vrijdag 23 december 2011

Trut

We need to talk about Kevin gezien. De film ging over de moeizame verhouding tussen een moeder en een zoon die uiteindelijk een halve klas uit zal moorden. De moeder heeft vanaf het begin moeite van haar zoon te houden. Het schuldvraagstuk komt aan de orde. Maar deze Kevin was zo'n boosaardig, gewetenloos jongetje dat het mij ook erg moeilijk leek van hem te houden. Hij keek z'n moeder constant vuil aan. Je zou zo'n kind maar hebben.
We zaten thuis nog wat na te kletsen toen ik boven gerommel hoorde. Deetje (1,5) zat rechtop in bed in haar rode slaapzakje met witte stippen. Ze keek me met half dichtgeknepen ogen aan, haar wenkbrauwen gefronst. Ik glimlachte. En zij zei: Trut.
'Wat zei je nou, Deetje?'
'TRUT.'
Deetje heeft een naar droompje gehad, dacht ik. Ik kuste haar, aaide haar over haar bolletje, wilde haar weer neerleggen maar dat werkte averechts. Ze begon zo hard te gillen en te krijsen - TRUTTT! - dat ik snel haar weer oppakte.
'Ze zegt de hele tijd Trut tegen mij,' riep ik naar beneden. 'Erg, hè?'
'Ze zegt Dorst,' riep man.
'Heb je Dorst?' vroeg ik Deetje.
'Jaaa,' zei ze verontwaardigd. 'Trut.'

donderdag 22 december 2011

Kerst, slet

Mijn excuses voor het onregelmatige posten van de afgelopen week. (Dit is vooral aan mijn tantes gericht, en mijn oom natuurlijk) Ik houd het erop dat het komt omdat het kerstreces is aangebroken en omdat mijn computer een nieuwe harde schijf kreeg. Ook was ik de afgelopen dagen druk doende met mijn verkoudheid, het maken van gevulde eitjes en een cake met sneeuw voor het kerstdiner en ontbijt van de dametjes. Daarnaast de schrijverij.
'Heb je een boek geschreven?' vroeg gisteren een cursist aan mij. Het was de laatste les.
Verder wil ik nog zeggen, maar dit is alleen voor wie de VPRO gids leest, dat ik nooit het verlangen had dan tenminste vroeger een slet te zijn geweest. Grunberg noemt in zijn column van deze week de vriendinnen van Gerritsen die de wens hadden vroeger een slet te zijn geweest, nu ben ik een vriendin van Gerritsen, maar ik was het niet.
Op de verjaardag van haar dochtertje zag ik de ouders van Gerritsen naar me kijken: zo, die had dus vroeger een slet willen zijn en nog. Waarschijnlijk dachten ze: daar heb je die slet. Ze ziet er sletterig uit. Die broek dat is niet voor niks.
Maar ik wil geen slet zijn, had ook achteraf gezien geen slet willen zijn. Ik ben iemand die juist nog wat meer distantie had willen hebben. Was ik maar helemaal nooit uitgegaan vroeger. Had ik die discobus maar aan me voorbij laten rijden. Ik heb hele zaterdagavonden op het muurtje naast de toiletten doorbracht tot de bus me weer terug naar mijn dorp reed. Ik heb mezelf - achteraf gezien - onnodig vermoeid met het zitten in koude gangen, het gebonk van keiharde muziek op de achtergrond of het buiten in de blubber staan met iemand die mij wou.

maandag 19 december 2011

Dameskrans

We zaten met vier dames in Toomler met bitterballen, nacho chips, muntthee, wijn en bier. Eentje kwam net van een verjaardag van een fotomodel, waar allemaal andere fotomodellen waren, en zei toen ze erbij kwam zitten: 'Ik voelde me de hele tijd zo slonzig, maar nu tenminste niet meer.'
We praatten over de hongerige blik in de ogen van dronken mannen, een vriend die had gezegd: 'ik neem alles wat 37 graden is', een godsdienstleraar die 20 jaar later vreemde berichten begint te sturen, een leraar Frans die je plotseling een brief schrijft over een operatie aan zijn geslacht, een recensent die insinuerende mails stuurt en die je dan toch niet al te grof afkapt omdat het een recensent is, een oudere man die na een lezing op je afkomt en zegt: 'ik hou niet van boeken maar wel heel erg van schrijfsters'. Ik bracht in dat ik eigenlijk nog niets van dat alles had meegemaakt. Nooit een dubieuze brief van een onbekende lezer, (zelfs geen normale brief), laat staan van een recensent, geen enkel levensteken van welke leraar dan ook.
'Maar jij schrijft ook te veel over je kinderen,' zei iemand.
'Ja, je moet het woord piemel gebruiken, dat begrijpen mannen,' zei een ander.
'Dus jij hebt nooit bericht gekregen van mensen die heel erg moest huilen bij je boek en zo?'
'Nee,' zei ik.
'Oei,' zeiden ze.

donderdag 15 december 2011

Was ik maar een beetje manisch

Mijn vriendin mailt me de laatste tijd de meest wilde verhalen, over feestjes tot het ochtendgloren en ze is de dag erna niet moe, nee, ze heeft haast geen slaap meer nodig, lijkt wel. Ze rent drie bruggen over zonder moeite en gaat helemaal 'loos' met schrijven, ze eet heel vaak met haar peuter in restaurants en dat is geweldig en elke dag maakt ze wel een stel nieuwe, interessante vrienden. Griep of verkoudheid hebben zelfs geen vat op haar.
'Het leven is toch héél boeiend!' schrijft ze. 'Vind je niet?'
Ik mail terug dat sommige levens inderdaad heel boeiend zijn.
Net heb ik mijn broek uit de diepvries gehaald, zo moet de spijkerbroek van een lijk voelen. De kauwgom op de achterzakken zou er in bevroren toestand gemakkelijk af gaan. Daarom lag-ie erin. Maar dat is een fabeltje. Ik moet gewoon krabben. Mijn hoofd zit dicht, als ik voorover buk doet het pijn. Mijn werk heb ik gisteren uitgeprint, en geconcludeerd dat ik alles heel ijverig in ongeveer dezelfde kleur geschilderd heb. Ik zal vanaf nu wat licht moeten gaan aanbrengen. Dat is nog heel hard werken. Ik ga op tijd naar bed, maar word al wekenlang 's nachts wakker, of van blaffende kinderen, mijn eigen geblaf, of ik schrik overeind van het eenkleurige doek waar ik aan schilder. Nu wacht ik op de buurvrouw die de sleutel van onze bakfiets komt halen, die hebben wij toch niet meer nodig. En ik sniffer en ik snuif en ik zucht en ik zuif. Het is alweer bijna kerst. Het leven is boeiend.

dinsdag 13 december 2011

In de wereld

Jeetje (6) kijkt elke dag jeugdjournaal in de klas. Ze zit in een combinatiegroep 3,4,5. Bij ons thuis kijkt ze nog gewoon Sesamstraat. Ze vertelt me dat uit onderzoek gebleken is dat kinderen het minst veilig zijn bij hun eigen ouders. 'Van àlle mensen', zei ze, 'heb je de grootste kans dat je eigen ouders je mishandelen.'
Na dat item had de juf gevraagd wie er thuis mishandeld werd.
'Heb jij je hand opgestoken?' vroeg ik.
'Nee,' zei ze. 'Natuurlijk niet.'
'Wie dan wel?'
'Rachid, Khalid en Ryan.'
'Die zullen wel een paar corrigerende tikjes krijgen,' zei ik. 'Dat geeft niks. En de kredietcrisis? Wat weet je daar van af?'
'Nou, die begrijp ik nog niet zo goed.'
'Niet?' zei ik.
'Nee, ik begrijp niet wie er nou echt geld had, Nederland of Griekenland? Griekenland heeft geld uitgegeven dat ze niet hebben en daardoor komen wij dus ook in de problemen. Omdat dat ook ons geld was, maar hoe kan dat als ze dat geld niet eens hadden?'
Ze keek me aan. Ze schaamde zich dat ze de kredietcrisis niet helemaal begreep.

maandag 12 december 2011

Afwijken

Terwijl ik met ons bezoek praatte, kwam ik op het idee voor een personage voor mijn volgende boek. Dit beroep klopt precies bij het onderwerp waar ik het over wil gaan hebben. Hoe fijn is het om over volgende boeken na te denken, nog voor het andere boek af is. Het volgende boek dat beter gaat worden en in alles anders. Het werkt troostend. Dit wilde ik helemaal niet opschrijven nu. Ik wilde een stukje schrijven over de grootste kerstboom die we ooit hadden. Zo gaat het ook met mijn geschrijf. Het lijkt soms alsof ik er de hand niet in heb. Zodra ik een solide plan heb bedacht, wijk ik daar als vanzelf vanaf. Ik zag een programma op tv over schrijvers die alcohol nodig hebben om in hun werk grenzen over te kunnen gaan en nieuwe stappen te durven zetten. Ik vroeg me af wat ik moest drinken om binnen de perken te blijven.

vrijdag 9 december 2011

Wat ik niet zei

De trein naar Amsterdam is in botsing gekomen met een persoon. Koffie en thee gratis verkrijgbaar op het perron. Sorry voor het ongemak. Dit na een gesprek met Jeroen van Kan over geesten voor het programma de Donkere Dagen van de VPRO. Ook stelde hij mij de vraag: 'Wie is jouw held?' en 'Wie moet er dood?' Het kerstverhaal dat ik voorlas heette: 'Dood is dood.' De crèche belde om te zeggen dat de kleine hoge koorts heeft en nu opgehaald moet worden. Ik had een grote plak kauwgum op m'n kont omdat ik daar op de heenweg al middenin was gaan zitten. Zwarte broek, witte kauwgum.
Na mij was Ester Naomi Perquin aan de beurt, die ik 's avonds weer terugzag in de Melkweg. Maartje Wortel had een leuk stel mensen uitgekozen voor het programma 5kwarts. Het hele concept voor zo'n literaire avond is goed. 'Welke mensen zou jij uitkiezen?' hoorde ik Jeroen van Kan al vragen. 's Nachts zat ik met een klein meisje in mijn armen. Zacht huilend. Oververhit. Ze rook een beetje naar kots. Mijn heldinnetje. Maar dat heb ik op de radio niet gezegd, natuurlijk.