dinsdag 9 december 2014

Buiten

Met mijn rugzak vol boodschappen, een prei stak uit, fietste ik vanmiddag de school voorbij waar de meisjes op dat moment waren. Ik wist achter welke ramen ze zich zouden moeten bevinden, de blonde en de donkere, maar ik zag ze niet.
Een gigantisch gebouw en er keek niemand naar buiten.
Het was koud, mijn vingers rood en droog, en ik dacht aan toen ik vroeger zelf op de basisschool zat en dat ik me daar nu nog zo verrekte weinig van herinner. Behalve het naar buiten kijken. 

maandag 8 december 2014

Identiteitsverwisseling

Op een ochtend was ik in een mistig bos met open plekken. In het struikgewas hield zich een merkwaardig beest verborgen. Een mythisch wezen. Het was een kruising tussen een neushoorn en een enorm varken. Met vieze oudroze vellen. Het was een loeder. Het wilde daar blijven zitten.
Toch riep ik het.
Het volgende moment was ik dat beest. Ik sjouwde met het beest om me heen door het bos. De open plekken waren verdwenen. Er was nauwelijks nog licht. Ik ging op zoek naar een betere plek. Maar die kon ik niet vinden. Ik moest op de een of andere manier van het beest af zien te komen zonder mezelf erbij weg te doen.

zondag 7 december 2014

Hecht

Het was zondag. We ruimden op. Ik ben niet dol op opruimen maar wel heel erg fijn vind ik het om dingen weg te gooien. Als ik in een bepaalde bui ben, kan ik alles wegdoen. Het is simpeler dan ordenen. Ik hecht aan niets, behalve dan toch aan de navelstreng van de jongste, heb ik net gemerkt.
Of is die streng van mij? In elk geval  het inmiddels half vergane zwart geworden stukje vlees waarmee we viereneenhalf jaar geleden nog aan elkaar vast zaten, lag in een plastic bak met oude sleutels, paperclips, knikkers, pasfoto's en haarspeldjes. Versteend. Aan een witte knijper.
De bak lag al in de vuilniszak, nu alleen de streng nog.
Weer hoorde ik de woorden van de verpleegkundige: 'Als je kind ziek wordt, kan dit levensreddend zijn. Hier zitten stamcellen in.'
De navelstreng van de oudste bewaarde ik in mijn sieradenkistje. Ik heb er al eens over geschreven. De vreselijke geur toen ik het kistje eens opendeed, de krioelende maden. Die navelstreng was weer gaan leven. En ik moest hem wel weggooien.
Ik kan deze ook net zo goed weg flikkeren. Later wil ze hem ook vast niet hebben. Als leuk rekwisiet.
Maar in plaats daarvan deed ik er een boterhamzakje om.

vrijdag 5 december 2014

Identiteit

De hele school zat buiten te wachten tot de Sint op het schoolplein arriveerde, en jawel: hij arriveerde! Sinterklaas, Opa Piet, Blauwe Piet, Clown Piet en Roet Piet. De kinderen scandeerden dit jaar niet massaal Sinterklaas! Sinterklaas! Sinterklaas! Maar riepen en masse: Opa Piet! Opa Piet! Opa Piet!
Het vreemde nu was dat de Sint gespeeld werd door Peter Faber die in het echt opa Piet is. Dus daar stond Sinterklaas die Opa Piet was, midden op het schoolplein te kijken en te luisteren naar zijn eigen enorme succes. Het kon allemaal. Volgens mij hebben we er een nieuw icoon bij.


woensdag 3 december 2014

De dag begon

In de ochtend hoorde ik wel heel droevige operamuziek van beneden komen. Ik kleedde me aan, buiten was alles grijs, koud, de blaadjes zaten niet meer aan de bomen,  de meisjes waren net naar school vertrokken, ik dacht aan een aflevering op tv waarin een zieke moeder afscheid nam van haar zoontje, de column die ik net las over de dood van een hond en een man die bezig was zijn gezin te verlaten.
'Hee! Is dit soms een requiem?' riep ik toen naar beneden.
'Nee, dit gaat over Orpheus en Eurydice,' riep hij.
'Kan er geen vrolijker muziekje op?'
'Dit is heel mooi toch?'
'Ja, maar de dag moet nog beginnen.'
Even later zei hij: 'O ja, dit is de afscheidsscène.'
'Ik wil een ander lied.'
Hij riep: 'Ik neem de Ipad mee, dus dan houdt de muziek vanzelf op.'
Even later  hoorde ik 'daag' en de voordeur knalde dicht. Het was heel stil in huis.



dinsdag 2 december 2014

Kompas

'Ik ben verdwaald, Elkie,' zegt Fabio.
'O, maar dat ben ik ook,' zeg ik. 'Wie niet?'
De schoonmaker kijkt me aan vanachter zijn beslagen brillenglazen. Hij denkt iets, maar ik weet niet wat. Een kort moment staan we zo tegenover elkaar in de keuken. De verdwaalden. We weten niet wat de ander denkt. We zouden het kunnen vragen misschien?
Hij poetst zijn bril op en zegt dat het koud is in Nederland, dat het nog veel kouder wordt. Hij is een paar maanden geleden uit Brazilië weggegaan en nu wil hij terug. Maar als hij daar is, wil hij terug naar hier. Hij weet niet wat het beste is. Ik draai me om en loop op kousenvoeten de trap op, naar mijn werkkamer.

maandag 1 december 2014

Moeder hield vol

Het was de hele dag hommeles in huize H. De zusters hadden naar elkaar geschreeuwd, gescholden, er was geduwd, geknepen en soms vielen er klappen. 's Avonds mochten ze de schoen van mij niet zetten. De negenjarige kon dit absoluut niet verkroppen.
'Dit is de consequentie van je gedrag,' zei ik.
'Ja, maar ik wist niet dat je het méénde,' schreeuwde ze.
'Dacht je dat ik zomaar wat zei?'
'Als jij iets zegt, doe je het toch nooit! NOOIT DOE JE WAT JE ZEGT.'
'Precies,' zei ik, 'En als ik nu wéér niet doe wat ik zeg, heb je gelijk.'
Ik zag dat ze spijt had van haar eigen argument. Maar ze gaf zich niet gewonnen. Ze bleef doorgaan. Ze kende me. Ik had al lang genoeg van die schelle boze stem. De vierjarige hield zich intussen opvallend afzijdig. Ze bemoeide zich in het geheel niet met de discussie en liep al in haar pyjama voor ik iets gezegd had. Een mierzoet glimlachje op haar gezicht.
Even later zag ik de kleine regenlaars met het sterrenpatroon staan bij de voordeur. Ik hoorde haar heel zacht 'Zie ginds komt de stoomboot,' zingen. Boven tierde haar zuster.