Het was de avond van Gerbrand Bakker en er werden allemaal mooie dingen over hem en zijn werk gezegd. Maar ik bleek naast Dolf Verroen te zitten. De kinderboekenschrijver. Van 'De kat in de gordijnen.'
Een van de eerste boeken die ik zelf las, en ik weet ook nog dat mijn moeder de verhaaltjes aan mij voorlas. Over de vader die uit zijn werk kwam en in zijn broek gepoept had. En over een heel woedend meisje. Het trof mij diep.
'Dolf Verroen, dat is een goede schrijver,' hoor ik mijn moeder nog zeggen. 'Daar mag je wel een boek van.'
Nou, daar zat ik dus naast, gisteravond.
'En wie ben jij?' vroeg Dolf Verroen.
'Elke,' zei ik. Volgens mij hebben we handen geschud. Daarna keek ik voor me.
Er werden odes gebracht aan Gerbrand Bakker. Maar ik bestudeerde de opvallende ring van Dolf Verroen. De stof van zijn zwarte pantalon. Zijn bril. Ik zag mezelf als kind in mijn slaapkamer vol schrootjes en hoe ik 'De kat in de gordijnen' spelde. Kinderboekenschrijvers waren mijn helden. Ze kwamen van een andere planeet dan de mijne en ik was allang blij dat ik hun signalen mocht opvangen. Nooit had ik toen kunnen denken, dat ik daar ooit - in het echt - naast zou zitten.
In mijn hoofd repeteerde ik wat ik tegen Dolf Verroen zou zeggen. En toen de avond voorbij was, ben ik snel opgestaan en weggelopen.
Terwijl ik best veel schrijvers in het echt zie, zou je zeggen. Maar die doen me niks.
vrijdag 29 oktober 2010
donderdag 28 oktober 2010
Wat zeg je dan?
'Je moet voortaan ècht een hand geven, hè?' zeg ik tegen Jeetje. 'Je bent vijf. Dat kan zo niet langer.'
'Ja,ja,' zegt Jeetje.
'Als er iemand op bezoek is, geef je een hand, je kijkt iemand aan en zegt 'hallo'. Kom op zeg.'
'Waarom moet je iemand ook aankijken?' vraagt Jeetje.
'Dat is beleefd.'
'Waarom?'
'Dat is aardig. Vriendelijk. Daarmee zeg je feitelijk: hier ben ik en ik zie jou.'
Ikzelf ben geen enthousiast handenschudder. Ik moet dan al mijn zeilen bijzetten. Het is een klein krachttoer. Dat zie je aan mij. Zeker het scherpe oog van Jeetje ontgaat weinig. Als het maar even mogelijk is, doe ik het niet. Ga ik zogenaamd druk in de weer met andere dingen en sla zo het verwelkomen over.
Zo gaat het ook als we bij een feestje aankomen. Half in de deuropening steek ik m'n hand op, - alsof ik van de politie ben en een stopsein maak - zeg 'Hallo' en verdwijn zo snel mogelijk in een gesprek met één persoon. En bij het afscheid? Jeetje en ik, we verdwijnen gewoon. We bedanken niets en niemand.
Maar dat moet Jeetje intussen wel een keer gaan doen. Ze is al vijf.
'Ja,ja,' zegt Jeetje.
'Als er iemand op bezoek is, geef je een hand, je kijkt iemand aan en zegt 'hallo'. Kom op zeg.'
'Waarom moet je iemand ook aankijken?' vraagt Jeetje.
'Dat is beleefd.'
'Waarom?'
'Dat is aardig. Vriendelijk. Daarmee zeg je feitelijk: hier ben ik en ik zie jou.'
Ikzelf ben geen enthousiast handenschudder. Ik moet dan al mijn zeilen bijzetten. Het is een klein krachttoer. Dat zie je aan mij. Zeker het scherpe oog van Jeetje ontgaat weinig. Als het maar even mogelijk is, doe ik het niet. Ga ik zogenaamd druk in de weer met andere dingen en sla zo het verwelkomen over.
Zo gaat het ook als we bij een feestje aankomen. Half in de deuropening steek ik m'n hand op, - alsof ik van de politie ben en een stopsein maak - zeg 'Hallo' en verdwijn zo snel mogelijk in een gesprek met één persoon. En bij het afscheid? Jeetje en ik, we verdwijnen gewoon. We bedanken niets en niemand.
Maar dat moet Jeetje intussen wel een keer gaan doen. Ze is al vijf.
woensdag 27 oktober 2010
Blijf
Ik heb vandaag, toen ik even beneden was, een heel prachtige hond gezien. Die bleek hier op bezoek met zijn baasjes.
'Wat is dat voor een prachtige hond,' zei ik.
'Hij is niet alleen heel mooi, maar ook bijzonder,' zeiden zij.
Dat kon ik goed geloven. Zo zag hij er ook uit.
Toen zijn baasjes even later ons huis gingen bekijken, werd de hond gezegd onder de tafel te blijven liggen. Dat zou hij zeker doen.
'Hij luistert naar iedereen, dat is het bijzondere.' Zijn baasjes liepen de trap al op. 'Je hoeft alleen maar 'blijf' te zeggen.'
Ik zei: 'Blijf.' Maar hij bleef niet echt. Dat gaf eigenlijk niets. Hij was toch altijd lief, hadden ze gezegd. Het was een hond met een stamboom.
De hond stak zijn neus door de spijlen van de box. Ik denk dat de baby vooral zou zeggen dat ze de hond zo groot vond, als ze iets had kunnen zeggen. Niet dat hij zo mooi was. Baby's en schoonheid, dat bijt mekaar.
'Blijf!' zei ik weer.
'Wat is dat voor een prachtige hond,' zei ik.
'Hij is niet alleen heel mooi, maar ook bijzonder,' zeiden zij.
Dat kon ik goed geloven. Zo zag hij er ook uit.
Toen zijn baasjes even later ons huis gingen bekijken, werd de hond gezegd onder de tafel te blijven liggen. Dat zou hij zeker doen.
'Hij luistert naar iedereen, dat is het bijzondere.' Zijn baasjes liepen de trap al op. 'Je hoeft alleen maar 'blijf' te zeggen.'
Ik zei: 'Blijf.' Maar hij bleef niet echt. Dat gaf eigenlijk niets. Hij was toch altijd lief, hadden ze gezegd. Het was een hond met een stamboom.
De hond stak zijn neus door de spijlen van de box. Ik denk dat de baby vooral zou zeggen dat ze de hond zo groot vond, als ze iets had kunnen zeggen. Niet dat hij zo mooi was. Baby's en schoonheid, dat bijt mekaar.
'Blijf!' zei ik weer.
dinsdag 26 oktober 2010
Mijn kiender
Op de terugweg, met twee slapende kiender voor in de bakfiets, vroeg ik me af hoe ik het huis zou aantreffen.
Een totale chaos was nog het minst erge. Mijn computer weg? Geen probleem. Mijn werk was in een pril stadium.
Nee, ik moest er rekening mee houden dat hij zich schuilhield in één van onze kamers. En als ik dan met mijn twee kiender in de woonkamer zat - met een warm kopje thee voor de één en een warm flesje melk voor de ander - zou hij na een uurtje opduiken. Hij zou door het trapgat naar beneden springen.
Of ik zou de voordeur opendoen met in mijn kielzog mijn twee kiender. De baby op de arm. De kleuter liep alvast vooruit. Zij zou de eerste zijn die de blote voeten in het trapgat zag hangen. De aanblik hiervan zou haar hele leven veranderen. De point of no return. De vrolijke Jeetje veranderde in een somber meisje dat in de puberteit besloot in zichzelf te gaan snijden.
Zijn racefiets was weg toen wij aankwamen. Maar dat zegt niet alles. Ik ben niet wereldvreemd. In de woonkamer speelde de muziek nog. En de toiletdeur bleek aan de buitenkant op slot. Met een schroevendraaier poerde ik 'm open. Ik duwde Jeetje een beetje naar achteren. Met mijn hand beschermde ik haar ogen. Maar dit was niet nodig.
Op het aanrecht vond ik een briefje.
Er stond: 'Dag beste mensen. Zouden jullie deze spullen willen kopen. Glorix. Antikal. Groet de schoonmaker.'
Een totale chaos was nog het minst erge. Mijn computer weg? Geen probleem. Mijn werk was in een pril stadium.
Nee, ik moest er rekening mee houden dat hij zich schuilhield in één van onze kamers. En als ik dan met mijn twee kiender in de woonkamer zat - met een warm kopje thee voor de één en een warm flesje melk voor de ander - zou hij na een uurtje opduiken. Hij zou door het trapgat naar beneden springen.
Of ik zou de voordeur opendoen met in mijn kielzog mijn twee kiender. De baby op de arm. De kleuter liep alvast vooruit. Zij zou de eerste zijn die de blote voeten in het trapgat zag hangen. De aanblik hiervan zou haar hele leven veranderen. De point of no return. De vrolijke Jeetje veranderde in een somber meisje dat in de puberteit besloot in zichzelf te gaan snijden.
Zijn racefiets was weg toen wij aankwamen. Maar dat zegt niet alles. Ik ben niet wereldvreemd. In de woonkamer speelde de muziek nog. En de toiletdeur bleek aan de buitenkant op slot. Met een schroevendraaier poerde ik 'm open. Ik duwde Jeetje een beetje naar achteren. Met mijn hand beschermde ik haar ogen. Maar dit was niet nodig.
Op het aanrecht vond ik een briefje.
Er stond: 'Dag beste mensen. Zouden jullie deze spullen willen kopen. Glorix. Antikal. Groet de schoonmaker.'
maandag 25 oktober 2010
Alles onder controle
De baby speelde op het kleed met een plastic telefoon. De kleuter zat aan tafel en kleide met de kleuren, blauw, geel en roze. Ze maakte een zon, een maan, een ster. Ik dacht dat ik alles onder controle had, tot ik vanuit een ooghoek de man zag. Hij stond bij de trapleuning naar ons te loeren, in een groot grijs vest met capuchon en op zijn hoofd een roze gebreid mutsje.
Ik begon over mijn hele lijf te trillen. Ik dacht dat we er geweest waren.
Maar het bleek geen man te zijn. We gebruiken de trapleuning soms als kapstok.
Het aantal mannen dat zich hier in huis, als ik per ongeluk even opkijk, op blijkt te houden, groeit met het uur. Lang niet slapen zal een mens uiteindelijk tot waanzin drijven.
Ik begon over mijn hele lijf te trillen. Ik dacht dat we er geweest waren.
Maar het bleek geen man te zijn. We gebruiken de trapleuning soms als kapstok.
Het aantal mannen dat zich hier in huis, als ik per ongeluk even opkijk, op blijkt te houden, groeit met het uur. Lang niet slapen zal een mens uiteindelijk tot waanzin drijven.
zaterdag 23 oktober 2010
Zegeningen
'Het zijn de zegeningen van het ouderschap,' zegt de weekenddokter glimlachend.
Met kleine ogen turen we de verte in. Daar waar de slaap heerst, en wij steeds maar niet mogen komen. Het is weer een dag. We zijn met z'n allen bij de huisartsenpost aan de Wibautstraat. Het consult is afgelopen. We moeten alleen terugkomen als ze geen adem meer krijgt.
'Ik heb er al veel van dezen gezien de afgelopen week,' zegt hij. 'Eentje had een longontsteking.'
'Maar de onze niet, toch?'
'Nog niet.'
'Ze drinkt nauwelijks. Hoe moet dat dan?'
'O, die kleintjes kunnen wel een maand zonder eten.'
'Een maand?'
'Deze is nog levendig genoeg. Ze weert zich af. Ze wil de stethoscoop pakken. Allemaal heel positief.'
'Ja, ja.'
De dokter kijkt ons überrustig aan.
'Het duurt nog wel zeven nachten,' zegt hij. 'Zo'n kleintje heeft nog niet zo veel afweerstoffen als wij hebben. Zij moeten dat allemaal nog opbouwen.'
Met kleine ogen turen we de verte in. Daar waar de slaap heerst, en wij steeds maar niet mogen komen. Het is weer een dag. We zijn met z'n allen bij de huisartsenpost aan de Wibautstraat. Het consult is afgelopen. We moeten alleen terugkomen als ze geen adem meer krijgt.
'Ik heb er al veel van dezen gezien de afgelopen week,' zegt hij. 'Eentje had een longontsteking.'
'Maar de onze niet, toch?'
'Nog niet.'
'Ze drinkt nauwelijks. Hoe moet dat dan?'
'O, die kleintjes kunnen wel een maand zonder eten.'
'Een maand?'
'Deze is nog levendig genoeg. Ze weert zich af. Ze wil de stethoscoop pakken. Allemaal heel positief.'
'Ja, ja.'
De dokter kijkt ons überrustig aan.
'Het duurt nog wel zeven nachten,' zegt hij. 'Zo'n kleintje heeft nog niet zo veel afweerstoffen als wij hebben. Zij moeten dat allemaal nog opbouwen.'
donderdag 21 oktober 2010
Met pensioen
Jeetje oefent een liedje voor een juffrouw die met pensioen gaat. Halverwege stopt ze.
'Wat is 'met pensioen' eigenlijk?'
Ik leg uit wat het betekent als mensen met pensioen gaan.
'Hoeveel nachtjes slapen is het nog voordat ik met pensioen mag, mama?'
'Nog heel veel nachtjes voor jij met pensioen gaat.'
'Maar voor Deetje duurt het nòg veel langer, hè?' zegt Jeetje tevreden, 'tot zij eindelijk met pensioen mag.'
Ik knik. Om over mijn pensioen nog maar te zwijgen.
'Wat is 'met pensioen' eigenlijk?'
Ik leg uit wat het betekent als mensen met pensioen gaan.
'Hoeveel nachtjes slapen is het nog voordat ik met pensioen mag, mama?'
'Nog heel veel nachtjes voor jij met pensioen gaat.'
'Maar voor Deetje duurt het nòg veel langer, hè?' zegt Jeetje tevreden, 'tot zij eindelijk met pensioen mag.'
Ik knik. Om over mijn pensioen nog maar te zwijgen.
Abonneren op:
Posts (Atom)