Ik kwam het koffietentje binnen en een mevrouw keek meteen op. Ze leek me ouder dan de dame waarmee ik een afspraak had. Maar een foto op internet kan vertekenen. Of verouderd zijn. Of gefotoshopt. Weet ik veel wat. Ze stak haar hand uit. Ik de mijne. We schudden handen.
'Dag Priscilla!' zei ze.
'Wat zegt u?'
'Priscilla?' zei ze.
'Nee,' zei ik. 'Nee.'
'O?'
'Nee,' zei ik weer.
'Ik heb een afspraak met iemand die ik niet ken. Vandaar,' zei ze.
'Ik ook. Vandaar,' zei ik. Ik bestelde een dubbele espresso, en bladerde door het Parool van gisteren waarin ik mijn tekstje tegenkwam. Het filmpje is gisteren op de Torpedo-magazine site gezet. (past u op voor sluikreclame)
Na een tijdje kwam er een dame het koffietentje binnenstappen. De mevrouw en ik keken allebei meteen op. Ik dacht: dat is de mijne. Dat is Priscilla niet. Maar de mevrouw had haar aandacht eerder gevangen. Ik zag ze praten, handen schudden. Ik hoorde de dame nog vragen: 'U bent Elke?'
De mevrouw knikte enthousiast van ja. Zij was Elke. Alles was goed. Ze gingen zitten.
'Ik denk dat je mij moet hebben,' riep ik toen. 'Of heet jij Priscilla?'
'Nee,' zei de dame.
'Ik ben ook Elke,' zei ik.
Verwarring alom. De dame keek naar mij en naar de andere Elke.
'Toevallig dat u Elke heet,' zei ik.
'Ik heet Ellen,' zei de mevrouw.
Ellen is nog een keer naar het toilet toegegaan om haar make-up goed te doen. Ze heeft nog een cappuccino gedronken. Daarna is Ellen vertrokken. Priscilla is niet komen opdagen.
donderdag 8 september 2011
woensdag 7 september 2011
Morgen wordt het niks!
's Nachts werd Deetje om het uur wakker en wilde vooral door mij worden vastgehouden. Dus sta ik daar met dat zware ding in de slaapzak dat in het holst van de nacht tegen mij op aan het kruipen is. Tenslotte zwaar op mij leunt. Mijn armen worden lammer, voeten kouder. De wind giert om het huis alsof het ergens op een open vlakte staat. Het wordt niks met werken morgen als ik niet slaap. Het wordt niks morgen met werken als ik niet slaap. Door dit gedoe kan ik niet meer slapen en dan wordt het niks morgen. Met werken. (dit maal 10.000, geluid over de boksen) Was ik maar iemand die geen slaap nodig heeft, was ik maar...(naar eigen believen invullen, in elk geval: een ander) Want op deze manier wordt het morgen niks. Ik moet goed slapen, mij goed houden nu, mijn tijd goed gebruiken, en effectief. Ik moet focussen. Maar morgen wordt het niks. Stel dat dit zo doorgaat na morgen en alle dagen na morgen, ze wordt elke nacht om het uur wakker. Huilend. Krijsend. Niemand weet waarom. Stel dat er iets in haar gevaren is. Iets psychiatrisch misschien. Helemaal in het begin, als ze nog zo klein zijn, nog geen anderhalf jaar, dan lijkt iedereen nog heel gewoon. Ook iedere gek.
dinsdag 6 september 2011
De dag
Ik bracht Deetje naar de crèche, ze mocht gaan wennen bij dreumesgroep. Onze grote, dappere dame van nog geen anderhalf.
Ik bracht Jeetje naar groep 3. Ze zit nu in een samengestelde klas met groep 3/4/5. De jongen die naast haar zit, zit in groep 5.
'Ik zei al tegen mijn man,' zei zijn moeder, 'die ouders staan hun kind nog zo lang uit te zwaaien. Maar ze komen natuurlijk van de kléúters.'
'Ja, van de kleuters, ja,' zei ik.
De ex-kleuter liet mij haar laatje zien, met de gum, het potlood en zo'n werkboekje en een eigen tekenschrift. Met haar laatje trok ik ook mijn eigen lagere schoollaatje open. Ik voelde de spanning en sensatie die ik toen voelde. Het was enorm.
Thuis opende ik mijn werkmap. Ik sprong er gewoon ergens in. Met je ogen dicht in het ijskoude bad. Ik wilde niet meteen dood.
Ik rende een kort rondje door regen en storm.
Ik zocht de ontbijtkoek voor Jeetje die uit school kwam. Als een waanzinnige. Maar de koek die ik gisteren kocht, is echt spoorloos verdwenen.
Ik ging naar de kapper. Er was daar iets gaande. De baas en een kapster hadden ruzie, als een getrouwd stel. Zij verweet hem niet vriendelijk bejegend te zijn. Hij snapte het niet.
Ik wokte mie met broccoli voor mijn vriendin en Jeetje en Deetje. Man was uit eten. De kinderen waren uitgehongerd en afgedraaid.
Ik bracht Jeetje naar groep 3. Ze zit nu in een samengestelde klas met groep 3/4/5. De jongen die naast haar zit, zit in groep 5.
'Ik zei al tegen mijn man,' zei zijn moeder, 'die ouders staan hun kind nog zo lang uit te zwaaien. Maar ze komen natuurlijk van de kléúters.'
'Ja, van de kleuters, ja,' zei ik.
De ex-kleuter liet mij haar laatje zien, met de gum, het potlood en zo'n werkboekje en een eigen tekenschrift. Met haar laatje trok ik ook mijn eigen lagere schoollaatje open. Ik voelde de spanning en sensatie die ik toen voelde. Het was enorm.
Thuis opende ik mijn werkmap. Ik sprong er gewoon ergens in. Met je ogen dicht in het ijskoude bad. Ik wilde niet meteen dood.
Ik rende een kort rondje door regen en storm.
Ik zocht de ontbijtkoek voor Jeetje die uit school kwam. Als een waanzinnige. Maar de koek die ik gisteren kocht, is echt spoorloos verdwenen.
Ik ging naar de kapper. Er was daar iets gaande. De baas en een kapster hadden ruzie, als een getrouwd stel. Zij verweet hem niet vriendelijk bejegend te zijn. Hij snapte het niet.
Ik wokte mie met broccoli voor mijn vriendin en Jeetje en Deetje. Man was uit eten. De kinderen waren uitgehongerd en afgedraaid.
maandag 5 september 2011
Het paren
Jeetje (6) en het buurmeisje (7) zitten samen op de bank en bespreken hun gezamenlijke toekomst en de eventuele kinderwens. Het buurmeisje wil met Jeetje trouwen en Jeetje ziet dat ook wel zitten. Dus dat is al gauw geregeld. Maar het buurmeisje wil geen kinderen en Jeetje wil ze wel.
'Als ik met jou ga trouwen, wordt het sowieso moeilijk,' zegt Jeetje.
'Ja,' zegt het buurmeisje.
'We hebben een jongen nodig,' zegt Jeetje.
'Ja, maar we kunnen een jongen even bij ons laten komen.'
'Oké en dan ga ik met hem paren,' zegt Jeetje.
'Ja, en dan kan hij weer weggaan.'
'En dan krijg ik een baby,' zegt Jeetje.
Jeetje en het buurmeisje knikken tevreden. Hebben zij het allemaal even goed opgelost. Ik kan het niet laten te interfereren.
'Maar als jij dan met Jeetje getrouwd ben, heb jij tòch een kind,' zeg ik het buurmeisje. 'En dat wou je niet.'
'O, dat geeft niet,' zegt het buurmeisje, 'ik wil ze gewoon niet zelf krijgen.'
'Bij het paren gaat de piemel in de plasser,' zegt Jeetje dan.
We knikken.
'Maar ik wil niet dat de jongen in mij plast.' Er komen rimpels op Jeetjes voorhoofd.
'De jongen heeft voor het paren al geplast.' Ik stel haar gerust.
'Als ik met jou ga trouwen, wordt het sowieso moeilijk,' zegt Jeetje.
'Ja,' zegt het buurmeisje.
'We hebben een jongen nodig,' zegt Jeetje.
'Ja, maar we kunnen een jongen even bij ons laten komen.'
'Oké en dan ga ik met hem paren,' zegt Jeetje.
'Ja, en dan kan hij weer weggaan.'
'En dan krijg ik een baby,' zegt Jeetje.
Jeetje en het buurmeisje knikken tevreden. Hebben zij het allemaal even goed opgelost. Ik kan het niet laten te interfereren.
'Maar als jij dan met Jeetje getrouwd ben, heb jij tòch een kind,' zeg ik het buurmeisje. 'En dat wou je niet.'
'O, dat geeft niet,' zegt het buurmeisje, 'ik wil ze gewoon niet zelf krijgen.'
'Bij het paren gaat de piemel in de plasser,' zegt Jeetje dan.
We knikken.
'Maar ik wil niet dat de jongen in mij plast.' Er komen rimpels op Jeetjes voorhoofd.
'De jongen heeft voor het paren al geplast.' Ik stel haar gerust.
vrijdag 2 september 2011
Die schrijver die twee boeken tegelijk uitbrengt
Bij de tramhalte op Centraal Station waar tram 13 zou arriveren wachtten veel mensen. Ik zat op het bankje. Niet ver van mij vandaan stond een jongeman met pikzwarte ogen die opvallend pienter rondkeken. Hij wachtte een beetje, hij keek op zijn I-phone. Ik zag een stukje van de tatoeage in zijn nek. Met rood erbij. Dat zie je niet veel. Het maakte hem onvoorspelbaar. Die gaat daar ook naartoe, dacht ik. Dat moet die jongen zijn die vanavond voor gaat lezen. We wachtten een hele tijd. Ik zei niets. Ik kende die hele jongen niet. Ik denk altijd dat de hele wereld op weg is naar dezelfde bestemming als ik. En trouwens, misschien had hij mij ook al wel gezien. En deed hij alsof van niet.
Tram 13 arriveerde op een ander spoor. We liepen er beiden naartoe. Maar dat zou toeval kunnen zijn. Hij stapte voor in. Achterin de tram typte ik zijn naam in. Henk van Straten. Het was de schrijver van wie binnenkort twee boeken in één keer uitkwamen, die een blog bijhield, een kind had èn een wekelijkse column schreef.
We stapten uit bij dezelfde halte. Hij liep naar de verkeerde kant van de straat en stond daar stil om zijn I-phone te raadplegen.
Even later stonden we samen bij het zebrapad. We staken samen over. We liepen met z'n tweeën door de Marnixstraat. Hij bestudeerde zijn routeplanner, en ik bedacht openingszinnen.
'Hee hoi? Ik had je nog helemaal niet gezien. Jij moet toch ook voorlezen?'
Tram 13 arriveerde op een ander spoor. We liepen er beiden naartoe. Maar dat zou toeval kunnen zijn. Hij stapte voor in. Achterin de tram typte ik zijn naam in. Henk van Straten. Het was de schrijver van wie binnenkort twee boeken in één keer uitkwamen, die een blog bijhield, een kind had èn een wekelijkse column schreef.
We stapten uit bij dezelfde halte. Hij liep naar de verkeerde kant van de straat en stond daar stil om zijn I-phone te raadplegen.
Even later stonden we samen bij het zebrapad. We staken samen over. We liepen met z'n tweeën door de Marnixstraat. Hij bestudeerde zijn routeplanner, en ik bedacht openingszinnen.
'Hee hoi? Ik had je nog helemaal niet gezien. Jij moet toch ook voorlezen?'
donderdag 1 september 2011
Verlangen
'Waar in Italië ben je geweest?' vroeg iemand me.
'Het was er heel stil,' zei ik. Ik herinnerde me alleen nog het vliegveld. Vandaag een week geleden kwamen we thuis. Daar waren meteen logees, er was een vriendin die plotseling alleen ging wonen.
De heuvels van Volterra lijken nooit bestaan te hebben, behalve dat ik nu steeds denk aan mosterdgele kleedjes om in mijn kamer te leggen.
Het gevoel zit nog wel ergens. Het 'vrije' gevoel. Het gevoel dat alles mogelijk is, maar vooral dat niets hoeft. Ook dat raakt met de dag meer op de achtergrond. Zo gaat dat, zo is het altijd gegaan. Maandag begint de school en daarmee de ijzeren regimes.
Tijdens de vakantie verlangde ik er regelmatig naar om te schrijven. Het was een mooi verlangen. Je weet dat er thuis iets 'leuks' op je wacht. Iets heerlijk ingewikkelds dat nog opgelost moet worden, door jou. Alleen. Het verlangen ernaar is natuurlijk het fijnste.
Maandag moet die rode map weer open en zit ik ermee. Ik alleen.
'Het was er heel stil,' zei ik. Ik herinnerde me alleen nog het vliegveld. Vandaag een week geleden kwamen we thuis. Daar waren meteen logees, er was een vriendin die plotseling alleen ging wonen.
De heuvels van Volterra lijken nooit bestaan te hebben, behalve dat ik nu steeds denk aan mosterdgele kleedjes om in mijn kamer te leggen.
Het gevoel zit nog wel ergens. Het 'vrije' gevoel. Het gevoel dat alles mogelijk is, maar vooral dat niets hoeft. Ook dat raakt met de dag meer op de achtergrond. Zo gaat dat, zo is het altijd gegaan. Maandag begint de school en daarmee de ijzeren regimes.
Tijdens de vakantie verlangde ik er regelmatig naar om te schrijven. Het was een mooi verlangen. Je weet dat er thuis iets 'leuks' op je wacht. Iets heerlijk ingewikkelds dat nog opgelost moet worden, door jou. Alleen. Het verlangen ernaar is natuurlijk het fijnste.
Maandag moet die rode map weer open en zit ik ermee. Ik alleen.
woensdag 31 augustus 2011
Mededelingen
Morgen lees ik voor bij Literanita met als thema waanzin.
Het waanzinnigste uit mijn leven: de conversaties die ik elke donderdag met de schoonmaker voer. Niet te missen!
In de nieuwe revisor, of hier, kun je alvast een stukje over Erica Vander Poelgeest lezen. Het personage waar ik nu mee bezig ben.
Het waanzinnigste uit mijn leven: de conversaties die ik elke donderdag met de schoonmaker voer. Niet te missen!
In de nieuwe revisor, of hier, kun je alvast een stukje over Erica Van
Abonneren op:
Posts (Atom)