zaterdag 18 juli 2015

Over het lezen van fictie

'Ik heb vaak gemerkt dat een wezenlijk op een romanachtige manier doorgronden van drijfveren me heeft geholpen enigszins te begrijpen wat iemand van mij of van iemand anders wil. Het is soms bijna beangstigend te beseffen hoe slecht de meeste mensen zichzelf kennen; het lijkt je een bijna religieus voordeel te geven met betrekking tot iemands ziel. Dit is een andere manier van zeggen dat we in literaire fictie het grote privilege hebben op te kunnen merken hoe mensen zichzelf gestalte geven - hoe ze zichzelf construeren met behulp van fictie en verzinsels en er vervolgens voor kiezen dat element van zichzelf te onderdrukken of te vergeten.'

Het is komkommertijd dus geen zelfgeschreven stukkie, maar weer een citaat uit Tintelingen van James Wood.

vrijdag 17 juli 2015

Een kwestie van geloof

Het echte in fictie is altijd een kwestie van geloof - het is aan ons, lezer, om fictie te bekrachtigen door ermee in te stemmen. Er wordt geloof van ons gevraagd, een geloof dat we op elk moment kunnen weigeren. Fictie beweegt zich op het terrein van de twijfel, fictie is een ware leugen, fictie is zich er op elk moment van bewust dat ze kan falen overtuigend te zijn. Geloof is in fictie is altijd 'doen alsof'. Ons geloof is metaforisch en lijkt alleen maar op echt geloof.

Dit kwam ik net tegen in Tintelingen van James Wood. Het lezen en schrijven van Literaire fictie.

Twijfel. Geloof. De thema's van het werkje waar ik nu aan bezig ben. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar? Wat als één van de twee de overhand neemt?

donderdag 9 juli 2015

Ronnie

Ronnie, de zwarte kater, was acht dagen lang verdwenen. Ik weet nog dat hij vorige week, op een vroege ochtend in de Eifel ergens diep in het bos, mijn pad kruiste. Ronnie is me achterna gegaan, dacht ik. Ronnie is de enige die echt niet zonder me kan. (Of ik niet zonder Ronnie)
Op diezelfde dag verdween hij hier.
Gisteren rond een uur of drie vonden Jeetje en een vriendinnetje hem tussen het riet en de struiken in het Diemerpark. Hij kwam luid mauwend op het voer af, maar wilde verder blijkbaar niets meer van ons weten. Hij keek gek uit zijn ogen vond ik. Ronnie was Ronnie niet meer. Alsof hij psychisch niet helemaal in orde was. Iets groots te verwerken had.
Alleen in een grote plastic Curverbak, het dekseltje op een piepklein kiertje, heb ik hem tenslotte de brug over gekregen. Het wilde zwarte dier op een drafje naar ons huis gedragen. Het kattenluik gebarricadeerd omdat hij meteen weer wilde ontsnappen.
'Logisch,' zei een buurman, 'hij heeft het daar fijn aan de waterkant. Ronnie lijkt me wel een type dat vogeltjes vangt en beestjes.'
'Heeft hij het daar fijner dan bij ons?'
De buurman knikte.
'Dus Ronnie wilde gewoon weg?'
'Ik weet het natuurlijk niet zeker,' zei de buurman snel.


dinsdag 7 juli 2015

Stilte

Ik had hier korte, grappige stukjes kunnen schrijven over mij en de veelal Belgische bejaarde stellen in de eetzaal, of over de in zichzelf gekeerde mensen die werkten in het familiehotel, waarmee ik na een dag of drie stilzwijgend een band kreeg. Alleen omdat we op hetzelfde moment ergens waren en ik 's ochtends 'gutemorgen' tegen ze zei en zij tegen mij. En 's avonds knikten we. Na een paar dagen merkte ik dat ik blij was ze te kunnen begroeten. Mijn kameraden met  hun oververhitte hoofdjes en de gezwollen aderen op het slappe witte vlees. De toekomst
Negen nachten verbleef ik in een appartement, maar ik ontbeet en dineerde in het hotel dat erbij hoorde. Het viel me de eerste dag al op dat ik niet de enige was die daar in stilte zat te eten. Er was het geluid van tikkend bestek. Ook de oudere stellen begrepen elkaar na al die jaren kennelijk woordeloos.
De woorden moesten uit mezelf komen. Buiten mijn dagelijkse hardloop en/of wandelrondes door het bos, was er niets anders te doen dan schrijven en lezen. Ja, er was het zwembad in de kelder waar ik als enige mijn baantjes trok. Het wandelen leek in het begin nog vaak op marcheren, het zwemmen op dwangmatig heen en weer crowlen. Als ik me niet vergis kwam daar allengs een rustiger tempo in. Ook was ik op den duur niet meer bang om in het bos te verdwalen. Elke nacht vroeg ik me wel een paar keer af: wat doe ik hier? En waar zijn Jeetje en Deetje? Maar intussen voltrok zich iets, was zich iets aan het voltrekken. Iets kalms en goeds. Tegen het eind van de week, om half vijf 's ochtends, had ik zomaar gevonden wat ik bleek te zoeken.
(Op vrijdagavond kwamen de bezwete collega's voorrijden en hebben we het nog twee dagen op een enorm praten en zuipen gezet)

woensdag 24 juni 2015

Anderhalve dag voor vertrek

'Mama, waarom ga jij eigenlijk in Duitsland werken?' vraagt Deetje.
Ja, waarom ook alweer?
'Het is toch leuk om eens in Duitsland te schrijven?' zeg ik. 'Wie wil dat niet?'
De laatste keer dat ik drie dagen alleen in een ander land verbleef, heb ik mij drie dagen opgesloten in de hotelkamer, mailt een vriendin me. Daarom durf ik dat niet meer zo goed.
De laatste keer dat ik twee weken alleen in een kasteel in een Frans gebergte zat om te schrijven, sliep ik geen enkele nacht en stond ik de grootste doodsangsten uit die ik ooit heb meegemaakt, herinner ik me.
De dagen van de komende week zie ik ineens glashelder voor me. Meestal vliegt de tijd, soms ook kruipt-ie voorbij. In het Eifel dorpje waar 127 mensen wonen, is dat laatste natuurlijk het verhaal. Als je je iedere seconde bewust bent van jezelf kan iets eindeloos duren. Misschien komt de tijd in Duitsland zelfs stil te staan.
Hele lange dagen waarin ik me 's avonds van mijn appartement naar het hotel begeef. Alwaar ik in mijn eentje ga zitten eten. Aan een ronde tafel, gedekt voor vier personen. Tussen de bejaarde vakantiegangers. Met opgeheven hoofd natuurlijk. Mijzelf opperbest vermakend. Het laptopje binnen handbereik. Er moet in het hotel ergens WiFi zijn, las ik al bij de klantbeoordelingen. In een bepaald hoekje bij de bar. Een hele trage verbinding. Alles is er traag.
Het is er muisstil. Voor het boodschappen doen is een auto vereist, las ik. Dat is jammer voor mij, zonder rijbewijs. Hoe kom ik aan brood en andere dingen?
Ik moet denken aan Het Buitenleven van Rachel Cusk. In die roman laat het hoofdpersonage huis en haard achter zich en begint een totaal nieuw leven in een gehucht ergens. Maar dat was niet mijn bedoeling.

zaterdag 20 juni 2015

Dood

Deetje zegt: 'Ik wou dat jullie dood waren.' Ze wijst haar liefhebbende ouders aan. 'Jullie gaan toch dood of niet?'
'Nu nog niet,' zeg ik. 'Maar iedereen gaat een keer dood, hè.'
'Ik wou dat iederéén nu dood was.' Ze maakt een weids armgebaar.
'Mooi is dat.'
'Iedereen, behalve ik!'
'En wat ga je dan doen als iedereen dood is, behalve jij?'
'Televisiekijken.' Ze kijkt er gelukzalig bij.  'Alleen maar televisiekijken en snoep eten.'

'Ja daarvoor hoeven ze niet dood,' merkt Jeetje op, 'als je achttien bent mag je het ook zelf weten. Dan mag je de hele dag televisiekijken en snoep eten. En dan wil je het niet eens meer, Deetje.'
Dat zal allemaal wel, zie ik Deetje denken. Maar nu wil ik het. Dus als het toch gebeuren moet, laat die uitsterving dan nu beginnen.
Moeder vraagt zich af waarvoor de ouders volgens Jeetje dan wel dood moeten, als het niet is voor het kijken van televisie of het eten van snoep.

dinsdag 16 juni 2015

Buik

Deetje wilde zich niet laten insmeren op het strand afgelopen vrijdag. Ze kreeg ter plekke een woedeaanval en verkoos een legging en een jurk met lange mouwen boven het badpakje. Het was zeker dertig graden. Ik vroeg haar vanochtend waarom ze zich eigenlijk niet gewoon in liet smeren.
'Ik wil niet dat iedereen dat ziet,' zei ze. 'Als jij me insmeert.'
'Waarom niet?'
'Ik wil niet dat de mensen mijn buik zien.'
'Maar wat is daar erg aan? Iederéén heeft toch een buik? Alle mensen hebben er één.'
'Niet! Oma D. niet!' zei ze meteen. 'Oma D. heeft geen buik.'
'Nee, oké, zij heeft geen buik, maar...'
'Oma D. is alleen nog een skelet,' zei Deetje.
'Dat is waar, maar...'
'Dus niet iedereen heeft een buik, mama!'
'Nee,' zei ik.