dinsdag 15 september 2009

Egostreling

Zojuist werd ik gevraagd voor een radiointerview van een uur.
Beste Elke Geurts...bla bla bla.
'De reden dat ik jou daarvoor vraag is omdat ik je een interessante carièrre vind doorlopen en je een ontroerende manier hebt van acteren.'

maandag 14 september 2009

Huis met x-factor

Met een vriendin ging ik een bovenwoning bekijken waarvoor het nog ouderwets storm bleek te lopen. Oude tijden, waarin honderden mensen stonden te dringen om één appartement en de prijs standaard met een ton werd overboden, herleefden.
Daarom zou je het al aanschaffen. Omdat het pand blijkbaar ontzettend in trek is. Hier moet je zijn. Ook in crisistijd. Dit wil je hebben. Je weet alleen nog niet precies waarom. Maar dat zal blijken. Dat zal later wel blijken. Als je het eenmaal hebt.
Die zeven kamers waarover gerept werd in de beschrijving bleken zeven gangkasten. Maar dat zou je nog heel leuk kunnen maken. Met Franse bedsteetjes. Dat is knus. Dat is de charme. En die authentieke schuifdeuren waren vijftien centimeter te klein. Maar als je ze open laat staan, zie je dat niet. En ze zullen toch meestal wel openstaan. Om wat ruimte te creëren.
Eerst maar eens zien te krijgen, dit onweerstaanbare, geile woninkje.

vrijdag 11 september 2009

Verhalen in de nacht

's Nachts lees ik Verhalen van John Cheever, of de verhalen van Murakami, Blinde wilg, slapende vrouw. Het ligt er maar net aan welke nacht het is en de tijd waarop ik wakker word. Vannacht las ik 'de Muzieklerares' van Cheever. Een scherpere beschrijving van een compleet uitgebluste moeder met drie kinderen ben ik nog nooit eerder tegengekomen. Daar kan de uitgebluste moeder Wieke die ik nog vorm aan het geven ben, een puntje aan zuigen.
Ik leefde in een volkomen Cheeverloze wereld totdat Thomas Verbogt me een paar maanden geleden tijdens een treinritje over hem vertelde. Daarna kwam ik zijn naam werkelijk overal tegen. Nu begrijp ik eigenlijk niet hoe ik een bundel verhalen kon schrijven, zonder eerst van John Cheever te hebben kennisgenomen. De verhalen van Murakami blijven minder goed dan zijn romans. Maar toch zitten er pareltjes bij. En het gemak waarmee die man zich alles veroorlooft, werkt voor mij heel inspirerend. Omdat alles mogelijk is. Vrijheid.
Maar dan de fragmentarische verhalen van Alice Munro. Bij het lezen daarvan heb ik echt weleens in mijn handjes geklapt van geluk. Over al die souplesse. 's Nachts zou ik haar nooit lezen.
's Avonds lees ik tegenwoordig meestal verhalen van Annie Proulx omdat dat boek beneden ligt. Maar ik moet eerlijk zijn, ik ben al eens op een drafje naar de slaapkamer gehold, om dan toch snel Cheever of Murakami te halen. Al zijn die Proulx verhalen ook zeker niet mis.

donderdag 10 september 2009

Op zoek naar een buik

'Voordat ik in jouw buik zat, was ik in de lucht.' Jeetje maakt een wijds armgebaar. 'Ik was overal.'
'O?'
'Ja, en toen viel ik in jouw buik.'
'Aha.'
'Misschien zit er nòg wel een kindje in de lucht,' zegt ze. 'Een broertje of zusje voor mij. En die komt dan in jouw buik terecht.'
'Of in die van papa.'
'Nee, papa's buik zit dicht. Die van jou is open.'
Ik staar naar de ochtendlucht. Overwegend grijs en bewolkt. Een eenzaam zwart vogeltje vliegt voorbij. Op zoek naar een buik die openligt.

woensdag 9 september 2009

Liefdesverklaring in de vroege ochtend

'Mama, ik vind je zo lief dat mijn stem oneindig in de bergen klinkt. En daarachter ligt de zee.
Ik vind je zóó lief tot aan het einde van de wereld en weer terug.'

Jeetje doet pogingen het onzegbare te benoemen. Het dichten zit in de mens.

dinsdag 8 september 2009

De eerste ouderavond

Klokslag zeven uur ben ik er. Ik had geen minuut later moeten zijn. Achter mij doet de juf de deur dicht. We zitten in de kring in Jeetjes klaslokaal, grote lijven op kleine stoeltjes dicht tegen elkaar aan, en we kijken naar de juf. Na een namenrondje, legt ze uit wat groep 1 en 2 zoals doet op een dag.
'Wij spélen niet, wij wèrken,' zegt de juf. 'Als ik een rood autootje op mijn tafel heb staan mag je mij niet storen. En als er een groen autootje staat, mag je mij wel iets vragen. Ik kan dat rode autootje natuurlijk niet de hele dag laten staan.'
De juf lacht. De ouders zwijgen.
Tijdens haar verhaal gaat de deur nog een paar keer open. Ouders glippen naar binnen. Met rode hoofden. Of er misschien nog een plaatsje voor hen is in de kring? Ze moeten eerst hun naam zeggen en kunnen dan in alle stilte een stoeltje kiezen.
'Te laat komen, werkt gewoon heel erg storend,' zegt de juf.
'Zijn er ook kinderen die niet geschikt zijn voor het montessorionderwijs?' vraagt een moeder.
'Ik denk alleen dat sommige óúders er niet geschikt voor zijn,' zegt de juf.
Het wordt doodstil in de kring.

maandag 7 september 2009

Dat is waar ook!

Vandaag zal ik te weten komen wie ik ben. En dat maakt me nerveus. Naar deze informatie ben ik al zo lang op zoek. Nu zal helderziende Joost het me gewoon recht in mijn gezicht vertellen. En dat zal ik dan zijn.
Wie weet wat voor duister gedrocht hij in mij zal herkennen.

Zodra ik uit de bus stap, betrekt de lucht, begint het te hozen en raak ik de weg kwijt. Een kwartier te laat sta ik, druipend, voor de deur van helderziende Joost en bedenk dat het universum natuurlijk had willen voorkomen dat ik mijn ware zelf leerde kennen. Nog voor ik me om kan draaien, zwaait de deur open.
Ik herken die mensen meestal aan hun ogen. Ik ben eigenlijk bang voor die ogen. In een menigte pik ik ze er zo uit. De helderzienden. Of de waanzinnigen. Meestal ontwijk ik ze. Maar op de een of andere manier trek ik ze ook altijd aan.

Het zou leuk zijn als hij mij een uitnodiging stuurde dacht ik nadat ik de stukjes gelezen had van de schrijvers die bij Joost hun energie hadden laten lezen. Het zou een geweldig excuus zijn om een helderziende te bezoeken. Uit mezelf zou ik zoiets nooit doen. Ik ben een nuchter mens. Maar in functie mag alles. Onder het mom van het schrijverschap, ben je vrij. En wat wil een schrijver liever dan ‘gelezen’ worden?
Een paar dagen later al kreeg ik een mail van Joost. Hij had het gevoel dat hij mij eens wou lezen. De horror.

Maar nadat ik de uitnodiging enthousiast beantwoord had, bleef het stil. Een paar weken later stuurde ik nog eens een voorzichtig berichtje. Weer niets.
Hij moest spijt hebben. Hij had natuurlijk doorgekregen dat ik binnenkort doodging. Zo’n man las niet alleen de woorden, maar vooral de ongeschreven, begeleidende boodschap. En hij had echt geen zin om mij het slechte nieuws te moeten vertellen. Ik betaalde hem er tenslotte niet voor en dat stukje zou ik niet eens meer kunnen schrijven.
Na de zomer, ik was nog onder de levenden, las ik het stukje van Willemijn Dicke en besloot ik hem nogmaals te schrijven.

In de deuropening staat helderziende Joost. Hij is opvallend slank en lang en heeft inderdaad van die ogen. Ze springen uit zijn gezicht omdat hij zijn haar gemillimeterd heeft. Achter hem aan loop ik naar binnen.
Occulte samenzweringen, praten met geesten en een vreemd glimlachende helderziende met ogen die licht geven en dwars door je heen kijken. Hoe je dan sidderend op je stoel zit. Hoe geheimen bovenkomen. Of hoe je een parallelle wereld in verdwijnt en daar dan haast niet meer uitkomt. Daar dacht ik aan.

Maar dat valt tegen. Het heeft iets gewoons. Iets natuurlijks. Misschien is het zelfs logisch wat hij doet. Al weet ik niet precies wat hij doet. Hij volgt wel een systeem. Aan de hand van een roos begint hij me te ontleden.
Ik voel me er zelfs vrij snel op mijn gemak. En dat in een klein, wit kamertje, met een vreemde jongeman recht tegenover me. Op nog geen meter afstand. Hij op sokken. Ik op sportschoenen. Hij met z’n ogen de meeste tijd dicht. Ik met m’n ogen open.
Ik zie het al eerder beschreven playmobilpoppetje fier rechtop tussen de stenen staan. Ik ruik de wierook waar ik bij collega’s over gelezen heb. Er brandt een kaarsje. Hij vraagt me inderdaad een paar keer mijn naam hardop te zeggen. En dan lacht hij met gesloten ogen en zegt: ‘Hallo.’ Hij legt uit wie ik ben. En ligt vaak in een deuk van het lachen om wie er daar voor zijn geestesoog verschijnt. Die ik dus ben.

Wie ik ben, valt me niet tegen. Ik ben in wezen veel leuker dan ik gedacht had. En als je het zo bekijkt, heb ik het best goed voor elkaar allemaal. Hoe meer hij vertelt over wie hij voor zich heeft zitten, hoe meer diegene in mij weer tot leven komt. Een veel levenslustiger, vrijer en speelser type dan ik was in de bus hiernaartoe. Dat is waar ook, denk ik regelmatig. Zo ben ik! Dat is waar ook! Hoe kon ik dat vergeten zijn? Waar was ik dan gebleven?
Ik snap alleen niet waarom er vaak van die naargeestige teksten uit mij komen. Dat is niks voor mij.