'Wat heb je vandaag gedaan op school?' roep ik.
Jeetje zit voorin de bakfiets tegenover een lege maxi cosi, onder het plastic zeil. Het miezert. We zijn op weg naar Deetje.
'Letters,' roept Jeetje. 'De J en de P in schoolletters.'
'O, leuk.'
Met haar vinger maakt Jeetje de J en P in lopend schrift.
'Heb je dat zelf gekozen of deden jullie dat met heel groep 2?'
Jeetje volgt het Montessori-onderwijs. Daar leer je als kleuter al zelfstandig te werken. Dat lijkt me niet voor ieder kind geschikt. Maar zelfstandig werken is Jeetje op het lijf geschreven.
'Ik ben dat zelf maar gaan doen natuurlijk,' roept ze. 'Ik wil niet dom blijven. Straks ben ik groot en dan kan ik nog niks. Dan kan ik niet lezen en schrijven. Dan kan ik mijn eigen kinderen helemaal niks leren.'
donderdag 30 september 2010
woensdag 29 september 2010
Verboden te fluisteren
'Er mag hier in huis niet gefluisterd worden! Verboden te fluisteren!' roep ik altijd tegen Jeetje en haar vriendinnetje.
Want ook die kleuters onderling zitten vol smerige geheimen. Nu zit het zo; Onder mijn dak geen geheimen (zelfs geen kleine). Geen intriges. Of ander gekonkel. Onder mijn dak alleen maar liefde. Vrede. En eeuwige trouw.
'Wie hier fluistert, kan de gang op. Wie hier nog steeds fluistert, gaat eruit!'
Want ook die kleuters onderling zitten vol smerige geheimen. Nu zit het zo; Onder mijn dak geen geheimen (zelfs geen kleine). Geen intriges. Of ander gekonkel. Onder mijn dak alleen maar liefde. Vrede. En eeuwige trouw.
'Wie hier fluistert, kan de gang op. Wie hier nog steeds fluistert, gaat eruit!'
dinsdag 28 september 2010
Ik mis
Ik ben nu al meer dan een half jaar vrijwel non-stop bezig met concrete zaken. Soms ben ik bang dat het nooit meer terugkomt. Dat ik me altijd op dit vlak zal blijven begeven. Hier, bovengronds. Waar het ook best goed toeven is. Al ontbreekt er iets.
Ik noem het 'kunst'. Maar het is niet (alleen) de aanblik van schilderijen of andere kunstwerken. Het is het ongrijpbare, het wonderlijke, het verbazingwekkende, het verrassende, het meeslepende, het wonderschone, het poëtische, de abstractie van het leven, dat wat erbovenuit stijgt, de muziek, vooruit: het onbenoembare.
Veel van deze dingen zijn ook te terug te vinden in de baby. Maar niet alles.
Wat raaskal ik? Het is natuurlijk gewoon het schrijven. De wereldschokkende dingen die een mens op zijn bureaustoel kan meemaken.
Ik noem het 'kunst'. Maar het is niet (alleen) de aanblik van schilderijen of andere kunstwerken. Het is het ongrijpbare, het wonderlijke, het verbazingwekkende, het verrassende, het meeslepende, het wonderschone, het poëtische, de abstractie van het leven, dat wat erbovenuit stijgt, de muziek, vooruit: het onbenoembare.
Veel van deze dingen zijn ook te terug te vinden in de baby. Maar niet alles.
Wat raaskal ik? Het is natuurlijk gewoon het schrijven. De wereldschokkende dingen die een mens op zijn bureaustoel kan meemaken.
maandag 27 september 2010
Zondag
In onze woonkeuken, of de ruimte die nog een woonkeuken moet worden, zaten mijn vader, moeder, man en een zwangere vriendin die ik al ken sinds de kleuterschool, rond een piepklein tafeltje. Jeetje en het buurmeisje zetten hun regenlaarsjes bij de deur en schoven toen ook aan. Deetje zat bij opa op schoot. Ze bleef zich maar voorover buigen met haar mollige handje (trillend van de spanning) uitgestoken om de appelpunten en de saucijzenbroodjes te pakken te krijgen. Haar mondje ging open en dicht, open en dicht. Ik schonk de kleuters een glaasje chocomelk in, waarna ze met oma gingen knutselen. Huizen bouwen van papier. Deetje kreeg tenslotte zo'n stuk papier te pakken en propte het in haar mond. Ze sneed daarbij haar zachte lipjes niet. Mijn vriendin merkte op dat ze zich niet kon voorstellen dat ze over een half jaar ook zo'n meisje op haar schoot zou hebben zitten. En toen kwam de zon ook nog door, in plaats van dat het ging regenen, zoals voorspeld was.
vrijdag 24 september 2010
Onderzoek
Twee uur fietsen op een dag om je baby onder te brengen, is niet erg economisch met tijd omspringen. Dus ik bekijk de crèche die drie minuten lopen verderop zit.
'Ons profiel is die van het onderzoekende kind,' zegt de manager.
'Mooi,' zeg ik. 'Ik ben helemaal voor het onderzoekende kind.'
'Ja, wij ook!'
'Dat treft.'
De manager die me rond gaat leiden, is een energieke knul. Een jaar of vijfentwintig, schat ik. Tien vrouwenportretten staren me aan vanaf het whiteboard op zijn kantoor. De tien vaste leidsters. Ik kijk naar de manager met zijn vlasbaard. Hij zou hun samenhang moeten bewaken? Onderlinge strubbelingetjes doorzien en oplossen? Met ze gaan praten als ze ergens mee zitten? 'Foei, Elke,' fluister ik. 'Dit is leeftijdsdiscriminatie. Wie weet waartoe deze jongen in staat is, met het managementonderricht nog fris in zijn geheugen.'
Als we door het gebouw lopen, praat de manager honderduit over hun beleid. Over vanalles. Het klinkt goed en het ziet er allemaal mooi uit. Grote lokalen. Een grote buitenspeelplaats. Een atelier om te knutselen. Tot ik, vanuit mijn ooghoek, de baby zie liggen.
'Wat is dat!' Ik onderbreek de manager.
'Een baby?'
'Maar waar ligt-ie in?'
'Een elektronische schommel, hoezo?' zegt de manager.
'Een elektronische schommel?'
'Ja?' De manager snapt er niets van.
We naderen het wanstaltige, plastic ding waar de baby in ligt. Met een lichtblauwe speen in zijn mond staart hij naar een automatisch draaiend, fluorescerend mobiel boven zijn hoofd. Terwijl het onderzoekende kind dus elektronisch heen en weer gewiegd word.
'Hij kan zo niet veel onderzoeken, hè?'
'Nee.' De manager lacht. 'Maar ze hoeven niet steeds te onderzoeken.'
'Is dit de enige elektronische schommel in het gebouw?'
'Op elke groep staat er eentje.'
'O.'
'Je baby hoeft er niet in, als je dat niet wil. Zulke dingen kun je met de leidster overleggen.'
'Nee, nee natuurlijk niet,' zeg ik.
De verdere rondleiding had ik eigenlijk niet hoeven hebben. Maar het was zo'n aardige jongen.
'Ons profiel is die van het onderzoekende kind,' zegt de manager.
'Mooi,' zeg ik. 'Ik ben helemaal voor het onderzoekende kind.'
'Ja, wij ook!'
'Dat treft.'
De manager die me rond gaat leiden, is een energieke knul. Een jaar of vijfentwintig, schat ik. Tien vrouwenportretten staren me aan vanaf het whiteboard op zijn kantoor. De tien vaste leidsters. Ik kijk naar de manager met zijn vlasbaard. Hij zou hun samenhang moeten bewaken? Onderlinge strubbelingetjes doorzien en oplossen? Met ze gaan praten als ze ergens mee zitten? 'Foei, Elke,' fluister ik. 'Dit is leeftijdsdiscriminatie. Wie weet waartoe deze jongen in staat is, met het managementonderricht nog fris in zijn geheugen.'
Als we door het gebouw lopen, praat de manager honderduit over hun beleid. Over vanalles. Het klinkt goed en het ziet er allemaal mooi uit. Grote lokalen. Een grote buitenspeelplaats. Een atelier om te knutselen. Tot ik, vanuit mijn ooghoek, de baby zie liggen.
'Wat is dat!' Ik onderbreek de manager.
'Een baby?'
'Maar waar ligt-ie in?'
'Een elektronische schommel, hoezo?' zegt de manager.
'Een elektronische schommel?'
'Ja?' De manager snapt er niets van.
We naderen het wanstaltige, plastic ding waar de baby in ligt. Met een lichtblauwe speen in zijn mond staart hij naar een automatisch draaiend, fluorescerend mobiel boven zijn hoofd. Terwijl het onderzoekende kind dus elektronisch heen en weer gewiegd word.
'Hij kan zo niet veel onderzoeken, hè?'
'Nee.' De manager lacht. 'Maar ze hoeven niet steeds te onderzoeken.'
'Is dit de enige elektronische schommel in het gebouw?'
'Op elke groep staat er eentje.'
'O.'
'Je baby hoeft er niet in, als je dat niet wil. Zulke dingen kun je met de leidster overleggen.'
'Nee, nee natuurlijk niet,' zeg ik.
De verdere rondleiding had ik eigenlijk niet hoeven hebben. Maar het was zo'n aardige jongen.
donderdag 23 september 2010
De docent
Ik heb net een stukje uit een verhaal voorgelezen.
'Is dit verplicht?' is de eerste reactie van een studente.
'Verplicht?'
'Ja?' zegt de studente.
'Nee,' zeg ik. 'Daarom las ik het niet voor. Maar hoezo?'
'Dus we hoeven het niet verplicht te lezen?'
'Hier is niets verplicht,' zeg ik.
Even later vraag ik me af of ik iets verkeerds gezegd heb. Zou je ze moeten verplichten?
Een docent is geen echt mens. Dat was ik vergeten. Nou ja, de docent is natuurlijk wel een echt mens, dat weet iedereen, maar de docent komt van elders. Het is een wezen waar je geen echt contact mee hoeft te maken. Je luistert ernaar. In het beste geval met interesse. Je komt en je gaat. Het is jouw tijd. Niet die van de docent. Tot gisteren heb ik ook nooit over de docent als mens gedacht. De docent die teveel menselijke trekjes vertoonde vond ik een beetje raar.
'Is dit verplicht?' is de eerste reactie van een studente.
'Verplicht?'
'Ja?' zegt de studente.
'Nee,' zeg ik. 'Daarom las ik het niet voor. Maar hoezo?'
'Dus we hoeven het niet verplicht te lezen?'
'Hier is niets verplicht,' zeg ik.
Even later vraag ik me af of ik iets verkeerds gezegd heb. Zou je ze moeten verplichten?
Een docent is geen echt mens. Dat was ik vergeten. Nou ja, de docent is natuurlijk wel een echt mens, dat weet iedereen, maar de docent komt van elders. Het is een wezen waar je geen echt contact mee hoeft te maken. Je luistert ernaar. In het beste geval met interesse. Je komt en je gaat. Het is jouw tijd. Niet die van de docent. Tot gisteren heb ik ook nooit over de docent als mens gedacht. De docent die teveel menselijke trekjes vertoonde vond ik een beetje raar.
woensdag 22 september 2010
ijsje
Op deze datum, heel wat jaren geleden al, werd ik gebeld en daarna ging ik meteen naar Agnès B. Ik kocht daar een blouse, een jasje en een pantalon. Geen zwart. Een bijzondere kleur rood en het geweldigste grijs. De prijs nog in guldens. Heel veel guldens. Meer dan ik er had. Maar dat kon me niets schelen. Het ging erom dat ik er goed opstond. Op de begrafenis.
Voor het eerst droeg ik mijn eigen tekst voor, die op het bidprentje afgedrukt was. Maar niet in de goede versie. Er stond 'appel' waar ik 'ijsje' neergezet had. Ik had de verandering goedgekeurd - wie maakt zich in tijden van overlijden nou druk om appel of ijsje? - maar nog steeds vind ik dat er ijsje had moeten staan. En ik herinner me dat er in de familie wat rumoer was over het ik-perspectief van het stukje. Terwijl ik daarmee iets algemeens bedoelde, niet alleen ik. Dat is goed gekomen.
Het voordragen in de kapel. Het was de eerste keer dat ik merkte dat het het beste is zelf je tekst te doen, in plaats van acteurs. Jij bent zelf toch degene die iets wil zeggen, niet die ander.
Van die dure blouse kreeg je zweetplekken onder je oksel, dus heb ik 'm nooit meer aangehad.
Voor het eerst droeg ik mijn eigen tekst voor, die op het bidprentje afgedrukt was. Maar niet in de goede versie. Er stond 'appel' waar ik 'ijsje' neergezet had. Ik had de verandering goedgekeurd - wie maakt zich in tijden van overlijden nou druk om appel of ijsje? - maar nog steeds vind ik dat er ijsje had moeten staan. En ik herinner me dat er in de familie wat rumoer was over het ik-perspectief van het stukje. Terwijl ik daarmee iets algemeens bedoelde, niet alleen ik. Dat is goed gekomen.
Het voordragen in de kapel. Het was de eerste keer dat ik merkte dat het het beste is zelf je tekst te doen, in plaats van acteurs. Jij bent zelf toch degene die iets wil zeggen, niet die ander.
Van die dure blouse kreeg je zweetplekken onder je oksel, dus heb ik 'm nooit meer aangehad.
Abonneren op:
Posts (Atom)