardoor de baby in een kikker is veranderd,' zegt Jeetje dan.
'O,jee. Dan krijgen we straks een kikker.'
'Ja. En we willen geen kikker, hè. We willen een mooi, lief meisje.'
'Ja.'
Vanaf achterop de fiets, terwijl ik moeite doe het spoor in de sneeuw te volgen, roept ze: 'Ik heb gelukkig een toverbal waarmee ik de kikker weer terug kan toveren in een meisje. Die kan er zelfs een prinsesje van maken. Een mooi, lief prinsesje.
Evan later voegt ze hier aan toe: 'Dan laat ik mijzelf ook in een prinses omtoveren.'
Eenmaal ingepakt en wel staan we weer in de vrieskou. Alles is goed gegaan.
'Maar mama, misschien hebben ze jou wel een prikje gegeven waardoor de baby in een kikker is veranderd,' zegt Jeetje dan.
'O,jee. Dan krijgen we straks een kikker.'
'Ja. En we willen geen kikker, hè. We willen een mooi, lief meisje.'
'Ja.'
Vanaf achterop de fiets, terwijl ik moeite doe het spoor in de sneeuw te volgen, roept ze: 'Ik heb gelukkig een toverbal waarmee ik de kikker weer terug kan toveren in een meisje. Die kan er zelfs een prinsesje van maken. Een mooi, lief prinsesje.
Evan later voegt ze hier aan toe: 'Dan laat ik mijzelf ook in een prinses omtoveren.'
woensdag 23 december 2009
De denker
'Ik word denker later,' zegt Jeetje.
'Waarom?'
'Ik ben toch al altijd aan het denken.'
'Waar denk je dan aan?'
'Aan alles.'
'Waar denk je het liefst aan?'
'Aan alles, zei ik toch.'
'O, ja.'
'Ik vergeet namelijk niks.'
'Dat is wel waar.'
'Jij vergeet heel veel.'
'Wat ben ik vergeten dan?'
'Weet je nog dat ik alleen naar de speeltuin was weggelopen?'
'Jazeker. Ik was heel boos op jou.'
'En weet je ook nog wat je toen tegen mij zei, mama?'
'Nee?'
'Jij zei dat ik thuis de héle middag op de gang moest staan én de hele nacht.'
'Maar dat hoefde je niet, hè?'
'Nee, natuurlijk niet. Dat zei je maar.'
'Waarom?'
'Ik ben toch al altijd aan het denken.'
'Waar denk je dan aan?'
'Aan alles.'
'Waar denk je het liefst aan?'
'Aan alles, zei ik toch.'
'O, ja.'
'Ik vergeet namelijk niks.'
'Dat is wel waar.'
'Jij vergeet heel veel.'
'Wat ben ik vergeten dan?'
'Weet je nog dat ik alleen naar de speeltuin was weggelopen?'
'Jazeker. Ik was heel boos op jou.'
'En weet je ook nog wat je toen tegen mij zei, mama?'
'Nee?'
'Jij zei dat ik thuis de héle middag op de gang moest staan én de hele nacht.'
'Maar dat hoefde je niet, hè?'
'Nee, natuurlijk niet. Dat zei je maar.'
Abonneren op:
Posts (Atom)