Steeds geïrriteerder raak ik om dat koningsspelletje, de bloedlijnen, om alles wat maar automatisch van generatie op generatie doorgegeven wordt. Dat die familie nou toevallig de opvolger van de koningin mag brengen. Wat voor type het ook is. Nou ja, hij had geen syndroom van Down mogen hebben. Terwijl hij dan de ceremoniële kant geweldig goed zou kunnen vervullen. Maar onze nieuwe koning heeft geen Downsyndroom. Het is een corps-bal met een slimme vrouw die is toegegroeid naar zijn nieuwe rol en we moeten blijkbaar allemaal een beetje bang zijn voor zijn koppigheid. Die zou in deze rol kunnen versterken. Ook hoor ik nu steeds dat Beatrix onze vervang-moeder was. De moeder van ons allemaal. Maar ik voel niets bij haar. Misschien komt dat omdat ze nooit bij me thuis is geweest.
woensdag 30 januari 2013
maandag 28 januari 2013
Keuzevrijheid
Het weekend begon in een café op de Zeedijk. Mijn vriendin en ik zaten aan tafel bij de man die ons stomdronken aan bleef staren. We wilden het over zeer geheime en persoonlijke zaken gaan hebben, maar dat ging op deze manier helemaal niet. Niet met een constant glimlachende toehoorder.
'Ik wil in het Engels overschakelen,' fluisterde vriendin. 'Maar dat heeft natuurlijk ook geen zin.'
Ik schudde mijn hoofd. In het Engels overschakelen deed je bij kinderen. Maar deze man was geen kind.
'Dames iets drinken?'
Het nee-schudden. We vielen steeds meer stil. Het café vulde zich met steeds meer dronkemannen en pas toen we in de hoek gedrukt werden, als twee vliegen tegen de muur geplakt, onze beentjes half in de lucht omdat er geen plaats meer was om ze neer te zetten, kwamen we op het idee om op te staan. Het café te verlaten. Buiten haalden we allebei diep adem. Alsof we veel te lang onder water geweest waren.
'Ik wil in het Engels overschakelen,' fluisterde vriendin. 'Maar dat heeft natuurlijk ook geen zin.'
Ik schudde mijn hoofd. In het Engels overschakelen deed je bij kinderen. Maar deze man was geen kind.
'Dames iets drinken?'
Het nee-schudden. We vielen steeds meer stil. Het café vulde zich met steeds meer dronkemannen en pas toen we in de hoek gedrukt werden, als twee vliegen tegen de muur geplakt, onze beentjes half in de lucht omdat er geen plaats meer was om ze neer te zetten, kwamen we op het idee om op te staan. Het café te verlaten. Buiten haalden we allebei diep adem. Alsof we veel te lang onder water geweest waren.
vrijdag 25 januari 2013
Bevroren en gestolen
Wij fietsen door het Diemerpark. Er schaatsen mensen op de Zeeburgerbaai.
'Het water is gestolen en de slee is bevlolen?' zegt Deetje.
'Nee, het water is bevroren en de slee is gestolen.'
'De slee is gestolen', zegt Deetje, 'andere kinderen hebben onze slee afgepakt.'
'Ja.'
'Dat mag niet.'
'Nee, zeker niet.'
'Het water is niet weg. Het water is bevlolen.'
'Bevroren.'
'Ja, bevlolen niet gestolen,' zegt ze. 'Maar waar zwemmen de eendjes nu dan?'
'Het water is gestolen en de slee is bevlolen?' zegt Deetje.
'Nee, het water is bevroren en de slee is gestolen.'
'De slee is gestolen', zegt Deetje, 'andere kinderen hebben onze slee afgepakt.'
'Ja.'
'Dat mag niet.'
'Nee, zeker niet.'
'Het water is niet weg. Het water is bevlolen.'
'Bevroren.'
'Ja, bevlolen niet gestolen,' zegt ze. 'Maar waar zwemmen de eendjes nu dan?'
donderdag 24 januari 2013
Perspectief
Iemand wees me er net op dat ik op de wij-vorm overschakelde zodra mij iets gevraagd werd.
Het idee dat we hierbinnen met meer zijn, heeft me altijd erg aangesproken. Iemand, niemand en honderdduizend van Pirandello vond ik ooit geweldig.
We zijn ook met meer natuurlijk, maar waar ben ik?
Het onbetrouwbare ik-perspectief daar ging mijn les gisteren ook over. De ik-beleving. De ik-vertelling. Een cursist had er moeite mee een andere 'ik' neer te zetten dan hijzelf. Zich te verplaatsen in een andere ik. Ik heb geen moeite me te verplaatsen. Wel moeite me niet te verplaatsen. Maar ook dan kan het ik-perspectief moeilijk zijn. Want er moet een vertrekpunt zijn.
Die avond kwamen man, buurman en ik erop dat verandering van perspectief de tijd waarin we nu leven kenmerkte. Niets is nog duidelijk. Alles en iedereen valt van z'n voetstuk. De banken, de wielrenners, de mensen die we dachten te kennen. We moeten onze mening steeds herzien. En net als we dat gedaan hebben, komt er weer een ander perspectief bij.
Eh..ik. Ik herzie.
Het idee dat we hierbinnen met meer zijn, heeft me altijd erg aangesproken. Iemand, niemand en honderdduizend van Pirandello vond ik ooit geweldig.
We zijn ook met meer natuurlijk, maar waar ben ik?
Het onbetrouwbare ik-perspectief daar ging mijn les gisteren ook over. De ik-beleving. De ik-vertelling. Een cursist had er moeite mee een andere 'ik' neer te zetten dan hijzelf. Zich te verplaatsen in een andere ik. Ik heb geen moeite me te verplaatsen. Wel moeite me niet te verplaatsen. Maar ook dan kan het ik-perspectief moeilijk zijn. Want er moet een vertrekpunt zijn.
Die avond kwamen man, buurman en ik erop dat verandering van perspectief de tijd waarin we nu leven kenmerkte. Niets is nog duidelijk. Alles en iedereen valt van z'n voetstuk. De banken, de wielrenners, de mensen die we dachten te kennen. We moeten onze mening steeds herzien. En net als we dat gedaan hebben, komt er weer een ander perspectief bij.
Eh..ik. Ik herzie.
woensdag 23 januari 2013
Het zwijgen
Door dit filmpje dacht ik weer na over het zwijgen. Waar ik vandaan kom, wordt veel gezwegen. Ik zwijg zelf ook meer dan ik aanvankelijk dacht. Zelfs tegen mezelf zeg ik niet alles.
'Praten heeft geen zin,' zei mijn moeder laatst nog aan de telefoon. 'We moeten de dingen in ons eentje verwerken. Elk voor zich.'
Ik zei daar niets op.
Vroeger werd er bij ons aan de keukentafel wel gepraat. Maar zodra het over onszelf ging, zwegen we, gingen we geruisloos uiteen. Ieder ons eigen ding doen, ergens in het huis. Tot het voorbij was.
Dan kon er weer gewoon gepraat worden. Over anderen. En daarmee soms, zijdelings, over onszelf.
'Praten heeft geen zin,' zei mijn moeder laatst nog aan de telefoon. 'We moeten de dingen in ons eentje verwerken. Elk voor zich.'
Ik zei daar niets op.
Vroeger werd er bij ons aan de keukentafel wel gepraat. Maar zodra het over onszelf ging, zwegen we, gingen we geruisloos uiteen. Ieder ons eigen ding doen, ergens in het huis. Tot het voorbij was.
Dan kon er weer gewoon gepraat worden. Over anderen. En daarmee soms, zijdelings, over onszelf.
dinsdag 22 januari 2013
Wie kuste ik?
Er was het moment waarop ik Deetje gedag zei en glimlachte naar de leidster van het kinderdagverblijf en ik ineens niet zeker meer wist wie ik daarnet nou gekust had, was zij het, keek ze me daarom zo schalks lachend aan en waarom kleurden haar wangen rood en toen meteen de mijne ook? Had ik in alle hectiek per ongeluk de verkeerde gekust? Had ik de achtentwintigjarige leidster een enthousiaste dikke zoen op haar wang gegeven terwijl ik mijn tweejarige dochter een hele fijne dag wenste? Ik wist het niet meer. Zij zei er niets van. Toen ik de kou weer inging om samen met Jeetje naar school te lopen, zwaaiden Deetje en de leidster ons uit. Allebei even enthousiast leek wel.
maandag 21 januari 2013
Hoop
We keken DWDD toen ik weer gebeld werd door Peter die zich nu Rick noemde. Ik zonderde me meteen af.
'Dag Elke, je weet toch wie ik ben?'
'Ja natuurlijk. Peter! Peter Rutten!'
'Nee. Rick.'
'O. Rick. Rick?'
Het gesprek werd een herhaling van zetten. Ook Rick belde voor een kletsje. De tweede keer werkt zoiets niet. Rick wilde niet zeggen waarvoor hij belde noch wilde hij zeggen waar ik hem van zou moeten kennen. Rick deed professioneel vaag. Ik hoorde aan het accent dat Rick uit Nijmegen kwam en toen ik het vroeg, bevestigde hij dat inderdaad. Maar wat kon mij het eigenlijk schelen dat Rick uit Nijmegen kwam? Waarom verspilde ik mijn tijd aan Rick? Misschien kwam het omdat ik ziekjes ben en dus toch al bezig met tijd verspillen? Misschien hoopte ik dat Rick met iets interessants zou komen? Dat hoop ik heel vaak als ik met mensen praat.
Maar Rick vroeg naar mijn weekend 'lekker weekend gehad?' en vertelde over zijn lekkere weekend, hij was er nogal druk mee. Ik vroeg mij af waarom mensen toch altijd zo over het weekend zeuren. Ik had het gevoel dat het weekend alweer dagen achter me lag. Maar het bleek gisteren nog weekend te zijn geweest. Daar kon ik ineens niet over uit. De tijd ging erg veel langzamer dan ik dacht.
Toen ik zei dat ik wel klaar was met het gesprek, zei Rick: 'Dat is goed.' Ook al niet erg boeiend.
'Dag Elke, je weet toch wie ik ben?'
'Ja natuurlijk. Peter! Peter Rutten!'
'Nee. Rick.'
'O. Rick. Rick?'
Het gesprek werd een herhaling van zetten. Ook Rick belde voor een kletsje. De tweede keer werkt zoiets niet. Rick wilde niet zeggen waarvoor hij belde noch wilde hij zeggen waar ik hem van zou moeten kennen. Rick deed professioneel vaag. Ik hoorde aan het accent dat Rick uit Nijmegen kwam en toen ik het vroeg, bevestigde hij dat inderdaad. Maar wat kon mij het eigenlijk schelen dat Rick uit Nijmegen kwam? Waarom verspilde ik mijn tijd aan Rick? Misschien kwam het omdat ik ziekjes ben en dus toch al bezig met tijd verspillen? Misschien hoopte ik dat Rick met iets interessants zou komen? Dat hoop ik heel vaak als ik met mensen praat.
Maar Rick vroeg naar mijn weekend 'lekker weekend gehad?' en vertelde over zijn lekkere weekend, hij was er nogal druk mee. Ik vroeg mij af waarom mensen toch altijd zo over het weekend zeuren. Ik had het gevoel dat het weekend alweer dagen achter me lag. Maar het bleek gisteren nog weekend te zijn geweest. Daar kon ik ineens niet over uit. De tijd ging erg veel langzamer dan ik dacht.
Toen ik zei dat ik wel klaar was met het gesprek, zei Rick: 'Dat is goed.' Ook al niet erg boeiend.
Abonneren op:
Posts (Atom)