woensdag 31 oktober 2007

Berin komt uit het hol

Vandaag kruipt de berin uit haar hol. Nog vóór de winterslaap kon beginnen. En met veel lawaai.
'Het is tijd voor een grote opknapbeurt,' brult ze.
Ze knipt de verkalkte nagels op haar berentenen, glijdt in een heel andere huid, een glanzende.
'Vanaf nu wordt er geen enkel feestje meer afgezegd!'
De berin doet haar werk -tak tak tak - effectief, dan belt ze Edward de kapper, reinigt het vel op haar gezicht, haalt nieuwe zooltjes om op te lopen, zwemt veertig banen borstcrowl tijdens lunchtijd. Ze boekt alvast een drie weekse reis naar Bhutan met de kerst.
Totdat het af is. Allemaal af is.

dinsdag 30 oktober 2007

De toekomst

In één adem:
Als je groot bent dan ga je naar de film en krijg je een computer en ga je naar school, leren schrijven.

Er wordt ademgehaald.

De twee-jarige heeft gezegd.
Tevreden kauwt ze op een stuk komkommer.
Ze weet waar het voor doet.

Glashelder ligt De Toekomst voor haar.

maandag 29 oktober 2007

Religie in hartje Amsterdam

'IK WIL NAAR DE KERK'. Ze staat stil in de Kalverstraat.
'IK WIL NU NAAR DE KERK!'gilt ze.
'Niet zo schreeuwen schat.'
'Mama? Mag ik bij de kerk naar binnen?'
'Er ís hier geen kerk.' Glimlachend kijk ik naar het winkelend publiek op zondag. Zo van: hoe kómt het kind erop.
'Papa, mag ik alsjeblieft naar de kerk?', vraagt ze, 'papaatje?'
En plotseling zie ik in de glimlach op onze gezichten de gelukzalige glimlach van het fanatieke Christenstel. Duidelijk herken ik de indoctrinerende grijns van de mens die geen twijfel kent. Omdat wie twijfelt 4-ever in de hel branden zal. Hier staan twee Christenfundamentalisten die hun dochter lang voor ze drie is al compleet in de Heer gekneed hebben.
'Alsjeblieft papa?'
'Zo,zo' knikt een bejaard stel goedkeurend, 'waar hoor je zoiets tegenwoordig nog?'Met tranen in hun staarogen kijken de oudjes naar ons blonde vrome meisje dat nu op haar knieën smeekt of ze die Godverse kerk in mag.

'En wie wóónt er in de kerk liefje?', vraag ik vilein.
'Doornroosje,' zegt ze, 'ik wil naar Doornroosje toe.'

zondag 28 oktober 2007

Je bent niet alleen in het bohos

Met de post kreeg ik het Het Oinkbeest van Elly en Rikkert.Een hoorspelachtig muziekstuk uit 1972. (Waarschijnlijk gemaakt in de rook van waterpijp en met de smaak van spacecake nog in hun mond.)
Het Oinkbeest is een vreemd wezen dat van de blauwe maan komt en per toeval - met de bliksem mee - op aarde belandt.
Daar zit hij nu. Midden in het Woud. (Zijn W, hoor ik nu pas, is de W van een Waanzinnige Surinamer) Hij heeft het koud, weet bij God niet waar hij is en zegt enkel OINK. Niemand kan hem verstaan. Tenslotte omarmt het Oinkbeest uit arren moede maar een steen, krult zich op en valt zacht huilend in slaap.
Zodra de eerste muziektonen door mijn kamer klinken, ben ik terug. Op het oranje bruine laminaat. Bij de radiocasseterecorder. Ben ik het elfje dat het oinkbeest troostend toezingt. 'Je bent niet alleen in het bohos.' Lang duurt het niet of ik heb alweer de rol van de alien op me genomen. 'Hier zit ik helemaal alleen. Waar moet ik heen? Waar moet ik heen.' (Blijf die W horen)
Op het cdhoesje staat een afbeelding van het elfje en het Oinkbeest. Maar dat zijn ze niet echt. Dat is maar een tekening. Van Elly en Rikkert. (Onder invloed vervaardigd. Toen ze nog niet in de Here waren.)

zaterdag 27 oktober 2007

Alleen maar liggen

Ik lig in een oude kaalgroene gymzaal op een matje. Her en der verspreid in de ruimte liggen er Meer. Doodstillen.
Mijn voeten vallen over het matje heen. Ik mag me niet meer bewegen. De koude vloer kruipt in mijn voeten, in mij. Terwijl je vanzelf warm zou moeten worden. Het bloed zou moeten gaan stromen. Mijn voeten zullen inmiddels zwart zijn. En áls ik ooit weer op mag staan, vallen ze eraf. Zo afgestorven.
'Laat ook je geest stilstaan,' zegt de yogajuf.
De vrouw naast mij heeft bossen zwart haar op haar lijkbleke benen. Een teken van zelf nadenken of juist onverzorgdheid? Wil ze een man zijn? Is ze er misschien één geweest? Zit ze in de hormonale fase? Wil ze haar lichaam opnieuw leren kennen? Zijn de mensen hier yoga gaan doen omdat ze anders zelfmoord zouden plegen of gewoon om prettig rustig te worden in het hoofd. Voor de hele normale ontspanning. Zoals ik. Hadden ze ook kunnen gaan buikdansen?
'Denk niets. Helemaal niets,' herhaalt de yogajuf, 'Je hoeft alleen maar te liggen.'

vrijdag 26 oktober 2007

Het Mensenmonster

Het is de leeftijd. Bijna 2,5 en ze is bang dat er ieder ogenblik mensenmonsters in de woonkamer verschijnen. Die haar dan natuurlijk verzwelgen. Uiteen zullen rijten. Met hun grote harige mensenkoppen.
Ik neem haar in mijn armen, stel haar gerust omtrent het bestaan van Het Mensenmonster.
'Liefje, er zíjn geen mensenmonsters.' Ik praat met bulderende stem. Open en vrij kijk ik de woonkamer rond. Om te bewijzen dat ze echt niet bestaan. 'En zeker niet hiér.'
Maar als ze even later boven in bed ligt voor haar middagslaapje, zit ik alleen. Alleen.
Ze weet niet hoe ik de wc deur met een een ruk opentrek. Baf! En dat ik (bijna 34,5) áltijd als ik die deur openmaak, verwacht daarachter een of ander lijk aan te treffen. Meestal gewoon het overschot van een oude bleke vrouw met een witte onderbroek op de enkels, opengesperde ogen. Het Mensenmonster dat stilletjes mijn huis ingeslopen was voor een plas. Of een andere behoefte.

donderdag 25 oktober 2007

Afzeggeritus afgezegd

Gisteren alles afgezegd: het onlangs gekochte huis, de afspraken bij kinderdagverblijven in de nieuwe stad, onze Amsterdamse makelaar die foto's van dit huis zou komen maken, de financiele meneer gezegd dat hij kan stoppen met rekenen en omdat we toch in de flow van het cancellen zaten hebben we ook meteen onze schoonmaakster - waar we al vanaf het begin vanaf wilden - afgezegd. Dat was nog het moeilijkste. We waren ons ondanks alles toch aan haar gaan hechten. Al poetste ze niet erg veel noch erg nauwkeurig. En was ze zeker niet rap.
We ploften op de bank. We rilden. De afzeggeritus zinderde door ons lijf.
'Nu hoeven we alleen elkaar nog maar af te zeggen,' zei hij ferm.'Dan zijn we echt van alles af!'
We keken naar het heldere lichtje van de babyfoon op onze schouw. De afzeggeritus begon al te kelderen. Zakte nu dramatisch.
'We zijn nooit meer vrij,' zei hij.