Ik printte vanmiddag ineens een a-vier uit waar zeven keer het woord 'toewijding' opstond. Dat vel papier ligt hier nu op mijn bureau. Het staat er zo lekker simpel.
Het enige wat mij te doen staat. Mij onderwerpen aan de materie. Mij overgeven. Mij er aan toewijden.
Het schrijven van een roman vereist meer toewijding dan het schrijven van verhalen. Je toewijden aan het idee, de personages, het verhaal. Ook wel gelijk aan ergens helemaal in geloven.
Dus typte ik 'toewijding' in vette kapitalen en printte ik het uit. Opdat ik het de komende tijd niet zou vergeten.
maandag 19 september 2011
vrijdag 16 september 2011
Tik
In onze buurt, op de route van school naar huis, zie ik de rode auto geparkeerd staan. Zoals gewoonlijk heb ik de garagestickers onder alle nummerborden gescand.
Mijn hart maakt een sprongetje. De rode auto komt uit een garage in Groesbeek. Groesbeek!
Ik kom helemaal niet uit Groesbeek, de grootste boeren kwamen uit Groesbeek, maar Heijen ligt er niet ver vandaan. Ik woon nu al langer hier dan dat ik daar ooit gewoond heb, toch kijk ik naar de auto's.
In de straat waar we eerst woonden, stond altijd een auto van garage Cup uit Heijen. Dat was helemaal een vertrouwd gevoel. Misschien waren de auto en ik daar wel ooit tegelijk. Waar we nu wonen, staan alleen maar Hollandse auto's.
Ik doe dit trouwens ook bij fietsen. Overal in Amsterdam ben ik al fietsen van fietsenmaker Koenders uit Heijen tegengekomen. Ze zagen er allemaal nog goed uit.
Mijn hart maakt een sprongetje. De rode auto komt uit een garage in Groesbeek. Groesbeek!
Ik kom helemaal niet uit Groesbeek, de grootste boeren kwamen uit Groesbeek, maar Heijen ligt er niet ver vandaan. Ik woon nu al langer hier dan dat ik daar ooit gewoond heb, toch kijk ik naar de auto's.
In de straat waar we eerst woonden, stond altijd een auto van garage Cup uit Heijen. Dat was helemaal een vertrouwd gevoel. Misschien waren de auto en ik daar wel ooit tegelijk. Waar we nu wonen, staan alleen maar Hollandse auto's.
Ik doe dit trouwens ook bij fietsen. Overal in Amsterdam ben ik al fietsen van fietsenmaker Koenders uit Heijen tegengekomen. Ze zagen er allemaal nog goed uit.
donderdag 15 september 2011
Ik besta
Fabio gaat terug naar zijn moederland. Voor drie maanden. Of voor altijd. Dat wordt me niet duidelijk.
'Mag ik een foto van jou maken?' vraagt hij.
'Waarom?'
'Ter herinnering.'
'Kom je niet meer terug dan?'
'Jawel, maar het is het bewijs dat ik hier gewerkt heb. De mensen geloven me niet. Ze geloven me nooit.'
'Dan geef je ze toch gewoon mijn telefoonnummer?'
'Dat kan ook.' Stilte. 'Wil je dan van mij een foto maken?' Hij pakt zijn fototoestel.
Ik fotografeer Fabio in een poetsende houding. Het moet drie keer over voor ik hem scherp heb.
'Alles is moeilijk als je niet bestaat, Elkie,' zegt hij.
'Je bestaat wel, hè,' zeg ik. 'Daar heb je nu een foto van.'
Hij knikt. Hij kent dat soort grapjes nu ondertussen wel. 'Mag ik nou ook een foto van jou maken?' vraagt hij.
Even later sta ik voor de camera van Fabio, en wacht tot hij eindelijk klikt. Klik. Flits.
Ik word geflitst.
'Mag ik een foto van jou maken?' vraagt hij.
'Waarom?'
'Ter herinnering.'
'Kom je niet meer terug dan?'
'Jawel, maar het is het bewijs dat ik hier gewerkt heb. De mensen geloven me niet. Ze geloven me nooit.'
'Dan geef je ze toch gewoon mijn telefoonnummer?'
'Dat kan ook.' Stilte. 'Wil je dan van mij een foto maken?' Hij pakt zijn fototoestel.
Ik fotografeer Fabio in een poetsende houding. Het moet drie keer over voor ik hem scherp heb.
'Alles is moeilijk als je niet bestaat, Elkie,' zegt hij.
'Je bestaat wel, hè,' zeg ik. 'Daar heb je nu een foto van.'
Hij knikt. Hij kent dat soort grapjes nu ondertussen wel. 'Mag ik nou ook een foto van jou maken?' vraagt hij.
Even later sta ik voor de camera van Fabio, en wacht tot hij eindelijk klikt. Klik. Flits.
Ik word geflitst.
woensdag 14 september 2011
Dit moet nog anders!
Kijkt u vandaag naar het filmpje: Doucheputje.
Bij een foto in mijn dagboek, van mijzelf als vijftienjarige, staan allemaal pijlen. Met punten van verbetering. De titel die ik boven de foto geschreven heb, luidt: Dit moet nog anders!
Het ziet zwart van de pijlen naar alle delen van mijn lichaam.
Vernietigende kritiek, heel detaillistisch ook, zorgvuldig door mijzelf genoteerd. Dat doen pubers. Zo zijn ze.
Toch heb ik bij zo'n filmpje steeds de neiging hetzelfde te doen. Om een kijkwijzer te maken met verbeterpunten.
Bij een foto in mijn dagboek, van mijzelf als vijftienjarige, staan allemaal pijlen. Met punten van verbetering. De titel die ik boven de foto geschreven heb, luidt: Dit moet nog anders!
Het ziet zwart van de pijlen naar alle delen van mijn lichaam.
Vernietigende kritiek, heel detaillistisch ook, zorgvuldig door mijzelf genoteerd. Dat doen pubers. Zo zijn ze.
Toch heb ik bij zo'n filmpje steeds de neiging hetzelfde te doen. Om een kijkwijzer te maken met verbeterpunten.
dinsdag 13 september 2011
Protest
Deetje (bijna anderhalf) wil niet meelopen naar de crèche, dus draag ik haar. Ze knijpt me hard in mijn nek terwijl ik loop. De glijbaan in de hal vindt ze altijd geweldig. Vandaag ook. Al juicht ze er niet bij. Al glijdt ze er niet vanaf. Vandaag gaat ze achterstevoren de trap op. Rechtopstaand. Achteruitlopend. Ze blijft mij daarbij recht aankijken.
'Je moet je omdraaien, Deetje,' zeg ik. 'Je kunt vallen zo.'
Ze geeft geen krimp, loopt de trap af en gaat dan weer achteruit omhoog. (x 100)
Als ik wegga, ligt ze voor dood - met haar armen en benen gespreid - op de vloer. En kijkt mijn kant op.
Het boekje over de dierentuinbeesten dat ik haar voor wilde lezen, heeft ze een paar keer uit mijn handen geslagen, voordat ze het tenslotte zelf de ruimte in slingert. Ze laat zichzelf achterover op de grond vallen. Zo blijft ze liggen. Tot ze uiteindelijk één been optrekt, en haar ene schoen begint uit te trekken, dan haar andere schoen en haar sokken. Haar donkere wenkbrauwen gefronst, een pruillip.
'Hier zien we een typische boze peuter,' zegt de leidster. 'Dat is normaal.'
Ik zie ook die blik in haar oogjes. Word ik nu nog niet begrepen? zeggen die. Het is mij best duidelijk: ze heeft geen zin vandaag. Maar ze moet van mij. Ik laat haar gewoon achter.
'Je moet je omdraaien, Deetje,' zeg ik. 'Je kunt vallen zo.'
Ze geeft geen krimp, loopt de trap af en gaat dan weer achteruit omhoog. (x 100)
Als ik wegga, ligt ze voor dood - met haar armen en benen gespreid - op de vloer. En kijkt mijn kant op.
Het boekje over de dierentuinbeesten dat ik haar voor wilde lezen, heeft ze een paar keer uit mijn handen geslagen, voordat ze het tenslotte zelf de ruimte in slingert. Ze laat zichzelf achterover op de grond vallen. Zo blijft ze liggen. Tot ze uiteindelijk één been optrekt, en haar ene schoen begint uit te trekken, dan haar andere schoen en haar sokken. Haar donkere wenkbrauwen gefronst, een pruillip.
'Hier zien we een typische boze peuter,' zegt de leidster. 'Dat is normaal.'
Ik zie ook die blik in haar oogjes. Word ik nu nog niet begrepen? zeggen die. Het is mij best duidelijk: ze heeft geen zin vandaag. Maar ze moet van mij. Ik laat haar gewoon achter.
maandag 12 september 2011
Ander imago
Op weg naar huis, met de vioolkoffer op mijn rug, glipte ik de kledingwinkel nog even in. Ik ken de verkoopster. Kennen is een groot woord. Maar toen ik daar een maand of vier, vijf geleden naar binnen liep, vertelde ze mij dat de broek die ik droeg ècht niet kon. Dat die niet stond.
'Wil je die nooit meer dragen?' riep ze uit.
'Het is een oude broek,' zei ik.
'Je lijkt er voller in, dan je bent.'
'Vertel mij wat ik aan moet,' zei ik. 'Ik heb geen idee.'
'O,' zei ze, 'dit had ik nooit mogen zeggen. Sorry. Maar het is zo'n lelijk ding.'
'Verontschuldig je niet,' zei ik, 'ik apprecieer eerlijkheid. Jij bent de specialist, niet ik. Jij redt mij. Ik zou gewoon met deze broek verder de stad ingetrokken zijn.'
Ze kwam met een hele bleke, strakke spijkerbroek. Een beetje gevlekt. Ik moet zeggen; die stond ook beter. Ik leek er minder vet in. Zelfs mijn hoofd leefde op. Ik vroeg of ik 'm meteen aan mocht houden en beloofde haar dat ik de oude broek weg zou gooien.
'Ik heb 'm nooit meer aan gehad hoor!' zei ik nu ter verwelkoming.
'Je moest 'm weggooien,' zei ze.
De verkoopster herkende mij nog wel, maar wist niet wat ze me tenslotte verkocht had.
Deze keer haalde ze meteen een glanzende, zwarte pantalon uit het rek. Een paar andere klassieke broeken met vouw passeerden de revue. Je hoeft maar een vioolkoffer bij je te dragen, dacht ik. Zo simpel is het.
Ze zei: 'Ik zoek kleren voor je uit. En dan speel jij er een mooi stukje viool bij.'
'Jij schat mij verkeerd in.'
'O,' zei ze.
'Ik speel helemaal geen viool.'
'Maar...' Ze wees naar de koffer.
'Ja,' zei ik. 'Ik heb wel een viool bij me.'
'Wil je die nooit meer dragen?' riep ze uit.
'Het is een oude broek,' zei ik.
'Je lijkt er voller in, dan je bent.'
'Vertel mij wat ik aan moet,' zei ik. 'Ik heb geen idee.'
'O,' zei ze, 'dit had ik nooit mogen zeggen. Sorry. Maar het is zo'n lelijk ding.'
'Verontschuldig je niet,' zei ik, 'ik apprecieer eerlijkheid. Jij bent de specialist, niet ik. Jij redt mij. Ik zou gewoon met deze broek verder de stad ingetrokken zijn.'
Ze kwam met een hele bleke, strakke spijkerbroek. Een beetje gevlekt. Ik moet zeggen; die stond ook beter. Ik leek er minder vet in. Zelfs mijn hoofd leefde op. Ik vroeg of ik 'm meteen aan mocht houden en beloofde haar dat ik de oude broek weg zou gooien.
'Ik heb 'm nooit meer aan gehad hoor!' zei ik nu ter verwelkoming.
'Je moest 'm weggooien,' zei ze.
De verkoopster herkende mij nog wel, maar wist niet wat ze me tenslotte verkocht had.
Deze keer haalde ze meteen een glanzende, zwarte pantalon uit het rek. Een paar andere klassieke broeken met vouw passeerden de revue. Je hoeft maar een vioolkoffer bij je te dragen, dacht ik. Zo simpel is het.
Ze zei: 'Ik zoek kleren voor je uit. En dan speel jij er een mooi stukje viool bij.'
'Jij schat mij verkeerd in.'
'O,' zei ze.
'Ik speel helemaal geen viool.'
'Maar...' Ze wees naar de koffer.
'Ja,' zei ik. 'Ik heb wel een viool bij me.'
vrijdag 9 september 2011
Verborgen humor
De boekpresentatie van 'Wij dansen niet' van Ellen Heijmerikx was bij mijn oude uitgeverij. Het was er vertrouwd. Er waren veel bekenden. Ik stond hier en daar. Ook was ik een tijdje met mijn vroegere uitgeefster en een andere schrijver aan het praten over ditjes en datjes uit de boekenwereld. Een gezellig kletsje.
Ineens zei de uitgeefster: 'Híér behandelen wij iedereen als een ster, wij hebben geen sterauteurs, die moeten wij niet. Maar och, auteurs met sterallures gaan vanzelf bij ons weg.'
Ze liet een stilte vallen, toen zei ze nonchalant: 'naar de Bezige Bij of zo.'
Eh, dit ligt er volgens mij iets te dik bovenop, dacht ik. Waarschijnlijk is het een grap. Bijtende humor. Maar dat mag.
Dus keek ik haar, voorzichtig lachend, aan.
Ze bleef me recht aankijken en vertrok geen enkel spiertje. Niets. Nergens.
En ik maar lachen.
Ineens zei de uitgeefster: 'Híér behandelen wij iedereen als een ster, wij hebben geen sterauteurs, die moeten wij niet. Maar och, auteurs met sterallures gaan vanzelf bij ons weg.'
Ze liet een stilte vallen, toen zei ze nonchalant: 'naar de Bezige Bij of zo.'
Eh, dit ligt er volgens mij iets te dik bovenop, dacht ik. Waarschijnlijk is het een grap. Bijtende humor. Maar dat mag.
Dus keek ik haar, voorzichtig lachend, aan.
Ze bleef me recht aankijken en vertrok geen enkel spiertje. Niets. Nergens.
En ik maar lachen.
Abonneren op:
Posts (Atom)