1
Waar je in de provincie een vrijstaand huis met zeven kamers, zwembad, sauna, 3 hectare grond voor koopt, bezichtigden wij vanochtend onze nieuwe grootstedelijke bouwval. Die nooit de onze zal worden. Omdat we 'm alleen in onbewoonbare staat kunnen kopen.
2
Daarna reisde ik af naar de helderziende in Utrecht.
Ik bleek een heel vrolijk en levenslustig persoon te zijn. Dat heb ik vaker gehoord van mensen. Maar nu dacht ik; verrek!
Vol levensvreugde kwam ik daar dan ook van terug. (waarover later meer in een fatsoenlijk verslag)
3
'Ik wil een echt fototoestel en een pistool,' zei Jeetje (4) toen ik thuiskwam.
'Een pistool? Wat ga je daarmee doen?'
'Om de juf dood te schieten.'
'Tut, tut, tut.'
'En daarna jou en papa.'
vrijdag 4 september 2009
donderdag 3 september 2009
Trend
1. Op verschillende blogs lees ik plotseling ontboezemingen over ziektes. En wat dat betekent voor de blogger in kwestie. Ik zie het als een trend. Dus hier gaan we.
2. Sinds mijn veertiende heb ik epilepsie en slik ik medicijnen. De dosis werd bij elk bezoek aan de neuroloog een beetje groter. Totdat ik de grootste dosis slikte en elke impuls die ik had, onderdrukt werd.
Neurologen kunnen nu eenmaal niet veel. Alleen maar meer medicatie voorschrijven. Ik verkeerde op zeer gespannen voet met het neurologen-soort.
3. Op mijn zeventiende heb ik twee weken in het ziekenhuis gelegen, ter observatie. Ik lag op een zaal met bejaarden die beroertes hadden gehad. Als ik 's nachts het toilet bezocht, duwden de oudjes op het belletje om de verpleging te melden dat ik weg was. Zij waren de enigen die mij observeerden.
Ik weet ook nog dat ik niet naar links mocht kijken omdat ik dan steeds inzage had in de oude vagina van mijn verwarde buurvrouw. Haar bed stond haaks op het mijne.
4. Op mijn negentiende dook ik het alternatieve circuit in en stopte ik abrupt met de medicijnen omdat de touch for health mevrouw aan mijn pols had gevoeld dat ik geen epilepsie had. Ik slikte bachbloesem remedies en droeg een blauwe steen op mijn rug, die ik bij volle maan in het maanlicht moest leggen. Om op te laden. Die steen heeft niet zo lang aan mijn bh bandje gehangen.
5 Op mijn twintigste verdronk ik, na een nachtelijke treinreis van Milaan naar huis, bijna in bad. Als ik niet gered was. Op mijn tweeëntigste viel ik met mijn gezicht in het kokend water. De rest van de aanvallen waren minder spectaculair. Ik kreeg ze gewoon in of rondom mijn bed. Soms iedere maand, soms bleven ze maandenlang weg.
6. Er gingen tijden voorbij waarin ik weleens een neuroloog raadpleegde, die me medicijnen voorschreef, die ik dan niet nam. Ook fietste ik eens wekenlang naar een homeopaat in Diemen die vroeger psychiater was geweest. Ik stopte met de bezoekjes toen hij me begon te vertellen over het uitverkoren Joodse volk. En over hoe vrouwen seks beleven.
7. Inmiddels neem ik alweer vijf jaar medicijnen. Ik wissel nog weleens van soort. Ik neem standaard de helft van wat voorgeschreven is. En het werkt goed. De relatie met mijn neuroloog is nihil. Ze switchen ook zo vaak van job. Ik heb steeds een andere. Dus dat went niet. In de boeken sta ik als lastige cliënt. Dat wordt steeds opnieuw doorgegeven.
Al doe ik nog zo vriendelijk, wat eenmaal in dat dossier staat, gaat nooit meer weg.
8 Toch bezoek ik ook tegenwoordig een Tjechische ayurvedische arts, die tevens neuroloog is, en die met Indiase kruiden de boel in het hoofd wellicht kan reguleren.
9 Ik dacht dat het niets voor mij betekende. Dat het, buiten dat het onhandig is, verder geen enkele invloed had op mij.
2. Sinds mijn veertiende heb ik epilepsie en slik ik medicijnen. De dosis werd bij elk bezoek aan de neuroloog een beetje groter. Totdat ik de grootste dosis slikte en elke impuls die ik had, onderdrukt werd.
Neurologen kunnen nu eenmaal niet veel. Alleen maar meer medicatie voorschrijven. Ik verkeerde op zeer gespannen voet met het neurologen-soort.
3. Op mijn zeventiende heb ik twee weken in het ziekenhuis gelegen, ter observatie. Ik lag op een zaal met bejaarden die beroertes hadden gehad. Als ik 's nachts het toilet bezocht, duwden de oudjes op het belletje om de verpleging te melden dat ik weg was. Zij waren de enigen die mij observeerden.
Ik weet ook nog dat ik niet naar links mocht kijken omdat ik dan steeds inzage had in de oude vagina van mijn verwarde buurvrouw. Haar bed stond haaks op het mijne.
4. Op mijn negentiende dook ik het alternatieve circuit in en stopte ik abrupt met de medicijnen omdat de touch for health mevrouw aan mijn pols had gevoeld dat ik geen epilepsie had. Ik slikte bachbloesem remedies en droeg een blauwe steen op mijn rug, die ik bij volle maan in het maanlicht moest leggen. Om op te laden. Die steen heeft niet zo lang aan mijn bh bandje gehangen.
5 Op mijn twintigste verdronk ik, na een nachtelijke treinreis van Milaan naar huis, bijna in bad. Als ik niet gered was. Op mijn tweeëntigste viel ik met mijn gezicht in het kokend water. De rest van de aanvallen waren minder spectaculair. Ik kreeg ze gewoon in of rondom mijn bed. Soms iedere maand, soms bleven ze maandenlang weg.
6. Er gingen tijden voorbij waarin ik weleens een neuroloog raadpleegde, die me medicijnen voorschreef, die ik dan niet nam. Ook fietste ik eens wekenlang naar een homeopaat in Diemen die vroeger psychiater was geweest. Ik stopte met de bezoekjes toen hij me begon te vertellen over het uitverkoren Joodse volk. En over hoe vrouwen seks beleven.
7. Inmiddels neem ik alweer vijf jaar medicijnen. Ik wissel nog weleens van soort. Ik neem standaard de helft van wat voorgeschreven is. En het werkt goed. De relatie met mijn neuroloog is nihil. Ze switchen ook zo vaak van job. Ik heb steeds een andere. Dus dat went niet. In de boeken sta ik als lastige cliënt. Dat wordt steeds opnieuw doorgegeven.
Al doe ik nog zo vriendelijk, wat eenmaal in dat dossier staat, gaat nooit meer weg.
8 Toch bezoek ik ook tegenwoordig een Tjechische ayurvedische arts, die tevens neuroloog is, en die met Indiase kruiden de boel in het hoofd wellicht kan reguleren.
9 Ik dacht dat het niets voor mij betekende. Dat het, buiten dat het onhandig is, verder geen enkele invloed had op mij.
woensdag 2 september 2009
Lees!

Met bijdragen van Remco Campert, P.F. Thomése, Elke Geurts en Jay McInerney. Verder een voorpublicatie uit de zojuist verschenen verhalenbundel van Maartje Wortel, Dit is jouw huis, een interview met Robert Vuijsje en bijdragen over het nieuwe project van Conny Janssen Danst en het dichtwerk van Bart Chabot.
dinsdag 1 september 2009
Geluidsgevoelig
Ik sjeesde door de stad, voor de tweede achtereenvolgende dag op de vlucht voor het geluid van de drilboren, toen ik een schilder dood uit zijn autoraampje zag hangen. Eerst dacht ik dat-ie zomaar wat uit het raampje aan het hangen was. Omdat hij pauze had. Echt iets voor schilders om dan uit het raam van hun bestelbusje te gaan hangen. Pas toen ik echt vlak langs hem reed, zag ik dat hij dood moest zijn . Zijn ogen knipperden niet meer. Zijn mond stond open, precies zoals de monden van de doden open staan. Volgens mij rook ik het ook. Arme man. Hoe lang zou hij zo uit het raampje kunnen hangen zonder dat iemand het merkte? Ik fietste verder. Ineens hoorde ik overal drilboren. En eendere geluiden. Hoe hard ik ervan weggefietst was, hoe harder het klonk. Ik werd bang dat ik voortaan met van die grote oordoppen op door het leven zou moeten. Omdat ik van gisteren op vandaag ultra ultra geluidsgevoelig geworden was.
maandag 31 augustus 2009
Wat was er daarvoor?
Na mijn korte, doch zeer heldere uiteenzetting over het ontstaan van het heelal, de aarde, het leven, de ijstijd, de cro-magnons tot en met de eerste homo-sapiens, heeft Jeetje toch nog vragen.
'Maar mama, wat was er dan vóórdat er niks was?'
'Goeie vraag, Jee!'
'Wat was er toen?'
'Dat weet mama ook niet precies.'
'O, dan vraag ik het wel aan de juf.'
'Ik denk dat die het ook niet weet. Het is een vraag waar geleerden zich nog steeds over buigen.'
'Jawel, de juf weet alles.'
Nadat we het antwoord vorige week al in de bibliotheek gezocht hadden, togen we op zaterdagochtend met de hele familie naar het oudste museum van Nederland. Waar we het eerste leven geconserveerd in steen konden aanschouwen. Een dertigduizendjaar oud babymammoetje, een geraamte van een holebeer. Je weet nooit in welk museum onze botten nog ooit opgezet worden.
En waar het ontstaan van het leven op aarde helder verteld wordt in de de expositie Noachs Ark. Op weg naar Darwin. Dit allemaal in het kader van onze actie: meer non-fictie voor Jeetje.
'Maar mama, wat was er dan vóórdat er niks was?'
'Goeie vraag, Jee!'
'Wat was er toen?'
'Dat weet mama ook niet precies.'
'O, dan vraag ik het wel aan de juf.'
'Ik denk dat die het ook niet weet. Het is een vraag waar geleerden zich nog steeds over buigen.'
'Jawel, de juf weet alles.'
Nadat we het antwoord vorige week al in de bibliotheek gezocht hadden, togen we op zaterdagochtend met de hele familie naar het oudste museum van Nederland. Waar we het eerste leven geconserveerd in steen konden aanschouwen. Een dertigduizendjaar oud babymammoetje, een geraamte van een holebeer. Je weet nooit in welk museum onze botten nog ooit opgezet worden.
En waar het ontstaan van het leven op aarde helder verteld wordt in de de expositie Noachs Ark. Op weg naar Darwin. Dit allemaal in het kader van onze actie: meer non-fictie voor Jeetje.
vrijdag 28 augustus 2009
Het mot maar goed gaan
Je ziet de laatste bejaarde man van onze straat altijd zijn vrouw voortduwen. In een trage tred. Een zware rolstoel met een zware vrouw erin en een zware man erachter. Vandaag is hij alleen.
'Hoe gaat het met u?'
'Het mot maar goed gaan, hè?' Hij heeft een zwaar Amsterdams accent.
Al gauw blijkt dat ik hier echt met de allereerste hondabezitter van Nederland te maken heb. De man die nog in een proefhonda rondreed. Voor me staat een groot autoliefhebber en hij heeft eindelijk de juiste persoon te pakken waar hij zijn passie, in geuren en kleuren, mee kan delen. Ik begin me net af te vragen hoe het nou verder moet mijn leven als hij zegt:
'De gemeente heb m'n hele leven kapot gemaakt.'
'O ja?'
'Ja. Door die losse stoeptegel in de Rijnstraat. Mijn vrouw is d'r over gevallen. Zo voorover geklapt. En ze heb twee jaar niks meer gezegd. Helemaal niks! Alles door de war in d'r kop. En ik maar tegen d'r an praten. Praten. Elke dag zat ik tegen d'r te praten. Zodat ze precies wist wat er allemaal gebeurde. Zodat ze toch een beetje bijbleef. Begrijp-ie wel?'
'Ja.'
'En na twee jaar zegt ze opeens; Wat zit je toch steeds te lullen, man!'
'Hoe gaat het met u?'
'Het mot maar goed gaan, hè?' Hij heeft een zwaar Amsterdams accent.
Al gauw blijkt dat ik hier echt met de allereerste hondabezitter van Nederland te maken heb. De man die nog in een proefhonda rondreed. Voor me staat een groot autoliefhebber en hij heeft eindelijk de juiste persoon te pakken waar hij zijn passie, in geuren en kleuren, mee kan delen. Ik begin me net af te vragen hoe het nou verder moet mijn leven als hij zegt:
'De gemeente heb m'n hele leven kapot gemaakt.'
'O ja?'
'Ja. Door die losse stoeptegel in de Rijnstraat. Mijn vrouw is d'r over gevallen. Zo voorover geklapt. En ze heb twee jaar niks meer gezegd. Helemaal niks! Alles door de war in d'r kop. En ik maar tegen d'r an praten. Praten. Elke dag zat ik tegen d'r te praten. Zodat ze precies wist wat er allemaal gebeurde. Zodat ze toch een beetje bijbleef. Begrijp-ie wel?'
'Ja.'
'En na twee jaar zegt ze opeens; Wat zit je toch steeds te lullen, man!'
donderdag 27 augustus 2009
Spookuur
Klokslag half vijf 's ochtends begint het spookuur in de bovenkamer. Mijn ogen gaan wijdopen. Een meisje roept klaaglijk om haar moeder. Autoalarmen gaan vanzelf af.
'Mama, mama, ma-maa!'
'Ja, hier ben ik?'
'Jij niet!' roept het buurmeisje. 'Mijn mama!'
'O, sorry,' roep ik terug.
'Ik heb in bed geplast.'
'Probeer anders je vader eens?'
De ramen staan een stukje open, de wanden zijn dun, dit huizenblok is haastig opgetrokken na de tweede wereldoorlog. Wij leven echt met de buren. Dat kan geen gesubsidieerde barbeque evenaren. Als het bed verschoond is, wordt het stil aan de andere kant. Spookgedachten dansen door mijn hoofd. Over deadlines, nieuwe huizen, wereldreizen, verhaallijnen, waarom Jeetje als enige in de straat nog niet fietsen kan zonder zijwieltjes? Daar blijf ik steken.
Het interesseert Jeetje ook helemaal niets. Wij stimuleren haar te weinig. Sommigen zie ik over het trottoir voorbij racen die net drie geworden zijn! Zo kan het echt niet langer.
'We moeten haar nu echt actief leren fietsen.' Ik stoot man aan.
'Huh.'
'Morgen schroef ik de zijwieltjes eraf!'
'Waar heb je het over?' mompelt man. 'Het is midden in de nacht.'
'Straks kan ze nooit fietsen! En dan is het onze schuld. We zijn ook gewoon lui en..'
Man draait zich mopperend om. Hij slaapt alweer. En het spookuur is nog lang niet voorbij.
'Mama, mama, ma-maa!'
'Ja, hier ben ik?'
'Jij niet!' roept het buurmeisje. 'Mijn mama!'
'O, sorry,' roep ik terug.
'Ik heb in bed geplast.'
'Probeer anders je vader eens?'
De ramen staan een stukje open, de wanden zijn dun, dit huizenblok is haastig opgetrokken na de tweede wereldoorlog. Wij leven echt met de buren. Dat kan geen gesubsidieerde barbeque evenaren. Als het bed verschoond is, wordt het stil aan de andere kant. Spookgedachten dansen door mijn hoofd. Over deadlines, nieuwe huizen, wereldreizen, verhaallijnen, waarom Jeetje als enige in de straat nog niet fietsen kan zonder zijwieltjes? Daar blijf ik steken.
Het interesseert Jeetje ook helemaal niets. Wij stimuleren haar te weinig. Sommigen zie ik over het trottoir voorbij racen die net drie geworden zijn! Zo kan het echt niet langer.
'We moeten haar nu echt actief leren fietsen.' Ik stoot man aan.
'Huh.'
'Morgen schroef ik de zijwieltjes eraf!'
'Waar heb je het over?' mompelt man. 'Het is midden in de nacht.'
'Straks kan ze nooit fietsen! En dan is het onze schuld. We zijn ook gewoon lui en..'
Man draait zich mopperend om. Hij slaapt alweer. En het spookuur is nog lang niet voorbij.
Abonneren op:
Posts (Atom)