Het is een maandag die geen maandag is omdat het donderdag is. Maar dat is dan ook het enige verschil. De week gaat snel. Het is nog geen februari maar het voorjaar is al bijna weer afgelopen en het nieuwe boek nog steeds niet af. Deze maandag begon met 'Mama, heeft een ochtendhumeur.' En nu zit ik alweer in mijn renkleren te wachten tot ik opgehaald wordt door een vriendin. In het donker, naast de houtkachel. Met een nieuwe linker en rechtersok. De poes mauwt weer zo angstaanjagend, net als gisteren rond deze tijd. Ze is acht maanden nu en definitief geen babypoesje meer. Ik heb ergens op deze dag de dierenarts gebeld die haar zo snel mogelijk weer onvruchtbaar moet maken. Voor het te laat is. Over poesje gesproken. Het woord kut kunnen we vervangen voor vagijn, las ik in een discussie op Facebook. Omdat een kutdag een negatieve connotatie heeft, dat is het geval met alles waar kut voor staat, en een vagijndag nog klinkt als valentijndag. Maar dan minder commercieel.
En nu zit ik alweer naast de kachel, maar heb ik acht punt twee kilometer gerend waarvan het laatste stukje kei hard. En tijdens de sprint voelde ik dat ik door de maandag heen rende, ik voelde dat ik er doorheen aan het breken was.
Als het geen donderdag was geweest.
donderdag 30 januari 2014
dinsdag 28 januari 2014
Ik wil winnen
De kaarten vliegen door de kamer en Deetje (3,5) rent erachteraan.
'Ik wil winnen!' gilt ze. 'Ik wil winnen!'
'We zullen het spelletje niet meer doen,' zeg ik.
'Jawel,' krijst ze. 'Jaaaaaa wel!
'Nee hoor, als jij zo raar doet, kunnen we geen spelletjes meer doen.'
In een hoek zijgt ze neer. Alsof er net een wereld is vergaan, in plaats van een spelletje memorie verloren.
'Het gaat om het spelletje, niet om het wínnen.'
'Ik wil winnen.' Haar stem is schor.
'Je kunt een andere keer nog winnen.'
'Ik wil nu winnen.'
'Nee, het gaat er om dat wij gezellig een spelletje doen.'
'Maar ik wil wihinnen.' Deetje stort zich in mijn armen en blijft zacht snikken. Jeetje (8,5) zet het liedje van Kinderen voor Kinderen in. 'Moet ik dan altijd een winnaar zijn. Ik doe echt m'n best maar voel me soms zo klein. En wat is er zo erg aan de laatste zijn?'
'Ik wil winnen!' gilt ze. 'Ik wil winnen!'
'We zullen het spelletje niet meer doen,' zeg ik.
'Jawel,' krijst ze. 'Jaaaaaa wel!
'Nee hoor, als jij zo raar doet, kunnen we geen spelletjes meer doen.'
In een hoek zijgt ze neer. Alsof er net een wereld is vergaan, in plaats van een spelletje memorie verloren.
'Het gaat om het spelletje, niet om het wínnen.'
'Ik wil winnen.' Haar stem is schor.
'Je kunt een andere keer nog winnen.'
'Ik wil nu winnen.'
'Nee, het gaat er om dat wij gezellig een spelletje doen.'
'Maar ik wil wihinnen.' Deetje stort zich in mijn armen en blijft zacht snikken. Jeetje (8,5) zet het liedje van Kinderen voor Kinderen in. 'Moet ik dan altijd een winnaar zijn. Ik doe echt m'n best maar voel me soms zo klein. En wat is er zo erg aan de laatste zijn?'
maandag 27 januari 2014
Munttheevrouw
Ik fietste naar de P. omdat ik een lunchafspraak had. Ik bestelde alvast verse muntthee. Tegenwoordig schaam ik me als ik muntthee bestel omdat ik overal lees dat het 'bepaalde types' zijn die daar om vragen. Zo ook met witte wijn. Witte wijn en munttheevrouwen; die schijnen gru-we-lijk te zijn. Daar wil je niet dood mee gevonden worden.
Maar ik dronk de thee gewoon rustig en keek de ruimte rond. Ik meende me te herinneren dat ik hier ooit bij een trouwborrel van vrienden was geweest. Ik dacht aan hun lange, pijnlijke scheiding. Daarna stond ik op om een krantje te pakken. Bij de leestafel vond ik alleen maar zaterdagkranten. Ik ging weer zitten en keek op mijn telefoon. Op twitter kwam weer de longlist van de Libris voorbij. Ik klikte twitter weg. Op Facebook diezelfde lijst. Ik klikte Facebook weg, zoop mijn glas leeg. Toen kwam mijn lunchafspraak binnen. Ze bestelde een muntthee. Die schaamt zich nergens voor, dacht ik. We begonnen met bijpraten. Het ging eerst over dissociëren en plezier hebben - hoeveel plezier moet een mens per dag eigenlijk hebben? - en daarna hadden we het over walls of fame.
Maar ik dronk de thee gewoon rustig en keek de ruimte rond. Ik meende me te herinneren dat ik hier ooit bij een trouwborrel van vrienden was geweest. Ik dacht aan hun lange, pijnlijke scheiding. Daarna stond ik op om een krantje te pakken. Bij de leestafel vond ik alleen maar zaterdagkranten. Ik ging weer zitten en keek op mijn telefoon. Op twitter kwam weer de longlist van de Libris voorbij. Ik klikte twitter weg. Op Facebook diezelfde lijst. Ik klikte Facebook weg, zoop mijn glas leeg. Toen kwam mijn lunchafspraak binnen. Ze bestelde een muntthee. Die schaamt zich nergens voor, dacht ik. We begonnen met bijpraten. Het ging eerst over dissociëren en plezier hebben - hoeveel plezier moet een mens per dag eigenlijk hebben? - en daarna hadden we het over walls of fame.
woensdag 22 januari 2014
Conclusie
Op een weblog las ik vandaag een stuk over de stolp waarin wij in Nederland leven. Het vacuüm. Hier is alles goed en rustig en vrij. En dat we dat eens zouden moeten waarderen. Op de radio hoorde ik iemand zeggen dat er hier niets is waar wij voor hoeven vechten en dat dat eigenlijk jammer is.
Op de televisie beelden van verhongerde mannen in foetushoudingen. Beestachtige martelingen. In de krant las ik over de uiterst moeizame vredesconferentie over Syrië. Via Facebook kreeg ik 'de tien vragen die je niet durfde stellen over Syrië' onder ogen. Wat is daar nou precies aan de hand?
Deze avond vroeg ik mijn cursisten verhalen van zestig woorden te schrijven, waarbij de situatie eerst goed, rustig en positief is en daarna vol problemen, bedreiging en angst.
Misschien denk je dat er nog een conclusie moet zijn, maar die is er niet.
Op de televisie beelden van verhongerde mannen in foetushoudingen. Beestachtige martelingen. In de krant las ik over de uiterst moeizame vredesconferentie over Syrië. Via Facebook kreeg ik 'de tien vragen die je niet durfde stellen over Syrië' onder ogen. Wat is daar nou precies aan de hand?
Deze avond vroeg ik mijn cursisten verhalen van zestig woorden te schrijven, waarbij de situatie eerst goed, rustig en positief is en daarna vol problemen, bedreiging en angst.
Misschien denk je dat er nog een conclusie moet zijn, maar die is er niet.
dinsdag 21 januari 2014
Omgaan met tijd
11.07 u. Op een kladblokje naast m'n toetsenbord noteer ik steeds hoe laat het is, om de tijd niet weg te laten glippen. Ik wil de uren in de hand houden. Mijn eigen tijd goed indelen. Ik heb vandaag in principe tot 15.00 u. Om de haverklap kijk ik op het blokje om te zien hoe laat het net was en om op te schrijven hoe laat het nu is, en dan ga ik na wat ik in die tussentijd precies gedaan heb. Soms geef ik online les als tutor. Soms, zoals nu, schrijf ik een blog. Of ik kijk op Facebook om de bezigheden van mijn online vrienden te checken, of ze nog iets leuk gevonden hebben van mij of van anderen. Daarnet stuitte ik op een filmpje over waarom schrijvers drinken en dacht aan al de mensen die geen schrijver zijn en toch drinken. Maar als ik dadelijk ga beginnen, eindelijk het document open, zet ik de wekker eerst op vijfenvijftig minuten. Die vijfenvijftig minuten duren langer. Zoals ook de tien minuten die mijn dochter pianospeelt, langer lijken als ik de wekker zet. Maar ook korter. Het heeft iets met afbakenen te maken. De tijd laten groeien en afbakenen. 11.16 u.
Dit stukje nalezen, schrappen, veranderen. 11.19 u.
Dit stukje nalezen, schrappen, veranderen. 11.19 u.
maandag 20 januari 2014
Niets meer aan te doen
We sjeesden regelrecht van radio L1 in Venlo naar het bejaardentehuis in Gennep waar oma (98) in bed ligt. Ze zag er beter uit dan de vorige keer. Haar gezicht was voller. Haar wangen roder. Misschien was het ook omdat ze nu haar gebit in had.
Ze zei: 'De dokter heeft gezegd dat ik alles mocht eten en drinken. Er was helemaal niets wat ik niet mocht hebben.'
'Ja?'
'Weet je wel wat dat inhoudt, Elke?'
'Nou?'
'Dat er niets meer aan te doen is,' zei ze. 'Ze kunnen er niks meer aan doen.' Oma sprak elk woord zorgvuldig uit en keek me aan.
'O ja.' Ik sloeg mijn ogen neer. Het werd stil in de kamer. Hier zat ik dan aan de rand van oma's bed en er was niets meer aan te doen. Al zag ze er goed uit vandaag. Maar daar durfde ik niet over te beginnen.
'Heb je zin in een stukje chocola, oma?'
We aten chocola uit het schaaltje dat op tafel stond; oma, mijn moeder en ik. En meer deden we niet.
Ze zei: 'De dokter heeft gezegd dat ik alles mocht eten en drinken. Er was helemaal niets wat ik niet mocht hebben.'
'Ja?'
'Weet je wel wat dat inhoudt, Elke?'
'Nou?'
'Dat er niets meer aan te doen is,' zei ze. 'Ze kunnen er niks meer aan doen.' Oma sprak elk woord zorgvuldig uit en keek me aan.
'O ja.' Ik sloeg mijn ogen neer. Het werd stil in de kamer. Hier zat ik dan aan de rand van oma's bed en er was niets meer aan te doen. Al zag ze er goed uit vandaag. Maar daar durfde ik niet over te beginnen.
'Heb je zin in een stukje chocola, oma?'
We aten chocola uit het schaaltje dat op tafel stond; oma, mijn moeder en ik. En meer deden we niet.
vrijdag 17 januari 2014
Heel anders
In de trein naar Maastricht, ik denk ter hoogte van Weert, moest ik Revolutionairy road opzij leggen om het verhaal Lastmens te gaan lezen. Het was jaren geleden dat ik dat gedaan had. Het kwam mij voor als eeuwen terug. Maar dat kon niet waar zijn. Voorin stond dat het boek in 2010 uitgekomen was. Ik was op weg naar de kunstacademie om te praten over dit verhaal. De studenten audio-visueel wilden er een korte film van maken.
Het viel me helemaal niet tegen. Het woord negerin stoorde me. Maar dat was alles. Wel begreep ik waarom mensen het verhaal 'zwart' genoemd hebben. Af en toe werd ik door de woorden om de oren geslagen. Het waren ooit mijn woorden. Ik wist dat ik ze geschreven had, maar zo voelde het niet.
In het verhaal 'besluit' de moeder, Wieke heet ze, zich op zeker moment voor te doen als de au-pair van haar eigen kind. (Het is niet echt een besluit. Die vrouw besluit niks. Het overkomt haar. Ze zegt geen nee.) De afstand die dat met zich mee brengt maakt het voor haar makkelijker met haar dochtertje van drie om te gaan. Als ze haar kind beschouwt als werk, is de verantwoordelijkheid beter te dragen. Is ze beter in staat liefde te voelen. Als toeschouwer gaat alles beter. Het leven als baantje is makkelijker dan er middenin zitten.
Even later zat ik voor een klas derdejaars studenten. Ze vroegen dingen als: Heeft Wieke in het verleden een problematische verhouding met mannen gehad? Haat ze kinderen? Waarom is ze bij die man? Is het verhaal misschien een postnatale depressie? Wat is er in het verleden met Wieke gebeurd dat ze nu zo is?
Voor ik het wist zaten we in een soort therapiesessie waarin ik de woordvoerster van Wieke scheen te zijn.
'Jullie moeten er vooral je eigen ding mee doen,' zei ik op zeker moment tegen de studenten, 'een film is iets heel anders dan een verhaal. Het staat op zichzelf.'
Dat wisten ze allang. Eén jongen stelde voor om in plaats van een kind een hond te nemen. En in plaats van de zandbak waar de au-pairs samenkomen een hondenuitlaatplaats.
Het viel me helemaal niet tegen. Het woord negerin stoorde me. Maar dat was alles. Wel begreep ik waarom mensen het verhaal 'zwart' genoemd hebben. Af en toe werd ik door de woorden om de oren geslagen. Het waren ooit mijn woorden. Ik wist dat ik ze geschreven had, maar zo voelde het niet.
In het verhaal 'besluit' de moeder, Wieke heet ze, zich op zeker moment voor te doen als de au-pair van haar eigen kind. (Het is niet echt een besluit. Die vrouw besluit niks. Het overkomt haar. Ze zegt geen nee.) De afstand die dat met zich mee brengt maakt het voor haar makkelijker met haar dochtertje van drie om te gaan. Als ze haar kind beschouwt als werk, is de verantwoordelijkheid beter te dragen. Is ze beter in staat liefde te voelen. Als toeschouwer gaat alles beter. Het leven als baantje is makkelijker dan er middenin zitten.
Even later zat ik voor een klas derdejaars studenten. Ze vroegen dingen als: Heeft Wieke in het verleden een problematische verhouding met mannen gehad? Haat ze kinderen? Waarom is ze bij die man? Is het verhaal misschien een postnatale depressie? Wat is er in het verleden met Wieke gebeurd dat ze nu zo is?
Voor ik het wist zaten we in een soort therapiesessie waarin ik de woordvoerster van Wieke scheen te zijn.
'Jullie moeten er vooral je eigen ding mee doen,' zei ik op zeker moment tegen de studenten, 'een film is iets heel anders dan een verhaal. Het staat op zichzelf.'
Dat wisten ze allang. Eén jongen stelde voor om in plaats van een kind een hond te nemen. En in plaats van de zandbak waar de au-pairs samenkomen een hondenuitlaatplaats.
Abonneren op:
Posts (Atom)