In de trein naar Maastricht, ik denk ter hoogte van Weert, moest ik Revolutionairy road opzij leggen om het verhaal Lastmens te gaan lezen. Het was jaren geleden dat ik dat gedaan had. Het kwam mij voor als eeuwen terug. Maar dat kon niet waar zijn. Voorin stond dat het boek in 2010 uitgekomen was. Ik was op weg naar de kunstacademie om te praten over dit verhaal. De studenten audio-visueel wilden er een korte film van maken.
Het viel me helemaal niet tegen. Het woord negerin stoorde me. Maar dat was alles. Wel begreep ik waarom mensen het verhaal 'zwart' genoemd hebben. Af en toe werd ik door de woorden om de oren geslagen. Het waren ooit mijn woorden. Ik wist dat ik ze geschreven had, maar zo voelde het niet.
In het verhaal 'besluit' de moeder, Wieke heet ze, zich op zeker moment voor te doen als de au-pair van haar eigen kind. (Het is niet echt een besluit. Die vrouw besluit niks. Het overkomt haar. Ze zegt geen nee.) De afstand die dat met zich mee brengt maakt het voor haar makkelijker met haar dochtertje van drie om te gaan. Als ze haar kind beschouwt als werk, is de verantwoordelijkheid beter te dragen. Is ze beter in staat liefde te voelen. Als toeschouwer gaat alles beter. Het leven als baantje is makkelijker dan er middenin zitten.
Even later zat ik voor een klas derdejaars studenten. Ze vroegen dingen als: Heeft Wieke in het verleden een problematische verhouding met mannen gehad? Haat ze kinderen? Waarom is ze bij die man? Is het verhaal misschien een postnatale depressie? Wat is er in het verleden met Wieke gebeurd dat ze nu zo is?
Voor ik het wist zaten we in een soort therapiesessie waarin ik de woordvoerster van Wieke scheen te zijn.
'Jullie moeten er vooral je eigen ding mee doen,' zei ik op zeker moment tegen de studenten, 'een film is iets heel anders dan een verhaal. Het staat op zichzelf.'
Dat wisten ze allang. Eén jongen stelde voor om in plaats van een kind een hond te nemen. En in plaats van de zandbak waar de au-pairs samenkomen een hondenuitlaatplaats.
vrijdag 17 januari 2014
woensdag 15 januari 2014
Flarden van de laatste dagen
Murakami in een interview in NRC over schrijven: Ik heb geen enkele bewegwijzering. Het is reizen zonder landkaart. Het enige wat ik nodig heb is vertrouwen - het geloof dat ik ooit, op een dag, het verhaal waaraan ik begin ook daadwerkelijk zal kunnen beëindigen. Voordat ik die kracht in mezelf voel, begin ik niet eens.
Vlak daarna hoorde ik een geïnterviewde op de radio (ik weet nu al niet meer wie) Kant citeren: Durf op je eigen verstand en gevoel te vertrouwen. Heb aandacht. Je kunt alleen maar echte aandacht voor andere mensen hebben als je volledig op je eigen perceptie vertrouwt.
En zojuist las ik op Facebook twee stukken van Vlaamse schrijfsters wier werk ik bewonder, Saskia de Coster en Annelies Verbeke, het ene stuk ging over het evenement Literaire Moeders (Mannen, wees gewaarschuwd, vrouwelijke schrijvers rukken op!) en in het andere stuk werd getwijfeld over de uitwerking van zo'n avond lang praten over vrouwelijke auteurs. 'Omdat ik vrees dat elke beklemtoning van de vrouwelijke auteur als aparte groep, de discriminatie uiteindelijk in de hand werkt,' schrijft Annelies Verbeke. En: 'Ik blijf oprecht denken dat mijn geslacht er weinig toe doet wanneer ik schrijf, ik blijf oprecht denken dat ik een parade van mensen ben, een optocht van vrouwen, mannen en hermafrodieten van alle leeftijden die me bij het schrijven goed van pas komt. '
Saskia de Coster benoemt in haar column in de Morgen haar literaire moeders en schrijft: ' Nochtans geloof ik oprecht dat de drang om te schrijven aseksueel is, dat niemand met zijn geslachtsdeel schrijft, en dat je literatuur zelf niet kan opdelen in vrouwenliteratuur en mannenliteratuur. Maar of je effectief aan schrijven toekomt, of het je toegelaten wordt, of het gepubliceerd mag worden of niet, dat heeft eeuwenlang afgehangen van je sekse.'
Dit heeft allemaal op een bepaalde manier met elkaar te maken.
Vlak daarna hoorde ik een geïnterviewde op de radio (ik weet nu al niet meer wie) Kant citeren: Durf op je eigen verstand en gevoel te vertrouwen. Heb aandacht. Je kunt alleen maar echte aandacht voor andere mensen hebben als je volledig op je eigen perceptie vertrouwt.
En zojuist las ik op Facebook twee stukken van Vlaamse schrijfsters wier werk ik bewonder, Saskia de Coster en Annelies Verbeke, het ene stuk ging over het evenement Literaire Moeders (Mannen, wees gewaarschuwd, vrouwelijke schrijvers rukken op!) en in het andere stuk werd getwijfeld over de uitwerking van zo'n avond lang praten over vrouwelijke auteurs. 'Omdat ik vrees dat elke beklemtoning van de vrouwelijke auteur als aparte groep, de discriminatie uiteindelijk in de hand werkt,' schrijft Annelies Verbeke. En: 'Ik blijf oprecht denken dat mijn geslacht er weinig toe doet wanneer ik schrijf, ik blijf oprecht denken dat ik een parade van mensen ben, een optocht van vrouwen, mannen en hermafrodieten van alle leeftijden die me bij het schrijven goed van pas komt. '
Saskia de Coster benoemt in haar column in de Morgen haar literaire moeders en schrijft: ' Nochtans geloof ik oprecht dat de drang om te schrijven aseksueel is, dat niemand met zijn geslachtsdeel schrijft, en dat je literatuur zelf niet kan opdelen in vrouwenliteratuur en mannenliteratuur. Maar of je effectief aan schrijven toekomt, of het je toegelaten wordt, of het gepubliceerd mag worden of niet, dat heeft eeuwenlang afgehangen van je sekse.'
Dit heeft allemaal op een bepaalde manier met elkaar te maken.
maandag 13 januari 2014
Gelijk
De poes was al een dag en een nacht weg. Het was niets voor haar. Ze ging nooit ver van huis. Ze moest wel verdwaald zijn. Het was een vrouwtje. Geen erg emancipatoire gedachtengang. Maar het ging om een poes.
'Nu niet gaan zeggen dat ze een matje is geworden,' zei Jeetje voordat ik mijn mond open had gedaan. 'Jij altijd met je dood, dood. DOOD.'
'Nee, jij,' zei ik. 'Het is jouw poesje dat nu zielig en alleen en uitgehongerd ergens op ons zit te wachten. En jij speelt lekker op je kamer met je monster-high poppen.'
'Ze komt heus wel terug, mama.'
'Jij maakt je helemaal geen zorgen. Dat vind ik nogal raar,' zei ik.
'Hoe wéét jij dat ik me geen zorgen maak?'
Het tengere, blonde kind stond op de vierde traptrede en keek naar me. Achteneenhalf jaar oud. Haar armen over elkaar. Zo'n monsterlijke pop in haar ene hand. In haar oorlelletjes kleine gouden ringen. Het ene lelletje roder dan het andere. Donshaartjes op haar oorschelpen. Het roze hemd hing half uit haar lila spijkerbroek. Vanaf een iets hoger standpunt bestudeerde ze de vrouw die voor haar stond. Mij. Haar moeder.
'Ik hoef toch niet de hele tijd te zèggen dat ik me zorgen maak.' Ze articuleerde alsof ze het tegen een zwakzinnige had. 'Of wel soms? Maak je je soms pas zorgen als je het steeds zegt? Nee, hè? Nee.'
Ik zei dat ze gelijk had, dat ze gelijk had. En rond drieën 's nachts zou de poes ook inderdaad gewoon terugkomen. Luid mauwend stond ze onder het raam. Verbolgen omdat het zo lang duurde voor iemand haar binnenliet.
'Sorry,' mompelde ik, 'sorry dat ik je zo lang heb laten wachten. '
'Nu niet gaan zeggen dat ze een matje is geworden,' zei Jeetje voordat ik mijn mond open had gedaan. 'Jij altijd met je dood, dood. DOOD.'
'Nee, jij,' zei ik. 'Het is jouw poesje dat nu zielig en alleen en uitgehongerd ergens op ons zit te wachten. En jij speelt lekker op je kamer met je monster-high poppen.'
'Ze komt heus wel terug, mama.'
'Jij maakt je helemaal geen zorgen. Dat vind ik nogal raar,' zei ik.
'Hoe wéét jij dat ik me geen zorgen maak?'
Het tengere, blonde kind stond op de vierde traptrede en keek naar me. Achteneenhalf jaar oud. Haar armen over elkaar. Zo'n monsterlijke pop in haar ene hand. In haar oorlelletjes kleine gouden ringen. Het ene lelletje roder dan het andere. Donshaartjes op haar oorschelpen. Het roze hemd hing half uit haar lila spijkerbroek. Vanaf een iets hoger standpunt bestudeerde ze de vrouw die voor haar stond. Mij. Haar moeder.
'Ik hoef toch niet de hele tijd te zèggen dat ik me zorgen maak.' Ze articuleerde alsof ze het tegen een zwakzinnige had. 'Of wel soms? Maak je je soms pas zorgen als je het steeds zegt? Nee, hè? Nee.'
Ik zei dat ze gelijk had, dat ze gelijk had. En rond drieën 's nachts zou de poes ook inderdaad gewoon terugkomen. Luid mauwend stond ze onder het raam. Verbolgen omdat het zo lang duurde voor iemand haar binnenliet.
'Sorry,' mompelde ik, 'sorry dat ik je zo lang heb laten wachten. '
donderdag 9 januari 2014
Docu Doe Maar
In Heijen ontstond dus Doe Maar. Hadden wij dat geweten, was onze jeugd anders verlopen. Heijen was niet direct het stoerste plaatsje om in op te groeien, vonden mijn vrienden en ik. In de jaren tachtig. Nu schrijf ik hier: mijn vrienden en ik en het klinkt alsof we een clan waren. Maar ik had geloof ik twee vriendinnen. Waar ik niet echt mee praatte. Dat deden wij niet. Niemand deed dat daar. We voelden elkaar nog gewoon aan.
Waren we ergens anders, werd ons op een gegeven moment altijd die ene vraag gesteld.
'Wat praten jullie grappig. Waar komen jullie vandaan?'
Hoeveel beter zou het zijn geweest als we hadden kunnen zeggen: 'We komen uit het dorp waar Doe Maar begonnen is. Ergens op een zolder. Op een Heijense boerderij. En wij speelden daar rondom heen.'
Alleen Henny deed toen nog niet mee. Het is jammer dat Henny misschien wel helemaal nooit in Heijen geweest is.
Waren we ergens anders, werd ons op een gegeven moment altijd die ene vraag gesteld.
'Wat praten jullie grappig. Waar komen jullie vandaan?'
Hoeveel beter zou het zijn geweest als we hadden kunnen zeggen: 'We komen uit het dorp waar Doe Maar begonnen is. Ergens op een zolder. Op een Heijense boerderij. En wij speelden daar rondom heen.'
Alleen Henny deed toen nog niet mee. Het is jammer dat Henny misschien wel helemaal nooit in Heijen geweest is.
dinsdag 7 januari 2014
Luik
De Bulgaar en zijn vrouw zijn de hele dag al boven bezig een luik te maken dat mij definitief van van de rest van het gezin zal scheiden. De poezen verscheuren kranten als bezetenen. Soms kost het me enige moeite de zin van dingen in te zien.
Een vriendin die a Room of One's own aan het lezen is, drukt me op het hart dat ik een hele dikke kluisdeur moet nemen. Het wordt een luik van multiplex. Hoogstens drie centimeter dik. En met kieren ertussen zag ik net. Het is misschien juist fijn dat ik, als ik werk, mijn kinderen en man nog gewoon kan horen. En de vrienden van mijn kinderen. En daar de ouders van. Een beetje contact met de wereld is goed voor een schrijver.
Misschien doe ik dat luik, als het straks klaar is, wel gewoon meteen weg. De luiken blijven open dit jaar. Ik kan ook voor altijd in café's gaan werken. In de CoffeeCompany op het Javaplein vandaag zat ik tegenover een beroemd politica. Wij, allebei achter onze laptopjes.
Het wemelde daar trouwens van de lieve mensjes zoals wij, achter lieve opgetrokken muurtjes.
Een vriendin die a Room of One's own aan het lezen is, drukt me op het hart dat ik een hele dikke kluisdeur moet nemen. Het wordt een luik van multiplex. Hoogstens drie centimeter dik. En met kieren ertussen zag ik net. Het is misschien juist fijn dat ik, als ik werk, mijn kinderen en man nog gewoon kan horen. En de vrienden van mijn kinderen. En daar de ouders van. Een beetje contact met de wereld is goed voor een schrijver.
Misschien doe ik dat luik, als het straks klaar is, wel gewoon meteen weg. De luiken blijven open dit jaar. Ik kan ook voor altijd in café's gaan werken. In de CoffeeCompany op het Javaplein vandaag zat ik tegenover een beroemd politica. Wij, allebei achter onze laptopjes.
Het wemelde daar trouwens van de lieve mensjes zoals wij, achter lieve opgetrokken muurtjes.
zondag 5 januari 2014
De wereld van oma
In de deuropening zie ik haar al liggen met open ogen. Wijdopen. Langzaam loop ik haar kamer in. Vanuit het bed volgt ze mijn gang, als die van een vreemde. Ik haal mijn pet van mijn hoofd. Als ik me naar haar toe buig, kijken we elkaar aan van heel dichtbij. Ik herken haar nauwelijks. Ze heeft grote ogen. Een andere blik ook. Nog nooit eerder zag ik haar zonder tanden. Misschien is dat het? Op het moment dat ik haar kus, flitst het door mijn hoofd dat ik in de verkeerde kamer ben. Bij de verkeerde mevrouw. Dat we elkaar helemaal niet kennen en ik hier een volslagen onbekende sta te kussen.
'Elke,' zegt ze dan. 'Elke.'
'Ja,' zeg ik.
Oma ligt scheef in het bed. De aders op haar handen zijn dik en zwart. Er zijn haast alleen nog aders. Ik hou ze vast.
'Je handen zijn zo zacht, oma.'
'Dat krijg je als je er niks meer mee doet,' zegt ze.
Ik lach. Zij lacht ook. De klassieke zender staat op, zoals altijd. Mijn moeder zit aan de ene kant van het bed, ik aan de andere. We babbelen wat. Er heerst rust in de kamer. Het is een compleet andere wereld. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat oma hier ligt te wachten op de weeën. Ze is uitgerekend. Het zal in deze dagen beginnen. De bevalling. Maar ze lijkt kalm. Ze weet dat er niets anders op zit. Ze heeft ooit zeven kinderen gekregen, misschien maakt dat het makkelijker? De overgave.
'Ik kan niet meer staan,' zegt ze.
'Je krijgt toch fysiotherapie?'
'Ja, maar het gaat niet. Mijn benen zijn verstijfd. Ze willen niet meer.' Ze haast zich te zeggen: 'Het is niet de schuld van mijn benen hoor.'
'Nee, natuurlijk niet.'
'Het is gewoon het lot,' zegt ze. 'Het is mijn lot.'
Dan zegt mijn moeder dat mijn vader thuis de piepers op heeft staan voor de zuurkoolstamppot. We moeten gaan, we moeten eten en daarna ga ik met de meisjes terug naar Amsterdam. Ik zeg haar gedag, ze knijpt stevig in mijn hand. Ik knijp terug. 'Tot de volgende keer,' zeggen we.
Als ik op de drempel sta roep ik: 'Doei.'
'Doeg,' roept oma.
Dan verdwijnen mijn moeder en ik de hoek om. Terug naar de wereld van de piepers.
'Elke,' zegt ze dan. 'Elke.'
'Ja,' zeg ik.
Oma ligt scheef in het bed. De aders op haar handen zijn dik en zwart. Er zijn haast alleen nog aders. Ik hou ze vast.
'Je handen zijn zo zacht, oma.'
'Dat krijg je als je er niks meer mee doet,' zegt ze.
Ik lach. Zij lacht ook. De klassieke zender staat op, zoals altijd. Mijn moeder zit aan de ene kant van het bed, ik aan de andere. We babbelen wat. Er heerst rust in de kamer. Het is een compleet andere wereld. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat oma hier ligt te wachten op de weeën. Ze is uitgerekend. Het zal in deze dagen beginnen. De bevalling. Maar ze lijkt kalm. Ze weet dat er niets anders op zit. Ze heeft ooit zeven kinderen gekregen, misschien maakt dat het makkelijker? De overgave.
'Ik kan niet meer staan,' zegt ze.
'Je krijgt toch fysiotherapie?'
'Ja, maar het gaat niet. Mijn benen zijn verstijfd. Ze willen niet meer.' Ze haast zich te zeggen: 'Het is niet de schuld van mijn benen hoor.'
'Nee, natuurlijk niet.'
'Het is gewoon het lot,' zegt ze. 'Het is mijn lot.'
Dan zegt mijn moeder dat mijn vader thuis de piepers op heeft staan voor de zuurkoolstamppot. We moeten gaan, we moeten eten en daarna ga ik met de meisjes terug naar Amsterdam. Ik zeg haar gedag, ze knijpt stevig in mijn hand. Ik knijp terug. 'Tot de volgende keer,' zeggen we.
Als ik op de drempel sta roep ik: 'Doei.'
'Doeg,' roept oma.
Dan verdwijnen mijn moeder en ik de hoek om. Terug naar de wereld van de piepers.
zaterdag 4 januari 2014
Le grande attacco
We liepen anderhalf uur naar Kriterion om dan eindelijk die onuitstaanbare rotfilm te gaan zien, die door alle kranten met vijf sterren beoordeeld is. Het regende. Het woei. Ik wilde, vanwege dat weer, bij Studio K. al stoppen om de Nederlandse productie Soof te gaan bekijken, maar zag teleurstelling op het gezicht van de ander. Dus: op naar La grande belezza. De zaal was afgeladen . We waren op de de juiste plek, het goede moment, de film moest inderdaad wel heel geweldig zijn. Maar na tien minuten al begon het tintelen van mijn linkerbeen. Mijn barometer dat er iets niet in de haak is. Hoe meer pijn, hoe minder in de haak. Vroeger gaf het been aan dat er een epileptische aanval zat aan te komen.
Mooie beelden ja. Mooie beelden te over. Prachtig zelfs. Ik kreeg zin om te zwemmen in die blauwe zwembaden, in whisky met ijs, ijsblokjes, zee. Na de zoveelste serie mooie beelden van Rome, begon mijn been echt heel lelijk te steken. Over expliciteren gesproken, mompelde ik steeds vermoeider voor me uit, over expliciteren gesproken. En iedereen trapt hier in.
Ik probeerde een dutje te doen om de tijd sneller te laten gaan, maar de pijn hield me uit mijn slaap. Het leek alsof de bloedtoevoer naar mijn linkerbeen volledig tot stilstand was gekomen. Het zou natuurlijk nog altijd de voorbode voor Le grande attacco kunnen zijn. Vierde rij, in het midden. Frontaal. Na een tijdje begon ik er zelfs op te hopen. Het is ook een manier om weg te komen. Het Niets te beleven. En het zou prachtig in beeld gebracht kunnen worden.
Mooie beelden ja. Mooie beelden te over. Prachtig zelfs. Ik kreeg zin om te zwemmen in die blauwe zwembaden, in whisky met ijs, ijsblokjes, zee. Na de zoveelste serie mooie beelden van Rome, begon mijn been echt heel lelijk te steken. Over expliciteren gesproken, mompelde ik steeds vermoeider voor me uit, over expliciteren gesproken. En iedereen trapt hier in.
Ik probeerde een dutje te doen om de tijd sneller te laten gaan, maar de pijn hield me uit mijn slaap. Het leek alsof de bloedtoevoer naar mijn linkerbeen volledig tot stilstand was gekomen. Het zou natuurlijk nog altijd de voorbode voor Le grande attacco kunnen zijn. Vierde rij, in het midden. Frontaal. Na een tijdje begon ik er zelfs op te hopen. Het is ook een manier om weg te komen. Het Niets te beleven. En het zou prachtig in beeld gebracht kunnen worden.
Abonneren op:
Posts (Atom)