maandag 20 oktober 2014

Zorgen over de toekomst

Het is net na het voorlezen. Ik lig nog even bij Deetje in bed. Ze maakt zich zorgen omdat ze niet weet wat ze wil worden.
'Dat hoef je niet te weten,' zeg ik. 'Je bent vier.'
'Ik weet het!' roept ze dan blij.
'Ja?'
'Ja!
'Wat dan?'
'Ik wil jou worden!'
'Maar dat kan niet,' zeg ik.
Het blijft stil naast me. Ze draait zich naar me toe. Ik leg uit dat ze mij niet kan worden.
'Ja, maar ik wil gewoon mezèlf worden.' De tranen springen in haar ogen.
'Je wordt later niemand anders. Dat is het niet.'
'Ik wil mezelf blijven. Net als ik nu ben.'
'Wil je niet groot worden?' Ik denk aan het Peter Pan syndroom. Het niet op willen groeien. Nu al.
'Jawel, ik wil wel groot worden. Maar ik wil niemand wórden, ik wil gewoon Deetje blijven.'

Intussen hoor ik Jeetje met haar vader praten in de badkamer.
'Ja, maar ik weet gewoon niet hoe het moét!' zegt ze. 'Vertel me dat dan? Hoe moet het als je klaar bent met studeren en je hebt nog geen werk. Hoe betaal je dan je appartement?'

Regenboog methode

Vanmorgen rende ik naar een regenboog. Ik kwam er nooit aan. De regenboog stond helder aan de hemel, geschilderd in felle kleuren en klare lijnen. Zoals kinderen dat zouden doen. Op diezelfde manier rende ik vandaag een paar keer in mijn hoofd naar een stukje om hier op te schrijven, maar kwam er nooit aan.

De verschillende methodes om een stukje te schrijven.
Meestal gaat het zo; ik weet meteen wat ik wil zeggen, ik schrijf het op. (Mijn favoriete methode.)
Soms gaat het zo: ik weet het vaag, schrijf zoekend, het krijgt uiteindelijk vanzelf vorm. (Deze methode neemt het meeste tijd in beslag) Of het gaat zo: ik weet het niet, ik sluit het document en een tijdje later weet ik het wel. 
Dan is er dus ook de regenboogmethode. Het idee is er, eenmaal achter je laptop is het ongrijpbaar geworden. 


zondag 19 oktober 2014

Thematiek De weg naar zee

Het is exact een jaar geleden dat De weg naar zee uitkwam! Het boek handelt over een moeder die haar kind als een project ziet dat moet slagen. De tijdgeest brengt haar (+ kind) in grote problemen. De maakbaarheid kent geen grenzen meer. Sindsdien kom ik het onderwerp met grote regelmaat tegen in de media. Deze ochtend het artikel 'Als je kind maar uitblinkt' in NRC.

Ouders zien hun kind steeds vaker als een project. En dat project moet slagen.(..) In de huidige prestatiemaatschappij moet je eruit halen wat erin zit, zegt Wubs. En dat kan ook; er zijn tal van ondersteuningsmogelijkheid om je kind zich optimaal te laten ontwikkelen. Een verlegen kind kan op weerbaarheidstraining. Een kind dat niet goed is in rekenen, gaat op rekenkamp, krijgt bijles of volgt een online lesprogramma. En een baby die met een paar maanden nog niet omrolt kan op babygym of naar de fysiotherapeut. Als je kind niet slaagt, is dat jouw schuld. (..)

Als je zegt dat de leerling een lage gemiddelde intelligentie heeft, moet er iets aan de hand zijn. Ik zeg dan: het kind voldoet niet aan uw verwachtingen, meer is er niet aan de hand.



zaterdag 18 oktober 2014

Quote

Grunberg schrijft in de VK vandaag:

Het is een vast onderdeel van de literaire avond en het interview geworden. 'Hoe schrijft u? Wist u alles al toen u aan het boek begon of was het einde ook voor u een verrassing? Wat wilde u zeggen met dit boek? wordt er steevast gevraagd. Er is een tekst, maar wat de schrijver wilde zeggen, staat kennelijk niet in die tekst. Heel vreemd, maar waar.

Tijdens interviews en literaire avonden ziet de voorkomende schrijver zich op dergelijke momenten gedwongen gebruik te maken van de beleefdheidsleugen en te doen alsof het schrijfproces, dat voor een groot gedeelte intuïtief is, het gevolg zou zijn van ernstige beraadslagingen en overwegingen.

donderdag 16 oktober 2014

Antipathie

In de trein van Nijmegen naar Amsterdam Centraal kwam er een man tegenover me zitten die ik niet uit kon staan. Ik denk dat we even oud waren. Hij zat te ver voorover gebogen, - recht in mijn aura -benen iets uit elkaar, ellebogen op zijn knieën en speelde een spelletje op zijn smartphone. Ik hoorde heel zacht het muziekje. Ook had hij constant een glimlachje op zijn gezicht, kauwde daarbij heel lichtjes op een stuk kauwgum. Zijn zwarte haar in een vlot én zakelijk kapsel. Een bril met een niet te zwaar zwart montuur op zijn neus. Een smalle neusbrug had hij. Ik haatte hem. Op station Amstel verdween hij door glazen klapdeur. Glimlachend, kauwend, almaar op zijn schermpje kijkend.
Maar toen ik op centraal station uit wilde stappen, stond hij daar. Leunend tegen de deur van het toilet. Blik op zijn telefoon gericht. Daar ben ik hem kwijtgeraakt in de menigte. Ik hoop nu wel voorgoed.

maandag 13 oktober 2014

Mens en plot

Op twee slappe banden, een ketting waar geen spanning meer op stond en er dus elk moment af kon vallen, fietste ik na het werk terug naar huis. Ik droeg mijn oranje regenjas, en had de grijze pet op. Al regende het niet. De pet heb ik vaak op. Soms ben ik bang dat andere mensen denken dat ik ernstig ziek ben.
Bij het stoplicht stond ik te wachten met andere mensen en kwam er een klein keelpijntje op. Naast me een ragfijne mevrouw met donkerblauwe panty's en suède schoenen met hakjes. Ik kreeg een appbericht. De vis wordt nu in de oven geschoven.
Het werd groen. Ik dacht te hard na over mogelijke plotlijnen.
Thuis las Deetje woordjes van de muur: vis, man, pop, pap, mok, mes, mens. Mens was moeilijker. Omdat mens vier letters had. Plot ook.

zondag 12 oktober 2014

Zaterdagavond

De oppas, de grote nicht van de kinderen, zat op de bank met Netflix. Wij reden naar Abcoude voor een verjaardagsfeestje van onze oude buren. In de auto bespraken we een project dat ik binnenkort misschien wel of misschien niet ging doen. Het was donker toen we de straat inreden waar we moesten zijn. Er stonden grote bomen. Bladeren lagen op de weg. Bladeren vielen op de motorkap. De wereld was zwart-wit.
'Jammer dat we de auto weer niet pal voor het huis van hun buren kunnen zetten,' zei man. 'Ik had die mensen graag willen plagen.'
Een straat verder parkeerde hij. Ik raapte mijn handtas op van het voeteneind. 'Dit is net een scene uit een boek van Yates', zei ik.
Het was koud en guur toen we uitstapten.