woensdag 6 oktober 2010

De voorleesmoeder

De meesters en de juffrouwen staan in pyjama's, sloffen en ochtendjassen buiten. Rupsje Nooitgenoeg kruipt levensgroot over het schoolplein. Voor deze gelegenheid eet hij boeken, veel boeken, in plaats van appels en peren. Alle kinderen van de school staan er, in hun nachtkleding, naar te kijken. In hun handen houden ze een versierde doos met een ontbijtje erin. Een gekookt eitje, een krentenbol, een broodje chocopasta en een banaan, mandarijn of een appel voor een klasgenoot. De kinderboekenweek begint en ik ben voorleesmoeder in Jeetjes klas. Ik heb een prentenboek meegenomen - 'Stap maar op mijn bezemsteel' van Julia Donaldson - en als het gezamenlijke ontbijt ten einde loopt, ga ik op de kruk van de juffrouw zitten en begin met voorlezen.
Maar eerst stel ik nog de vraag: 'Wie kent dit boek al?'
Het blijft helemaal stil. Na een tijdje steekt Jeetje haar vinger op.
'Ikke,' zegt ze zacht.

dinsdag 5 oktober 2010

Wie bepaalt

'Jij kan jouw baby gewoon in de prullenbak gooien.'De schoonmaker kijkt me aan.
'Ja?'
'Dan kan ze niks doen, toch? Jij bepaalt wat zij doet, toch?'
'Ja?'
'Nou, zo zijn mensen. Wij worden als marionetten bestuurd. Wij kunnen niks doen.'
'Wij zijn baby's die in prullenbakken kunnen worden gegooid?'
'Ja, wij bepalen zelf niks.'

*

'Ik kan jou zo vermoorden. En jouw baby ook. Jij weet niet waar ik last van heb.'
'Hoezo?'
'Dingen kunnen hoog oplopen, snapt? En dan kan het ineens genoeg zijn en dan kan ik denken: ik ga haar baby doden.'
'Ja?'
'Jij kent mij niet. Ik ken jou niet. Jouw man is hier niet. Ik ben een man, ik ben sterker.'
'O, maar daar heb ik heus wel aan gedacht hoor. Dat jij zou kunnen gaan moorden en meer van die dingen. Maar ik heb ingeschat dat jij dat niet zou doen.'
'Jij ziet de buitenkant.'
'Inderdaad. Ik vertrouwde het wel.'
'Jij weet niet wat in mijn hart zit.'
'Maar, eh, je wil toch niet gaan moorden nu?'
'Nee, nee.' Hij kijkt naar boven. 'Er is altijd iemand die over ons oordeelt.'
'Alleen dáárom moord je niet?'

maandag 4 oktober 2010

In de trein

Een opgepompte Afrikaan in een klein wit hemdje zit tegenover me. Ik voel aan mijn flubberarmpjes.

Een Surinaams modelgezin komt onze coupe in. Papa, mama, zoon en dochter. Ze kunnen geen plekje bij elkaar vinden.
Maar het is etenstijd. Moeder scheurt de grote, bruine zakken met patat open en de zakken met broodjes hamburgers. Ze haalt vier flesjes Fanta uit haar tas, deelt de servetten uit. De maaltijd begint. Ik heb zelden iemand zo smakelijk zien eten en ongebreideld zien genieten in een stampvolle wagon.

Een vrouw met een zwarte zonnebril en een grote, zwarte koptelefoon. Zij is er even niet.

Een meisje met een uitgezakte staart en een hese stem heeft haar benen op haar rode koffer gelegd. Ze draagt vuile Allstars. Ze belt de hele reis. Ze komt net uit Boedapest terug, daar was het supercool, ze heeft er ook een supercool party-eiland bezocht, en ze zal morgen met haar supercoole baan beginnen als coördinator van evenementen.

Een tengere man met grijs haar en zware, zwarte wenkbrauwen boven zijn felle ogen, houdt mij in de gaten. Maar ik hem ook.
Wat doet hij? Wie is hij?

De controleur met aardappelneus geeft mij een bekeuring. Mijn kortingskaart blijkt verlopen, terwijl er geldig tot en met januari 2013 op staat.
'Identiteitsbewijs,' roept hij.
'Heb ik niet bij me!'
'Dat moet,' zegt hij.
'Ik heb geen paspoort meegenomen vanmorgen.'
'Dat moet,' zegt hij weer.
'Heb ik niet bij me!'
'Geboorteplaats,' roept hij.
'NIJMEGEN.'
'ADRES?'
Het wordt doodstil in de coupé terwijl ik mijn adres voor de aardappelneus spel, alsof ik hem een gedicht voordraag.
Het supercoole meisje houdt op met bellen, de Afrikaanse bodybuilder kijkt me strak aan, de tengere grijsaard pakt pen en papier en zelfs de Surinamers laten hun hamburgers even koud worden. Alleen de vrouw die er niet wenst te zijn, is er nog steeds niet.

zondag 3 oktober 2010

Zondagontbijt

Deetje slaapt nog. Man snijdt het brood. Ik pel het eitje. Koffie is gezet. We eten. Dan komt Jeetje met het sluitende bewijs voor de evolutietheorie: 'Als God de wereld heeft gemaakt, moet hij zijn handen wel heel erg geprikt hebben aan de distels en de brandnetels. Dus het lijkt me zeker niet waar dat Hij dit allemaal gemaakt heeft.'

vrijdag 1 oktober 2010

Agendapunt

Aanstaande zondag ben ik te gast in het cultureel café, salon Remunj, in Roermond. Dat belooft heel leuk te worden. Dus ik neem aan dat - met mij - iedereen de trein pakt, en dan zie ik u daar wel!

donderdag 30 september 2010

Zelfstandig werken

'Wat heb je vandaag gedaan op school?' roep ik.
Jeetje zit voorin de bakfiets tegenover een lege maxi cosi, onder het plastic zeil. Het miezert. We zijn op weg naar Deetje.
'Letters,' roept Jeetje. 'De J en de P in schoolletters.'
'O, leuk.'
Met haar vinger maakt Jeetje de J en P in lopend schrift.
'Heb je dat zelf gekozen of deden jullie dat met heel groep 2?'
Jeetje volgt het Montessori-onderwijs. Daar leer je als kleuter al zelfstandig te werken. Dat lijkt me niet voor ieder kind geschikt. Maar zelfstandig werken is Jeetje op het lijf geschreven.
'Ik ben dat zelf maar gaan doen natuurlijk,' roept ze. 'Ik wil niet dom blijven. Straks ben ik groot en dan kan ik nog niks. Dan kan ik niet lezen en schrijven. Dan kan ik mijn eigen kinderen helemaal niks leren.'

woensdag 29 september 2010

Verboden te fluisteren

'Er mag hier in huis niet gefluisterd worden! Verboden te fluisteren!' roep ik altijd tegen Jeetje en haar vriendinnetje.
Want ook die kleuters onderling zitten vol smerige geheimen. Nu zit het zo; Onder mijn dak geen geheimen (zelfs geen kleine). Geen intriges. Of ander gekonkel. Onder mijn dak alleen maar liefde. Vrede. En eeuwige trouw.
'Wie hier fluistert, kan de gang op. Wie hier nog steeds fluistert, gaat eruit!'