zaterdag 8 december 2007

Weinig zeggenschap

Het is zo'n dag waarin ik de jongeman achter de kassa van de boekwinkel gedag zeg en het heel zacht, als een onverstaanbaar piepje, uit mijn mond blijkt te komen. 'Dag.' Alsof ik zelf niet kan bepalen hoe mijn stem klinkt. Ik kijk er ook zo schichtig bij, met een veel te dik vest dat onder mijn veel te dikke jas uithangt. De jongeman fluistert 'dag' terug als ik de deur uitstap. Spiegelgedrag.

In de volgende boekwinkel vraagt de juffrouw na het afrekenen of ik er een tasje bij wil.
'Ja doe maar!' Ik probeer de woorden deze keer joviaal mijn mond uit te gooien. Zelfs mét een gratis bonuszin erbij;
'Doe maar. Het kan elk ogenblik gaan regenen hè?'
'Ik kan u echt niet verstaan.' Ze buigt welwillend naar voren.
'Doe maar een tasje.' Weer komt er haast geen geluid uit. En ik hoor best dat het binnensmonds klinkt en mijn ogen sla ik ook al neer. Alsof ik me voor mezelf schaam. Dat is geen werkbare houding. Maar ik heb er vandaag weinig zeggenschap over.
'Wat zegt u?' vraagt ze. 'Wilt u een tasje?'
Ik knik van ja. Het zou waarschijnlijk ook 'nee' kunnen betekenen. Ik sta daar maar wat met mijn hoofd te draaien als de juffrouw een tasje pakt en mijn boeken er tenslotte instopt.

'Nou doei!' zeg ik tegen de bewakingsmeneer die in de deuropening staat. Hij kijkt recht door me heen als ik de drukke winkelstraat in vloei. Uiteen vloei.

vrijdag 7 december 2007

Te erg voor woorden

Ze bouwen nesten of zo, ergens hier ontzettend dichtbij. Te dichtbij voor woorden. Bijna op mijn huid.
Ik heb twee wierookstokjes aangestoken. Vanwege die geur. En ik heb de radio er maar bij aangezet. Omdat ik weet dat het lang kan gaan duren. Dit. Deze grootscheepse ontruiming.

Overal ligt de hagelslag. OVERAL komen ze dus. Behalve in dat ene kleine keukenkastje waar ik nu alles inprop.
Ze zijn te slim om op die plakkers te gaan zitten. (Alleen ík heb mijn hand er eens midden op geplant, de lijmresten hangen er nog bij. Als vellen.) Goed, twee van hen zijn in de afgelopen weken gesneuveld. (Twee op een heel volk.) In zo'n ouderwetse houten val. Die val hadden we - zonder enige fiducie - neergezet. Maar juist omdat er zelfs geen stukje brood inzat, moeten ze er in vol vertrouwen overheen zijn gewandeld. Argeloos. Op weg naar hun vele vrienden natuurlijk, en toen:KLATS.
In een zakje zijn ze afgevoerd. Onder begeleiding het huis uitgedragen.

En terwijl ik schrob - misselijk van wierook, allesreiniger in combinatie met hun urineluchtjes - is op de radio een praatprogramma over de rechten van de muis. Echt waar. Over hoe slecht de muis in Nederland behandeld wordt. Het is een teken van beschaving als, geef ze de ruimte...Enzovoort.
Als je dit in een verhaal opschrijft, ligt het er te dik bovenop. Weer een bewijs dat de werkelijkheid té overdreven is. Voor woorden.

donderdag 6 december 2007

De perfectie is allang bereikt

Iedereen is perfect. Jij bent perfect en wat je doet is perfect. Precies zoals het is,zo is het goed.
Ja. Goéd ja.
Het is perfect!
Het enige wat je je eventueel nog zou kunnen wensen, is het nóg leuker te krijgen dan het al is. Waarom niet?
Zulke dingen denk ik dus al fietsend in een hoosbui. Drie kwartier lang! Want ik rijd van de ene kant van de stad naar de andere. Met één hand aan het stuur manoeuvreer ik langs opgebroken wegen, hijskranen, oranje zeilen, bellende trams, politieauto's en snijdende voertuigen. Gevaarlijke rukwinden. De gele borden volgend: OMLEIDING. Mijn andere hand ondersteunt het hoofd van mijn slapende kind. (Ik zal haar zo dadelijk thuis uit moeten wringen.)

'Ik wil zon,' had ze nog gezegd voor ze midden in de stortregen in slaap viel.

woensdag 5 december 2007

Vijf december

En als dan ook haar beste vriendinnetje voor haar ogen in zo'n Vreselijke Piet verandert, klampt ze zich aan me vast.
'Ga niet weg!' smeken haar ogen. 'Je laat me hier toch niet achter?' Iedereen transformeert maar in Pietjes vandaag. Er is geen enkele bekende op de crèche.

Tenslotte haal ik haar van me af: 'Mama gaat nu schatje. Jij hebt zo dadelijk feest! FEEST.'

Achter het raam kijkt het meisje mij na. In haar bloemetjes feestjurkje. Een spierwit gezicht. Zo uitdrukkingloos. Ze is alvast verdwenen. Opdat ze haar niets meer kunnen maken vandaag.

Haar moeder fietst weg.

dinsdag 4 december 2007

Laten we nu

Vannacht opgestaan om een vlucht te boeken naar een zonniger oord, in plaats van naar het leuke afgelegen dorpje in France met die leuke mensen.

Eerst nog een close reading met de strengste en beste lezeres op aarde, herschrijven, nagaan wanneer het nu precies allemaal bij de drukker zal liggen, wat is de titel?, nieuw verhaal beginnen.

Leuk herenhuis in Haarlem in de hoerenbuurt staat nog steeds te koop, de hoerenbuurt kan daar toch nooit iets voorstellen, neem dan de verbouwing in ons eigen huis, we zijn namelijk tevreden met wat er is, kwestie van een beetje beter indelen en wat isoleren anders tochten we hier nog weg. Vervliegen we op een dag gewoon. (Denk ook aan het Iso Label)

Rijbewijs halen.

Sinterklaas met heel de overkant van de straat, cadeaus voor 500 EU max per kind, Sinterklaas op het KDV - daar waar de juffrouw net twee sterfgevallen heeft meegemaakt in privé kring en daarom de schelle muziek zo hard zet dat de kindjes misschien doof worden, haar vragen of ze de muziek zachter zet vandaag. Zou twee keer Sinterklaas op een dag niet teveel zijn voor het meisje dat sowieso niets van de Goede Man wil weten.

Een close-meeting met die en met die en met die nog uit eten of naar de film, informeren naar hoe diegene het vond in de woestijn, een yoga-dag van negen tot vijf incluis arvuyedische lunch, op kerstavond het lang verwachte huwelijk van die lieve vrienden, voor hen nog iets heel erg liefs verzinnen. Voor hen alleen.

Zeg, kunnen die leuke mensen eigenlijk niet mee naar het zonnige oord? Zodat de peuters zoetjes spelen in het zand. We moeten nog wel een huisje zien te vinden, anders stáán we daar in de blote zon.

En laten we nu. Werken.

Laatste noot: August Willemsen is dood. De vertaler van o.a. de Pessoa geschriften. Zonder hem had ik Pessoa nooit gekend en was mijn leven vanaf mijn 20ste zeker anders gegaan. August Willemsen stierf op 29 november, Pessoa stierf op 30 november, en gisteren kwam ik ineens een ingezonden brief van hem tegen in het NRC van zaterdag 1 december over de vernieuwingen in het onderwijs.
Misschien wel zijn laatst geschreven woorden: Het is intriest.

maandag 3 december 2007

Op jou gewacht

Je opwachting maken op feestjes waar je niemand kent. Dat is een nieuwe bezigheid van mij. Door wind en storm komen fietsen. Een paar keer van de weg worden geblazen. Maar je trapt toch door want, ja want? In je dikke vest een stomende lawaaierige ruimte betreden. Je vraagt je af of dit überhaupt wel het goede feestje is. Daar de mensen je deze keer állemaal niet bekend voorkomen. Helemaal geen aanknopingspunt. Waar dan ook mee. Het zou ieder willekeurig feestje kunnen zijn. Misschien ben je wel op een bruiloft. En ben jij de laatste verwaaide gast waaraan niemand durft te vragen wie ze is. Maar je ziet zo snel geen bruidspaar.
Er wordt bovenmatig veel gerookt. Dus het zit in ieder geval in de creatieve hoek. Dat wel.
'WE GAAN BEGINNEN!' roept een man.
Helemaal achteraan bij de bar zie ik de man opstaan die ik al een jaar of zes, zeven, acht of was het negen niet meer gezien heb. Ik ben toch goed.

zaterdag 1 december 2007

Moeder/dochter dialoog

DOCHTER (2)
Mag ik alsjeblieft televisie kijken?

MOEDER (34)
Nee. Dag mag je zéker niet.

DOCHTER (2)
Mama, jij mag van mij wel gewoon computeren hoor.
En krant lezen.